Schrijfster Esther Gerritsen

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw die de loodgieter niet eens binnen durfde te laten krijgt tegenwoordig lof voor haar schaamteloze romans. Negen vrijmoedige vragen aan een extreem gevoelige schrijfster.

Wat was uw grootste leugen?

‘Ik heb niet één grote leugen – ik lieg de hele dag door kleine leugens, vooral tegen mezelf. Zoals met die portretfoto van mijn broer. Toen hij tien jaar geleden overleed, hing ik zijn foto aan de muur, maar het maakte me steeds zo verdrietig als ik erlangs liep. Wat erg, dacht ik dan, hij is er niet meer, en ook steeds: wat is het leven toch griezelig, je kunt zomaar ziek worden en doodgaan. Verlammend als je dat aldoor moet denken.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Maar toen had ik dus zijn foto weggehaald en zou mijn familie op bezoek komen. Waarop ik bang werd dat ze er iets van zouden vinden dat hij er niet meer hing. “O, maar dan hang ik hem toch alleen op als zij komen,” dacht ik vervolgens. En meteen daarna: “Maar dat zou mijn man doorhebben, en daar wil ik ook geen commentaar van krijgen.” Uiteindelijk heb ik, vlak voordat mijn familie langskwam, mezelf wijsgemaakt dat het juist goed was voor mijn verwerking dat mijn broer er weer hing. Maar of ik dat echt zelf vond?
Ik vrees dat ik door al dat gelieg tegen mezelf steeds minder wist wat ik zelf nu eigenlijk

dacht en voelde. Dan kun je beter maar liegen tegen anderen.’

Wat heeft u het meest pijn gedaan?

‘Dat mijn eerste kind dood werd geboren, acht jaar geleden. De eerste vijf maanden van de zwangerschap leek het op rolletjes te lopen, maar bij de “pretecho” was ineens alles mis, en een week later was er niks meer. Maandenlang werd ik elke ochtend huilend wakker met de gedachte: mijn zoontje is er niet, mijn zoontje is er niet, mijn zoontje is er niet. Iets anders kon ik niet denken. Zo’n groot verdriet dat meteen over je heen dendert als je wakker wordt, had ik nog nooit meegemaakt. Het was alleen maar verschrikkelijk.’

Wat is uw mooiste jeugdherinnering?

‘Toen ik 10 was gingen we voor het eerst op vakantie, naar Sporthuis Centrum. Het bijzondere was niet eens zozeer die vakantie, maar vooral dat mijn broer en ik ineens alles mochten hebben van onze ouders. Normaal vonden ze het veel te duur om van alles te kopen, maar nu kochten ze zomaar een rubberboot voor ons, en hiephoi, we mochten zelfs óók nog T-shirts waar Sporthuis Centrum op stond. Het was dat magische gevoel dat ineens de regels werden doorbroken: het is feest, alles is anders!
Maar het had ook met die nieuwe spullen te maken. Ik ben een ekster die geniet van mooie dingen, nog steeds: voor mij gaat er niets boven het heerlijke gevoel van iets nieuws kopen. Ik weet dat we zuinig aan moeten doen vanwege onze planeet, maar ik vind ook dat je royaal moet zijn in de aanschaf van mooie dingen. Ik kan me echt gelukkiger voelen doordat ik een nieuwe theepot heb.’

Waar worstelt u het meest mee?

‘Met mijn extreme gevoeligheid voor pijn en verdriet. De krant lezen vind ik al enorm heftig, ik jank gemiddeld één keer per krant. Het gekke is: toen mijn broer overleed, was ik eerst heel rustig, ik accepteerde het verdriet. Maar een halfjaar later ging ik raar doen: “Nu is het klaar, vanaf nu is mijn leven alleen nog maar leuk en mag niks meer misgaan.” Ik sloeg obsessief aan het opruimen en ordenen, tegen het manische aan. Continu dacht ik dat ik gas rook in huis, en was ik bang dat de boel zou ontploffen.

Die neiging verdriet niet toe te laten heb ik nog steeds, maar het effect ervan is dat ik de werkelijkheid alleen maar erger maak voor mezelf: de leuke dingen voel ik niet meer en ik krijg er alleen maar meer angsten bij. Tja, ik denk dat ik toch zal moeten accepteren dat het leven nu eenmaal chaos en toeval is, je hebt het maar te doen met alles wat er op je af komt. Sylvester Stallone zei het een keer heel goed, toen hij in Rocky zijn zoon boksen leerde: “Het gaat niet om hoe hard je slaat, maar hoe goed je kunt incasseren.”’

Welke eigenschap waardeert u het meest in een geliefde?

‘Het vermogen tot conversatie, dat vond ik het allerleukste aan mijn huwelijk met Jeroen. Mij kun je het bed in praten. Zo ben ik ook verliefd op hem geworden: na een urenlang gesprek.

Tegen Jeroen kon ik ’s ochtends als ik wakker werd zeggen: “Goh, weet je wat ook interessant is?” Het maakte dan niks uit waar het over ging, we konden over alles praten. Niet zozeer over ons gevoelsleven, dat wordt in een relatie al vrij snel strontvervelend vind ik, maar vooral over hoe je bietensoep maakt, of over de vormgeving van de nieuwe melkpakken.
Of dan zaten we in een restaurant en namen de andere gasten uitgebreid door: “Die man hiernaast, die ziet er niet best uit, hè? En die vrouw daar: vast een trut, want dat groene sjaaltje matcht precies met dat groene truitje van d’r.” Dit soort eeuwig geouwehoer gaat in mijn hoofd altijd de godganse dag door, en dan is het erg fijn als je dat eindelijk eens met iemand kunt delen. Niks leukers dan samen uit je eigen hoofd ontsnappen en een beetje boven de werkelijkheid uitstijgen.’

Wat is uw grootste angst?

‘Dat ik mijn leven verpest met al mijn angsten, en er helemaal niet meer aan toekom te genieten van dingen. Ik lijk wat dit betreft een beetje op de architect uit de zeventiende eeuw die de Nieuwe Kerk in Den Haag bouwde. Nog voordat de kerk werd geopend, stierf hij al; de legende gaat dat hij zelfmoord pleegde, uit angst dat het dak het niet zou houden – hij had de kapconstructie slechts op de buitenmuren laten rusten. Maar inmiddels staat die kerk dus al drieënhalve eeuw, zo vast als een huis… Toen ik dat verhaal laatst op de radio hoorde, dacht ik: “Maar dat ben ik!” De hele dag door heb ik vier, vijf stemmen in mijn hoofd die allerlei gevaren zien.

Tijdens het schrijven vind ik het gemakkelijker de nare stemmen te negeren, dan kan ik ook schaamteloos zijn, anders kun je niet schrijven. Maar zodra het boek de wereld in gaat, voel ik me ineens de persoon Esther die zichzelf belachelijk maakt doordat ze de raarste, ongeloofwaardigste, onbehoorlijkste dingen heeft geschreven.

Sinds een halfjaar slik ik antidepressiva, die helpen wel, ze dempen de angsten. Maar ik hoop dat ik het ooit nog eens op eigen kracht kan.’

Wat was uw gelukkigste periode?

‘Mijn tweede zwangerschap, zes jaar geleden. De hele negen maanden zweefde ik toen op een gelukzalige wolk. Een nieuw kind krijgen bleek de beste remedie tegen het verdriet over mijn doodgeboren zoontje: het voelde als gratis geluk, als één groot feest, een feest van toekomst en verwachting en mogelijkheden. Tijdens mijn eerste zwangerschap was ik erg bezig geweest met wat ik precies moest eten en wat ik allemaal wel en niet moest doen, maar nu wist ik: al die voorzorgsmaatregelen geven geen enkele garantie.

En het bijzondere was: ook al ben ik dan angstig aangelegd, op de een of andere manier lukte het tijdens die tweede zwangerschap me helemaal over te geven. Elke avond lag ik gelukzalig in bed naar de radio te luisteren, met mijn handen op mijn buik, te voelen dat er iets in me leefde dat helemaal uit zichzelf groeide en waar ik niks voor hoefde te doen.
De waarheid was natuurlijk dat het dit keer evengoed mis kon gaan, maar ik weigerde botweg daaraan te denken. “Zolang het blijft duren, geniet ik ervan,” zei ik tegen mezelf. En het werkte.’

Waarvoor schaamt u zich?

‘Ik heb een knop voor schaamte en die staat aan of uit. Dat heeft met mijn twee kanten te maken die nog steeds niet zo goed met elkaar in evenwicht zijn. Er is een Esther die houdt van feesten en aanwezig zijn en praten en drinken, maar de andere wil rust en schaamt zich kapot voor al dat geslemp in de stad. Als ik uitga, heb ik de grootste bek van iedereen, maar de hele week daarna wil ik alleen maar dood omdat ik me dan schaam voor alles wat ik die ene avond heb gezegd en gedaan. Ik neem me dan voor nooit meer uit te gaan. Maar ja, als ik me te lang netjes gedraag, word ik daar op den duur ook weer heel ongelukkig van.

Weet je wat het rare is? Objectief gezien is er tijdens dat uitgaan niks gebeurd waarvoor ik gearresteerd had moeten worden, maar in mijn hoofd neemt het enorme proporties aan. Een negatieve gedachte hoeft mijn hoofd maar binnen te vallen en ik ga haar helemaal uitbouwen. Ik weet inmiddels dat ik dat doe, maar toch blijf ik maar dubben: welke gedachten laat ik toe, welke kan ik beter negeren?

Wat gelukkig wel zo is: zodra je het hardop zegt, klinken je gedachten eerder belachelijk. Dan bel ik een vriendin en zeg ik: “Ik heb vandaag zo’n rotkop, toen ik bij jullie logeerde was ik veel slanker en knapper.” Waarop we er samen heel hard om lachen, en ik in tien seconden een stuk knapper ben geworden.’

Waar bent u het meest tevreden over?

‘Dat ik zoveel dingen waar ik bang voor ben tóch heb gedaan. Dat heeft te maken met mijn angst niet capabel genoeg te zijn volwassen dingen te doen. Ik kom wat dat betreft van ver: ooit durfde ik niet eens de loodgieter binnen te laten. Laat staan een rijbewijs halen, een kind krijgen, een schaamteloze roman schrijven, of stoppen met toneelschrijven terwijl ik niet zeker wist of ik dat financieel zou redden.

Ik denk dat ik bij veel van die dingen uiteindelijk de sprong maar heb gewaagd omdat ik me realiseerde hoe graag ik ze wilde. Die dingen niet doen zou me depressief hebben gemaakt, en dat zou nóg erger zijn geweest. Maar bij alles denk ik wel: het is net goed afgelopen, ik ben er weer op het nippertje mee weggekomen, dit gaat vast niet nog een keer goed. Ik verzin altijd weer iets nieuws om bang voor te zijn.’

Esther Gerritsen (42) is bekend van romans als Roxy (2014), Dorst (2012), Superduif (2010) en Normale dagen (2005). Literaire jury’s roemen haar omdat ze zo haarscherp de vinger weet te leggen op wat er allemaal misgaat in de relaties tussen mensen. Naast haar werk als romanschrijfster heeft ze een wekelijkse column in de VPRO-gids; tot een paar jaar geleden schreef ze ook toneelstukken.
Gerritsen groeide op in het Gelderse Gendt en studeerde dramaschrijven en literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Ze trouwde in 1999 met managementconsultant Jeroen Busscher. Drie jaar geleden zijn ze gescheiden. Ze delen nu het ouderschap van hun dochter Teddy (6).

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

18 jaar en bindingsangst?

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Interview

Schrijfster Esther Gerritsen

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Recensie

Boeken: alles over hooggevoeligheid

Van zelfhulpgidsen tot voorleesboeken: alles over hooggevoeligheid.
Lees verder
Recensie

Boeken: alles over hooggevoeligheid

Van zelfhulpgidsen tot voorleesboeken: alles over hooggevoeligheid.
Lees verder
Advies

Ik durf mijn gepieker niet los te laten

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Artikel

De wijsheid van de leider

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Advies

Ik blijf maar liegen

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Artikel

Geen Paniek!

Als er groot gevaar dreigt, raken mensen in paniek en veranderen ze in irrationele, egoïstische wez...
Lees verder
Artikel

Placebo-effect aangetoond in brein

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Interview

Indy (6) heeft selectief mutisme: niet durven praten terwijl...

Indy Keijmis (6) kan wel praten, maar heel vaak lukt het haar niet. Ze heeft selectief mutisme. Het ...
Lees verder