Wie ben je?

‘Ik vind: je bent wat je hebt gedáán in je leven, je bent de risico’s die je hebt genomen. Naderhand kun je misschien een rode draad ontdekken, maar op de momenten zelf heb ik de belangrijke beslissingen vooral losjes genomen. Het waren trouwens niet eens beslissingen. Het ging meer zo van: “Hé, ik merk ineens dat ik hier niet langer mee door wil gaan, ik vind het te afschuwelijk, ik moet ervan overgeven, ik ga naar de wc en ik kom nooit meer terug.” Ook al wil dat niet zeggen dat ik op zekere momenten geen angsten heb gekend: angst voor mijn vrouw en kinderen, angst voor mezelf, angst voor de dood, angst voor de volgende film, angst bij de première, angst voor het tekenen van een miljoenencontract. Dat hoort er allemaal bij.

Mijn succes heb ik denk ik vooral te danken aan mijn bereidheid om tot in het oneindige te lijden. Dat heb ik in me, maar ik heb het ook op de middelbare school geleerd, van juffrouw Van der Tholen, mijn vreselijke lerares Grieks en Latijn. Ze kon me drie keer een 1 geven, en tóch zorgde ik dat ik de vierde keer een 2 had, en de vijfde keer een 3. Dat was knokken: “Ik móét en zál naar die 6-.” Hetzelfde gebeurt op de eerste draaidag van een film, dan kan ik helemaal wanhopig worden: “Wat heb ik mezelf áángedaan? Wat een kutvak is dit toch! Sta ik hier ’s nachts om twee uur in de kou te wachten tot het licht wordt. En iedereen heeft wat te zeiken: dit moet voor het ochtendgloren klaar, dat lukt niet, dit kan niet, enzovoort.” Dat overkomt me al sinds Floris. Toch ben ik dit werk blijven doen. Omdat je veel cadeau krijgt, bijvoorbeeld van acteurs die ineens fantastische dingen kunnen doen die je nooit had verwacht. Maar ook hoor ik vaak de stem van mijn vader: “Waar je aan begint, dat moet je afmaken, jongen.”

Verder is het vooral afhankelijk van toeval, hoe je leven loopt. Toen ik in 1945 als zevenjarig jongetje door de puinhopen van het bombardement op de Haagse wijk Bezuidenhout scharrelde, viel mijn oog op filmblikken en filmstrookjes die daar op straat terecht waren gekomen. Ik was meteen verkocht: die rare kleine figuurtjes op die strookjes, en dat ze dan gingen bewegen als je het snel afdraaide. Mijn vader was hoofdonderwijzer en had een projector waarmee hij op school onderwijsfilms liet zien, dus ik zat thuis steeds die films aan elkaar te plakken en te bekijken. Film fascineerde me: dat je kunt laten zien hoe iets écht is gegaan, opdat het niet onopgemerkt blijft. Maar ook het spannende en griezelige in sommige films vond ik mooi. Ik maakte als kind ook altijd tekeningen van gruwelijke dingen. Iedere donderdag, vrijdag en zaterdag ging ik naar de bioscoop, honderden films heb ik gezien. Als er een film draaide waar ik te jong voor was, sleepten mijn ouders me stiekem naar binnen. Maar mijn beroep ervan maken? Dat kwam niet bij me op. We hebben het nu over de jaren vijftig, toen had je maar één regisseur in Nederland, dat was Bert Haanstra, om van een filmindustrie maar te zwijgen.

Pas in militaire dienst werd ik filmer. Bij toeval kon ik bij de filmdienst terecht; zelf had ik daar niet op gerekend. Maar zelfs dán: je succes maak je nooit alleen. Ik had het geluk dat ik kon samenwerken met scenarioschrijver Gerard Soeteman, iemand met dezelfde achtergrond als ik maar met een totaal andere persoonlijkheid. Die combinatie leverde een soort spanning op en daar is veel moois uit voortgekomen. Of neem producent Rob Houwer, met wie ik vaak ruzie had, maar die mij toch overhaalde om keuzes te maken die later goud bleken te zijn. Ik zag bijvoorbeeld niks in Rutger Hauer als hoofdrolspeler in Turks Fruit, ik vond hem helemaal geen Jan Wolkerstype. Maar Rob bleef aandringen: “Probeer het eens.” En verdomd, het werkte.’

Waar geloof je in?

‘In de wetenschap. Dankzij de wetenschap zijn we in staat boten te maken, dijken te bouwen en mensen te genezen. In vroeger tijden was dat wel anders, toen was het één grote ellende voor de mens. Nu leven we langer, waardoor we meer tijd krijgen om ons uit te drukken en diepere relaties aan te gaan met vrienden en familie. En moet je eens zien wat de tandarts tegenwoordig voor je kan doen! Je verliest je tanden en ze zetten er gewoon nieuwe in die met titanium buisjes worden verankerd in je kaken, zoals bij mij. Een stuk aangenamer om mee te ontbijten, toch?’

Wat was een keerpunt?

‘Dat ik op mijn 22ste mijn vrouw Martine ben tegengekomen. We zijn ons hele leven bij elkaar gebleven. Veel belangrijke stappen in mijn leven heb ik vooral door haar gezet. Zonder haar was ik nooit aan kinderen begonnen, en was ik in ’85 ook niet naar Amerika geëmigreerd. Ik heb er tien jaar over gedaan voordat ik zover was, ik vond het behoorlijk beangstigend. Terwijl de druk op mij vrij groot was om wél naar Hollywood te gaan. Ik werd vaak gebeld door mensen uit Amerika. Zelfs Steven Spielberg hing op een gegeven moment aan de telefoon: “Wat doe je daar nog in Holland? Als je iets goeds en groots wilt doen, moet je hierheen komen. Ik stel je wel voor aan de juiste mensen.” Maar ja, ik dacht: in Holland weet ik wat ik heb, daar moet ik het nog maar afwachten. Ook al liep ik tegen slechte kritieken aan en deden de officiële instanties alles om mij het werken onmogelijk te maken, toch kon ik me moeilijk losmaken van Nederland. Maar Martine zei: “Nu hou je op met dat geflirt met Amerika. Het is welletjes geweest in Nederland, met het gezeik van al die klootzakken. Je hebt nu het aanbod voor het maken van Robocop, waarom ga je er niet gewoon naartoe? Als je het leuk vindt en de film gaat door, dan kom ik je met de kinderen achterna, en als het fout gaat, dan gaan we toch gewoon weer terug?” Toen durfde ik te vertrekken.’

Wat zou je willen veranderen aan je leven?

‘Ik heb er geen spijt van dat ik naar Amerika ben gegaan, ook al heb ik Zwartboek in Europa gemaakt. De censuur in Amerika is verstikkend geworden en ik kom er geen boeiende scripts meer tegen. Maar ik heb daar wel mijn beste film gemaakt: Basic Instinct. Dat is een film die niet beter gemaakt had kunnen worden. Alles klopte: de acteurs, de muziek, de montage. En dan te bedenken dat ik hem bijna niet gemaakt had… ik vond het maar een domme thriller. Opnieuw was het Martine die me overhaalde: “Paul, alles wat jij aanraakt, wordt goud. Net als bij Mozart. Doe het nou maar op jouw manier, dan komt het helemaal goed.”

Nee, als ik iets zou mogen veranderen aan mijn leven, dan zou ik graag nog een paar honderd jaar willen leven. Omdat ik nog allerlei films wil maken. En ik zou nog wel eens een tijd willen schilderen. Of serieus de sterrenkunde induiken. Daar heb ik nu geen tijd voor gehad.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Oud worden is een slachting. Het is één rechte weg naar de afgrond. Ik ben vorig jaar gedotterd. En ik merk dat ik ’s avonds niet meer een halve fles jenever kan drinken als ik de volgende ochtend vroeg op moet. Eerlijk gezegd zie ik het positieve van doodgaan niet zo. Het enige voordeel aan ouder worden is dat je filosofischer naar dingen kunt kijken. Vooral mijn studie van Jezus heeft me erg veranderd. Het belangrijkste dat ik over hem heb geleerd is misschien dit: aan de ene kant was hij net zo’n rebel als Bin Laden, maar anderzijds geeft Jezus ook het hoopvolle inzicht in wat de mens zou kunnen worden. De mens is tot nu toe altijd een beest geweest tegenover zijn medemens. We zijn een stel agressieve apen, en het wordt alleen maar erger. Kijk maar naar Amerika, dat is de afgelopen jaren afge­gleden tot een pseudo-fascistische staat. De mens heeft 150 miljoen soortgenoten uit de weg geruimd in de vorige eeuw, en als het zo doorgaat worden het er deze eeuw nog veel en veel meer. Mijn woede daarover laat ik in mijn films zien. Gelukkig bestaat op aarde ook het mededogen van de barmhartige Samaritaan. Sommige mensen lukt het een beetje om zo te leven. Mij niet, ik word ook agressief als ik mijn doel moet bereiken. Schreeuw ik tegen een producent: “Lul! Dit hebben we afgesproken, nou niet terugkrabbelen en zeggen dat er geen geld voor is. Rot toch op, zak!”’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘Liefde is niet iets waar je iets van leert. Liefde is iets wat bestaat, punt. De beste uitdrukking over de liefde is van dichteres Ida Gerhardt: “Zeven maal om de aarde te gaan, als het zou moeten op handen en voeten, om die ene te groeten.” Dat is wat ik voel voor Martine en mijn kinderen. Of ik het ook voor anderen voel? Dat weet ik niet zeker. Ik denk niet dat ik dit voel voor de vriendinnen die ik naast Martine heb gehad.

Martine en ik hebben elk onze eigen wereld en we laten elkaar ontzettend vrij. We zeggen nooit: “Je moet dit of dat, je moet hier zijn of daar.” Ik heb hier nu in Europa een film gemaakt en zij geeft muziekles aan de universiteit in Amerika. We zijn nooit monogaam geweest; kinderen van de jaren zeventig, nietwaar? Als je toen niet met anderen naar bed ging, dan leefde je niet. Maar ik vind het ook logisch dat je in je leven nieuwe mensen ontmoet. Ik kan soms bij een vrouw denken: “Dat is óók een leuke.” Soms niet zo handig, want er zijn natuurlijk vrouwen bij die je proberen weg te kapen. Soms ook heb ik wel eens advies gevraagd aan Martine, zoals die keer met Sharon Stone. Tijdens de opnames van Basic Instinct had ik met Sharon gezoend. We hadden iets dat op de rand was van wel en geen verhouding. Ik vroeg Martine: “Zal ik wel of niet met Sharon naar bed gaan?” Uiteindelijk heb ik het niet gedaan. Ik voelde dat ik Sharon kon bespelen en alles uit haar kon krijgen zolang ik het maar niet met haar deed. Ik heb het gevoel dat Basic Instinct juist dáárom zo’n zinderende film is geworden: alles wat ik met haar wilde doen en zij met mij, is in het echt niet gebeurd, maar je ziet het wel op het doek. Het is in de film terecht­gekomen.

Al met al is het zwaar om met mij een relatie te hebben. Soms ben ik onuitstaanbaar, door alle spanningen die bij het filmen komen kijken. In die periodes word ik zeer onredelijk en ga ik schelden. Martine, die veel barmhartiger is dan ik, zegt dan: “Je moet niet kwaad worden, maar je kwetsbaar opstellen. Daar bereik je veel meer mee.” Heeft ze helemaal gelijk in. Ik kan het nu ook wel een beetje, nadat ik veertig jaar de kunst bij haar heb afgekeken. Maar ik vergeet het ook nog wel eens; het is tenslotte niet helemaal mij.

Ondanks alles is Martine bij me gebleven. Laatst zei ze: “Als ik alles bij elkaar optel, zou ik opnieuw met je trouwen.” Blijkbaar heb ik het niet te bont gemaakt.’

Paul Verhoevens nieuwe film ‘Zwartboek’ gaat 14 september in première.[/wpgpremiumcontent]