Vind je levenspad

Kun je elke dag kiezen waar je heen wilt met je leven? Of ligt de richting voor de meeste mensen al vast? Psychologe Susan Krauss Whitbourne volgde jarenlang bijna tweehonderd levens, en ontdekte: het is nooit te laat om een andere weg in te slaan.

Het spreekt tot de verbeelding: in de BBC-tv-serie 7 Up gaan de programmamakers elke zeven jaar langs bij een aantal mensen die voor het eerst werden geïnterviewd op hun zevende. Als tv-kijker volgen we hoe boerenzoon Nick naar de universiteit ging en kernfysicus werd, en leven we mee met de getroebleerde Neil, die eerst een vrolijk jongetje was maar later aan lager wal zou raken. Nog even wachten tot 2012, dan kunnen we in 56 Up zien hoe het verder ging met Nick en Neil en alle anderen.

TEST
Doe de test »

Wat is je levenspad?

Ongeveer hetzelfde als de makers van 7 Up doet psychologe Susan Krauss Whitbourne van de Amerikaanse Amherst universiteit in Massachusetts, maar dan in de vorm van een wetenschappelijk onderzoek. Ze volgt over langere tijd de levens van een aantal mensen. Inmiddels heeft ze de gegevens van 182 personen over een periode van ongeveer veertig jaar geanalyseerd. De deelnemers aan haar onderzoek zijn inmiddels rond de 60 jaar oud; ze werden in 1966 voor het eerst door een collega-psycholoog van Krauss Whitbourne – die zelf toen nog op de middelbare school zat – ondervraagd. Bij de eerste ondervraging zaten ze op de universiteit en stond hun volwassen leven op het punt van beginnen. Tien jaar later spoorde Krauss Whitbourne

Log in om verder te lezen.

hen op en stelde hun dezelfde vragen als haar collega had gedaan: of ze vertrouwen hadden in andere mensen, hoe initiatiefrijk ze waren, hoe hard ze werkten, hoe close ze waren met anderen, hoe hun stemming was, of ze een gevoel van voldoening hadden over hun leven, en ga zo maar door. Zo’n tien jaar na die tweede peiling benaderde Krauss Whitbourne de onderzoeksgroep opnieuw, en nog eens tien jaar later weer.

‘Echt een fascinerend onderzoek,’ zegt Krauss Whitbourne. ‘Ik heb in al die jaren zóveel verschillende levens voorbij zien komen. Degenen die meedoen, hebben qua opleiding allemaal dezelfde start – ze zaten op dezelfde universiteit – maar hun levens namen soms totaal verschillende wendingen. Elke keer als er weer een envelop met ingevulde vragenlijsten binnenkwam, maakte ik die vol spanning open: hoe zou het deze persoon de afgelopen tien jaar zijn vergaan? Ik ben verknocht geraakt aan al die levensverhalen, en wilde kijken waarom de een linksaf en de ander rechtsaf sloeg op de kruispunten van het leven.’

Jezelf blijven ontwikkelen

Een belangrijk onderdeel van haar grootscheepse onderzoek was het toetsen van een beroemde psychologische theorie: die van psycholoog Erik Erikson over de acht levensvaardigheden (zie kader). Erikson, begin vorige eeuw een leerling van Sigmund Freud, ontwikkelde zijn theorie in 1963, maar deze was nog nooit uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Krauss Whitbourne: ‘Freud ging ervan uit dat onze persoonlijkheid in onze eerste vijf levensjaren wordt gevormd en vanaf dat moment min of meer vastligt, en daarmee ook ons levenspad. Erikson was het daar niet mee eens. Hij zei dat we ons gedurende ons leven constant blijven ontwikkelen, en dat we veranderen onder invloed van wat ons allemaal overkomt en de mensen met wie we te maken krijgen. Onderweg hebben we volgens Erikson acht levensvaardigheden te leren. Zo dient het eerste leermoment zich bijvoorbeeld al aan in ons eerste levensjaar, als we een basisvertrouwen in het leven moeten zien te ontwikkelen, namelijk dat de wereld een veilige plek is waar we gezien worden en de ander kunnen vertrouwen. Maar lukt dat onvoldoende, dan zal het daarna moeilijker worden om de volgende levensvaardigheden onder de knie te krijgen. Een volgende levensvaardigheid bouwt dus als het ware voort op een eerder geleerde levensvaardigheid. Voor iemand die als kind weinig basisvertrouwen heeft ontwikkeld, zal het moeilijk zijn zich in zijn adolescentie open te stellen voor intimiteit, omdat hij niet kwetsbaar durft te zijn.’

Krauss Whitbourne vond bewijs voor Eriksons aanname dat de acht levensvaardigheden niet allemaal op een specifieke leeftijd hoeven te worden geleerd. ‘In elke fase van ons leven kan er een moment komen dat we bijvoorbeeld moeten leren autonoom te zijn, of dat het erop aankomt dat we nu eens initiatief leren nemen. Neem Eriksons vierde levensvaardigheid: competentie. Daarbij gaat het erom dat we leren hoe we iets tot een goed einde kunnen brengen, met andere woorden: hoe we succes kunnen behalen in het leven. Daar krijg je voor het eerst mee te maken in je tienertijd. Maar het kan zijn dat je die vaardigheid pas oppikt als je in de dertig bent. Zo zag ik in mijn onderzoek veel mensen die in hun studententijd niet zo hun best deden voor hun studie, maar die dat later in hun leven, toen ze een baan hadden, wel belangrijk gingen vinden en ineens heel ambitieus werden. Hoewel ze in hun tienertijd helemaal niet zo vlijtig waren, waren ze later prima in staat succesvol te zijn.’

Hieruit trok Krauss Whitbourne de prettige conclusie dat er altijd hoop blijft voor laatbloeiers. ‘Sommige mensen bijvoorbeeld worstelen heel lang met Eriksons vijfde levensvaardigheid: het weten wie je bent. Ze blijven zich maar afvragen wat ze nu willen met hun leven. Ze hoeven niet te wanhopen, want ik heb in mijn onderzoek echt mensen gezien die jarenlang zoekende waren, maar op hun vijftigste toch nog hun bestemming vonden. Het kan.’

Echte ‘overwinnaars’

Toen de deelnemers aan het langlopende onderzoek van Krauss Whitbourne voor de vierde keer de vragenlijsten hadden ingevuld, en de onderzoekster hun scores vergeleek met die uit de jaren ervoor, begon haar iets te dagen: dat er verschillende soorten levenspaden bestonden waarop haar proefpersonen waren terechtgekomen. Krauss Whitbourne: ‘Wie me als eersten spontaan als groep opvielen, waren de mensen die steeds ongelukkig bleven doordat ze hun dromen maar niet verwezenlijkten. Ze scoorden laag op autonomie, hadden weinig vertrouwen in hun eigen kunnen, bleven weinig initiatief tonen, en maakten steeds de verkeerde keuzes in hun leven: ik noemde dat “de weg omlaag”.’

Vervolgens bekeek Krauss Whitbourne of ze de rest van de mensen ook kon indelen in ‘levenspaden’. Uiteindelijk kwam ze uit op in totaal vijf verschillende levenspaden. ‘Een ander pad dat ik ook vrijwel meteen zag opdoemen, was dat van de mensen die vroeg in hun leven hadden gekozen voor één duidelijke richting en daarvan nooit waren afgeweken; er was in al die jaren niets veranderd aan hun leven. Zij scoorden allemaal laag op autonomie. Hun pad doopte ik “de smalle rechte weg”.’

De andere drie levenspaden noemde Krauss Whitbourne ‘de winnaarsweg’, ‘de slingerweg’ en ‘de authentieke weg’. Vervolgens ontwierp ze een vragenlijst waarmee je kunt testen op welk levenspad je je bevindt (zie de test op pagina 26). Inmiddels heeft ze deze vragenlijst voorgelegd aan een grote groep mensen uit alle lagen van de bevolking. Daaruit kwam naar voren dat 47 procent op de authentieke weg zit, 27 procent op de smalle rechte weg, 10 procent op de weg omlaag, 10 procent op de slingerweg en 6 procent op de winnaarsweg. Vooral die laatste groep vond ze inspirerend. Enthousiast: ‘Dat waren de echte overwinnaars. Ze maakten veel meer tegenslagen mee dan de gemiddelde mens, maar sloegen zich daar toch steeds heldhaftig doorheen. Ik vond dat ze een aparte categorie verdienden.’

Tegenslag op tegenslag

Een Nederlands voorbeeld van iemand die door Krauss Whitbourne onmiddellijk onder de ‘overwinnaars’ zou worden geschaard is Maaike Bloem (43) uit Grootebroek. Bloems leven stond lange tijd op de pauzeknop vanwege tegenslag op tegenslag. Als 18-jarige kon ze niet naar de pabo, haar gedroomde opleiding, omdat ze haar ernstig zieke moeder moest verzorgen. Toen die na een dubbele longtransplantatie wat opknapte, werd Bloem zelf ziek: schildklierkanker. ‘Steeds als de kanker weg leek te zijn, kwam hij weer terug. Drie keer heb ik opgesloten gezeten in een loden kamer, in verband met een behandeling met radioactief jodium. Twee weken na zo’n behandeling mocht niemand dan in mijn buurt komen. Heel eenzaam voelde dat.’

Toen Bloem eindelijk genezen werd verklaard overleed plotseling haar moeder, op 58-jarige leeftijd, zonder dat Maaike erbij was. Vervolgens ontdekte Bloem dat haar man al drie jaar een minnares had. Haar huwelijk strandde en haar ex bleek niet in staat tot het betalen van alimentatie. Ze had inmiddels drie kinderen, waarvan de jongste een angststoornis bleek te hebben. ‘Je zou er wanhopig van worden, hè, als je het zo allemaal achter elkaar hoort,’ zegt Bloem. ‘Soms was ik natuurlijk wel heel boos en verdrietig, maar dat brengt je niet verder. Je kunt beter in oplossingen denken. Ik ben met mijn zoontje naar een therapeut gestapt. En na de scheiding besloot ik: nú ga ik de pabo doen.’ Inmiddels heeft Bloem een parttime baan als onderwijzeres. Eind januari studeert ze af aan de pabo. ‘Het is ontzettend zwaar: zo’n opleiding volgen, in je eentje drie kinderen opvoeden, plus twee bijbaantjes om alles te bekostigen. Maar ik houd vol, want eindelijk doe ik nu iets wat ík graag wil, en dat maakt me gelukkig.’

Diep weggestopte verlangens

Een voorbeeld van iemand die erin slaagde zijn overtuigingen te veranderen en daarna een totaal nieuwe weg in te slaan, is Frans Ottenhoff (46) uit Maastricht. Jarenlang zat hij op wat Krauss Whitbourne de smalle rechte weg noemt. ‘Ik had tot mijn 34ste een prima carrière als natuurkundige. Ik ging voor zekerheid en vroeg me verder niet zoveel af. Mijn ware verlangens had ik diep weggestopt, ik durfde daar niet op te vertrouwen. Ik ben altijd heel creatief geweest, ik schilderde bijvoorbeeld veel, maar daar deed ik verder weinig mee. Maar op een gegeven moment liep ik vast. Ik zag mezelf tot aan mijn pensioen bezig met stapels documenten vol met lettertjes en cijfertjes, en dacht ineens: o god, nee, dat niet! Het duurde een jaar of twee, maar uiteindelijk wist ik wat ik echt wilde: een creatief beroep. Ik nam ontslag en ben nu heel tevreden met mijn eigen evenementenbureau. Daarmee organiseer ik bedrijfsuitjes, waarbij mensen in een stad puzzels à la de Da Vinci Code moeten oplossen.’

Susan Krauss Whitbourne klinkt instemmend als ze het verhaal van Ottenhoff hoort: ‘Een mensenleven kan er van buitenaf succesvol uitzien, maar als je stevig doorvraagt, blijkt dat die mensen lang niet altijd écht gelukkig zijn met hun leven. Ik heb in mijn onderzoek aardig wat mensen met succesvolle carrières ondervraagd wier stemmings- en geluksscores vrij laag waren. Vaak zag ik dat ze niet alleen ongelukkig waren in hun werk, maar ook in de liefde. Ze konden bijvoorbeeld maar steeds geen partner vinden. Het een gaat vaak samen met het ander: als je de levensvaardigheid “intimiteit” niet goed beheerst, ben je niet goed in staat betrokkenheid te voelen, zowel bij een partner als bij werk.’

Een nieuwe wending

In het onderzoek van Krauss Whitbourne begonnen alle deelnemers met dezelfde kansen op dezelfde universiteit aan hun volwassen leven, maar hoe kon het toch dat ze uiteindelijk op zulke verschillende sporen terechtkwamen? Had de een misschien, zoals Maaike Bloem, wezenlijk andere dingen meegemaakt dan de ander, waardoor hun leven in een bepaalde richting was geduwd? ‘Ik denk dat dat voor een deel zo was,’ zegt Krauss Whitbourne. ‘Als je bijvoorbeeld op jonge leeftijd veel bent gepest, kun je heel onzeker worden. Die onzekerheid kan je levensloop sterk beïnvloeden. Mensen die bij de eerste meting onzeker over zichzelf waren, bleven dat vaak, met als gevolg dat ze weinig initiatief namen en bleven hangen in relaties en banen die geen voldoening schonken.’

Toch gelooft ze dat dit soort omstandigheden een ondergeschikte rol speelt in ons leven. ‘Het zijn vooral onze overtuigingen over onszelf en over de wereld die ons op een bepaald pad brengen. Met andere woorden: als je je overtuigingen verandert, komt er ruimte om een ander levenspad te bewandelen.’

In haar nieuwe boek The search for fulfillment beschrijft de psychologe hoe je meer voldoening kunt vinden als je je op een onbevredigend levenspad bevindt. ‘Ik wil mensen helpen hun leven een nieuwe wending te geven,’ aldus Krauss Whitbourne. ‘Er zijn namelijk altijd mogelijkheden voor verandering, in welke situatie je ook verkeert. Neem de mensen op de weg omlaag: zij denken vaak te negatief over zichzelf. Ze zien hun kwaliteiten niet en benutten die niet, waardoor ze niet de bevestiging krijgen dat ze iets kunnen; ze blijven hangen in een onbevredigend leven dat steeds slechter aanvoelt. Als ze wél gaan inzien wat ze te bieden hebben, durven ze daarnaar te handelen en komen ze uit hun neerwaartse spiraal.’ Denk dus niet: ‘Het is al te laat voor verandering’ of : ‘Ik heb geen talent’, maar zoek de mogelijkheden. Iemand die niet op de kunstacademie kon komen, kan altijd allerlei ándere kanten op met zijn creativiteit.

Ben ik nog wel tevreden?

Daar is levenslooppsycholoog Ernst Bohlmeijer van de Universiteit Twente het mee eens. Ook hij denkt dat onze overtuigingen de sleutel zijn tot een bevredigend levenspad. Bohlmeijer: ‘Je hebt grofweg twee mogelijkheden om naar je leven te kijken: óf positief, óf negatief. De een blijft bij tegenwind optimistisch, door tegen zichzelf te zeggen: “Ik heb vroeger ook al eens moeilijkheden overwonnen, dus hier kom ik ook wel overheen.” Aan de andere kant zijn er de mensen bij wie het leven stagneert als ze iets moeilijks meemaken. Ze zijn ooit ontslagen of hebben een ongeluk of een ziekte gehad, waarna hun hele leven als het ware geïnfecteerd is geraakt door zo’n tegenslag. Twintig jaar later relateren ze hun machteloosheid daar nog steeds aan. Tja, dan onderneem je natuurlijk niet zo snel meer iets en haal je steeds minder voldoening uit je leven.’

Het is dus zaak dat we doen wat mensen op de authentieke weg van nature al doen: ons regelmatig afvragen of we nog wel tevreden zijn met ons leven en daar ook consequenties aan durven verbinden, groot of klein. Dat is ook het advies dat Ernst Bohlmeijer geeft in zijn nieuwe zelfhulpboek Op verhaal komen, dat in april verschijnt. ‘De laatste levensvaardigheid uit het rijtje van Erikson vind ik de belangrijkste: dat je tevreden naar je leven kunt kijken. Ik raad mensen aan zich niet slechts aan het einde van hun leven af te vragen of ze tevreden zijn, maar dat al veel eerder te doen, en veel vaker. Stel jezelf geregeld de vraag welke mensen en dingen belangrijk voor je zijn. En dan hoef je heus niet meteen je hele leven overhoop te gooien. Ga bijvoorbeeld eens een dag minder werken, probeer iets nieuws uit en kijk hoe het bevalt; dan kun je daarna altijd nog kijken of je rigoureuzere stappen zet.’

De 8 levensvaardigheden: de theorie van Erikson

De Deens-Amerikaanse psycholoog Erik Erikson (1902-1994) zag onze psychische ontwikkeling als een levenslang proces. Volgens zijn inmiddels klassieke theorie moeten we in de loop van ons leven acht levensvaardigheden leren om goed te kunnen functioneren. Erikson ging ervan uit dat we deze vaardigheden in principe in bepaalde levensfasen opdoen (zie de leeftijden tussen haakjes); gebeurt dat niet of onvoldoende, dan is het mogelijk dat we ze later in ons leven alsnog gaan missen en pas dan onder de knie krijgen.

Vertrouwen (0-1,5 jaar): in de prille kinderjaren ontstaat de hechting met onze moeder. Als die goed verloopt, durven we later in ons leven anderen te vertrouwen.

Autonomie (1,5-3 jaar): in deze fase leren we onszelf beheersen en zelf dingen voor elkaar te krijgen. Wanneer onze ouders ons te veel beschermen en we te weinig zelf mogen doen, of als we belachelijk worden gemaakt wanneer ons iets niet lukt, krijgen we later in ons leven de neiging snel aan onszelf te gaan twijfelen, en durven we minder autonoom te opereren.

Initiatief (3-6 jaar): in deze fase leren we zelf initiatief nemen, een doel stellen en daar naartoe werken. Als onze ouders ons hier niet in aanmoedigen of ons ontmoedigen, zullen we later in ons leven moeite blijven houden met initiatief nemen.

Competentie (6 jaar-puberteit): in deze periode leren we allerlei vaardigheden die we nodig hebben om succesvol te kunnen zijn in de maatschappij: niet alleen basale zaken als lezen en schrijven, maar ook verantwoordelijkheid nemen en met anderen opschieten.

Identiteit (adolescentie): bij de overgang van kind naar volwassene gaan we door een identiteitscrisis: wie ben ik, wat wil ik? Als we geen duidelijk antwoord vinden op deze vragen, zullen we steeds op zoek blijven naar welke rol we nu eigenlijk hebben in het leven.

Intimiteit (jongvolwassen): in deze fase gaan we betrokkenheid voelen bij ons werk en ontwikkelen we duurzame, intieme relaties. Als we daar niet in slagen, kampen we met gevoelens van afzondering en eenzaamheid.

Productiviteit (middelbare leeftijd): dit is onze meest productieve periode: we brengen kinderen groot, maken carrière en helpen anderen. Het is de fase waarin we onze levensdoelen waarmaken. Slagen we hier niet in, dan raken we in onszelf gekeerd en stagneren we in onze ontwikkeling.

Tevredenheid (ouderdom): we hebben het gevoel dat ons leven betekenis heeft gehad, kijken er met tevredenheid op terug en accepteren de naderende dood. Kijken we echter met spijt terug en blijven we treuren om mislukkingen en gemiste kansen, dan zullen we de dood niet kunnen accepteren.

 

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Hoe kom ik erachter wat ik wil?

Lees verder
Branded content

6 onmisbare tips voor een gezond lang leven

Goed eten en genoeg bewegen, iedereen weet dat je daarmee gezond oud kan worden. Maar welke stappen ...

Lees verder
Interview

Pedagoog Micha de Winter: “Het mag best botsen”

We moeten niet bang zijn voor botsingen met onze zonen of dochters, vindt pedagoog Micha de Winter. ...

Lees verder
Artikel

Zo moe

Lees verder
Kort

‘Sorry jongens, geen feestje’

Lees verder
Artikel

Zo train je je onbewuste

Lees verder
Artikel

‘Bij elk vlekje denk ik: kanker’

Lees verder
Advies

Ik krijg steeds ruzie met mijn baas

Lees verder
Artikel

Wat uw bureau zegt over uw persoonlijkheid

Lees verder