De lange ontbijttafel is gedekt met zelfgemaakt brood, allerlei kazen, jams en ander beleg, muesli, vers fruit en yoghurt. Er worden broodjes besmeerd met boter en pindakaas, glazen verse jus ingeschonken, en de borden raken leeg.

Niets verraadt dat aan deze tafel tien vrouwen tussen de 18 en 45 jaar zitten met een hardnekkige eetstoornis: anorexia, boulimia, eetbuistoornis of een combinatie van die drie.

Deze prachtige omgebouwde boerderij midden in de Algarve is het decor van een zeer intensief therapeutisch verblijf van een maand dat een doorbraak kan forceren. We mogen een paar dagen meekijken en het programma is net over de helft.

‘Thuis ontbeet ik nooit,’ zegt Sarah terwijl ze een broodje naar binnen hapt. Ze heeft al twaalf jaar boulimia. ‘Rond een uur of elf begon ik met eetbuien en daarna braken. En dat deed ik dan zes keer per dag. Ik had totaal geen ritme.’

Stichting Human Concern, die ook in Nederland behandelingen voor eetstoornissen aanbiedt, begon anderhalf jaar geleden met dit Portugese programma; het is speciaal voor mensen die zijn vastgelopen in behandelingen in Nederland en vaak al jarenlang worstelen met hun eetstoornis.

Het vierweekse behandelprogramma belooft zelfs voor hen een omschakeling te kunnen betekenen. Het verschil met andere intensieve behandelingen? De focus ligt niet op verplicht eten en schema’s om gewicht aan te komen, maar op het aanzwengelen van de interne motivatie van de cliënt.

Daardoor komen een gezond eetgedrag en gezond gewicht op een meer natuurlijke manier tot stand, en dat maakt dat ze beklijven, zo is de overtuiging.

Nieuwe relatie met eten

Die overtuiging en visie zijn afkomstig van voormalig anorexia- en boulimiapatiënt Carmen Netten, die Human Concern tien jaar geleden oprichtte. Na vijftien jaar zonder resultaat met haar aandoening te hebben geworsteld in de reguliere hulpverlening bedacht ze hoe het beter moest.

Op die manier wist ze zichzelf te genezen, werd psychosociaal therapeut en ggz-agoog en besloot zich in te zetten voor anderen, met haar ervaringsdeskundigheid als grootste kracht. Net als zij hebben alle andere behandelaars bij Human Concern een eetstoornis overwonnen.

In de vier weken in Portugal wordt er tegelijkertijd aan verschillende aspecten van de eetstoornis gewerkt, zoals zelfbeeld, eerlijkheid en openheid, en contact met eigen gevoelens en het eigen lichaam.

En het opbouwen van een nieuwe relatie met eten: eten uit nieuwsgierigheid of behoefte, omdat het leuk, lekker en gezellig is. Niet omdat het moet, maar omdat het mag.

Er zijn wel richtlijnen omtrent eten. Naast ontbijt, lunch en avondeten eet iedereen drie tussendoortjes. Je wordt geacht je bord leeg te eten, maar er staan geen sancties op als je het niet doet.

Dat past in de visie van Carmen Netten: iemand met een eetstoornis moet zelf verantwoordelijkheid nemen, vanuit een van binnenuit gedreven wens en verlangen om te herstellen.

Wat van buitenaf wordt opgelegd, stuit alleen maar op verzet. Wél wordt er gepraat over de gevoelens die achter je beslissingen liggen. Want daar ligt de sleutel tot het overwinnen van een eetstoornis.

Achterdeurtjes

Eén keer per week bepaalt iedereen zijn ‘eetuitdagingen’. Onder de grote pijnboom gaan drie meiden in de zon zitten.

‘Ik wil meer gaan kiezen voor wat ik zélf wil in plaats van wat de eetstoornis wil,’ zegt Madeleine, een dun meisje met lange blonde haren. Ze heeft anorexia. ‘De eetstoornis wil dat ik alleen jam eet, want dat is fruit met een beetje suiker. Maar vandaag heb ik voor het eerst kaas op brood gegeten, want dat vind ik eigenlijk best lekker.’

Vrijwel iedereen met een eetstoornis heeft ‘verboden’ producten en ingrediënten. De een is bang voor pindakaas, weer een ander vindt chocoladepasta en andere zoetigheden ‘onveilig’.

‘Vaker voor onveilig kiezen’ komt bij de drie vrouwen steeds terug. En dat wordt door de behandelaars ook gestimuleerd. Experimenteren met ander gedrag en andere smaken, meer variëren, buiten de strenge regels van de eetstoornis treden.

En dan vooral delen met elkaar wat je gevoelens zijn, je angsten, je gedachten. Dat voorkomt dat de eetstoornis, die het liefst in het geniep opereert, het weer van je overneemt.

Daarom wordt er ook open gesproken over zogenoemde ‘achterdeurtjes’, haast onopgemerkte, listige trucjes die de eetstoornis uithaalt: toch stiekem het dunste broodje pakken, het yoghurtbekertje niet helemaal leegscheppen in je kom, steeds gaan zwemmen omdat je het zogenaamd warm hebt – veel vrouwen hier hebben beweegdrang en sporten thuis urenlang per week en soms zelfs per dag, maar dat mag niet tijdens deze behandeling.

In de tweede week van het programma gebruikten de cliënten volop achterdeurtjes, constateerden ze zelf. Maar gisteren heeft iedereen zijn stiekeme dingetjes verteld. Wie zijn vijand recht in de ogen wil kijken, moet hem uit de schaduw halen.

Met een bezemsteel

Openheid is een van de belangrijke pijlers van het programma. De vrouwen hebben daarom brieven geschreven naar ouders, partners en andere geliefden.

Die worden meegelezen door de therapeuten en daarna besproken in subgroepjes verspreid door de tuin. Doen de deelneemsters niet tóch weer iets wat de eetstoornis juist in stand houdt? Zijn ze wel helemaal eerlijk, bijvoorbeeld, over wat er nou echt aan de hand is?

Vaak weet niemand de rauwe, smerige, pijnlijke waarheid, behalve degene met de eetstoornis zelf. Zelfmoordgedachten, het geweld waarmee het soms gepaard gaat, de leugens.

Een meisje vertrouwt me toe: ‘Tijdens mijn eetbuien at ik twee grote shoppers vol met – deels gestolen – boodschappen in één keer op. Hele broden, chocoladerepen, bossen rauwe groenten, potten pindakaas, van alles. Tot mijn maag de maximale omvang had bereikt.

En dan gebruikte ik een bezemsteel om in die zwaar gespannen buik te steken en porren tot het er weer uit kwam. Ik weet niet wat voor schade ik heb aangericht in mijn lichaam. Of mijn darmen ooit weer normaal zullen functioneren, of ik nog wel zwanger kan worden.’ Ook zij vertelde thuis niemand de details.

Na de bespreking gaat vrijwel iedereen zijn brieven herschrijven. Nu de ongecensureerde versie, zonder poëzie, zonder rookgordijnen.

Stoornis als reddingsboei

Oprichter Carmen Netten noemt een eetstoornis ook wel een bestaansrechtstoornis of identiteitsstoornis. ‘De kern is dat je niet weet wie je bent. Het authentieke deel van de persoonlijkheid is bedekt onder lagen puin en ellende of gewoon niet voldoende ontwikkeld.’

Dat hoeft niet door opvoeding te komen, verzekert ze. ‘Mensen met een eetstoornis zijn meestal overgevoelige mensen met veel verantwoordelijkheidsgevoel die de zorgen van anderen op hun nek nemen en perfectionistisch zijn. Ze passen zich aan aan verwachtingen en raken zichzelf kwijt.

In eten zoeken ze een vorm van controle en bestaansrecht. De eetstoornis heeft een functie voor iemand. Daarom kun je iemand zijn eetstoornis ook niet zomaar afnemen; het is de reddingsboei voor iemand die niet genoeg verankerd is.’

Onderzoeken wat de functies van de eetstoornis zijn is daarom een belangrijk onderdeel van de Human Concern-therapie. Anorexia kan bijvoorbeeld voor iemand die in het dagelijks leven moeilijk nee kan zeggen een manier zijn om grenzen aan te geven.

Wie zijn emoties niet goed kan uiten, gaat misschien braken om een gevoel van opluchting te krijgen. Wie leert om op een gezonde manier grenzen te stellen en emoties te uiten, zal de eetstoornis niet meer nodig hebben.

Netten: ‘Behandeling zonder de kern aan te pakken stuit op enorm veel verzet, en ik begrijp dat. Wij respecteren het als je nog niet in staat bent de eetstoornis los te laten, maar gaan dan samen zoeken naar wat wél mogelijk is.’

Daarom ook heeft louter symptoombestrijding volgens haar geen zin. Het is belangrijk te ontdekken wat er onder de eetstoornis schuilgaat. Welke interessante informatie zit erachter verborgen, welk deel van iemands ‘zijn’ heeft het beschermd?

Ooit had dat nut, maar nu is het niet meer effectief. ‘Daarom zien we de eetstoornis niet als vijand, maar als bondgenoot en informatiebron. Je leert door de eetstoornis jezelf heel goed kennen. En dat is belangrijk om grip op je eigen leven te kunnen krijgen.’

Elkaar ziek houden

De volgende ochtend om half zeven ’s ochtends wordt Sarah gewogen. Ze komt het kantoor van de verpleegkundige binnen, kleedt zich uit en gaat op de weegschaal staan.

61,2 kilo. Een ons zwaarder dan de vorige keer, twee dagen geleden.

‘Hoe is dat?,’ vraagt verpleegkundige Valerie.

‘Kut,’ antwoordt Sarah. ‘Meer kan ik er niet van maken.’

Ze kwam de afgelopen twee weken 2,5 kilo aan. En dat is relatief veel. Maar dat kan gebeuren als een door een eetstoornis ontregeld lichaam weer normale voeding binnenkrijgt. ‘Na twaalf jaar boulimia weet het niet meer wat het met eten moet,’ vertelt verpleegkundige Valerie. ‘Sarahs stofwisseling ging op tilt.’

‘Ik ben bang dat ik thuis weer terugval omdat ik ben aangekomen,’ bekent Sarah. ‘Het is heel normaal dat je boos of bang bent,’ zegt Valerie, die zelf ook een eetstoornis heeft gehad.

‘Je mag je zo voelen na twaalf jaar. Je eetstoornis is niet in één keer weg. Maar als je ziet hoe je er nu bij zit, in vergelijking met toen je binnenkwam: je was grauw, bijna blauw in je gezicht, je kon geen poot verzetten. Je was hartstikke ziek, je hele lijf stond in de stress-stand. Je komt nu aan, maar je leeft wél. Ik ben ervan overtuigd dat je gewicht zich gaat stabiliseren.’ Ze nemen afscheid met een knuffel.

Later die dag vertelt Sarah dat het gesprek met Valerie haar geholpen heeft. Die extra ons bepaalt toch niet haar hele dag, zoals ze eerst vreesde.

Alle behandelaars bij Human Concern, op een arts, psychiater en verpleegkundige na, zijn zelf genezen van een eetstoornis. ‘Ervaringsprofessionals’ noemen ze dat hier, want ze hebben ook een therapeutische opleiding achter de rug, en worden getraind in het professioneel inzetten van hun persoonlijke ervaringen.

Leren proeven en genieten

In de reguliere geestelijke gezondheidszorg wordt het fenomeen ervaringsprofessional met argwaan bekeken. ‘Een therapeut hoort afstand te houden tot de cliënt,’ zegt Carmen Netten.

‘Wij scheppen juist een meer persoonlijke band, omdat ons therapeutische werk dan pas echt aankomt. Wat dat betreft begeven we ons op glad ijs. Maar juist daar is de meeste winst te behalen.

In normale klinieken ontstaat bij cliënten al snel een gevoel van “wij tegen de therapeuten”, waardoor ze elkaar steunen in negatieve zin en elkaar daarmee ziek houden. Hier doen we het samen in wederzijds vertrouwen.

In Portugal plannen we een paar keer een sessie waarin we iets vertellen over onze eigen worstelingen, maar ook onze keerpunten. Daar halen ze heel veel hoop en geloof uit.

En vertrouwen: in ons, in herstel, en het belangrijkste: in zichzelf. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, kun je een eetstoornis overwinnen.’

Uit onderzoek door de universiteit van Leiden blijkt dat de Human Concern-aanpak positieve resultaten boekt, en dat het herstel in ieder geval een half jaar na de behandeling beklijft.

Een belangrijk element van de behandeling in Portugal is de vrouwen ook weer eens op een positieve manier met eten te laten omgaan; om ze weer te laten genieten.

Daarvoor is er bijvoorbeeld tuintherapie, waarin ze in de moestuin van de boerderij kennismaken met verschillende groenten en kruiden, en hun zintuigen aan het werk zetten. Hoe ruikt salie eigenlijk? Hoe smaakt thee van verveine-blaadjes? En hoe ziet een aubergine eruit als ze nog aan de plant hangt?

Ook gaan ze mee naar de markt, waar de Britse huiskok Vere Ellis van alles vertelt over de vissen, lokale kazen en verse groenten die ze daar zien liggen. Meekijken en meehelpen in de keuken wordt gestimuleerd.

Vandaag wordt op een picknickplaats aan de oever van een riviertje een spelletje gedaan. Vere heeft bakjes met ingrediënten meegenomen die de vrouwen een voor een geblinddoekt moeten proeven. Dan blijkt hoe moeilijk dat voor sommigen is. Peterselie wordt aangezien voor koriander, huzarensalade voor piccalilly.

‘Beschrijf de textuur,’ moedigt Vere aan. ‘Is het bitter? Scherp? Zacht? Knapperig? Hard?’ Uiteindelijk wordt er toch ook veel goed geraden: gedroogd fruit, ingemaakte kersen, geraspte kaas, zonnebloempitjes. Er wordt gelachen en als de bakjes opengaan wil iedereen ruiken en proeven.

Vandaag lezen de vrouwen ten overstaan van de groep de brief voor die ze aan zichzelf hebben geschreven en die begint met: ‘Ik geloof in mijn herstel omdat…’ Dit kan een keerpunt betekenen, weet Carmen Netten.

De brieven zijn krachtig van inhoud en toon. Bij de meeste vrouwen bruist er weer iets. Na dertig jaar strijd tegen haar aandoening gelooft Judith nu bijvoorbeeld voor het eerst echt dat het anders kan: ‘De weg naar herstel is zoveel mooier dan de weg van de eetstoornis. Ik voel bevrijding. Ik heb zin in mijn leven thuis, met mijn gezin.

Om weer samen aan tafel te eten. Ik kan wel huilen van geluk. Maar ik weet ook wel dat dit gevoel tijdelijk kan zijn en dat ik voor die moeilijke momenten manieren nodig heb om te voorkomen dat ik terugval.’ Ze klinkt vastberaden: ‘Ik voel dat ik er ga komen.’

De cliënten in dit artikel heten in werkelijkheid anders.

Meer weten over deze therapie?

De intensieve behandeling Be-Leef! in Portugal wordt een aantal keer in voor- en najaar gegeven, en wordt deels door de verzekeraars vergoed. Familie in Nederland wordt bij het programma betrokken. Er is een vervolgprogramma om de overgang tussen Portugal en thuis te vergemakkelijken.

Meer informatie: www.humanconcern.nl