Wie een vermakelijk verhaal wil lezen over een vader en zijn kind en ondertussen toch iets wil leren, leest De baby in de spiegel van ontwikkelingspsycholoog Charles Fernyhough. Dit boek vertelt de avonturen van Athena, de dochter van de schrijver, van baby tot 3-jarige peuter. In het boek is Fernyhough niet alleen vader, maar ook onderzoeker. Hij analyseert en duidt het gedrag van Athena vanuit ontwikkelingspsychologische theorieën en wetenschappelijk onderzoek. Heel soepeltjes krijgt de lezer daardoor een heleboel informatie voorgeschoteld over de ontwikkeling van de hersenen, het bewustzijn, het geheugen en de taal in de levensfases van embryo tot peuter.

Fernyhough is niet de eerste die zijn eigen kind als studieobject gebruikt. Een beroemde voorganger is bijvoorbeeld ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget, die zijn kroost observeerde als basis voor zijn wereldberoemde cognitieve ontwikkelingstheorie. Het boek is echter niet alleen interessant voor mensen met kinderen. De baby in de spiegel geeft ook inzicht in je eigen, mysterieuze verleden als baby en peuter. Want hoewel we allemaal baby en peuter zijn geweest, weten we daar amper nog iets van. Des te intrigerender is het om te lezen dat baby’s zich wel degelijk dingen kunnen herinneren. Blijkbaar raken we die herinneringen ergens weer kwijt. In De baby in de spiegel lees je hoe dat zit.

– Charles Fernyhough, De baby in de spiegel, Uitgeverij Contact, € 26,95