Normen en waarden in de opvoeding

0-2 jaar: geen eigen geweten

Al in de eerste weken van een mensenleven wordt een begin gemaakt met het aanleren van normen en waarden. Als vader en moeder adequaat reageren op de directe behoeften van een baby, hem liefde en genegenheid geven en consequent zijn, raakt een baby veilig gehecht. En uit onderzoek blijkt dat een veilige gehechtheid een van de belangrijkste voorwaarden is voor een gezonde morele ontwikkeling. De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Grazyna Kochanska bijvoorbeeld deed onderzoek onder kinderen van twee en drie jaar en ontdekte dat hoe veiliger een kind gehecht was, hoe beter het zich aan regels hield als de ouder er niet bij was.

Vanaf ongeveer een jaar begint een kind de wereld om zich heen actief te ontdekken, en laten ouders zien welke regels er zijn. Eerst praktische regels, zoals ‘niet aan het stopcontact komen’. Daarna regels die iets zeggen over onze universele waarden, zoals anderen geen pijn doen, elkaar helpen, geen dingen kapot maken, respect hebben voor de natuur. Een kind van anderhalf begrijpt nog niet dat ‘lief zijn voor dieren’ een waarde is, maar het weet wel dat zijn moeder boos wordt als hij de kat aan zijn

staart trekt. Hij zal het dus niet doen als zij in de buurt is, maar vergeet het zodra ze er niet bij is. Een dreumes handelt nog niet vanuit een geweten dat hem corrigeert – daarvoor is hij aangewezen op zijn ouders.

Tegen de tijd dat kinderen een jaar of twee zijn, kunnen ze een beetje anticiperen op de straf of beloning die hen te wachten staat. Een kind van twee kan met zijn watervaste viltstiften op de muur krassen en daarbij met een stalen gezicht zeggen: ‘Mag niet.’ Het is het eerste teken dat het kind een eigen geweten ontwikkelt, dat hem zegt wat goed is en wat niet.

3-5 jaar: het begin van schuld en schaamte

Op deze leeftijd ontwikkelt het geweten zich vooral door straf en beloning. Voorwaarde is dan wel dat de nadruk ligt op het belonen van goed gedrag – complimenteer uw kind bijvoorbeeld met het feit dat het zijn snoepjes deelt of beleefd een handje geeft. Als straffen bij slecht gedrag toch nodig is, dreig dan niet met een te zware straf. Uit een klassiek experiment blijkt dat kinderen van vier jaar het spelen met een verboden, aantrekkelijk speeltje veel interessanter vinden als er een heel zware straf op staat, dan wanneer er een milde straf zal volgen.

Ook ineffectief: het kind dat, nadat het zijn zusje geslagen heeft, een tik krijgt van zijn moeder met de woorden: ‘Je mag je zusje niet slaan.’ Als je een kind wilt bijbrengen dat het anderen geen pijn mag doen, geef dan het goede voorbeeld. Pedagoge Emmeliek Boost van de opvoeddesk in Naarden: ‘En stuur een kind niet naar boven. Laat hem liever zien wat de gevolgen van zijn gedrag zijn. Laat hem niet alleen sorry zeggen, maar ook even over de zere plek wrijven.’

Vanaf een jaar of drie legt het geweten ook een innerlijke straf op het overtreden van morele regels: een kind krijgt last van schuldgevoel en schaamte. Psycholoog Jeanine Wouters doet aan de Universiteit van Maastricht onderzoek naar morele emoties bij kinderen. ‘Schuld en schaamte treden pas op als kinderen zich bepaalde regels hebben eigen gemaakt, als ze inzien dat hun gedrag gevolgen heeft en ze zich kunnen verplaatsen in de gevoelens van anderen. Dat begint bij een jaar of drie een beetje te komen.’

Dit is ook de leeftijd waarop kinderen gaan experimenteren met wat wel en niet mag. Ze weten dat ze de suikerpot niet boven de vloer mogen leegstrooien, en toch doen ze het. Niet om hun ouders dwars te zitten, maar om voor zichzelf vast te stellen waar de grenzen liggen. Alle regels die het kind tot dan toe heeft geleerd (niet jokken, niet pikken, niet slaan) brengt het nu voor zichzelf in kaart. En terwijl papa en mama nog steeds als extern geheugen functioneren, begint het interne geheugen bij het kind zich steeds verder te ontwikkelen.

6-8 jaar: de kleine moralist

Vanaf een jaar of zes hebben kinderen al een groot aantal normen, of regels, geïnternaliseerd. Ouders hebben zo vaak laten zien wat wel en niet mag, dat een kind dat ook nog weet als de ouder niet aanwezig is. Kinderen kunnen nu steeds beter rekening houden met andermans gevoelens. Ontwikkelingspsycholoog Rita Kohnstamm: ‘Door als ouder opmerkingen te maken als: “Jij zou ook moeten huilen als je zo hard viel— of: “Waarom moet dat jongetje nou zo lachen, denk je?— blijft een kind oefenen met sociaal perspectief en krijgt zijn morele ontwikkeling een goede voedingsbodem.’ Belangrijk is ook om te laten merken dat u zich goed kunt inleven in wat er in uw kind omgaat. De kans is dan groot dat het langzaam uw empathische houding overneemt.

Meisjes hebben over het algemeen een groter empathisch vermogen dan jongens. Volgens evolutionair psychologen zit dat er uit evolutionaire noodzaak meer in – later moeten ze als moeder ook voortdurend zien wat hun kind nodig heeft. Psychologe Martine Delfos stelt dat jongens meer begeleid moeten worden bij het inleven in anderen, bijvoorbeeld door hun gedrag chronologisch na te lopen: ‘Oké, hij is begonnen, en wat gebeurde er daarna?’ Zo leren ze stap voor stap welke invloed hun gedrag heeft op andermans gevoelens.

Wat zes- tot achtjarigen nog moeilijk vinden, is de betrekkelijkheid van regels in te zien. Ze ontpoppen zich dan ook vaak tot kleine moralisten. Regels worden strak nageleefd en ze houden goed in de gaten of anderen dat ook doen. Bovendien geloven ze in een rechtvaardige wereld waarin al het slechte wordt bestraft en al het goede beloond. Neem bijvoorbeeld de vader die met zijn kind van zeven gaat zwemmen. Hij heeft maar een uurtje de tijd en ziet bij binnenkomst een enorme rij bij de kassa staan. Hij besluit zonder kaartje naar binnen te lopen en legt aan zijn kind uit dat ze bij het weggaan wel betalen. Maar het kind weigert, zeer verontwaardigd, zonder te betalen naar binnen te gaan: ‘Dat mag niet!’

Kinderen zijn in deze leeftijdsfase zo rigide omdat ze nog geen oog hebben voor intenties. De Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Piaget, die als eerste het morele denken van kinderen bestudeerde, toonde dat aan met een beroemd geworden dilemma. Hij legde kinderen de vraag voor wie stouter is: de jongen die per ongeluk vijftien kopjes breekt als hij zijn moeder helpt opruimen, of de jongen die er per ongeluk één breekt als hij stiekem de jampot steelt. Tot een jaar of zeven, acht zullen kinderen de jongen die vijftien kopjes breekt stouter vinden. Pas later begrijpen ze dat de intenties van deze behulpzame jongen juist beter waren.

9-11 jaar: alleen de wereld in

Vanaf een jaar of negen heeft een kind meer oog voor iemands bedoelingen. Ook leert het dat een regel niet meer is dan een afspraak. Kinderen worden daardoor ook toleranter ten opzichte van anderen, die afwijkende regels hanteren. Een kind dat zich altijd voorbeeldig gedragen heeft, kan ineens weigeren op te staan voor een oud vrouwtje in de tram. Het weet nu: beleefdheid is geen ijzeren wet. Ze kunnen ook over regels onderhandelen.

Dit is een kruispuntfase. De waarden en normen die de ouders hebben overgebracht, moet het kind nu steeds vaker alleen in praktijk gaan brengen. Het krijgt in zijn eentje te maken met een hulpbehoevende zwerver op straat, kinderen die iemand pesten of een klasgenootje dat spullen uit de Hema jat.

Op deze leeftijd beginnen kinderen hun eigen weg te gaan. Op de eerste botsingen reageren ouders vaak wat rigide. Ze zijn zo gewend hun kind nog onder hun hoede te hebben, dat ze moeite hebben met de eigen wensen en meningen van hun kind. Zeker bij het oudste kind houden ze die controle daardoor vaak te lang vast. Boost: ‘Wil je de normen en waarden thuis bespreekbaar houden, stel dan op deze leeftijd veel stel-dat-vragen. Zoals: “Stel dat je vriendinnen op school iets pikken, wat doe jij dan?— Daardoor blijven kinderen nadenken over gewetensvragen.’

Vanaf een jaar of negen moet je bepaalde regels ook durven te veranderen, zonder dat het iets afdoet aan de achterliggende waarden. Stel voor uzelf vast welke regels uw waarden het best vertegenwoordigen. Als u behulpzaamheid belangrijk vindt, maar uw dochter en de hulpbehoevende buurvrouw liggen elkaar niet, breng dan gewoon zélf haar lege flessen naar de glasbak. En laat uw dochter af en toe haar broertje helpen met zijn huiswerk. Zelf het goede voorbeeld geven is bovendien belangrijk om waarden over te dragen. Ook omdat uit onderzoek blijkt dat ouders nog steeds een groot aandeel hebben in het moreel redeneren van kinderen tussen negen en twaalf jaar: de manier waarop hun ouders tegen een moreel probleem aankijken, wordt nog heel sterk door deze kinderen overgenomen.

12 jaar en ouder: eigen waarden

Vanaf een jaar of elf hebben kinderen een redelijk ontwikkeld moreel besef. Nu ze begonnen zijn de denkwijzen die zij van huis uit hebben meegekregen te toetsen aan hun omgeving, blijven niet alle normen en waarden van hun ouders overeind. Dat kan botsen met thuis. Toch is dat nodig voor hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. De normen en waarden die adolescenten zich eigen maken, blijken vaak tot laat in hun leven een stempel te drukken op levensvisie en levensstijl.

Ruzies in de puberteit gaan vaak over afspraken. Boost: ‘Rekening houden met elkaar is een van de belangrijkste waarden in een gezin, maar juist op deze leeftijd gaan kinderen steeds meer hun eigen weg. Ouders reageren daar soms op met opmerkingen als: “Het is hier geen hotel.— Zorg daarom dat je een centrale agenda hebt waar alle gezinsleden hun afspraken in zetten. En pas regels aan als dat nodig is.’

Wat ouders volgens Boost bij kinderen in deze leeftijd moeilijk vinden, is dat eerlijkheid niet meer boven aan hun lijstje met belangrijke waarden staat. ‘Ze zijn nog wel eerlijk tegen hun beste vriend of vriendin, maar niet meer tegen jou. Verwacht dat niet van je kind – het heeft die privacy nodig om zichzelf te ontwikkelen. Dat betekent dat je als ouder je kind een beetje moet loslaten.’

Kies wat u écht belangrijk vindt

Eerlijkheid, verdraagzaamheid en respect voor de mens, dier en natuur zijn belangrijke waarden voor veel mensen. Emmeliek Boost adviseert ouders te bedenken welke waarden ze in de prakrtijk het belangrijkst vinden. Staat eerlijkheid echt bovenaan, of kunt u er wel om lachen als uw kind af en toe jokt? En aan welke waarden hecht uw partner het meest? Stel uw top-5 samen met behulp van de onderstaande lijst

Beleefdheid

Veiligheid

Trouw

Liefde

Solidariteit

Hulpvaardigheid

Empathie

Sportiviteit

Zelfstandigheid

Eerlijkheid

Vredelievendheid

Sociaal gedrag

Respect voor mens/dier/millieu

Berouw

Weerbaarheid

Vriendschap

op de site

Hebben kinderen van nu nog wel normbesef? Of zijn andere waarden tegenwoordig belangrijker dan beleefdheid en fatsoen? Discussieer mee op de site!

www.psychologiemagazine.nl[/wpgpremiumcontent]