‘Ik wist meteen: ik doe het gewoon alleen’

Raquel (31) werd zwanger van een man met wie ze geen relatie had. Haar zoon Jaivey is nu 4 jaar.

‘Ik wist al jong dat ik kinderen wilde, liefst veel. Het begon echt te kriebelen rond mijn 25ste. Ik had toen vier jaar een relatie; een kind krijgen was een logische volgende stap. Ik was er kapot van toen de relatie vlak daarop eindigde.

De jaren erna was ik single. Ik had het leuk met één bepaalde man, maar we hadden geen relatie. Net toen we hadden besloten dat we elkaar niet meer zouden zien, bleek ik zwanger te zijn. Noem het dom, maar ik was in mijn vorige relatie gestopt met de pil en er nooit meer mee begonnen. De avond dat ik ontdekte dat ik zwanger was, ben ik heel kalm in slaap gevallen. De volgende ochtend werd ik weer net zo kalm wakker. Dat was voor mij een teken – het moest zo zijn.

Ik had het vermoeden dat de vader het kind niet zou willen, maar ik wist meteen: ik doe het gewoon alleen. Mocht Jaivey me ooit kwalijk nemen dat ik deze keuze heb gemaakt, dan zal ik zo goed mogelijk proberen om het hem uit te leggen. Maar daar maak ik me nu niet druk om. Net zo min als ik ermee zit dat hij niet dagelijks een vader om zich heen heeft.

In mijn eentje een kind opvoeden is wel iets wat past bij mijn zelfstandige karakter. Mijn omgeving keek er ook niet raar van op, hoewel de Nederlandse kant van mijn familie zich wel afvroeg hoe ik zwanger kon zijn zonder vriend. De Surinaamse kant was alleen maar blij, niemand vroeg naar de vader.

Samen genieten van je kind lijkt me heerlijk, maar in mijn eentje kan ik ook straalverliefd op hem zijn. Toch zou ik graag willen ervaren hoe het is om een kind samen met een man te hebben. Seks hebben om een kind te krijgen, dat lijkt me de beste seks ooit. Maar ja, ik ben nu 31 en mijn vruchtbaarheid holt straks achteruit. Op die man kan ik dus eigenlijk niet te lang wachten. Als het moet, kies ik er dit keer bewust voor om het alleen te doen. We leven in 2013, ik ken nog maar weinig mensen die een relatie voor het leven hebben.’

‘Waarom zou ik eigenlijk wachten op een man?’

Marjan (37) adopteerde bijna twee jaar ­geleden haar zoon Mohale (nu 3).

‘Ik ben opgevoed met het idee: later ga je trouwen en krijg je samen kindjes. Ik heb een paar korte relaties gehad, maar ben de ware niet tegengekomen. Ik was ook niet heel erg naar hem op zoek, moet ik eerlijk zeggen. En ik dacht: met die kindjes komt het wel goed.

In 2007 sprak ik op een cursus van het werk een vrouwelijke collega. Ze was bezig met het inrichten van een kinderkamer. “Maar je bent toch alleen?” was mijn reactie. Ze vertelde dat ze in haar eentje een kind ging adopteren. Het was alsof er een kwartje viel toen ik dat hoorde. Mijn moedergevoelens kwamen ineens heel sterk naar boven drijven. Het idee liet me niet meer los. Een kind krijgen leek me fantastisch, waarom zou ik eigenlijk op een man wachten als ik het ook alleen kon doen?

Wat ik absoluut niet wilde, was een kind krijgen samen met een “vreemde”. Adoptie was voor mij dus de oplossing. Ik zocht uit wat ik moest doen, sprak opnieuw met mijn collega. Mijn omgeving reageerde enthousiast: dit past bij jou.

Het adoptieproces was af en toe frustrerend, omdat je vooral moet afwachten. Bijna vijf jaar na mijn aanvraag mocht ik eindelijk Mohale in Lesotho gaan ophalen. Het was beter voor de hechting tussen hem en mij als ik dat in mijn eentje zou doen. Mijn ouders beloofden me: als het nodig is, zijn we er binnen een dag. Ik heb het nodig dat ze zo achter me staan. Als mijn familie het geen goed idee had gevonden, had ik het nooit gedaan.

Sommige mensen vinden het knap van me. Zo voelt het niet voor mij. Ik ben altijd erg onafhankelijk geweest en heb altijd mijn eigen keuzes gemaakt. Ik vind het fijn om een kind te kunnen helpen dat door omstandigheden niet bij zijn ouders kan zijn. Ik had verwacht dat het zwaarder zou zijn om in mijn eentje een kind op te voeden, maar het valt me enorm mee. Nu heb ik ook geboft met Mohale; het is een geweldig kind.’

‘Deze keuze maakte ik met mijn hart’

Karin (39) raakte zwanger via een online donorbank. Dochter Eva is 15 maanden.

‘Op mijn 35ste wist ik pas zeker dat ik kinderen wilde. Ik val op vrouwen, had geen partner, maar ik wilde wel sámen een kindje. Dat ik het ook alleen kon doen was helemaal nooit in me opgekomen. Totdat mijn zus vroeg: waarom niet eerst een kind, en daarna pas een partner? Er waren wel dingen waarover ik me zorgen maakte. Wat als ik mijn baan verlies? Kan ik mijn kind wel alles geven? Tot ik tot de conclusie kwam dat liefde onbetaalbaar is. Dit is een keuze die je maakt met je hart.

Ik meldde me aan bij een kliniek die bleek te werken met het wederkerigheidsprincipe. Om donorzaad te krijgen moest ik enkele eicellen afstaan, die de kliniek voor een andere patiënt kon gebruiken. Een mooi idee, maar dat zou betekenen dat mijn kind zowel halfbroers en halfzussen kon krijgen aan mijn kant als aan de kant van de donorvader. Dat leek me voor een kind vrij veel om te verwerken.

De kliniek wilde me alsnog wel helpen als ik zelf donorzaad zocht waarmee ze me dan konden behandelen. Ik kwam op het spoor van een online Deense spermabank. Op hun site kon ik kiezen uit zo’n honderd donoren. Bij elke donor stonden een kinderfoto, een geluidsfragment van zijn stem, persoonlijke informatie en zijn motivatie. Ik koos voor mijn donor omdat ik aangetrokken werd door wat hij schreef over zichzelf en waarom hij donor wilde worden. Hij had er ook een handgeschreven brief bij gedaan over hoe hij in het leven staat, wat hij belangrijk vindt en wat hij aan zijn donorkind en wensouders wil meegeven. Een brief die ik later aan Eva kan geven.

Hoe klein Eva ook is, ik praat nu al met haar over haar Deense donorvader, die

ze later ook kan ontmoeten als ze wil. Daarmee wil ik haar laten voelen dat het een open onderwerp is. Hoe ze het zelf later zal ervaren, dat is afwachten. Is ze het ermee eens dat ik het zo heb gedaan? Is ze boos dat ze geen vader in haar leven heeft? Hoewel ik het leven dat ik met haar heb nooit meer zou willen inruilen, vind ik dat nog weleens moeilijk.’

‘Deze donor wil ik graag nog een keer’

Emma (31) heeft Luuk van 2 via een donorvader.

‘Ik heb een moeilijke jeugd gehad, en daardoor vind ik het lastig om lange, intense relaties te hebben. Maar angst of ik het moederschap zou aankunnen had ik niet. Ik ging ervan uit dat ik het af en toe moeilijk zou krijgen, maar één ding wist ik zeker: ik ging het niet zo doen als mijn ouders en grootouders.

Op mijn 28ste had ik een vaste baan, en net een huis gekocht. Ik was klaar voor de volgende stap. Ik had geen idee hoe ik het moest aanpakken, maar dankzij Google ben ik een eind gekomen. Na een tijdje zoeken en lezen wist ik wat ik wilde: een donor die ik van het begin af aan kende.

Ik wilde hem niet in mijn eigen omgeving zoeken, dat kwam me te dichtbij. Dus plaatste ik een oproepje op internet. Ik kreeg tientallen mails. Ongeveer een kwart kwam van mannen met verkeerde intenties. Op besloten fora van bewust alleenstaande moeders kun je zelfs zwarte lijsten vinden, van mannen die alleen maar uit zijn op seks, of van “fokstieren”, mannen die zoveel mogelijk nageslacht willen.

De man die uiteindelijk de donor van Luuk werd, was zelf heel voorzichtig op zoek. Zijn zus en haar vrouw hebben ook kinderen van een donor, en dat vond hij zoiets moois, daar wilde hij ook iemand mee helpen. Op het moment van doneren was het even alsof ik in een foute film was beland. Daar stond hij dan – eigenlijk een vreemde – in mijn badkamer, om zijn bijdrage te leveren. Vervolgens moest ik het zaad inbrengen met behulp van attributen die ze ook in het ziekenhuis gebruiken. Er was echt niets romantisch aan. Gelukkig was ik na de tweede poging al zwanger.

Voorlopig wil ik afstand bewaren. We hebben afgesproken dat hij geen enkel contact met Luuk heeft, tenzij Luuk daar zelf voor kiest. En dan kan dat. Ik ben me bewust van het risico dat de donor zich bedenkt en een rol in het leven van Luuk opeist zonder dat Luuk daar zelf voor heeft gekozen. Aan de andere kant heb ik er ook weer zoveel vertrouwen in dat ik hem graag een tweede keer als donor wil. Dan wordt Luuks familie ook wat groter.’

Emma en Luuk zijn niet hun echte namen

‘Ik heb jaren geworsteld om het ideale plaatje los te laten’

Annemarie (39) kreeg haar zoon Yannick (nu 8 maanden) van een donor via een kliniek.

‘Ik genoot volop van mijn vrijheid. Maar toen ik 31 was en mijn zusje zwanger werd, besefte ik ineens ten volle: dat wil ik ook. Ik had alleen geen partner. Toen ik die drie jaar later nog steeds niet had, besloot ik te bekijken of ik het ook alleen kon doen. Ik wilde mezelf niet op mijn 45ste verwijten dat ik er nooit over had nagedacht.

De praktische kant vormde geen probleem. Ik deed toch altijd alles in mijn eentje, ik ben zelfstandig ondernemer, waarom zou ik geen kind kunnen opvoeden? Wel zat ik ermee of ik het mijn kind kon aandoen om zonder vader op te groeien. Daar was ik vrij snel uit: ook in mijn eentje heb ik veel te geven. En uiteindelijk leek het me erger om nooit kinderen te krijgen dan om alleen een kind te krijgen.

Het was een worsteling om het ideale plaatje los te laten. Ik wilde toch graag een leuke man en daarna een kind. Ik kom uit een hecht gezin, had een lieve, betrokken vader. Waarom lukte het me niet om een leuke vent te vinden? Die worsteling nam zes jaar in beslag. Toen, op mijn 37ste, volgde ik een cursus waardoor ik heb geleerd te accepteren wie ik ben, en te leven met het feit dat er op sommige “vragen des levens” geen antwoord mogelijk is. Alsof het zo moest zijn, belde vlak daarna de kliniek waar ik me alvast had ingeschreven: ik mocht op intakegesprek komen.

Tijdens mijn zwangerschap moest ik nog wel af en toe slikken als ik bijvoorbeeld bij de verloskundige zat en er zo’n happy family de deur uit kwam stuiven. Als ik iemand meenam naar zo’n afspraak was het al wat minder erg.

De psycholoog van de kliniek heeft gezegd dat het beste is om Yannick, hoe klein hij ook is, meteen te vertellen waar hij vandaan komt. Als ik dat eerlijk vertel, en hem duidelijk maak hoe gewenst hij was, dan zal het wel goed ­komen, denk ik. Mijn leven met mijn zoon is precies zoals ik me had voorgesteld – zelfs nog beter. Het is de beste keuze die ik ooit in mijn leven heb gemaakt.’

Kan een kind zonder vader?

Wil ik het? Mag ik het? Kan ik het? Dat zijn de drie belangrijkste vragen voor vrouwen die overwegen om in hun eentje een kind te krijgen. Coach Barbara Lammerts van Bueren, auteur van Geen partner, wel een kinderwens, helpt single vrouwen bij die kwesties. De vraag of je alleen voor een kind mág kiezen, weegt het zwaarst, merkt ze in de praktijk. ‘Vrouwen realiseren zich dat hun kind zonder vader zal opgroeien en een deel van zijn genetische achtergrond niet zal kennen. Zal hun kind hen dat straks kwalijk nemen? Een groot ethisch dilemma, dat uiteindelijk een reden kan zijn om niet voor deze situatie te kiezen.’

Opgroeien zonder een vader, kan dat eigenlijk kwaad? Pedagoog Henny Bos van de Universiteit van Amsterdam denkt van niet. Ze doet sinds 2000 in Nederland onderzoek naar kinderen die opgroeien bij twee lesbische moeders. Ook is ze betrokken bij een internationale langetermijnstudie naar lesbische gezinnen die sinds 1985 loopt. ‘De laatste jaren is in Nederland een soort morele discussie op gang gekomen over de feminisering van de samenleving,’ zegt Bos. ‘Steeds meer kinderen groeien op zonder mannelijke rolmodellen in hun leven en dat leidt volgens sommige mensen tot probleemgedrag, vooral bij jongetjes. Maar wetenschappelijk gezien bestaat er geen bewijs voor deze gedachte.’

In het internationale onderzoek hebben Bos en haar collega’s een grote groep kinderen van lesbische moeders op hun 17de ingedeeld in twee groepen: degenen die mannelijke rolmodellen in hun leven hadden, en degenen die dat niet hadden. ‘We hebben geen verschillen geconstateerd in erkend stereotiepe mannelijke gedragingen zoals dominantie en assertiviteit, of in erkend probleemgedrag zoals teruggetrokken, agressief of grensoverschrijdend gedrag. Er waren ook geen verschillen tussen jongens en meisjes.’ Bos kan niet zeggen of deze conclusies ook gelden voor kinderen die opgroeien met één moeder. ‘Maar het geeft wel aan dat opgroeien zonder vader – of zelfs zonder enig mannelijk rolmodel – niet per definitie hoeft te leiden tot problemen.’

Onderzoek naar het effect van opgroeien in eenoudergezinnen gaat meestal over eenoudergezinnen die zijn ontstaan door een echtscheiding, zegt Lammerts van Bueren. ‘Daar is natuurlijk meer aan de hand: het verlies van een partner en ouder, een conflict, vaak achteruitgang in inkomen. Dat zijn gebroken gezinnen. Een vrouw die er bewust voor kiest om alleen een kind te krijgen, die er goed over nadenkt of haar situatie stevig genoeg is: dat is geen gebroken gezin. Dat is óók een intact gezin. Er bestaat – relatief klein – onderzoek naar kinderen van BAM-moeders, bewust alleenstaande moeders, en daaruit blijkt dat het prima gaat met deze kinderen.’

Een klein aantal vrouwen kiest voor adoptie of pleegzorg, maar de meesten willen zelf zwanger worden. Ze hebben dus een donor nodig, en dat is een vraagstuk op zich, zegt Lammerts van Bueren. ‘Soms kiest een vrouw er bewust voor om zwanger te raken van een onenightstand, maar dat juich ik niet toe. Los van het feit dat je zo’n man besodemiedert, staat niet voor niets sinds 2004 in de wet dat een donor niet anoniem mag zijn.’ Dat geldt ook, zegt ze, als een vrouw in een Nederlandse kliniek wordt behandeld met zaad van een buitenlandse donor. Het kind kan als het 16 jaar is contact zoeken met de donor.

‘Een vrouw kan ook kiezen voor een donor die ze zelf al kent, die misschien ook wel een rol gaat spelen in het leven van haar kind,’ zegt de coach. Haar wordt vaak gevraagd welk type donor het beste is voor het kind. ‘Als je kijkt naar wat oudere donorkinderen daar zelf over zeggen, is het belangrijkste dat het kind in contact kan komen met de donor, ook al is dat pas op zijn 16de. Ook belangrijk is dat er openheid is over hoe het kind er is gekomen.’

Meer lezen over BAM-moeders? Barbara Lammerts van Bueren, Geen partner, wel een kinderwens; handreikingen voor alleenstaande vrouwen die het moederschap overwegen, Zhonoor, € 22,95; www.alleenmetkinderwens.nl