Magisch denken

  • 2309 woorden
  • leestijd is 12 minuten
  • Foto: Lili Kovac @unsplash
We geloven in de kracht van mascottes, praten tegen onze auto, en nemen toch maar geen suiker als op de verpakking ‘vergif’ staat. Waarom iedereen magische gedachten heeft – zelfs slimme en rationele mensen.

Toen ik nog een kind was, leek alles mogelijk. Als ik het maar hard genoeg wilde, zou ik vast mijn oudere zus in leeftijd kunnen inhalen. Mijn lievelingsknuffel had gedachten en gevoelens, hij keek in elk geval verdrietiger uit zijn kraaloogjes als ik hem verwaarloosde. En nadat mijn zus had gedroomd dat je kon vliegen door met kartonnetjes te flapperen, hebben we dat enthousiast een hele middag geprobeerd te herhalen.

TEST
Doe de test »

Welke magische overtuigingen heb je?

Alle kinderen hebben dergelijke magische gedachten. Dat komt omdat hun theorieën over hoe de wereld in elkaar zit nog niet helemaal goed zijn uitgedacht. Al vanaf hun geboorte gaan kinderen hard aan de slag om patronen en verbanden te ontdekken, die het leven voorspelbaar en overzichtelijk kunnen maken. Maar soms voeren ze de ontdekte patronen te ver door. Als je kunt leren lopen en fietsen, waarom zou je dan niet kunnen leren vliegen?

Hoe meer kennis we in de loop van de tijd opdoen over de wereld, hoe meer we leren dat knuffels niet tot leven komen en dat we niet kunnen vliegen, hoe hard we ook flapperen. Maar toch verdwijnt het magisch denken niet, hebben psychologen de laatste decennia ontdekt. Zelfs ons volwassen leven zit vol magische gedachten.

Dat toonde bijvoorbeeld de Russische psycholoog Eugene Subbotsky in 1997 in een onderzoek aan. Hij deed een postzegel in een doos, zei een toverspreuk, opende de doos weer en ziedaar, de postzegel was in tweeën geknipt. Alleen de jongste proefpersonen dachten dat het om tovenarij ging. Vanaf negen jaar gingen de proefpersonen ervan uit dat de postzegel op de een of andere manier verwisseld was: je kunt iets niet doormidden toveren. Maar wanneer Subbotsky de volwassenen voorstelde om hun paspoort of rijbewijs in de doos te leggen, wilden de meesten dat toch liever niet.

Voor het geval dát

Dat is precies hoe onze volwassen neiging tot magisch denken werkt, legt de Amerikaanse wetenschapsjournalist Matthew Hutson uit in zijn boek The 7 laws of magical thinking, dat binnenkort in het Nederlands verschijnt. Ons rationele deel gelooft niet dat je een postzegel in tweeën kunt toveren, of dat je bijvoorbeeld onheil over jezelf kunt afroepen door onder een ladder door te lopen. Maar er is ook een intuïtief deel van ons dat het wel gelooft, en roept: doe het nu maar niet, voor het geval dat. Om het zekere voor het onzekere te nemen luisteren we vaak toch naar dat stemmetje. Terwijl we onszelf voor gek verklaren, en ervoor zorgen dat niemand ons ziet, lopen we dan toch om de ladder heen.

Hoezeer we er magische gedachten op nahouden heeft niets te maken met onze intelligentie of hoe rationeel we zijn, blijkt verder uit onderzoek. Ook slimme mensen geloven dingen waarvan ze weten dat ze niet kloppen. Waar het wél mee te maken heeft is onze evolutie, denken steeds meer wetenschappers. Voor onze voorouders was het van levensbelang om snel verbanden te kunnen leggen en patronen te kunnen zien – van deze paddenstoelen word je ziek; bij die persoon kun je maar beter uit de buurt blijven; rennen, dat is een slang. En omdat het minder erg is om een denkbeeldig verband te zien dan om een belangrijk verband te missen, zijn we wat dat betreft overgevoelig ingesteld. Het gevolg is een reeks hardnekkige magische gedachten, die er moeilijk uit te krijgen zijn. Zoals:

Magische gedachte 1: voorwerpen kunnen denken

Alles om ons heen behandelen we als medemensen: honden, bomen, computers en fietsen. We vertellen onze zielenroerselen aan de kat, verwensen een doos die in de weg staat, moedigen onze auto aan op een steile helling, en proberen de printer gunstig te stemmen zodat hij het papier deze keer niet opeet.

We houden zelfs rekening met het zelfvertrouwen van computers, bleek uit onderzoek: nadat proefpersonen op een bepaalde computer hadden gewerkt, gaven ze een hogere beoordeling van die computer als ze de vragenlijst op hetzelfde apparaat moesten invullen, dan wanneer ze de vragenlijst invulden op papier.

Die neiging om overal persoonlijkheden in te zien, heeft te maken met een eigenschap die evolutionair van levensbelang is geweest: het aflezen van andermans gedachten en gevoelens. De hele dag zijn we bezig met het ontrafelen van intenties. Wat bedoelt hij daarmee? Waarom doet ze dat? Wat betekent die blik? Zo kunnen we andermans gedrag voorspellen. Daar zijn we zo goed in, dat we geneigd zijn om ook gedachten en gevoelens te plakken op alles om ons heen.

Die neiging wordt versterkt door ons talent om overal gezichten in te zien. In een auto, in een stopcontact, in het universum: het gezicht dat lijkt op te doemen uit een tafelberg op Mars was voor sommigen een teken dat er echt leven is geweest op die planeet.

Ook beweging maakt dat we iets al snel zien als een wezen met gedachten en gevoelens. Uit onderzoek wordt duidelijk dat we al intenties en gedachten toeschrijven aan een simpel stipje dat op een scherm beweegt en af en toe van richting verandert, of soms stopt en weer doorgaat. Dit effect wordt nog sterker als het stipje reageert op zijn omgeving, en bijvoorbeeld een ander stipje achterna zit.

Magische gedachte 2: dingen hebben een positieve of negatieve lading

Een tweedehands toilet en een uitgekauwde kauwgom klinken niet direct als begerenswaardige hebbedingen. Tenzij de vorige eigenaar beroemd is. Het toilet van J.D. Salinger, de schrijver van The catcher in the rye, ging van de hand voor een miljoen dollar, een stuk kauwgom dat Britney Spears in haar mond had gehad voor veertienduizend dollar.

Alledaagse objecten kunnen vanwege hun vorige eigenaar of hun geschiedenis extra waarde of glans krijgen. Een trouwring, de lievelingsknuffel van je overleden kind, een plectrum van je favoriete gitarist: we willen er geen kopieën van, ook niet als die volkomen identiek zouden zijn. Het lijkt alsof het origineel op de een of andere manier bezield is, of dat de vorige eigenaar door het voorwerp een beetje bij je is.

Zelfs kinderen maken dit onderscheid al. Toen kinderen van 3 tot 6 jaar in een magisch apparaat hun speelgoed zogenaamd konden verdubbelen, vonden ze het prachtig. Bij de speelgoedjes waar ze niet bijzonder aan gehecht waren, wilde 62 procent van de kinderen de kopie graag mee naar huis nemen, spannend! Maar bij voorwerpen waar ze sterk aan gehecht waren, zoals hun knuffels, koos maar 23 procent voor de kopie, en weigerde 20 procent überhaupt om het ding in de doos te doen. Ook kinderen hechten dus al waarde aan het origineel.

Voorwerpen kunnen ook een negatieve lading krijgen. Met de trui van een geliefde of bekende hebben we geen moeite, maar we willen liever geen trui aantrekken als die gedragen is door iemand met tuberculose, door iemand die zijn been verloor in een auto-ongeluk, of door een veroordeelde moordenaar, ook niet als de trui grondig gewassen is. Deze aversie blijkt gelijk op te gaan met angst voor besmetting: hoe banger we zijn voor bacteriën, des te vervelender we het ook vinden om de trui van een moordenaar te dragen. Blijkbaar lopen morele walging en walging over smerige dingen door elkaar in ons hoofd, en zijn ook pech en slechtheid voor ons gevoel besmettelijk.

Magische gedachte 3: wat op elkaar lijkt, is hetzelfde

Als we dartpijltjes moeten gooien naar een foto van een geliefde of een schattige baby, dan hebben we daar moeite mee, blijkt uit onderzoek. Terwijl we juist vaker raak gooien als er een foto van Hitler hangt.

Omdat we zo symbolisch en associatief denken, verwarren we symbolen met dat waarnaar ze verwijzen. Als er een lapje stof wordt verbrand, voelt niemand zich aangesproken, maar zodra dat lapje een vlag is, voelt een hele natie zich aangevallen.

Hetzelfde geldt voor namen en woorden. Proefpersonen zagen hoe twee potten werden volgegooid met suiker uit hetzelfde pak. Ze kregen twee labels, één met ‘suiker’ en één met ‘vergif’, die ze zelf lukraak op de potten mochten plakken. Vervolgens werd een schepje suiker uit de flessen in twee bekertjes water gedaan. Ook al wisten de proefpersonen dat de suiker in beide bekertjes uit precies hetzelfde pak kwam, koos de overgrote meerderheid ervoor om niet te drinken uit het bekertje met suiker uit de ‘vergifpot’.

We hebben dus een hardnekkige neiging om alles wat op elkaar lijkt of naar elkaar verwijst, als hetzelfde te bestempelen. Hutson noemt dat ‘de wet van de gelijkenis’. In het dagelijks leven is dit best een handige vuistregel die heel vaak opgaat: druk op het ‘omhoog’ knopje en de lift gaat omhoog, groene stiften geven groene lijnen, denk aan iets vrolijks en je wordt zelf ook vrolijk. In diezelfde lijn verwachten we dus vergif wanneer ergens ‘vergif’ op staat, en is een pijltje gooien naar een foto voor ons gevoel een pijltje gooien naar een levende persoon.

Je kunt deze neiging ook ten goede aanwenden: een foto van een geliefde kan je het gevoel geven dat diegene bij je is. En als we vervelende dingen definitief achter ons willen laten, helpt het om dat ook op een symbolische manier te doen, bijvoorbeeld door het op papier te zetten en te verbranden.

Magische gedachte 4: je mag het lot niet tarten

We schatten de kans dat het gaat regenen groter in als we onze paraplu zijn vergeten, en we geven liever geen commentaar op ons succes omdat we denken dat het dan ophoudt, constateerden de Amerikaanse onderzoekers Jane Risen en Thomas Gilovich. Ze doen al jaren onderzoek naar het fenomeen dat we bang zijn om het lot te tarten, terwijl we eigenlijk wel beter weten. Er zullen weinig mensen zijn die echt denken dat er een mechanisme bestaat dat het laat regenen zodra we geen paraplu bij ons steken.

Volgens hen komt deze angst voort uit twee menselijke eigenschappen. De eerste is dat we geneigd zijn vooral op het negatieve te letten, hetgeen ons evolutionair goed van pas komt, aangezien we op tijd onheil moeten zien aankomen.

Het tweede mechanisme is dat hoe meer je aan iets denkt, hoe waarschijnlijker het in onze belevenis wordt. Dus hoe meer we ons voorstellen dat het toch erg vervelend zou zijn als ons succes zou ophouden terwijl we erover hebben lopen pochen, hoe waarschijnlijker die mogelijkheid wordt in onze beleving.

De wet van gelijkheid komt overigens ook weer terug in onze angst om het lot te tarten: het lot straft altijd op een soortgelijke, ironische manier. Pochen over je succes heeft alleen effect op je succes, en bijvoorbeeld niet op de vraag of het gaat regenen.

Die gedachtengang is een automatisch proces, bemerkten de onderzoekers. Ze lieten de helft van een groep proefpersonen terugtellen vanaf 564, in sprongen van drie – iets dat ons rationele systeem zo in beslag neemt dat we even geen ruimte overhebben voor andere rationele gedachten. Ondertussen moesten de proefpersonen ook nog een verhaal lezen over een personage dat naar de klas ging terwijl hij een hem opgegeven hoofdstuk wel of niet had gelezen. Degenen die moesten terugtellen, en die dus geen kans kregen om helder na te denken over het verhaal, geloofden er sterker in dat als je naar de les ging zonder het hoofdstuk te lezen, de kans groot was dat je een beurt kreeg. Dit soort verwachtingen zit dus diep in onze intuïtie verankerd.

Magische gedachte 5: mascottes bepalen de uitslag

We kloppen af, lopen niet onder ladders door en gaan door het leven met gelukspoppetjes, geluksdubbeltjes en geluksondergoed. Het klassieke bijgeloof is ook een klassiek voorbeeld van magisch denken.

Het heeft te maken met onze neiging om zaken die zich gelijktijdig voordoen, aan elkaar te koppelen, en er een oorzaak-gevolgverband van te maken. Wanneer we bijvoorbeeld succes hebben terwijl we onze nieuwe sokken dragen, koppelen we die twee aan elkaar: het zijn gelukssokken. Vervolgens kijken we vooral naar de keren die de succesvolle werking van onze sokken bevestigen.

Bijgeloof heeft duidelijke voordelen. Het geeft ons een gevoel van controle in situaties waar we geen grip op hebben. Iets doen, of geloven dat je iets kunt doen, maakt het draaglijker dat je de uitslag van een gebeurtenis nog niet weet, zegt de Britse psycholoog Bruce Hood. Door dat gevoel van controle presteren we vervolgens ook echt beter. Proefpersonen die een ‘geluksgolfbal’ kregen, scoorden bijvoorbeeld meer punten dan proefpersonen die speelden met een gewone bal.

Magische gedachte 6: gedachten hebben invloed

Als we maar iets hard genoeg wensen, dan gebeurt het, geloven we. In Amerikaans onderzoek bleek bijvoorbeeld dat hoe vaker studenten hadden gedacht aan de Super Bowl, een belangrijk sportevenement, hoe verantwoordelijker ze zich voelden voor de uitslag. Dat gold zowel voor positieve als negatieve uitkomsten, en zelfs als het om een uitwedstrijd ging aan de andere kant van de vs: zo ver kunnen onze gedachten dus reizen en invloed uitoefenen. Hetzelfde balletje gaat ook op in negatieve zin. In het vliegtuig onderdrukken we elke gedachte aan neerstorten, terwijl we best weten dat je door je gedachten geen vliegtuigen kunt laten crashen. Dan zouden terroristen het wel heel makkelijk hebben.

Dat onze gedachten van de rest van de wereld gescheiden zijn door onze schedel, gaat er bij ons maar moeilijk in, zegt Matthew Hutson in The 7 laws of magical thinking. Net als bij bijgeloof koppelen we gebeurtenissen ten onrechte aan elkaar als oorzaak en gevolg: als je je iets voorstelt in je hoofd en vervolgens gebeurt het, is het moeilijk om die gedachte níét als oorzaak te zien. ‘Voor een wezen dat overleeft en succes heeft door het zoeken en interpreteren van patronen, vragen toevalligheden om een verklaring,’ zegt Hutson. ‘En welke verklaring is mooier dan dat we beschikken over mentale krachten? We vinden het heerlijk om te geloven dat we verborgen eigenschappen hebben.’ Sceptisch denken ligt inderdaad misschien meer bij de realiteit, maar magisch denken geeft een romantisch tintje aan ons leven: het geloof dat alles mogelijk is, als je maar hard genoeg wilt.

Meer lezen over magisch denken?
Matthew Hutson, De zeven wetten van het magisch denken, Contact, € 19,95,
Bruce Hood, SuperSense, Ten Have, € 12,50

auteur

Janneke Gieles

Werken op de redactie Psychologie Magazine is alsof ik nog steeds psychologie studeer, maar dan leuker en diepgaander. Steeds weer een ander onderwerp uitpluizen, speuren naar nieuw interessant onderzoek, praten met onderzoekers en auteurs over hun ideeën, en lekker filosoferen en eigen ervaringen uitwisselen met collega’s.

» profiel van Janneke Gieles

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Tijd alleen

Op straat, op de radio, in je mail: zelfs als je niet bewust gezelschap zoekt, zijn er altijd mensen...

Lees verder
Advies

‘Ik voel me altijd schuldig over alles’

Zolang ik me kan herinneren, voel ik me schuldig. Hoe kom ik hier vanaf?

Lees verder
Artikel

Het stresskwartet

Lees verder
Artikel

Hoe je lichaam je geest stuurt

Lees verder
Artikel

Mediteren loont meteen

Lees verder
Artikel

Als opa raar doet

Lees verder
Artikel

Een betere naam voor schizofrenie

Lees verder
Artikel

Maak de balans op

Lees verder