De inmiddels bijna traditionele zwartepietendiscussie roept herinneringen op aan een koekjesreclame uit de jaren tachtig met de slogan: ‘Zeg maar nee, want dan krijg je er twee.’ Die reclame maakte creatief gebruik van een bekend psychologisch fenomeen: reactance. Een lastig vertaalbaar begrip, maar het voorspelt dat wanneer we ons beknot voelen in onze vrijheid, we er alles aan doen om die vrijheid terug te winnen. De reclame suggereerde dat wanneer je iemand niet de kans geeft jou een koekje te geven (‘ik hoef er geen’), diegene je er juist twee overhandigt onder het mom ‘ik bepaal zelf wel hoeveel van deze overheerlijke koekjes ik jou geef’.

Zijn we gedoemd tot wij-zij-denken?

Groepsdenken zit in onze natuur ingebakken. En zeker in tijden van dreiging wil dat nog weleens leid...

Lees verder

De fundamentele behoefte van mensen om in alle vrijheid zelf te mogen bepalen wat ze wel en niet leuk vinden, kwam twee jaar geleden in volle hevigheid naar voren. Een werkgroep van de Verenigde Naties concludeerde toen dat de figuur van Zwarte Piet een uiting van racisme is. Veel Nederlanders reageerden destijds als door een wesp gestoken, vooral vanwege de openlijke zinspeling op een verbod (‘zeg maar nee’) van het jaarlijkse sinterklaasfeest. Binnen een week spraken meer dan twee miljoen Nederlanders zich daar op Facebook tegen uit. Ze zagen de VN-suggestie als vergaande betutteling en een aantasting van hun vrijheid. Zelfs de premier mengde zich in de discussie door te stellen: ‘Zwarte Piet is zwart, daar kunnen we weinig aan veranderen.’ Net als veel Nederlanders was ook Rutte duidelijk niet gediend van buitenlandse inmenging in ons eigen kinderfeestje.

Boemerangeffect

Volgens Jack Brehm, de sociaal psycholoog die het begrip reactance in de jaren zestig muntte, zijn wij vooral gemotiveerd onze vrijheid te herstellen als we merken dat deze door inmenging van anderen in het gedrang komt. Denk bijvoorbeeld aan het boerkiniverbod in Frankrijk afgelopen zomer en de ophef die daaruit voortkwam.
Opvallend is dat de mate van weerstand die we voelen niet zozeer te maken heeft met hoe na het onderwerp ons aan het hart ligt, maar eerder met de vraag of we doorhebben dat iemand probeert onze overtuigingen te veranderen. We vinden het eenvoudigweg niet fijn als we het gevoel hebben dat we worden beïnvloed. Sterker nog, zodra we het gevoel krijgen dat iemand dat probeert, gaan we vaak nog sterker onze eigen mening aanhangen. Dit patroon staat bekend als het boemerangeffect.
Wij zijn vooral geneigd weerstand te hebben tegen beïnvloeding als we van tevoren gewaarschuwd zijn over iemands manipulatieve bedoelingen (‘pas op, hij probeert je iets te verkopen’), als een boodschap de persoonlijke vrijheid bedreigt (‘dus ik mag niet zelf bepalen wat ik hiervan vind?’) en als de eigen attitudes of meningen sterk zijn (‘Hoezo mag dit niet? Ik ben er echt van overtuigd dat dit oké is’). Hoe explicieter de poging om ons te vertellen wat we moeten of juist niet meer mogen doen (‘verbieden dat racistische feest’), des te sterker de weerstand.
Om te behouden wat we hebben, activeren we diverse strategieën. Zo negeren we onwelkome informatie (‘hoezo racisme?’); versterken we bestaande meningen (‘ik las pas nog dat dit soort tradities juist gevoelens van saamhorigheid versterken’); voeren we redenen op die de maatregel onderuithalen (‘hoe kan een oergezellig feest nou kwetsend zijn’); brengen we de bron in diskrediet (‘de VN zijn niet eens in staat echte problemen op te lossen’); legitimeren we het bestaande gedrag (‘het hoort bij onze traditie’); zoeken we steun bij anderen (‘mijn buren vinden het ook onzin’); of worden we gewoon boos (‘wat een onzin is dit allemaal!’). Met vaak als resultaat dat we nog zekerder zijn van ons gelijk dan voor de beïnvloedingspoging.

Klassieke truc

Hoe hadden de VN het slimmer kunnen aanpakken? Een klassieke truc in het ontwijken van weerstand is het benadrukken van de keuzevrijheid. ‘Dit is wat wij denken dat goed is, maar natuurlijk staat het jullie volledig vrij om iets met ons advies te doen.’ Een soortgelijke uitspraak neemt met name de scherpe kantjes van reactance weg.
Het is een simpele en goedkope aanpak, maar het werkt helaas niet altijd. In het geval van een goedbedoeld advies kan het toevoegen van zo’n zinnetje helpen, bij een van boven opgelegde maatregel (zoals een boerkiniverbod) niet, al was het maar omdat er in werkelijkheid geen keuzevrijheid is.
Een andere veelgebruikte strategie is het preventief aanwakkeren van spijt over het afwijzen van een keuzemogelijkheid. Verkopers van verzekeringen halen deze truc graag uit: ‘Wat als er nu brand uitbreekt? Dan bent u niet verzekerd!’ Deze aanpak kan werken wanneer er ook daadwerkelijk iets te kiezen valt. Misschien was de weerstand kleiner geweest wanneer de werkgroep van de VN kleine aanpassingen had gesuggereerd in plaats van een compleet verbod. Door ons de mogelijkheid te geven daar een beetje in mee te gaan en zelf keuzes in te maken (‘geen rode lippen en alleen nog kleine roetvegen’) krijgen we de kans te voorkomen dat straks het hele feest wordt afgeschaft.
Veel gedrag is moeilijk te veranderen doordat de gevolgen ervan misschien wel ongewenst zijn (‘Zwarte Piet polariseert’), maar het gedrag zelf nog sociaal geaccepteerd is. We vinden het vaak moeilijk iets wat we al jaren doen te veranderen, zelfs wanneer we beseffen dat het eigenlijk beter is.

Voorzichtige omslag

Roken tijdens werktijd was lange tijd zoiets. Het is onmogelijk om mensen massaal te laten stoppen met roken in een klimaat waarin het wordt gezien als iets wat erbij hoort, wat ‘moet mogen’. Pas nu roken langzamerhand op steeds meer plekken onacceptabel wordt gevonden, lijkt de tijd rijp om een totaal verbod in te voeren.

Zijn we allemaal racistisch?

Nederland is nog lang niet kleurenblind, dat werd de afgelopen maanden wel duidelijk. Maar bulken we...

Lees verder

Hoe het verder gaat met Zwarte Piet? Het lijkt nu misschien onbegonnen werk hem te veranderen in een personage dat voor iedereen in Nederland acceptabel is. Toch zijn dergelijke veranderingstrajecten niet onmogelijk. Denk maar eens aan de ophoging van de leeftijdsgrens voor alcohol naar achttien jaar. Toen de Nix18 campagne in 2014 begon, was de weerstand onder jongeren groot. Inmiddels zijn zestienjarigen gewoon opgegroeid met die verhoogde leeftijdsgrens en vinden ze het heel normaal.

Eenzelfde soort langzaam-erin-groeien valt te verwachten bij het Zwarte Pieten-debat. Het culturele klimaat is duidelijk nog niet klaar voor een rigoureuze aanpassing. Maar doordat het nationale debat nu al een paar jaar achtereen iedere herfst terugkeert, krijgen we steeds meer inzicht in de negatieve relatie tussen ons slavernijverleden en de Zwarte Pieten-traditie. Her en der worden de eerste stappen al gezet en is een voorzichtige omslag voelbaar. //

Reint Jan Renes is psycholoog en onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht. Onlangs verscheen zijn boek Draaiboek gedragsverandering: De psychologie van beïnvloeding begrijpen en gebruiken, dat hij schreef met Sander Hermsen.