Kip zijn is stressvol. Zelfs in de vrije natuur. Want onderschat de gevaren niet die een kip buiten de barbaarse bio-industrie belagen: roofvogels, onweer, een nachtelijke smak van de slaaptak…

Training

Denk je slank

  • Ontwikkel een sterke wilskracht
  • Ontdek eetgewoontes die bij je passen
  • Afvallen met blijvend resultaat
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

En toch, kon je als kip kiezen tussen zo’n riskant leven en een ‘veilig’ bestaan in een industriële schuur, dan was je wel gek als je het laatste koos. Want tegenover al die natuurlijke bedreigingen staan de talloze ontspannende momenten van het buitenleven: de mogelijkheid een stofbad te nemen, op je gemak steentjes pikken die de spijsvertering stimuleren, of gewoon gezellig tegen groepsgenoten aan te schurken.

En dat zijn allemaal dingen die ontbreken in zo’n overvolle schuur met betonbodem. Daar heb je dan misschien geen uitgesproken stresspieken, maar de warmte, de stank en de aanwezigheid van veel te veel niet-vertrouwde soortgenoten bezorgen je er wel een stressniveau dat aan een hoogvlakte doet denken. Anders gezegd: je lijdt aan chronische laaggradige stress.

Het verschil tussen Mike en Carl

In haar vorig jaar verschenen boek Farmacology schetst de Californische huisarts en universitair docente huisartsgeneeskunde Daphne Miller een indringend beeld van het stressvolle kippenbestaan. En nee, dat doet ze niet omdat haar huisartsenpraktijk ook

dieren behandelt. Met eenzelfde aanstekelijk gemak schrijft ze in andere hoofdstukken over onkruidbestrijding in wijngaarden en graslandbeheer in de melkveehouderij.
Waar het Miller om gaat, is wat artsen kunnen leren van de inzichten die de duurzame landbouw de laatste jaren heeft opgedaan. Kan een minder natuurvreemde aanpak misschien bijdragen aan meer gezondheid en geluk? Dat resulteert onder andere in een overtuigend pleidooi voor meer rauwe melk. Ja, daar kún je ziek van worden. Maar de aanwijzingen dat we uiteindelijk meer te winnen dan te verliezen hebben met een dagelijkse toevoer van bacteriën stapelen zich op.

In dat ene hoofdstuk van Farmacology draait het dus om stress. En dan vooral om de vraag hoe het kan dat wij mensen prima kunnen omgaan met incidentele stresspieken – sterker nog: vaak floreren we daarbij – maar ziek worden van die aaneenschakeling van alledaagse stressmomenten die tegenwoordig chronische laaggradige stress wordt genoemd.
Miller beschrijft twee patiënten uit haar huisartsenpraktijk, Mike en Carl. Allebei veertigers met een veeleisende baan, een drukkende hypotheek en lastige puberkinderen. Beiden worden ongeveer tegelijkertijd geveld door een venijnige griep. Maar waar Carl na een week alweer beter is, krijgt Mike longontsteking en blijft maanden uit de running. Vanwaar het verschil?

Permanente productiedruk

Het is niet toevallig dat de arts-onderzoekster haar blik voor de beantwoording van die vraag richt op de pluimveewereld. Veel van wat bekend is over het gezondheidseffect van stress is voor het eerst waargenomen in de intensieve kippenhouderij. Al voordat de wetenschap zich boog over de gevolgen van hoge werkdruk bij mensen, maakte ze zich zorgen over wat ze in overbevolkte kippenschuren waarnam: de vraatzucht-uit-verveling, de onderlinge agressie, de zelfdestructieve tics.

Mike gedraagt zich vrijwillig als de bewoner van zo’n schuur, schrijft Miller. Om maximaal te presteren legt hij zichzelf een permanente productiedruk op. Hij maakt lange werkdagen, drinkt veel koffie en luncht bij voorkeur boven zijn toetsenbord. Het gezamenlijk avondeten met zijn gezin slaat hij geregeld over en voor sporten en vrienden zien neemt hij evenmin tijd. Kortom, typisch een bewoner van wat de Nederlandse organisatieadviseur Jaap Peters in 2004 al ‘de intensieve menshouderij’ doopte. Het levert Mike veel kwaaltjes op. Ook ontwaart hij overal kantoorintriges, die hem een machteloos en gedeprimeerd gevoel geven.

Vatbaar voor ziekten

Carl is in vergelijking met Mike een blije buitenkip. Ook hij werkt hard, maar hij zorgt er wel voor dat hij voor het avondeten bij zijn gezin aanschuift. Hij onderhoudt zijn vriendschappen en doet aan sport. Verder heeft hij veel informeel overleg met zijn baas, wat hem het gevoel geeft dat hij zijn werklast enigszins kan beïnvloeden. Niet dat Carl geen stresspieken kent, zegt Miller, maar tussen die pieken door krijgt zijn lichaam genoeg herstelmomenten. Zo blijven de stresshormonen bij hem doen waarvoor ze bedoeld zijn: hem op de juiste momenten nét dat extra beetje scherpte geven.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

Mike gunt zichzelf zulke rustmomenten niet. Met als gevolg een zogeheten allostatische overbelasting: zijn stress-systeem geeft nooit meer het sein ‘alles veilig’. Er blijven permanent stoffen rondzwerven die het lichaam in staat van alarm houden. En dan worden ze dus contraproductief. Ze zwengelen ontstekingsreacties aan en ontregelen de suikerhuishouding; ze laten de amygdala, het breingebiedje dat angstreacties produceert, groeien en de hippocampus, die ons helpt herinneringen op te slaan, juist krimpen. Met als resultaat zowel lichamelijke als geestelijke malaise, en een grotere vatbaarheid voor ziekte.

Relaxter leven

Wat kunnen we hier volgens Daphne Miller van leren? Dat we ons leven moeten inrichten zoals een duurzame kippenboer zijn stal inricht. Dat houdt onder andere het volgende in:
Kies voor kwaliteit. Het is treurig maar waar: in de bio-industrie leggen kippen meer eieren dan diervriendelijk gehouden dieren. Dat komt kortweg doordat ze in hun saaie schuren weinig anders kunnen dan veel eten en veel produceren. Maar: hun eieren zijn vatbaarder voor breuk, smaken minder goed en brengen minder geld op. Voor mensen geldt hetzelfde. Een relaxter leven maakt kwantitatief gezien misschien minder productief, maar de kwaliteit van wat je levert zal zoveel beter zijn dat het netto-effect positief is.

Gun jezelf een verrijkte omgeving. Kippen die tussen het eten en eieren leggen door voldoende gelegenheid krijgen voor stofbaden en samen rondscharrelen, zijn minder vaak ziek. Voor mensen geldt hetzelfde. Wie werk afwisselt met sport en spel, heeft een betere weerstand. En ook een beter geheugen. Want, weten we sinds kort: lichaamsbeweging zet de hippocampus ertoe aan nieuwe neuronen aan te maken.

Investeer in relaties. Kippen zijn gezelschapsdieren. Beroof ze van gezelschap en je berooft ze van levensgeluk. Maar: in een te grote groep raken ze gedesoriënteerd en gestrest. Hetzelfde geldt voor mensen. We hebben behoefte aan contact met soortgenoten – maar ook bij ons gaat de kwaliteit van die relaties boven de kwantiteit. Veel mensen zien is dus niet nodig, maar een hechte band met in ieder geval een aantal is noodzakelijk. Wie daarin investeert, heeft aantoonbaar een lager stressniveau en een beter immuunsysteem.

Daphne Miller, Farmacology. What innovative family farming can teach us about health and healing, Harper Collins Publishers 2013, € 24,99