Het getuigde in de jaren dertig nog van zekere moed en pioniersgeest je aan zo’n experiment te wagen. Tegenwoordig is het normaal en veilig in gebouwen te wonen met meer dan tien verdiepingen, althans in het Westen.

Toch heeft de flat zich nog niet helemaal kunnen ontworstelen aan het slechte imago van weleer. De Britse psycholoog David Halpern omschrijft de flat als de meest controversiële van de moderne woonvormen. Hij wijst daarbij op het vermeende verband tussen het leven in een flatwoning en een slechte geestelijke gezondheid. Heeft de verdieping waarop je woont inderdaad een dergelijke invloed?

Het meest duidelijke bewijs daarvoor is gevonden bij kinderen. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen meer gedragsproblemen vertonen naarmate zij hoger wonen. Kinderen die op de veertiende verdieping wonen, blijken verwarder en onrustiger te zijn dan leeftijdgenoten op de derde verdieping.

Voor volwassenen zijn de onderzoeksresultaten nogal tegenstrijdig. Zo blijkt uit een onderzoek dat hoe hoger men woont, des te meer last men heeft van een slechte geestelijke gezondheid. Uit een ander onderzoek blijkt echter dat het voor je psychisch welbevinden niet uitmaakt of je op de begane grond van een flat woont of op de vijfde verdieping of hoger. Ook maakt het verschil of je man of vrouw bent. Vrouwen ervaren meer spanning naarmate zij hoger wonen, maar mannen zijn juist beter af op grote hoogte. Mannen zouden hoog wonen meer associëren met een stijging op de sociale ladder en het goede leven.

Onderzoekers hebben voor deze opmerkelijke bevindingen nog geen verklaring gevonden. De Engelse psycholoog Gillis waagt een poging met de veronderstelling dat er een discrepantie is tussen waar mensen zouden willen wonen en waar ze uiteindelijk wonen. Zo zouden mensen die hoog wonen steeds geconfronteerd worden met het gevoel dat ze er niet in geslaagd zijn hun droom, een alleenstaand huis, te verwezenlijken.

Dat dit niet geldt voor mensen die bewust hebben gekozen voor een flatwoning met wijds uitzicht, blijkt uit de voor liggende fotoreportage. In het afgelopen oktobernummer van Psychologie Magazine stond een oproep aan lezers die welbewust hebben gekozen voor wonen in de hoogbouw, dan wel op de begane grond. Onderzoekers die menen dat hoog wonen het geestelijk welbevinden schaadt, zouden hun mening wat deze flatbewoners betreft moeten bijstellen: ‘Ik houd van de ruimte, de horizon en de wolkenluchten. Ik kan er eindeloos naar kijken’ en ‘Als ik beneden zou wonen, zou ik het gevoel hebben opgesloten te zijn.’

Dat de resultaten van verschillende onderzoeken tegenstrijdig zijn, is begrijpelijk als je je probeert voor te stellen dat de geportretteerde bewoners van laagbouw woningen noodgedwongen naar een flat zouden moeten verhuizen: ‘Als ik hoog zou wonen, zou ik alleen nog maar naar beneden kunnen kijken, naar veel te veel mensen, drukke straten, dichtbebouwde wijken. Daar word ik niet vrolijker van.’ Misschien heeft de psycholoog Gillis het wel bij het rechte eind.