Je bent sterker dan je denkt

Een ernstige ziekte, de dood van een geliefde, een vreselijk ongeluk: het zijn ervaringen die het bestaan op zijn grondvesten doen schudden. En toch legt zo’n gebeurtenis vaak de kiem voor nieuwe levenskracht. ‘Wat er ook gebeurt, ik kan het blijkbaar aan.’

Juist door tranen kun je groeien

‘O, jazeker, een dramatische gebeurtenis kan je achteraf intens verrijken,’ zegt psycholoog en traumaonderzoeker Richard Tedeschi, auteur van het Handboek posttraumatische groei, onlangs opnieuw uitgegeven. ‘Great good can come from great suffering. Maar laat me over één ding duidelijk zijn. Een groot verlies, allesoverheersende pijn of een ernstige ziekte is niets nastrevenswaardigs. Vraag een willekeurige ouder die zijn kind verloren is of hij zijn nieuw verworven wijsheid, zijn diepere contact met anderen, zijn compassie en verfijnde levensinzicht weer zou inruilen als hij zijn kind terugkreeg, en hij zou ‘ja’ zeggen. Meteen. Alleen, die keuze ís er niet. Dit is het leven waar ze mee verder moeten.’

Richard Tedeschi heeft ze persoonlijk gesproken. Honderden van hen. Mensen die hun huis in een orkaan zagen verdwijnen. Ouders die na een lange strijd een kistje voor hun kind moesten uitzoeken. Vitale types die door een ongeluk de rest van hun leven in een bed moesten slijten. Verkrachte vrouwen. Zieken die een onophoudelijke veldslag leverden. Partners die machteloos toekeken.

Natuurlijk, deze mensen waren gehavend. Keer op keer was het door hun hoofd gegaan: waar ging het mis? Waarom moest mij dit overkomen? Ze hadden geworsteld met

een gapende leegte, met een onvermogen het eigen lichaam nog te vertrouwen, een onveilig gevoel, de zinloosheid van verder leven zelfs. Maar als de brokstukken verzameld waren, het leven beetje bij beetje weer opgebouwd, zag Tedeschi dat deze mensen in al hun verlies ook iets gewonnen hadden. Iets groots. Hun trauma had ze veranderd. Ze hadden een nieuwe, meer uitgebalanceerde kijk op henzelf en de mensen om hen heen gekregen, op het leven en wat belangrijk is.

Een van de eerste mensen die Tedeschi ondervroeg voor zijn onderzoek leverde een mooie illustratie op. Het was een rockmuzikant die leefde voor zijn muziek. ‘Deze man had als gevolg van een heftig auto-ongeluk een dwarslaesie opgelopen. Muziek maken kon hij niet meer, het leven dat hij kende was voorbij. Ondanks dat verlies noemde de man het ongeluk het beste wat hem ooit was overkomen. Altijd was hij onderweg geweest, rijdend van concert naar concert. Zijn verwondingen brachten hem nu weer dicht bij zijn familie, van wie hij totaal vervreemd was geraakt. Voor het eerst in jaren had hij weer echt contact. En hij merkte dat het hem voldoening gaf om de mensen om hem heen, in het revalidatiecentrum, te helpen. Uiteindelijk schreef hij zich in bij een universiteit, haalde zijn diploma en werd revalidatiearts. Toen ik hem weer sprak voor mijn onderzoek, stond hij aan het hoofd van een bedrijf dat steun biedt aan gehandicapten.’

Meer dan gewone veerkracht

Posttraumatische groei noemen de verschillende traumaonderzoekers het. Of groei door tegenslag, want het verschijnsel treedt ook op na heftige, stressvolle gebeurtenissen die niet per se een trauma heten. Pas de laatste tien, vijftien jaar wordt er onderzoek naar dit fenomeen gedaan. Voorheen was er vooral aandacht voor de posttraumatische stressstoornis (ptss), waarbij een getraumatiseerde zijn leven overhoop gegooid ziet door herbelevingen, nachtmerries, concentratiestoornissen en somberheid. En hoewel dat belangrijk onderzoek is dat leidde tot begrip en een goede behandeling, blijkt slechts 10 procent van de getraumatiseerden ptss te ontwikkelen.

Het merendeel van de mensen krijgt zijn leven ‘gewoon’ weer op de rit. Tedeschi: ‘Ze kunnen weer functioneren op hun werk, een sociaal leven onderhouden, zich gelukkig voelen. Veerkracht, noemen we dat. Maar daarbovenop ervaart een groot deel – de percentages in de verschillende onderzoeken variëren van 3 tot 100 procent – ook posttraumatische groei. Groei die een stap verder gaat dan de net genoemde standaardmaten van psychische aanpassing. Deze mensen ontwikkelen een diepere laag van wijsheid.’

Zo bleek uit onderzoek onder mensen die lymfeklierkanker overleefden dat 85 procent van hen veel scherper zag wat het leven waard is. Van de slachtoffers van de orkaan Katrina, die in 2005 New Orleans trof, realiseerde 84 procent zich vijf tot zeven maanden later sterker te zijn dan gedacht, en bijna 89 procent van de getroffenen had meer besef gekregen van de waarde van het leven. En zelfs na de dood van een kind, zo bleek in een onderzoek, vond 20 tot 25 procent uiteindelijk op de een of andere manier verrijking in zijn leven.

Moeten we eerst verliezen wat we zo hartstochtelijk liefhebben, om te zien waar het echt om draait in het leven? Het lichaam op zijn zwakst ervaren, de dood al langs de wangen voelen strijken, om te begrijpen wat de mensen om ons heen waard zijn? Misschien wel, zegt de New Yorkse psychiater William Breitbart in het Amerikaanse tijdschrift Psychology Today. Breitbart is een van de toppsycho-oncologen die de wereld kent – en overleefde zelf kanker. ‘Als het leven altijd soepeltjes verloopt, worden we nooit uitgedaagd,’ zegt Breitbart. ‘Wellicht is lijden nodig om ons te doen groeien. Velen van ons zoeken naar betekenis in het leven. Misschien moeten we daarvoor eerst geconfronteerd worden met onze eigen sterfelijkheid.’ Tedeschi nuanceert die opmerking een beetje. ‘Ook zonder de ellende van een oorlog, een ziekte, misbruik of bedrog kan een mens natuurlijk groeien. Je wordt ouder, je leert. Maar als we de mensen die geen trauma hebben doorgemaakt vergelijken met getraumatiseerden, dan zien we dat die laatste groep gemiddeld inderdaad veel hoger scoort op groei.’

Die groei wordt gemeten met de zogenaamde Posttraumatische Groei Vragenlijst, waarop stellingen staan als ‘Ik ben erachter gekomen dat ik sterker ben dan ik dacht’, ‘Ik heb echt ervaren hoe geweldig mensen kunnen zijn’ en ‘Ik ontwikkelde belangstelling voor nieuwe dingen’. Tedeschi: ‘Het lijkt erop dat deze vormen van persoonlijke groei versneld of vroeger aangewakkerd worden door het leren omgaan met een trauma of een heftige stressvolle ervaring.’

Getest en gewogen

Het is de bedreiging van de wereld zoals je die kende, waardoor je blik wordt verlegd. ‘Je bedenkt vooraf niet dat je iets zou kunnen krijgen wat je complete lichaam lam kan leggen,’ vertelt arts Lieke Verstappen (niet haar echte naam). Ze was altijd een kerngezonde vrouw geweest, maar kon een jaar geleden – ze was 30 – ineens het ene been niet meer voor het andere zetten. Diagnose: een zeer zeldzame, chronische spierziekte. ‘Je bedenkt niet dat je van de ene op de andere dag je kind niet meer kunt tillen, niet naar je werk kunt rijden, laat staan werken zelf. En hoe je leven er dan uit komt te zien.’ Je lichaam ís helemaal niet die gezonde, weerbare vesting die virussen en verwondingen steeds wel weer verslaat – het blijkt flink geraakt te kunnen worden. Onttakeld zelfs. En je mocht dan altijd een enorme vechter zijn, maar hé, daar is dan toch die bodem.

De vragen die die nieuwe blik op jezelf en de wereld oproepen, die leggen de kiem voor groei. Waar sta je nu, nu je door je zieke lijf misschien wel nooit meer je beroep zult kunnen uitoefenen? Wat maakt het van je relatie, als je in plaats van gelijkwaardig ineens maandenlang afhankelijk bent? En wat maak je van je identiteit, nu je lichamelijk niets meer bent van wat je was?

Wie een heftige gebeurtenis meemaakt, ervaart als antwoord op die vragen vaak een persoonlijke kracht waarvan hij het bestaan niet kende. ‘Ik ben kwetsbaarder dan ik dacht, maar tegelijkertijd sterker dan ik ooit had kunnen bedenken,’ krijgt Tedeschi vaak te horen. Sommigen hebben het gevoel getest te zijn. Getest en gewogen, en ze bleken iemand te zijn die het ergste kan doorstaan. Een vrouw die haar kind verloor vertelde aan Tedeschi: ‘Ik heb het verschrikkelijkste doorgemaakt wat ik kon bedenken. En wat er ook gebeurt, ik kan het blijkbaar aan.’

Het actief zoeken naar antwoorden op die nieuwe vragen blijkt een belangrijke voorwaarde voor groei. Herkauwen noemt Tedeschi het, in de positieve betekenis van het woord. Een deel van de cognitieve uitdaging na een trauma is: hoe herstel ik mijn levensverhaal op een manier waarin deze gebeurtenis een passende plek heeft? Dat gaat in fases. Vlak na de gebeurtenis is daar vaak nog geen ruimte voor, moet je eerst daadwerkelijk geloven dat het ondenkbare is gebeurd. Denken aan het verlies, de bedreiging of de pijn overvalt je in die fase. In de tweede fase probeer je manieren te vinden om met de heftige gebeurtenis om te gaan – en kom je er langzaamaan achter dat je daar daadwerkelijk toe in staat bent.

Positief ‘herkauwen’

In de derde fase probeer je betekenis aan het gebeurde te geven. Dit is het meer reflectieve element van verwerking dat echt posttraumatische groei kan veroorzaken. Je komt erachter dat sommige doelen in het leven niet langer haalbaar zijn en dat de manier waarop je de wereld bezag niet altijd meer klopt. Dat je met je zieke lijf niet meer het werk kunt uitvoeren waarvan je dacht dat je leven erom draaide. Nu komt het erop aan om nieuwe doelen en een nieuwe levensvisie te formuleren. Zoals Verstappen verwoordt: ‘De kans is klein dat ik mijn werk als arts nog zal kunnen hervatten. Ik doe wat ik kan om uit te zoeken wat mijn kansen en mogelijkheden zijn. Maar ik heb ook de mogelijkheid van een rijk leven thuis inmiddels omarmd.’

Hoe meer denkwerk, hoe meer groei, stelt Tedeschi. Dat spreekt het mindfulness-onderzoek van de laatste jaren wel tegen – al die mindfulnesstrainers leren ons toch juist onze ellende met milde, open aandacht te aanvaarden? En juist niet zo met al die gedachten aan de slag te gaan? Tedeschi: ‘Mindfulness kan heel bruikbaar zijn in de eerste, overweldigende fase na een stressvolle gebeurtenis, waarin je nog te pas en te onpas door het gebeurde wordt meegesleept. Op die momenten met een milde blik naar je pijn kijken, zonder daar verder iets mee te willen, kan je helpen om het gebeurde überhaupt hanteerbaar te maken. Zodat er ruimte komt om er in een volgende fase mentaal mee aan de slag te gaan, en weloverwogen na te denken.’

Adviseur/coach Anton Scheffers (zie kader op pagina 22) kreeg na het overlijden van zijn vrouw een helderder besef van wat hij belangrijk vindt in het leven. Ook voelt hij zich sterker verbonden met anderen. ‘Voorheen reageerde ik in gesprekken vaak erg rationeel en minder gevoelig. Mijn vrouw zei in het begin van onze relatie weleens: “Kun je die adviseur niet op je werk laten?” Nu kan ik makkelijker uitdrukken waar ik zelf mee rondloop, en heb ik meer oog voor wat anderen bezighoudt. Zeker het eerste jaar na het overlijden was het net of er een deur was opengezet.’

Dit soort veranderingen op relationeel en persoonlijk vlak maakt dat mensen die een stressvolle tijd hebben gekend vaak ook nieuwe mogelijkheden gaan zien. Nieuwe interesses, andere keuzes op het werk, soms zelfs compleet nieuwe paden in het leven. Tedeschi sprak bijvoorbeeld een vrouw die, nadat ze haar kind aan kanker had verloren, begon aan een nieuwe carrière als oncologieverpleegkundige. ‘Je ziet onder getraumatiseerden bovendien meer altruïstisch gedrag – mensen die iets heftigs hebben meegemaakt, zijn eerder geneigd anderen te helpen. Door een andere richting aan hun carrière te geven, vrijwilligerswerk te gaan doen of gewoon de buurvrouw wat vaker een helpende hand te bieden.’

Ook de zin van het leven krijgt voor veel slachtoffers van een heftige gebeurtenis meer reliëf. Het gegiechel van een kind of het geluid van een eerste merel in de lente zal niet gauw meer ongemerkt voorbijschuiven. En de noodzaak van een flitsende carrière steekt ineens heel flauwtjes af tegen het belang van een warme band met ouders of kinderen. Veel getraumatiseerden ontwikkelen meer religieuze of spirituele interesse. Maar er zijn ook heel wat mensen die door de pijn juist hun geloof verliezen, en grote existentiële wanhoop ervaren.

Actieve verwerking

Wanhoop of groei – wat een wereld van verschil om in terecht te komen na een ellendige fase. Wat maakt dat de een al worstelend blijft hangen tegen die klif, en de ander bovenop onontgonnen land ontdekt? Is het voor sommigen makkelijker om posttraumatische groei door te maken?

Uit onderzoek blijkt dat mensen die extravert zijn, over het algemeen eerder groeien door tegenslag dan anderen. ‘Maar het komt niet door het sociale gedrag waaraan je bij extraverten al gauw denkt,’ licht Tedeschi toe. ‘Het blijkt om twee andere componenten van extraversie te gaan. Extraverte mensen ervaren in het algemeen meer positieve gevoelens én ze hebben een gezonde ‘coping-stijl’ – ze gaan stress en problemen op een constructieve manier te lijf. Ze proberen te begrijpen wat er gebeurd is, waarom ze zo’n pijn hebben, hoe ze reageerden en hoe het hen beïnvloedt. Ze proberen betekenis te geven aan wat ze hebben doorgemaakt, en manieren te vinden om verder te leven.’ En dat is precies die actieve verwerking die zo helpt om te groeien.

En die positieve gevoelens waar Tedeschi het over heeft? Moet daar niet sowieso met een loep naar worden gezocht in de nasleep van een brand waarin je alles verliest, van een scheiding van wat voorheen je hele leven was, van het vaarwel tegen een gezond lijf dat je nu in de steek heeft gelaten? ‘Nee,’ zegt Tedeschi. ‘Negatieve en positieve gevoelens staan niet aan de uiteinden van één continuüm, waar je aan het ene uiterste heel verdrietig bent, en aan het andere uiterste heel blij. Ze staan los van elkaar, naast elkaar. Negatieve emoties als angst, stress en pijn kunnen heel goed tegelijk voorkomen met positieve gevoelens als dankbaarheid, vreugde en liefde. En hoe meer van die laatste gevoelens je kunt ervaren, hoe meer je in staat bent om te groeien.’

Ook medeverantwoordelijk voor het opengaan van die deur naar wijsheid en een nieuwe levensfilosofie, is de ernst van de klap. Tedeschi: ‘In principe geldt: hoe stressvoller de gebeurtenis was, hoe meer ruimte er uiteindelijk blijkt voor groei. Maar daar is wel een grens aan. Soms is een gebeurtenis zo overweldigend, een verlies zo groot, dat het mensen niet lukt om daar ook maar iets mee te doen.’

Je ‘psychische conditie’ bepaalt ook mee of je groeit of niet. Heb je al veel geleerd, dan leer je wellicht minder bij. Vergelijk het met lichamelijke fitheid: wie gewend is om probleemloos complete marathons te lopen, wordt lichamelijk niet nog heel veel sterker als hij ineens een tijdlang fysiek wordt uitgedaagd. En ben je juist totaal niet toegerust om het gebeurde te plaatsen en er betekenis aan te geven, vanwege een depressie bijvoorbeeld, dan ligt groei ook niet zomaar binnen de mogelijkheden. Groei is dus vooral een optie voor de grote groep mensen die daar ergens tussenin verkeert.

Vertrouwen in jezelf

Maar het helpt natuurlijk ook als degenen om je heen een beetje constructief reageren. En dat lukt niet altijd. Ze dringen opbeurend bedoelde eigen ervaringen op (‘Mijn tante heeft het ook gehad, die was zo weer beter’), reageren te oplossingsgericht (‘Je moet lekker thuis gaan zitten’), of bagatelliseren het gebeurde (‘Het komt heus wel weer goed’). Als vrienden, collega’s en familie eerst ruimte kunnen geven voor de pijn (vooral niet meteen roepen dat je er zo van kunt groeien, waarschuwen de onderzoekers), en vervolgens kunnen ‘mee-herkauwen’ in je zoektocht naar betekenis, dan stimuleert dat groei.

En toch: wat je het liefste wilt na een trauma, is dat die pijn weggaat en je je weer goed voelt. In die zin staat posttraumatische groei het welzijn ook in de weg – al dat herkauwen houdt ook de negatieve emoties levend. Tedeschi ontdekte dat veel mensen dat zelfs jaren later nog ‘expres’ doen, om hun lessen niet te vergeten. ‘Weet je nog waar je doorheen gegaan bent?’ zeggen ze tegen zichzelf. Daarmee halen ze ook steeds dat gevoelsleven weer overhoop.

Toch is dat een heel bruikbaar proces. Het maakt dat je beter voorbereid bent op de rest van het leven. Posttraumatische groei kan ertoe leiden dat je nieuwe, heftige gebeurtenissen met minder angst tegemoet treedt. Dat je het vertrouwen verwerft om met wat dan ook te kunnen omgaan. En dat is dan meteen waarom sommigen – een kwart van de mensen met lichamelijke trauma’s bijvoorbeeld – tóch zeggen dat ze de ervaring niet hadden willen missen.

Het huis van Danielle Herckens (45) brandde vier jaar geleden af. Sindsdien heeft ze haar vechtersmentaliteit aan-gevuld met een wat zachtere kijk op zichzelf en het leven.

Toen Danielle Herckens die ochtend in 2006 haar deur dichttrok, was het om onverklaarbare redenen nog door haar hoofd geschoten: ‘Als het huis maar niet afbrandt.’ Al vroeg was ze met haar hond Noubie gaan wandelen, ze had thuis wat gerommeld en de kat Biba eten gegeven. Ze vond de beesten zo onrustig en stelde ze nog gerust: ‘Vanmiddag als ik thuiskom, gaan we weer aan de wandel.’

Die wandeling heeft ze nooit gemaakt. Rond lunchtijd werd Danielle gebeld dat haar huis in brand stond en de hoop die ze nog koesterde toen ze daar halsoverkop naartoe reed, werd bij aankomst in één klap tenietgedaan. ‘Het kleine vuurtje dat het van verre leek, bleek een vuurzee. Alles stond in lichterlaaie. Noubie en Biba waren nog binnen.’ Danielle wilde haar dieren bevrijden, maar de brandweermannen hielden haar tegen.

‘Voor mijn ogen zag ik mijn hele leven verdwijnen. Eén helder en licht moment dacht ik: “Nu ben ik vrij”. Maar al gauw voelde ik alle energie uit mijn lijf wegstromen. Die heb ik tot op de dag van vandaag niet terug. Mijn hond en kat waren als kinderen voor me. De lijkjes hebben we later vlak bij elkaar in de huiskamer teruggevonden.’

Danielle kon niet meer werken en zegde haar baan op. De relatie met haar vriend, met wie ze zeven maanden daarvoor het huis had gekocht, ging kapot. ‘Ik was alles verloren, ik moest me ook van deze relatie losmaken om mezelf opnieuw te vinden. Maandenlang ging ik elke ochtend terug naar dat huis. Tot ik er vóór stond en in een ongekende huilbui riep: “Ik heb jullie niet kunnen redden!” En eindelijk zag ik wat ik ook niet heb kunnen redden voor mezélf.’

Daar lag de kern van Danielle’s pijn: ze had, als enorme vechter, totale onmacht ervaren. Ze kon niets doen. ‘Dat die brandweermannen me tegenhielden was maar goed ook, want als ik die deur had opengetrokken was het hele huis met mezelf erbij ontploft. En dat is precies wat ik door die brand heb geleerd: al wil je nog zo graag, vechten heeft niet altijd zin. Je hebt niet overal controle over. Het is een moeilijk te accepteren gedachte; groeipijn noem ik het. Maar vanuit die wetenschap bekijk ik andere mensen nu ook met zachtere ogen. Ik kon heel dwingend zijn, heel stellig. Ik vocht ook veel in mijn relaties, moest altijd gelijk hebben. Nu zie ik de dingen minder zwart-wit.’

Ze is kwetsbaarder geworden, een beetje té kwetsbaar als je het haar vraagt. ‘Ik zoek nog naar balans tussen die kwetsbaarheid en mijn vechtersmentaliteit.’

‘Mijn verlies is nog altijd een wonde. Maar het gaat er voor mij niet meer om die wond te willen helen. Ik probeer er zonder oordeel naar te kijken. En ik ben blij met elke dag waarop ik kan opstaan met de gedachte: het is goed zoals het is.’

Anton Scheffers (57) verloor zijn vrouw Leni aan baarmoederhalskanker.

Hij bleef verslagen achter met zijn twee dochtertjes, maar zou er uiteindelijk sterker uit komen.

Het was in de zomervakantie voorafgaand aan het jaar waarin Leni Scheffers overleed. Zij zat met haar man Anton op een bankje in de zon bij hun vakantiehuis in Frankrijk en zei: ‘Wat hebben we het toch goed met elkaar.’ En ook Anton voelde zich dichter bij zijn vrouw dan ooit. Er hoefde niets meer, hier en nu was het goed.

Intuïtief wisten ze allebei dat ze een zware tijd tegemoet zouden gaan. Leni had pijn gehad in haar onderbuik in de maanden ervoor. Onderzoek had niets opgeleverd, maar na de vakantie bleek wat ze al hadden voorvoeld: Leni had baarmoederhalskanker.

Anton: ‘Mijn wereld stortte in. Ik geloofde het niet, en tegelijkertijd was het zo duidelijk als wat: de kanker was al in een vergevorderd stadium. Ruim zeven maanden is Leni ernstig ziek geweest. Op carnavalsvrijdag hebben de kinderen – Esther was 5 jaar en Ireen bijna 3 – nog verkleed aan haar bed gestaan. Een paar uur later werd ik gebeld: ik moest komen, er was een uitzaaiing gevonden. Vanaf dat moment is Leni razendsnel achteruitgegaan. De afscheidsbijeenkomst die ze nog voor vrienden en familie wilde houden, heeft ze niet meer mogen meemaken. Precies een week na het bericht is ze overleden.’

De dag voor de begrafenis gingen Anton en zijn dochters naar het bos. ‘Op een gegeven moment ben ik op een bankje gaan zitten, de kinderen waren voor me op de grond aan het spelen – het is zo bijzonder om te zien hoe kinderen in het moment kunnen leven. Ik keek naar ze en als vanzelf diende zich de gedachte bij me aan: het zal nog zwaar worden, maar ik red het wel met hen.’

Anton was moe en emotioneel uitgeput van de voorafgaande tijd, en maanden vol verdriet volgden. ‘Als ik alleen thuis was, kwam het op me af. Liep ik door het huis Leni te zoeken – waar ben je, waar ben je? Zelfs in fotoboeken, brieven en archieven probeerde ik haar te vinden. Het verlies en verdriet brachten een heleboel verschillende ervaringen met zich mee. Ik was bang op de weg en durfde een tijd niet te vliegen uit bezorgdheid om de kinderen; stel dat mij wat zou overkomen. Ik kon me lastig concentreren op wat mensen vertelden. Maar tegelijk had ik ook geen angst in relatie tot anderen. Vooral in mijn werk: ik voelde me veel vrijer om te zeggen wat ik van iets vond, om uit te komen voor mijn intuïtie en gedachten.’

Met het verwerken van het verdriet veranderde ook het contact met de mensen om hem heen. ‘Ik voelde veel meer. Ik vertelde veel meer. Ik was niet meer alleen bezig met mijn werk, maar kreeg echt aandacht voor mijn collega’s. En ik ging heel anders tegen de inhoud van mijn werk aankijken. Voorheen was ik de senior adviseur, vond ik mijn staat van dienst belangrijk. Dat ik grote projecten had, belangrijke contacten, echt een rol in de organisatie speelde. Die ambitie viel weg. Het ging mij nu veel meer om de echte, open contacten met mensen in trainingen. Ik wilde ook coachen, mensen gaan begeleiden in hun persoonlijke ontwikkelingsproces. Wat is de essentie in je leven? Hoe kun je daar in je werk vorm aan geven? Die vragen vond ik interessant. In de baan die ik had kon ik daar niet mee uit de voeten en uiteindelijk heb ik mijn eigen bedrijf opgericht.’

De afgelopen jaren hebben hem doen beseffen dat er ‘iets groters’ is. ‘Dat als je openstaat voor je eigenheid, je talenten, intuïtie en innerlijke wijsheid, je omgeving meer “meewerkt”. Ik was vroeger een doener, dat ben ik nog wel, maar ik besef ook dat je niet alles in de hand kunt hebben en houden. Het leven ontvouwt zich ook.’

Schep ruimte voor groei

Posttraumatische groei wordt bevorderd door hoop en optimisme, zegt klinisch psycholoog Fredrike Bannink. Daaraan schenkt ze dan ook veel aandacht in haar therapie voor getraumatiseerden. ‘Die positieve emoties helpen je een doel te creëren, een beeld van de route daarnaartoe en het vertrouwen dat je zélf iets kunt doen om te komen waar je wilt zijn.’

Een oefening die kan helpen, is de volgende. Stel u voor dat u een oud en wijs mens bent geworden, en terugkijkt op deze periode in uw leven.

– Wat zou deze wijze persoon u adviseren om door de huidige fase van uw leven heen te komen?

– Wat is het beste dat deze persoon zou kunnen zeggen om u te helpen in uw herstel?

– Waar zou u volgens hem of haar aan moeten denken?

– Wat zou deze persoon suggereren om u te troosten?

Van Fredrike Bannink verscheen onlangs Positieve psychologie in de praktijk, Hogrefe Uitgevers, € 24,50

Hebt u als plusabonnee behoefte aan een persoonlijk advies over het omgaan met een trauma of heftige gebeurtenis? Stel uw vragen aan Fredrike Bannink via psychologiemagazine.nl/vraagadvies

auteur

Peggy van der Lee

Groeien dankzij geworstel. Een prima samenvatting van waar ik het liefst over schrijf. Niet dat ik speciaal van geworstel houd, maar ontkom jij eraan? De baan die niet meer bij je past, de relatie die deuken oploopt, de gezondheid die hapert.

» profiel van Peggy van der Lee

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Hoe verklaren wetenschappers bijna-dood-ervaringen?

Helder licht aan het einde van een tunnel en een universele liefde: minstens één op de 25 mensen k...
Lees verder
Artikel

Hoe verklaren wetenschappers bijna-dood-ervaringen?

Helder licht aan het einde van een tunnel en een universele liefde: minstens één op de 25 mensen k...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Artikel

Leven met hoogsensitiviteit #nofilter

Flauwekul en aanstellerij. Of in het beste geval: een modeterm. Dat is wat vaak gezegd wordt over ho...
Lees verder
Artikel

Leven met hoogsensitiviteit #nofilter

Flauwekul en aanstellerij. Of in het beste geval: een modeterm. Dat is wat vaak gezegd wordt over ho...
Lees verder
Artikel

Sorry, het waren mijn hersenen

Een enorme drang om te eten, om vreemd te gaan, of om een ander onderuit te halen: het zit allemaal ...
Lees verder
Artikel

Genezen door EMDR

In een paar sessies van je trauma af: het kan met EMDR. Deskundigen breken zich het hoofd over een m...
Lees verder
Artikel

Soldaat gebaat bij yoga

Een ernstige ziekte, de dood van een geliefde, een vreselijk ongeluk: het zijn ervaringen die het be...
Lees verder
Advies

Krijgt mijn autistische zoon meer zelfvertrouwen met EMDR?

Een ernstige ziekte, de dood van een geliefde, een vreselijk ongeluk: het zijn ervaringen die het be...
Lees verder
Artikel

Het leven is niet altijd leuk… en dat is helemaal niet...

Positief, dat moesten we de afgelopen jaren zijn. Hoe rozer je bril, hoe beter. Alsof het vermogen z...
Lees verder
Artikel

Wandelend vergaderen

Een ernstige ziekte, de dood van een geliefde, een vreselijk ongeluk: het zijn ervaringen die het be...
Lees verder