Sinterklaasavond zonder opa en oma, voor het eerst pasen vieren zonder je dochter. Tijdens feestdagen voelen heel wat mensen wat het betekent als het contact tussen ouder en kind is verbroken. René Diekstra schreef er over in zijn boek Als leven pijn doet, en is nu bezig met een onderzoek naar de oorzaken en mogelijke oplossingen van het fenomeen. ‘Ik heb geen cijfers’, zegt hij, ‘maar ik krijg de indruk dat het een toenemend probleem is. Alleen al omdat mensen langer leven en er dus meer kans is op gedonder. En ook omdat volwassen kinderen minder economisch afhankelijk zijn van hun ouders dan vroeger.’

Wanneer gaat de deur op slot voor ouders? De directe aanleiding kan van alles zijn en ook de diepere oorzaken zijn zeer divers: van ontkend misbruik of mishandeling in het verleden, tot gewoon onhandigheid in de omgang. In de kern is het doorgaans een grenzenkwestie, stelt Diekstra. ‘Soms kun je je ouders alleen maar in een bepaalde dosering verdragen. Dat is niet erg, het omgekeerde komt ook voor, en het kan tevens gelden voor sommige vrienden. Je zou dat een keer helder kunnen uitleggen: vader, moeder, ik vind het leuk dat je komt, maar tot zo

ver en niet meer. Het probleem is dat ouders soms niet verdragen dat je grenzen trekt. In de eerste levensjaren van het kind hebben ouders, vooral moeders, onbegrensd toegang. De beschikbaarheid en toegankelijkheid is over en weer vanzelfsprekend. Om volwassen te worden, moeten kinderen hun angst voor verlies van de ouderlijke liefde overwinnen. Ze moeten grenzen durven trekken en bewaken tussen henzelf en hun ouders. Dansen op het koord van zelfstandigheid en afhankelijkheid: het is een van de belangrijkste opgaven die je hebt als mens. Sommige ouders zijn niet in staat hun kind daarin vrij te laten.’

Echtscheiding en bijbehorende loyaliteitsconflicten kunnen ook een rol spelen als iemand zijn vader of moeder niet meer wil zien. ‘Als er gevechten en spanningen in het gezin zijn geweest, kiezen kinderen soms voor de een en tegen de andere ouder’, aldus Diekstra. Daarnaast is jaloezie volgens hem een onderbelicht fenomeen. Hij doelt daarbij vooral op ouders die jaloers zijn op hun kinderen. ‘Ouderen, en dus ook ouders, zijn in onze cultuur haast per definitie jaloers op jongeren, en dus ook op hun eigen kinderen’, schrijft hij in Als leven pijn doet. Die jaloezie kan zich uiten in overdreven kritiek op gedrag, kleding, plannen en spullen van kinderen en hun partners, in onhandig geuite kritiek, die voor de kinderen onverdraaglijk is. Je kinderen benijden is niet erg, benadrukt hij – de kunst is om je gedrag als ouder niet door die jaloezie te laten beïnvloeden. Maar niet zelden is de fout van de ouders gewoon dat ze sommige dingen niet zo handig hebben gedaan. ‘Veel ouders maken zich zorgen over de toekomst van hun kind. Vanuit die bezorgdheid beoordelen ze ook nieuwe partners van dat kind. Daarbij zeggen ze soms onhandige dingen die niet meer terug te draaien zijn.’

Een gespleten persoon

Afgewezen worden door je eigen volwassen kind is de ergste afwijzing die een mens kan overkomen, vindt Diekstra. Het betekent dat je contact met de toekomst wordt verbroken en dat je in een uiterst belangrijk stuk van jezelf, misschien wel het allerbelangrijkste stuk, wordt ontkend.

Omgekeerd kunnen volwassen kinderen het gevoel hebben dat ze worden ontkend door hun ouders. Bijvoorbeeld als ze gehavend uit hun jeugd tevoorschijn zijn gekomen, lijden onder trauma’s die te wijten zijn aan de onmacht of het gebrek aan liefde van hun ouders, en geen gehoor krijgen voor hun verhaal. Het menselijk geheugen is selectief en de meeste mensen herinneren zich hun eigen rol in het verleden als positiever dan die in werkelijkheid was. Ouders van zulke gehavende kinderen hebben dan de automatische reflex om pijnlijke zaken te verdringen en klachten af te wimpelen met dooddoeners als ‘Er is overal wel wat.’

‘Onder bepaalde omstandigheden is het verbreken van het contact met je ouders inderdaad het gezondst’, erkent Diekstra, ‘maar dan gaat het om een heel extreme situatie. In het algemeen is het natuurlijk niet gezond. En het blijft altijd pijnlijk, ook voor de kinderen zelf. Je ouders vormen een belangrijk deel van je eigen identiteit; bepaalde voorkeuren en reactiepatronen heb je van hen meegekregen. Als je dan geen enkele band meer hebt met die ouders, ben je als persoon gespleten. Dat slorpt energie.’

Weldadigheid

Hoe is het contact weer te herstellen? Kinderen hebben een bepaalde verantwoordelijkheid, zegt René Diekstra. ‘Opvoeden is altijd wederzijds. Kinderen hebben een zekere opvoedingsplicht ten aanzien van hun ouders.’ In Als leven pijn doet noemt hij als een van de normen waaraan kinderen moeten voldoen ten opzichte van hun ouders: ‘Respecteer de waarden en gewoonten van je ouders, zelfs als je hen ouderwets vindt.’ ‘Je moet het van twee kanten kunnen bekijken’, licht hij toe, ‘en begrijpen vanuit welke cultuur je ouders zich gedragen zoals ze doen. Het is niet handig om van je ouders dingen te eisen die ze nooit hebben geleerd. Dat schiet niet op.’

Voor kinderen geldt bovendien net als voor ouders dat ze zich aan deze belangrijke regel hebben te houden, stelt Diekstra: ‘Lever alleen kritiek op het gedrag van de ander, nooit op de persoon. En lever die kritiek altijd als jouw oordeel van het moment, nooit als het ‘Laatste Oordeel’. Zeg niet als kind tegen je ouders: “Jullie zijn altijd egocentrische mensen geweest.— Maar zeg: “Als jij op die manier reageert, dan erger ik me vaak.— Of: “Als jullie niet vragen hoe ik me daarbij voel, dan vraag ik me af of dat jullie wel interesseert.—’

Aan de andere kant hebben ouders ook zo hun plichten. In zijn boek bespreekt René Diekstra enkele klassieke gedragsregels waar ouders zich aan dienen te houden. Een ervan is ‘weldadigheid’ (het tegenovergestelde van misdadigheid): de ander goed doen. Serieus luisteren naar de aanklachten van een volwassen kind over zijn of haar opvoeding, hoort daarbij. ‘Want als er één ouder is die weldadigheid beoefent, dan is het wel de ouder die tot de conclusie komt dat bepaalde dingen ten opzichte van een kind niet goed zijn gedaan, dat uit eigener beweging uitspreekt, probeert te herstellen of daaruit conclusies trekt.’

Familieopstellingen

In de systeembenadering van families volgens Bert Hellinger is de band tussen ouders en kinderen van vitaal belang. Bibi Schreuder, begeleidster ‘Familieopstellingen’ en deskundig op het gebied van familiesystemen, stelt dat de deur op slot gooien voor een ouder een extreme stap is. ‘Als je op een plek komt te staan boven je ouders en hen niet kunt nemen als ouders, kun je dus je plaats in het systeem als kind niet innemen. Dan vecht je je hele leven lang tegen de stroom in. Voor een mishandeld en misbruikt kind kan dat een uitweg zijn. Wil je weer een poging doen om kind te zijn, dan kan dat alleen als je je ouders neemt met alle slechte dingen die ze hebben, met alles wat er is gebeurd , en als je zegt: “Jullie blijven toch mijn ouders.— Ik kan me ontzettend goed voorstellen dat iemand niet tot die stap komt en daar heb ik ook niets over te zeggen. Maar je ziet dat de prijs daarvan erg hoog is: je bent eenzaam, je hebt geen ouders meer.’

‘Ik voel me niet vrij tegenover mijn dochter’

Annemarie (71) kreeg in 1995 een briefje van haar oudste dochter met de tekst ‘Hiermee verbreek ik het contact.’ ‘Een vriendin heeft mijn dochter twee jaar geleden gebeld om te bemiddelen en tegen Kerstmis kreeg ik een kaart van haar. We hebben een tijdje gecorrespondeerd. Ik vroeg steeds: “Kan ik niet eens komen om de kleinkinderen te zien?— Maar ze zei dat ze daar niet aan toe was.

‘In die tijd is ze gescheiden en wilde ze wel met haar nieuwe partner komen. Het was een leuk bezoek, ze bracht een mooie bos bloemen mee. Toch dacht ik achteraf: het leek wel zo’n kennismakingsgesprekje dat je hebt met nieuwe buren. Haar vriend vertelde van alles over zichzelf, over vakanties en hobby’s. Dat vulde de tijd. Ik zie het als beginnetje, maar ik voel me niet vrij tegenover mijn dochter. Ze geeft vaak geen antwoord. Ze maakte ook geen afspraak voor de volgende keer, ik moet maar afwachten.

‘Het speelt eigenlijk al vanaf twintig jaar geleden. Het leek wel of ze vastgeroest zat in de puberteit, ze bleef zich verzetten. Zij vindt dat ik een aantal dingen niet goed heb gedaan, maar ik weet niet direct voorbeelden. Ze heeft een vriend gehad die ik een ondoorgrondelijke jongen vond, en wij vroegen of hij wel de geschikte partner was. Het is naderhand ook uit gegaan. Of ze me dat nou verwijt? Ze heeft me weleens geschreven dat ik altijd zóveel kritiek heb op ideeën van haar, dat ze die denkbeelden opgeeft. Maar het bleef altijd heel vaag, ze heeft nooit uitgelegd wat het nou was. Tenminste ik kan het me niet herinneren, misschien ben ik het kwijt.’

Jaren geleden ontmoetten moeder en dochter elkaar op neutraal terrein, in een restaurant. ‘Ze had foto’s van haar kinderen bij zich – ik wist niet eens dat ze al een tweede kind had – en vertelde dat een kennis ze had gemaakt. Naderhand bleek dat haar vader, mijn ex, die foto’s had gemaakt. Dat vond ik raar. Waarom die geheimzinnigheid? Ik heb verschrikkelijk verdriet gehad van die scheiding, maar dat was allemaal voorbij. Ze waren al groot en min of meer de deur uit in die tijd, ze hoefden niet te kiezen.

‘Ik heb haar brieven bewaard. Op die kaart die ik met Kerstmis kreeg, stond: “De verschillen van mening tussen ons zijn niet opgelost, maar ik realiseer me dat jij wel altijd op jouw manier hebt geprobeerd een goede moeder voor mij te zijn en dat waardeer ik.— Zoals ze dat zegt: op mijn manier… geprobeerd… Of het gelukt is, zegt ze niet. Het blijft in het vage, alsof ze toch bedoelt: het was niet de goede manier. Ze moet mijn goede bedoelingen toch waarderen?’

‘Soms is een boze ouder nog beter dan geen ouder’

Carla (50) heeft al 23 jaar geen contact meer met haar familie. ‘Mijn vader is twee jaar geleden gestorven, ik heb hem niet meer gezien. Toen hij op sterven lag, zocht mijn oudste zus contact met mij: ze vonden dat ik verplicht was om afscheid te nemen. Ik heb toen als voorwaarde gesteld dat het verzoek van hem moest uitgaan, en dat hij ook iets moest zeggen over vroeger. Dat wilde hij niet. Toen voelde ik me niet verplicht te komen. Dat hij overleden was, las ik op de overlijdenspagina in de krant.

‘Op mijn 27ste ben ik opgenomen in een psychiatrische inrichting. Mijn ouders zaten ermee: “O kind, wat moeten we tegen de buren zeggen.— Ze hebben me laten barsten. Ze belden niet, schreven niet, zochten me niet op. Een uitnodiging voor een gezinsgesprek weigerden ze. Ik paste niet in het beeld van het gelukkige gezin en daarvoor werd ik gestraft. Voor mij was toen de maat vol. Als er niet gepraat kan worden over wat er is gebeurd, wil ik geen contact.

‘Denk niet dat het makkelijk is om die stap te zetten. Ik had toen het gevoel dat ik niet anders kon. Maar het dubbele is dat ik het nog steeds mis. Je hebt toch een ideaalbeeld van familie en dat is wat je mist. Hoe ziek je familie ook is. Soms is een boze ouder nog beter dan geen ouder. Je komt helemaal alleen te staan, je hebt geen familie waarop je kunt terugvallen en dat blijft een gemis.

Voorzover ik mijn moeder ken, zou ze het liefst willen dat ik gezellig thuis kom en doe alsof er niets is gebeurd, praten over de tuin en plantjes en zo, dan is het gezin weer compleet. Ik ga daar geen energie meer in stoppen, het doet te veel pijn. Maar het blijft wel een strijd.

‘Er was seksueel misbruik en fysieke mishandeling, dat begon al toen ik heel klein was. Ze hebben me een keer het ziekenhuis in geslagen. Er bestaan kinderbeschermingsrapporten over. Ik ben nummer twee van zes kinderen; twee anderen zijn ook mishandeld. Ik heb een broer die in de psychiatrie is beland en een zusje is op zeventienjarige leeftijd getrouwd om het huis uit te kunnen. Als ouders kun je dan toch niet volhouden dat het zo’n gelukkig gezin was?

‘Op mijn achttiende had ik een miskraam van mijn vader en ben ik met hulp van een huisarts weggegaan, naar Engeland. Daar heb ik anderhalf jaar gewoond. Ik ben nu nog steeds in therapie en het gaat redelijk.

‘Op een dag komt mijn moeder ook te overlijden, dan is het echt definitief. Ik denk dat ze nu 84 is, maar dat weet ik niet helemaal zeker. Op feestdagen zit je alleen, mijn vrienden hebben allemaal hun eigen familie. Dan kom je best weleens in een fase dat je gaat denken: “Zal ik toch?— Als mijn moeder mij een brief zou schrijven dat ze me graag weer wil zien en dat ze wil praten over vroeger, ga ik ernaartoe.

Dat praten is wel de voorwaarde. Het gaat mij er niet om een oude vrouw door het stof te zien kruipen, maar ik wil een stukje erkenning van wat er fout is gegaan. Al zegt ze maar dat ze spijt heeft van wat er is gebeurd – dat zou al heel veel zijn. Maar ik denk dat ze zal zeggen: “We hebben toch goed ons best gedaan voor jullie? In ieder gezin is wel wat.— En daar kan ik niets mee.’

Als leven pijn doet. Weerbaar en waardig omgaan met de verliezen in je leven, René Diekstra, Uithoorn: Karakter Uitgevers, geheel herziene en uitgebreide editie, maart 2003

[/wpgpremiumcontent]