Jorijn (14) verloor drie jaar geleden haar moeder. ‘Ik wilde het onderwerp afsluiten en er niet meer over nadenken; het was gebeurd en je kon er toch niets meer aan doen.’ Op 4 augustus 2000 overleed de moeder van Jorijn (14) aan leverkanker. ‘Na de dood van mijn moeder waren er veel mensen om me heen die er wel met me over wilde praten, maar ik vond het zelf gewoon heel moeilijk om er over na te denken en er iets over te zeggen.’

Toen Jorijn naar de brugklas van het Sint-Janslyceum ging, werd haar gevraagd of ze misschien in de rouwgroep wilde zitten. ‘Ik dacht meteen “Dat wil ik!— Om te leren hoe anderen erover denken en wat ze ermee doen.’

Jongeren die te maken krijgen met verlies, zijn vaak geneigd hun verdriet te verbergen. Ze willen thuis hun ouder of ouders niet lastigvallen, omdat ze zien dat vader of moeder het ook moeilijk heeft. Op school willen ze vooral gewoon worden gevonden. Vrienden of vriendinnen die proberen te troosten, worden soms letterlijk weggeduwd. Veel jongeren zeggen liever alleen te worden gelaten.

Volgens Riet Fiddelaers-Jaspers, die vorig jaar op het onderwerp promoveerde, kan de school een belangrijke rol spelen bij het opvangen van jongeren met een verlieservaring. School is bij uitstek de plek waar eigenlijk alles hetzelfde is gebleven, terwijl thuis alles anders is geworden. Docenten zien kinderen vrijwel elke dag en kunnen ook aan de schoolprestaties zien hoe de rouwende kinderen zich ontwikkelen. In de praktijk blijken leraren vaak niet goed te weten hoe ze met een rouwende leerling moeten omgaan.’

Log in om verder te lezen.