Kindervriendschap

Geboren in 1975, groeide ik op met kringgesprekken in de klas, het Jeugdjournaal, waarschuwingen tegen zure regen en de eerste computers. Samen met vriendinnetjes ging ik mee in rages als rollerskates, geurpennen en stickerboekjes. We maakten ons zorgen over zeehondenbont, hingen onze kamers vol met posters uit de Popfoto en misten geen aflevering van De Zevensprong.

De band met mijn leeftijdgenoten was anders dan die met familieleden of andere volwassenen. Veel van mijn vriendjes hadden ongeveer dezelfde zorgen, helden en muziekvoorkeuren als ik. Zij begrepen waarom ik een scheur in mijn broek wilde, of een rugzak in plaats van een boekentas.

Kindervriendschappen spelen een unieke rol in de ontwikkeling van kinderen, schrijft de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Gary Ladd in het boek Children’s peer relations and social competence. Leeftijdgenoten lopen op hetzelfde pad in de geschiedenis én in hun eigen ontwikkeling, waardoor ze vergelijkbare ervaringen en interesses hebben. Bovendien zijn ze aan elkaar gewaagd. Een oudere broer is altijd sterker met stoeien en beter in Monopoly, en als ouders met hun kinderen spelen bepalen zíj wat er gebeurt. Maar leeftijdgenoten staan op gelijke voet. Dat maakt ze aantrekkelijke speelmaatjes, en geeft mogelijkheden voor de ontwikkeling die in geen enkele andere

Log in om verder te lezen.