Het EQ van annemarie van gaal

‘Ik ben heel gelukkig’, zegt Annemarie van Gaal (Helmond, 1962), met een lachje erachteraan alsof ze wil zeggen: ik kan er ook niks aan doen. We praten op het terras van haar prachtige villa aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, dat uitkijkt over het water. Het is vandaag te warm om binnen te zitten, hoe uitnodigend de imposante kamer ook is. Ze straalt rust uit, met een vanzelfsprekende zelfverzekerdheid. Nieuwsgierige ogen, open blik. ‘Zelfs toen ik bijkwam nadat ik een zwaar auto-ongeluk had gehad, met een weggeslagen neus en een gebroken rug, dacht ik: “O wat ben ik gelukkig dat ik leef.”‘ Het litteken aan de zijkant van haar neus is nog zichtbaar. Dat had makkelijk weggehaald kunnen worden, vertelt ze, maar dat heeft ze bewust zo gelaten. Zo herinnert ze zich steeds als ze in de spiegel kijkt wat een geluksvogel ze is. Ze had wel dood kunnen zijn.

Gisteravond had ze nog zo’n geluksgevoel, toen haar jongste zoontje, Luca, thuiskwam met zijn rapport. Hij had overal de hoogste score voor, of het nu zijn houding betrof, of rekenen en taal. ‘Het hele leven is een feestje’, lacht ze stralend. Maar is geluk niet

Log in om verder te lezen.