Tegen de zelfmoord van haar dochter kon psychiater Stanneke Lunter niets doen

Depressie en suïcide: in haar werk had Stanneke Lunter (55) er al dagelijks mee te maken. Maar toen haar eigen dochter zichzelf van het leven beroofde, stond ze met lege handen. ‘Wat had ik moeten doen om haar dood te voorkomen? Als psychiater, als moeder?’

‘Ik had haar een portfolio beloofd, zo’n grote schildersmap, voor alle tekeningen en litho’s die ze maakte. Ze maakte prachtige dingen. Die map ben ik op zaterdag gaan kopen. Jitske bleef thuis bij haar vader en ging in de tuin zitten. Het was heerlijk weer en ze was ontspannen. We zagen de oude, levenslustige Jitske voorzichtig gloren. Zondagochtend ontbeten we met z’n drieën in bed, heel knus. Ik gaf haar een boek voor Kinderboekenweek, dat deed ik ieder jaar, net als aan haar broer en zus. Ik zei nog dat het de laatste keer was, volgend jaar zou ze immers achttien zijn. Ze heeft er die dag nog 89 bladzijden in gelezen.’

‘Dankzij de stemmen voel ik me altijd zeker’

Dat de meeste mensen geen stemmen horen, was voor haar een grote verrassing. Sinds haar vroegste jeu...

Lees verder

Spoedeisende hulp

‘Jitske worstelde ermee dat ze nergens meer echt rust vond. Als ze bij ons thuis was, wilde ze terug naar de kliniek waar ze was opgenomen. Eenmaal daar wilde ze niets liever dan weer naar huis. Ze deed erg haar best, maar had natuurlijk steeds zichzelf bij zich, met haar nare, depressieve gevoelens. Die zondag in bed zei ze: “Nu voel ik me fijn, nu wil ik blijven waar ik ben.”
Die middag bracht mijn man haar terug naar de instelling. Ze knuffelde me uitgebreid: “Tot dinsdag, mam.” Het was 5 oktober 2014. ’s Nachts werd ik weggeroepen naar de spoedeisende hulp. Daar stond even later mijn man voor mijn neus. “Ze is dood,” zei hij. En ik vroeg nog: “Wie?” Niet Jitske, dacht ik, dat kan niet. Niet na dit weekend. Ik dacht dat hij mijn moeder bedoelde. Maar hij zei: “Jitske.” Juist op het moment dat ons vertrouwen groeide – ze komt erdoorheen, we zien het gebeuren – was ze dood.’

Bang maar hoopvol

‘Als psychiater en als Limburgse vergelijk ik het herstel van een depressie weleens met de Echternachse processie: drie stappen vooruit en twee weer terug. Het duurt lang, maar je komt er wel. Die dips voelen alleen ontzettend rot, want je denkt: dit wilde ik nooit meer voelen, ik dacht dat ik op de goede weg was, nu is alles weer zwart. Jitske ging weer naar school, droomde van een toekomst als verloskundige. Ze was bang, maar hoopvol. We hadden het met haar besproken: wil niet te snel, je hebt nog veel te overwinnen. Maar ik denk dat ze het idee dat het zo nog lang zou doorgaan niet meer kon verdragen.
Jitske was een gevoelig, temperamentvol en creatief meisje. Ze was niet extreem mooi, maar ze had uitstraling. En humor. Ze hield enorm van woordgrappen, samen met haar broer. “Watjijwillenmetjebamboebillen,” zei ze altijd als ze geen inhoudelijk antwoord had. Dan schoot iedereen in de lach en was de discussie gesloten. Op de lagere school bleek dat haar verbale en performale intelligentie ver uiteen lagen. Ze kon dus goed redeneren en was verbaal sterk, maar de uitvoering, het leren, ging haar moeilijker af. In de loop van de tijd vond ze daar haar weg in. Ik heb dat later niet meer gezien als een kwetsbaarheid.’

Heel gevoelig

‘Ze had enorme voelsprieten voor sfeer en voor hoe het met anderen ging. Als kind kon ze mijn emoties al lezen voor ik me er zelf van bewust was. Ze was 7 of 8 toen ze een keer vroeg: “Mama, waar ben je boos over?” Ik dacht: waar heb je het over, ik sta eten te koken. Even later wist ik: ze heeft gelijk. Ik was geïrriteerd geweest over iets, en toen overgegaan tot de orde van de dag. Maar eigenlijk was ik nog steeds geïrriteerd. Zij zag dat. Zelfs tijdens haar opnames richtte ze zich op anderen. Mensen in de kliniek vonden het fijn met haar te praten, vonden steun bij haar. Dat vond ik zo knap van haar.’

Crisisdienst

‘Het begon begin december 2013, ze was 16, toen ze opeens zei: “Ik zit ergens mee.” Ze wilde eerst met haar broer praten, met wie ze een vertrouwensband had, en zou daarna bij ons komen. Ze grapte nog: “Als ik zwanger was, zou ik het gewoon zeggen, hoor.” Ik was niet gealarmeerd. Dat ze misschien iets stiller was dan anders, weet ik aan haar examens. Maar toen vertelde ze ons dat ze sombere gevoelens had en stemmen hoorde. We namen haar mee naar de huisarts, die vond het ernstig en stuurde haar door naar de crisisdienst. Daar wilden ze uitzoeken of er sprake was van een eerste psychose of depressie. Ook gaven ze haar medicatie, antipsychotica die in lage dosering ook de slaap moest bevorderen. Dat leek ons een goede beslissing.
Ik was geschrokken, maar had ook zo veel vertrouwen in Jitske dat ik dacht: het komt wel goed. We zijn in de kerstvakantie gewoon met z’n vijven naar Gambia op vakantie gegaan. Ze was wat down, maar kon het ook leuk hebben. Ze praatte redelijk open over wat er in haar omging. Ik dacht er geen seconde aan dat het verkeerd zou kunnen aflopen.’

Eerste zelfmoordpoging

‘Dat vertrouwen begon ik kwijt te raken toen ze haar eerste suïcidepoging deed. Op een ochtend viel het me op dat ze sloom was bij het opstaan. Ik belde school af en we gingen wandelen met de honden. Jitske had ’s avonds een paar extra tabletjes antipsychoticum genomen, vertelde ze, omdat ze zo onrustig was in haar hoofd. Ze bewaarde die pillen zelf, er was toen geen reden om te denken dat ze er iets vreemds mee zou doen. Pas de volgende dag bleek dat ze een hele strip had geslikt. Ze wilde niet per se dood, maar het had van haar wel gemogen, want ze voelde zich zo naar.’

Buitengesloten

‘De psychiater vond het aanleiding om haar op te nemen. Wij stonden daar achter. Vanaf dat moment is het snel slechter gegaan. Ze kwam in aanraking met jongeren met allerlei grensoverschrijdend gedrag en ging dat al snel nadoen. Zo ging ze zichzelf beschadigen. In die periode werd ze ook heel fel en negatief naar mij. Echt páts! Terwijl ze het kort daarvoor nog fijn vond als ik bij haar in bed ging liggen en haar vasthield als ze zich rot voelde, werd ze opeens heel afwerend.

Haar vader liet ze wel toe. Ik heb een ontzettend lieve, zachtaardige echtgenoot, die minder duidelijk grenzen stelt dan ik. Ik ben dominanter. Misschien was het daarom. Dat ze mij buitensloot, vond ik echt afschuwelijk. Mijn kind was ziek, ik wilde samen haar ziekte bevechten, maar zij wees me af in die strijd.

Ze deed meerdere en steeds serieuzere zelfmoordpogingen. Ik werd steeds banger dat het haar ging lukken.’

8 levensfasen: van vertrouwen naar wijsheid

We maken in ons leven een aantal cruciale periodes door waarin we met een bepaald vraagstuk te maken...

Lees verder

Toch gesteund

‘In de periode van afwijzing heb ik wel steun gehad aan mijn vak. Ik kon blijven zien: dit gedrag is onderdeel van wat ze doormaakt en klopt niet met wat wij met elkaar hebben. Een van mijn zussen zei: “Wat moet ze zeker van jou zijn dat ze zich durft af te zetten, juist nu ze zo kwetsbaar is.” Ook dat hielp.

Ik dacht: als ik dit kan verdragen, dan helpt dat haar. In de psychiatrie noemen we dat containment. Je laat de ander zien: ik neem je niets kwalijk, je mag die nare gevoelens bij mij neerleggen, ik kan het verdragen en samen komen we erdoorheen. Op die manier kon ik het ook voor mezelf hanteerbaar maken. En inderdaad bleek dit haar te helpen, na een paar weken kwam er meer contact en uiteindelijk weer hechte verbondenheid. Jitske benoemde later ook dat ze zich gesteund had gevoeld doordat ik me niet liet wegsturen.’

Schuldgevoel

‘Dat ik psychiater ben, maakte het soms ook moeilijker. Ik heb mezelf steeds voorgehouden: voor diagnostiek en behandeling moet je objectief zijn, ik sta te dicht bij haar en zit bovendien zelf in een emotionele draaikolk. Dus heb ik haar behandeling zo veel mogelijk aan de professionals gelaten. Maar ondertussen had ik wel mijn observaties en ideeën. Dat was een worsteling.
Ik heb me vooral schuldig gevoeld over de diagnose. Jitskes gedrag was inmiddels dusdanig extreem – ze had heftig wisselende stemmingen, was zwart-wit in haar denken, bleef zichzelf beschadigen – dat een borderline-persoonlijkheidsstoornis werd geconcludeerd. Voor mijn gevoel klopte dat niet. Ze had laten zien dat ze beschikte over een gezonde emotieregulatie, waarom zou die opeens verstoord zijn?’

Antidepressiva

‘In de familie komt veel depressie voor. Als ik keek naar Jitskes levensloop en de maanden dat ze ziek was, dan wist ik bijna zeker dat ze een depressie had. En dan helaas in een levensfase die per definitie onzekerheid meebrengt, omdat een kind van haar leeftijd zich afvraagt: Wie ben ik? Wat wil ik? Kan ik het allemaal wel? Ik heb lang gedacht dat ik niet voldoende heb aangedrongen op herziening van de diagnose.

Pas toen ik na haar dood alle mails en verslagen opnieuw had doorgelezen, was ik enigszins gerustgesteld. Ik ben duidelijk geweest. Mijn hemel, wat heb ik gedramd.
Toch blijft het knagen. Ik vind het een afschuwelijk idee dat het vak dat ik al zo lang met hart en ziel beoefen mijn kind niet heeft kunnen helpen.

Niet lang voor haar zelfdoding was ze uiteindelijk gestart met antidepressiva. Het is bekend dat die bij jongeren suïcidale gedachten kunnen versterken, zeker als ze beginnen met een hoge dosis. Dat is vermoedelijk ook gebeurd. Als ze eerder de diagnose depressie had gekregen, was ze eerder antidepressiva gaan slikken en had ze rustig kunnen opbouwen. Misschien was het dan goed afgelopen.’

Actief rouwen

‘De eerste tijd was ik voortdurend bezig met wat ik had moeten doen om haar dood te voorkomen. Als psychiater, als moeder. Ik bedacht de gekste dingen: wat als we ergens anders waren gaan wonen, wat als we nog een kind hadden gekregen? Ik praatte veel met vriendinnen – en dat doe ik nog steeds, om maar antwoorden te krijgen, het te snappen. Maar ook om in contact te blijven met wie Jitske was.

Soms zoek ik de pijn zelf op. Dan kijk ik foto’s en filmpjes of ga naar plekken waar we samen waren. In de hoop dat het verdriet, als ik maar actief blijf rouwen, op een gegeven moment afneemt.’

Een kind verloren

‘Over Jitskes geschiedenis heb ik een boek geschreven. Daarin heb ik een gedicht opgenomen van Anna Enquist, Een menigte. Het hing al een jaar of tien op mijn slaapkamer naast de wastafel, omdat ik het zo prachtig vind. Enquist verloor haar dochter Margit bij een verkeersongeluk. Het beschrijft voor mij zo treffend hoeveel verschillende kanten er zitten aan rouw, hoe je, als je een kind verliest, uiteenvalt in “een waaier van vrouwen”. In de verslagen vrouw, de trieste vrouw, de weerloos-blije vrouw.

Dat weerloos-blije heb ik ook regelmatig. Dan kan ik weer genieten van mijn gezin en van de gedachten aan Jitske, aan hoe ze was, en dan is er heel even niets aan de hand. Maar meteen daarna komt altijd het intense gemis. Want juist op de echt gelukkige momenten ben ik onbeschermd.’

Zo goed mogelijk gedaan

‘Ik ben ook boos op Jitske geweest, zij het maar heel even. Dat was toen ik moest stoppen met mijn werk, waaraan ik erg was verknocht. Verdomme Jitske, dacht ik. Ik was psychiater op de opnameafdeling van een ziekenhuis, waar we veel mensen zien die suïcidaal zijn of net een poging hebben gedaan. Het lukte me niet meer om steeds opnieuw de goede mix te vinden van betrokkenheid en professionaliteit.

Ik durfde ook niet meer te vertrouwen op mijn inschatting: wie kon ik naar huis sturen en wie niet? Straks gaat het hartstikke fout, dacht ik steeds. Dan zitten die nabestaanden in dezelfde situatie als ik. Sindsdien werk ik nog wel als psychiater, maar niet meer in de crisisopvang.
Laatst vroeg iemand me: “Wie kan jou ooit vergeven?” Ik natuurlijk. Alleen ikzelf. Misschien heb ik daarom wel mijn boek geschreven. Niet alleen om hulpverleners en nabestaanden inzicht te geven, maar ook in een poging mezelf ervan te overtuigen dat we het zo goed mogelijk hebben gedaan.’

Stanneke Lunter, Geen pijn, geen angst, geen leven. De veerkracht voorbij, 2017, In De Wolken, € 22,50

Denk je over zelfdoding?

Denk je aan zelfmoord en wil je contact met een deskundiget? Bel of chat anoniem met 113. De hulplijn is 24/7 beschikbaar, dus zoek hulp als je zelfmoordgedachten hebt: 0900-0113 of www.113online.nl

Hoe vaak komt zelfdoding door jongeren voor?

Jaarlijks overlijden zo’n 45 jongeren tussen de 10 en 20 jaar door zelfdoding. Daarmee is het doodsoorzaak nummer één in deze leeftijdsgroep. Het aantal pogingen ligt nog 25 keer hoger: 6 procent probeert zichzelf gedurende de adolescentie van het leven te beroven.
Deze forse cijfers hebben veel te maken met de levensfase waarin jongeren verkeren, zegt klinisch psycholoog Judith de Heus. Ze is manager zorg bij 113 Zelfmoordpreventie, een online platform voor mensen met suïcidale gedachten, dat 24/7 bereikbaar is per chat en telefoon. ‘Jongeren zijn aan het uitzoeken wie ze zijn en hoe ze zich tot anderen willen verhouden. Maar waar het leven naartoe kan gaan, overzien ze nog niet. Dat maakt onzeker.’ Als daar een probleem bijkomt – een depressie, seksueel misbruik, gepest worden – kan dat leiden tot gedachten aan zelfdoding.

Tips voor ouders van jongeren met zelfmoordgedachten

Wat kun je het beste doen als je vermoedt dat een kind echt somber is of denkt aan zelfdoding? Het gewoon zo direct mogelijk vragen, adviseert klinisch psycholoog Judith de Heus. ‘In contact blijven is de beste bescherming. Vraag bijvoorbeeld: “Denk je weleens: ik zie het niet meer zitten?” Het kan ook helpen te zeggen dat ze niet gemist kunnen worden.’ Als het moeilijk is om contact te krijgen, kun je een andere volwassene, bijvoorbeeld een grootouder of docent, vragen met je puber te praten. De Heus: ‘Bijna geen kind wil echt dood. Het wil dat de pijn stopt en ziet even geen andere oplossing.’

Belangrijk is de gedachte aan zelfdoding niet te veroordelen. Het erkennen van de wanhoop en benoemen dat de situatie uitzichtloos lijkt, maar dat niet hoeft te zijn, geeft meestal al lucht. Daarna is het raadzaam de huisarts in te schakelen. ‘Die kent de hulp in de regio en kan inschatten welke hulp noodzakelijk is.’
Het lukt niet altijd om zelfdoding te voorkomen. Soms omdat de hulp onvoldoende soelaas biedt, soms omdat niet op tijd duidelijk werd hoe slecht het ging. ‘Vaak blijkt achteraf dat iedereen wel wist dat het niet goed ging, maar dat niemand alle puzzelstukken in handen had.’

auteur

Brenda van Osch

» profiel van Brenda van Osch

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Niets te verliezen

Danja Raven had alles – tot haar vriend verongelukte. Wat overbleef was een half leven, zonder hem...
Lees verder
Artikel

Niets te verliezen

Danja Raven had alles – tot haar vriend verongelukte. Wat overbleef was een half leven, zonder hem...
Lees verder
Branded content

Zo kom je fit thuis van vakantie

Heerlijk, dat lange luieren onder een parasol. Maar van een vakantie met voldoende inspanning kom je...
Lees verder
Branded content

Zo kom je fit thuis van vakantie

Heerlijk, dat lange luieren onder een parasol. Maar van een vakantie met voldoende inspanning kom je...
Lees verder
Column

Bij de relatietherapeut: de depressie van je partner

Elke maand een inkijkje in de praktijk van relatiepsycholoog Jean-Pierre van de Ven. Deze maand over...
Lees verder
Column

Bij de relatietherapeut: de depressie van je partner

Elke maand een inkijkje in de praktijk van relatiepsycholoog Jean-Pierre van de Ven. Deze maand over...
Lees verder
Advies

Hoe condoleer ik iemand die mij niet kent?

Depressie en suïcide: in haar werk had Stanneke Lunter (55) er al dagelijks mee te maken. Maar toen...
Lees verder
Kort

Subtiele aankondiging van zelfmoord

Wat hebben Sylvia Plath, Anne Sexton, Wladimir Majakowskij en John Berryman gemeen? Ze zijn dichter ...
Lees verder
Advies

Mijn puberzoon trekt zich weinig van mij aan

Depressie en suïcide: in haar werk had Stanneke Lunter (55) er al dagelijks mee te maken. Maar toen...
Lees verder
Column

De universaliteit van rouw

Mijn vakantie heeft dit jaar een ongewoon einde gehad. 's Morgens kwam ik opgewekt en uitgerust thui...
Lees verder
Artikel

Vlaamse mannen in het nauw

In november start in Vlaanderen een campagne om het stijgende aantal zelfmoorden onder mannelijke de...
Lees verder
Interview

Overlevers: ‘Mijn moeder zei: ik moet je iets vertellen. T...

Er zijn momenten waarop het leven in één klap tot stilstand komt. Dan wordt onze veerkracht tot he...
Lees verder
25962