Eén onbewaakt moment en het was gebeurd

Er zijn momenten waarop het leven in één klap tot stilstand komt. Dan wordt onze veerkracht tot het uiterste beproefd: want hoe ga je verder als niets ooit nog hetzelfde zal zijn? Hilde Dijkstra (48) verloor tien jaar geleden haar zoontje van anderhalf toen ze heel even niet oplette.

Ik was 37 toen ik voor het eerst moeder werd. De periode rond de bevalling was heel zwaar omdat ik zelf drie maanden op de intensive care lag vanwege een tumor op mijn bijnier. Ik was vooral aan het knokken om te overleven; de eerste zes weken na Jobs geboorte moesten anderen voor hem zorgen. Het was heel onwerkelijk om daarna ineens moeder te zijn, het heeft even geduurd voordat ik dat moedergevoel had. Ik herinner me een middag dat we over het strand liepen, Willy, Job en ik. Op dat moment realiseerde ik me voor het eerst hoe gelukkig ik was met mijn nieuwe gezin.

Op kerstavond moest ik even naar het restaurant waar ik bedrijfsleider was, om af te sluiten. Daar had ik afgesproken met Willy. Ik was iets te vroeg, Willy was er nog niet. Ik was van alles aan het regelen. Ondertussen liet ik Job een slokje koude thee proeven. Ik tapte nog een glas thee en zette dat op een van de tafels. Ik draaide me om en liep naar de bar. Ineens begon Job keihard te huilen. Hij had zomaar een slokje van de gloeiend hete thee genomen. Zijn angstige blik zal ik

nooit meer vergeten.

We zijn meteen met de ambulance naar het AMC gereden, Willy in zijn auto achter ons aan. Al vrij snel werd besloten dat hij naar brandwondencentrum Beverwijk moest. Vanwege de schrik was er ook hete thee in zijn luchtpijp gekomen. De arts daar zei dat het goed zou komen, maar dat Job na de operatie waarschijnlijk wel twee weken zou moeten blijven. Willy en ik konden die nacht slapen in het ouderhotel. Om half vijf werd ik met een schok wakker. Ik moet erheen, kon ik alleen maar denken. Job was heel onrustig geweest, vertelde de nachtbroeder.

Toen we om tien uur in de wachtkamer zaten, zagen we ineens twee kinderintensivisten door de gang rennen. Even later werden we in een kamertje geroepen. Zijn luchtpijp was in de loop van de nacht langzaam gaan dichtslibben door de verbranding. Job kon niet meer uitademen, de kooldioxide hoopte zich op in zijn lichaam. “Komt het nog goed?” vroeg ik. “Om eerlijk te zijn niet,” antwoordden ze. Als hij het zou overleven, zou hij een kasplantje blijven. Mijn hart stond stil. Om half twaalf hebben ze hem van de beademing gehaald en hij is meteen overleden, in mijn armen.

In de dagen na zijn overlijden schoot ik in een soort regelmodus, ik heb alleen maar toegewerkt naar de begrafenis.
In mijn hoofd was haast geen ruimte voor emotie, ik heb nauwelijks gehuild. Pas na de begrafenis kwam dat verschrikkelijke moment. Dat we samen de trap van ons huis op liepen. Mijn voeten weigerden haast om die treden te beklimmen. Ineens was er niemand meer, en waren we daar met zijn tweeën, zonder onze lieve Job. Toen pas begon het voor ons. Ik was intens verdrietig, wilde alleen maar slapen. Ik verbaasde me er elke ochtend over dat ik wakker werd, dat ik zelf ook niet gewoon doodging. Na een paar weken stelde mijn broer voor dat ik op twee honden zou passen. Een heel slimme zet, dan had ik in elk geval een reden om de deur uit te gaan. Elke dag ging ik even bij het graf zitten om voor de bloemen te zorgen.

Achteraf gezien misschien idioot, maar na een week of vijf, zes ben ik weer in het restaurant gaan werken, als afleiding. Dat werd wel steeds moeilijker. Ik werd minder tolerant tegen de gasten en theezetten ging haast niet meer. Op een dag, ergens in oktober geloof ik, ben ik onder de douche in elkaar gestort. Ik zakte letterlijk door mijn hoeven, mijn lijf wilde niet meer. Ik ben niet meer teruggegaan, twee vrienden hebben het afgehandeld met mijn baas.
Omdat we met de kerst niet thuis wilden zijn, zijn we gaan reizen, door Indonesië en Nieuw-Zeeland. Dat was het beste wat we konden doen. Even weg van alles, ook van het verdriet van de anderen om ons heen, de familie. Reizen hebben we altijd veel gedaan samen, dat is waar we allebei van houden. En we wilden niks liever dan samen zijn. We hebben niet superveel over Job gepraat, maar waren voor het eerst echt samen in ons verdriet.

Het beeld dat ik bij me draag is de angstige blik in Jobs ogen toen hij net dat slokje thee had genomen. Alsof hij wilde vragen: mama, wat heb je me nou gegeven? Op advies van de huisarts heb ik emdr-therapie gevolgd en dat heeft wel geholpen om het minder traumatisch te maken. Ik heb het niet moedwillig gedaan, ik kan er niks aan doen, maar ik ben wel onachtzaam geweest. Met terugwerkende kracht heb ik daar last van.
Afgelopen kerst werd ik in de auto weer eens overvallen door het verdriet, door een liedje op de radio. Voor het eerst kreeg ik het uit mijn strot: “Lieve Job, het spijt me zo wat ik je heb aangedaan.” Ik vind het zo erg voor hem dat ik hem in de steek heb gelaten. Het helpt wel om die woorden uit te spreken, maar dan merk ik ook dat ik het nog niet heb verwerkt.

Het verdriet komt in golven. Zijn geboortedag en sterfdag blijven moeilijk. Ook met kerst hebben we ons heel lang thuis opgesloten, Willy vooral in bed en ik voor de televisie. Twee jaar geleden hebben we kerst voor het eerst weer met familie gevierd. Dan merk je hoe fijn het is om je verdriet te delen, om herinneringen op te halen aan Job. Kennelijk kan ik dat nu pas.
Vijf jaar geleden heb ik nog een zoontje gekregen, Sacha. Ik wilde heel graag nog een kind, en ik geniet erg van hem. Ik word blij van zijn glimlach. Tegelijkertijd confronteert het me soms ook met het gemis van Job. Ik vind het moeilijk om het geluk toe te laten, omdat ik nog steeds bang ben om het weer kwijt te raken.’ 

[/wpgpremiumcontent]

auteur

Jeroen Kleijne

Jeroen Kleijne is freelance journalist.

» profiel van Jeroen Kleijne

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Jongeren in de rouw

'Ik mis mijn vader bij alles; dat hij er gewoon niet meer is', zegt Niek van dertien. Sociaal-wetens...
Lees verder
Artikel

Jongeren in de rouw

'Ik mis mijn vader bij alles; dat hij er gewoon niet meer is', zegt Niek van dertien. Sociaal-wetens...
Lees verder
Branded content

Zo ontspan je nog beter in de trein

Terwijl we voor ons gevoel maar een beetje zitten te lummelen in de trein, gebeuren er allerlei nutt...
Lees verder
Branded content

Zo ontspan je nog beter in de trein

Terwijl we voor ons gevoel maar een beetje zitten te lummelen in de trein, gebeuren er allerlei nutt...
Lees verder
Column

Nieuwe columnist Bregje Hofstede: Bijgeloof

Uit zijn sporttas diepte hij een verbandtrommel op. ‘Een vriend van me heeft eens een infectie opg...
Lees verder
Column

Nieuwe columnist Bregje Hofstede: Bijgeloof

Uit zijn sporttas diepte hij een verbandtrommel op. ‘Een vriend van me heeft eens een infectie opg...
Lees verder
Kort

Roekelozen zijn niet dommer

Er zijn momenten waarop het leven in één klap tot stilstand komt. Dan wordt onze veerkracht tot he...
Lees verder
Interview

Rinus (63) reed een jongen aan: ‘Ik was op het verkeerde m...

Met zijn vrachtwagen reed Rinus Conijn (63) een jongen aan, die ter plekke overleed. Rinus was onsch...
Lees verder
Advies

‘Hoe kom ik uit de slachtofferrol?’

Er zijn momenten waarop het leven in één klap tot stilstand komt. Dan wordt onze veerkracht tot he...
Lees verder
Kort

Lusteloos? Er is licht aan het einde van de tunnel

In het diepst van hun ellende kunnen mensen zich vaak niet voorstellen dat ze ooit weer echt gelukki...
Lees verder
Advies

Mijn autistische kind toont geen verdriet

Er zijn momenten waarop het leven in één klap tot stilstand komt. Dan wordt onze veerkracht tot he...
Lees verder
Interview

Hun geliefde werd vermoord – het is gewoonweg niet te beva...

Dat iemand van wie je houdt, overlijdt door bruut geweld – het is gewoonweg niet te bevatten. ‘I...
Lees verder
467