Ook al krijgt echt elke hond, zolang hij niemand bijt en geen plasje op het tapijt doet, zo’n Yale-diploma.

Het is een nieuwe trend om de intelligentie van honden te testen, een vakgebied dat bekendstaat als ‘hondencognitie’ (‘dognition’). Nog niet zo lang geleden moesten de meeste dierenonderzoekers niets van honden hebben. Tenslotte gaat het om gedomesticeerde dieren, die door de mens veranderd zijn. Wetenschappers werkten liever met natuurlijk gebleven diersoorten, alhoewel de veelgebruikte witte rat in strijd is met dit principe.

Maar ineens is hondenonderzoek populair. Allereerst is het makkelijk en goedkoop. Onderzoekers betalen doorgaans veel geld om dieren te houden, met uitgaven aan voer, schoonmaak, en bezoek van de dierenarts. Met honden ligt het anders. Je stelt een zaaltje open en nodigt baasjes uit hun viervoeters te brengen. Dat doen ze maar al te graag, want iedereen gelooft dat hij de slimste hond ter wereld heeft. Eigenaars geven soms zelfs geld toe. Na een aantal eenvoudige experimenten mogen de twee weer naar huis, waarna de wetenschap zich over de resultaten buigt.

Ten tweede zijn honden razend interessant. Darwin schreef al over hun haast menselijke gemoedstoestanden, en hun intelligentie is welbekend. Zo was er een jaar of tien geleden in Duitsland een bordercollie, Rico, die allerlei objecten bij naam kende. Hij werd op de juiste manier getest, opdat hij geen menselijke hulp kon krijgen. Een dozijn objecten werd in de ene kamer gelegd, Rico’s ­eigenaar zat in een andere. Hij riep dan een woord en de hond moest naar de andere kamer rennen om het desbetreffende voorwerp te halen, zoals een pluchen konijntje of tennisbal. Rico had de namen van tweehonderd voorwerpen in zijn kop.

De grote controverse van het moment is de vraag of honden slimmer zijn dan mensapen of wolven. Een typische intelligentietest is: naar iets wijzen en dan zien of het dier de richting van de hand volgt. De onderzoeker staat bijvoorbeeld tussen twee omgekeerde emmers en wijst naar die waaronder wat voer ligt. De hond leert al snel de juiste emmer om te keren; wolven en mensapen volgen de instructies lang niet zo goed.

Dit werd aanvankelijk uitgelegd als een teken van grotere intelligentie bij de hond, wat nogal opmerkelijk zou zijn: honden hebben namelijk eenderde minder hersenomvang dan wolven, om nog maar te zwijgen van mensapen, die een vijf keer zo groot brein hebben. Daarna kwamen theorieën die stelden dat honden beter op mensen letten, aangezien ze daarop gefokt zijn. Maar er is natuurlijk nog een derde verklaring: wolven en mensapen zijn minder vertrouwd met mensen omdat ze niet met hen zijn opgegroeid.

Verschillende onderzoeksgroepen hebben nu wolven thuis grootgebracht. Een hels karwei, want wolven zijn veel ongeduriger dan honden en als je niet oppast verwoesten ze je hele huis. Deze wolven zijn wél gewend aan mensen, en wat blijkt: ze zijn net zo goed als honden in het volgen van aanwijzingen. Dus voortaan kunnen we ook aan wolven zo’n mooi Yale-diploma uitreiken.[/wpgpremiumcontent]