‘Het kereltje maakt een wat verkreukelde indruk. Misschien kunt u hem gladstrijken.’ Met deze woorden meldt de huisarts Ahmed aan voor psychotherapie. Ahmed wordt verwaarloosd door zijn ouders, gepest door zijn oudere broer, heeft geen vriendjes en kan uren stil op de bank zitten. Hoe vijandig de wereld is waarin hij leeft, blijkt als hij samen met zijn therapeute een wandeling maakt in het park. Hij wil weglopen en de mensen aanvallen die met stenen gooien naar de eenden in de vijver. Zijn therapeute roept hem net op tijd terug. ‘Ahmed, kijk nog eens goed. Die mensen gooien met stukjes brood. Ze zijn de eendjes aan het voeren.’

Ahmeds ontreddering kleurt wat hij ziet, maar de kracht van onze gevoelens gaat verder en beïnvloedt ook wat wij denken. Blijmoedige mensen hebben een hele reeks positieve illusies over de wereld. Zij denken dat de wereld rechtvaardig en veilig is. Waar een wil is, zou ook de bijbehorende weg te vinden zijn. Meer in het algemeen overschatten gelukkige mensen hun eigen aandeel als er een meevaller op hun weg komt. Bij tegenslagen geven ze zonder problemen de schuld aan de omstandigheden. Zo blijven ze in zichzelf geloven. Hoe onterecht

dit ook mag zijn, het draagt wel bij aan een goede geestelijke gezondheid. Het zorgt ervoor dat iemand niet bij de pakken neer gaat zitten en blijft anticiperen en ageren. Zelfs als dat minder vaak succes heeft dan gedacht, blijft dit toch af en toe vruchten afwerpen.

Er zijn echter ook tal van voorbeelden te geven waar ons denken juist een negatieve draai krijgt. Toen Renate Dorre stein het boekenweekgeschenk had geschreven, vertelde zij aan het nrc Handelsblad dat ze zichzelf een tijd lang als een soort vampier had beschouwd die alle mensen om haar heen in gevaar bracht: ‘Dat had te maken met het feit dat mijn zusje ook schrijfster wilde worden. Toen zij nog leefde heb ik jarenlang vergeefs manuscripten naar uitgevers gezonden en het eerste boek dat ik na haar dood inzond, werd ineens uitgegeven en juichend ontvangen. Daardoor drong zich het idee bij mij op dat ik als schrijfster bestond bij de gratie van haar dood.’ Dorrestein smeedde een oorzakelijk verband tussen twee gebeurtenissen die voor een willekeurige buitenstaander niets met elkaar te maken hebben.

Geloof wordt feit

In de psychologie wordt de invloed van het voelen op het denken al heel lang als een vaststaand gegeven beschouwd, maar slechts weinig psychologen hebben getracht te beschrijven hoe deze invloed tot stand komt. In het binnenkort te verschijnen boek Emotions and beliefs worden enkele plausibele antwoorden geformuleerd door Nico Frijda en de bij hem gepromoveerde Batja Mesquita. Allereerst constateren zij dat gevoel en verstand zijn vervlochten. Neem het geloof. Gods almacht is voor de gelovige geen subjectieve gewaarwording, maar een vaststaand feit. Het ontzag dat de gelovige daardoor voelt, wordt vervolgens weer als bewijs aangevoerd voor Zijn grootheid. Frijda en Mesquita: ‘Het duidelijkst is dit zichtbaar bij een bekering waarbij een emotioneel overweldigende ervaring instaat voor de juistheid van het verworven geloof en voor de verankering van de nieuwe overtuiging.’

Gevoel en verstand kunnen elkaar op dezelfde manier bij de hand nemen na een felle ruzie. Terwijl je nog natrilt, loop je in gedachten het verleden van je opponent na en zo vind je steeds nieuwe voorbeelden van verachtelijk gedrag. Je voelt je niet alleen boos, je bent er nu vast van overtuigd dat de ander niet deugt. Je vraagt je alleen nog af hoe het mogelijk is dat je de ware aard van de ander zo lang over het hoofd hebt gezien. Evenzo kan een depressieve persoon steeds nieuwe voorbeelden van eigen falen en tekortkomingen vinden, zodat de eigen minderwaardigheid alomvattend wordt. Angstige personen zien steeds nieuwe gevaren opdoemen in de wereld.

Een ander mechanisme waarbij het gevoel met het verstand op de loop gaat, is dat overtuigingen vaak fungeren als rechtvaardiging voor onze gevoelens. Wie net vader is geworden, toont zich vaak diep onder de indruk, omdat hij zo’n bijzondere baby heeft gekregen. Frijda en Mesquita: ‘De liefde die ouders voelen wordt getransformeerd in de gedachte dat hun kind zo beminnelijk is.’ Iets soortgelijks gebeurt als we ons hoofd stoten tegen het keukenkastje en daar vervolgens naar uithalen. De pijn die we voelen, maakt dat we het kastje behandelen als moedwillige dader.

Een minder onschuldig voorbeeld zie je bij folteraars. Het onbehagen dat zij na afloop van hun wandaden voelen, schrijven zij gemakkelijk toe aan de slechte eigenschappen van het slachtoffer. Frijda en Mesquita: ‘Mensen verachten degenen die zij vernederen en dat leidt weer tot verdere vernedering. Het is zoals in het oude Latijnse gezegde: Propium ingenii humani est odisse quem laesis: de menselijke geest vindt het gepast om de mensen te haten die we pijn doen.’

De wortels van een overtuiging

Onze emoties hebben macht over onze gedachten, omdat zij aan de basis staan van ons wereldbeeld: de selectie en weging van informatie. De sterkste emoties treden op als onze belangen in het geding zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat het denken zich ook hierop concentreert. Bovendien versterkt ons gevoel net als onze zintuigen de subjectieve realiteit van een bepaald idee. Als we iets met eigen ogen hebben gezien of van binnen gewaarworden, dan zullen we geen tijd en energie besteden om na te gaan of we ons niet vergist hebben. De tegenstrijdige informatie kan wel aanwezig zijn, maar wordt niet opgemerkt omdat we al zeker genoeg van onze zaak zijn. Frijda en Mesquita geven het voorbeeld van een Joegoslavische man die maart vorig jaar door de Ameri kaanse radio werd geïnterviewd. De interviewer stelde dat Milosevic, weinig belangstelling toonde voor het lot van de Servische soldaten en hen zelfs nog nooit had bezocht. De man antwoordde: ‘Ik geloof niet dat dat waar kan zijn. En zelfs als het waar is, weet ik zeker dat hij de soldaten wel ontvangen heeft.’

Een laatste reden om aan verkeerde denkbeelden vast te klampen is dat zij emotionele voordelen met zich mee brengen. Waarom zou je je plezier bederven door je af te vragen hoe gerechtvaardigd je blijdschap is? En waarom zou je kostbare tijd verspillen door je af te vragen hoe reëel een bepaald gevaar is? Het lijkt veiliger om meteen te vluchten.

Zelfs de schuldgevoelens van iemand die zich in een vergelijkbare positie bevindt als Renate Dorrestein en die zich verantwoordelijk voelt voor de dood van een geliefde, kunnen op deze manier begrijpelijk gemaakt worden. De tol die betaald wordt voor de schuldgevoelens springt direct in het oog, maar daarachter ligt ook een kleine winst. De schuld schept de illusie dat de persoon in kwestie iets had kunnen doen om de fatale draai van het lot af te wenden. Dit houdt het geloof in een rechtvaardige wereld overeind of geeft misschien zelfs het gevoel dat het mogelijk zal zijn om de gebeurtenissen weer ongedaan te maken.

Het realiteitsgehalte mag nog zo gering zijn, soms vinden we de prijs om een denkbeeld los te laten te hoog. De zonzijde daarvan is dat we het op kunnen brengen om door te gaan. Tot op zekere hoogte doet hoop echt leven. De schaduwzijde is dat we op deze manier de ogen kunnen sluiten voor het feit dat we ons op een doodlopende weg bevinden. En niet gekeerd, betekent vaak volledig gedwaald.n

Binnenkort verschijnt het boek Emotions and beliefs, onder redactie van N.H. Frijda, A.R.S. Manstead & S. Bem bij Cambridge University Press.[/wpgpremiumcontent]