Herman Koch: ‘Ik hoorde bij de pesters. En daar heb ik geen spijt van’

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver Herman Koch handenwrijvend alle registers van boosaardigheid open. ‘In het leven moet je sommige mensen gewoon van je afslaan.’

Optimisme

‘Al een paar keer heb ik van zeer nabij mensen zien sterven. Erger dan dat bestaat eigenlijk niet, maar gek genoeg voel ik me wel goed in de wachtkamers van ziekenhuizen. Veel mensen willen er zo snel mogelijk weer weg, maar ik vind ’s nachts rondlopen in een ziekenhuisgang helemaal niet zo erg. Dat heeft denk ik te maken met een soort concentratie op die narigheid, en dat je daar heel moedig van wordt. Alle onzin moet dan aan de kant.

Ik kwam na zo’n lange ziekenhuisnacht bijvoorbeeld een keer thuis, zag ik iemand die z’n hond pal voor ons huis een grote drol liet draaien. Ik ben meteen weer naar buiten gerend en heb die man de huid vol gescholden: “Stuk tuig met je kuthond! Als je dit nog één keer doet, hoef je nooit meer hondenbelasting te betalen.” Ziezo, die man heb ik daarna niet meer in mijn straat gezien.

Het komt bij mij voort uit een soort optimisme. Bij tegenslag denk ik vaak: “Het moest zo gaan en er is vast wel iets uit te halen, dit heeft ongetwijfeld een functie.” Óf ik krijg er meer weerstand door, óf er komt een kracht in me naar

boven die ik niet had vermoed, óf het levert iets anders op.

Oké, dat heb ik niet op de momenten dat ik op de Franse snelweg vastloop in een tolpoortje en mijn wisselgeld valt op de grond – dan word ik heel driftig en roep ik “godverdomme!” Maar met andere, grotere dingen ben ik dus wel optimistisch. Zoals de dood van mijn moeder, die overleed toen ik zeventien was. Ik weet nog goed dat ik een motorfiets leende toen zij nog maar net was gestorven. Ik reed mezelf er die dag bijna mee te pletter. Niet expres, gewoon per ongeluk. Ik reageerde heel positief: “Het kán gewoon! Ik mág mezelf te pletter rijden, ik kan haar nu niet meer dat enorme verdriet aandoen.” Dat vond ik een grote ontdekking.

Een maand na haar dood kocht ik mijn eigen motor en als klap op de vuurpijl beleefde ik mijn eerste grote verliefdheid. Ik herinner me dat als een goeie tijd: naar school op mijn eerste motorfiets, met mijn eerste echte vriendin achterop, en dat alles binnen één maand na de begrafenis. Mijn leven ging dus echt door. Ik heb later nog weleens een terugslag gehad, maar wat ik mij vooral herinner, is een heel positief gevoel: “Ik laat me niet eronder krijgen, dat zou mijn moeder ook niet hebben gewild.”

Wat er ook goed aan was: ik kreeg door het overlijden van mijn moeder een betere band met de mensen om me heen. Een kind vindt het heel prettig als hij kan zeggen: “Mijn moeder is dood.” Dan ben je toch een beetje stoer, want er is iets met je, zo van: “Ach gos, hij moet al volwassen worden en op eigen benen staan…” Ik wist ook zeker dat mijn vriendin nooit zo verliefd op mij was geworden als ik niet zo zielig was geweest.

Ooit las ik een boek over optimisme, daar stond in dat je moet doen wat je leuk vindt. “Dit gaat over mij,” ging het door me heen. Ik grossier namelijk in leuke momentjes op een dag. Ik vind het bijvoorbeeld zalig ’s ochtends lekker een half uur de krant te lezen met een kop koffie erbij. Als er dan bij me wordt aangebeld omdat de straat moet worden opgebroken, en ik moet m’n auto wegzetten waardoor ik mijn krant met koffie moet overslaan, dan vind ik het jammer dat ik mijn momentje moet missen. Het gaat om heel simpele dingen waarbij je je alleen maar hoeft te realiseren hoe prettig je ze eigenlijk vindt. Dat je denkt: “Hè, wat lig ik toch lekker op de bank te lezen.” Of dat je weet: straks is er een voetbalwedstrijd op tv. En ik kan me enorm verheugen op dat biertje dat ik om vijf uur ga drinken.’

Bescheidenheid

‘Ik houd er niet van om hoog van de toren te blazen; zo bijzonder is het ook weer niet wat ik doe. Bescheidenheid is belangrijk, vind ik, het verkleint de afstand tot andere mensen. Nu ik met Het diner een bestseller heb geschreven, zeg ik tegen mijn buren: “Leuk hè, dat ik ondanks alles zo normaal ben gebleven en dat je met mij nog steeds een goed gesprek kunt voeren!” Mensen voelen dat ze makkelijk iets tegen me kunnen zeggen, in de trant van: “Ik vond het een goed boek, alleen jammer dat er aan het einde dat en dat gebeurde.” Dat vind ik een van de leukste dingen die er zijn, om het op die manier met mensen over mijn boeken te hebben. Tegen Harry Mulisch zal niemand in een café durven zeggen: “Goh, het is eigenlijk een beetje jammer dat u nu die kant op gaat met uw boeken.” Die zou zeggen: “Waar bemoeit u zich mee, had u het zelf maar moeten opschrijven!”

Maar begrijp me goed, niet iedereen verdient het om bescheiden tegen te zijn. Zoals sommige critici die een beetje doorslaan. Een normale lezer leest één keer je boek en gaat dan door naar het volgende boek, maar zij gaan het nóg een keer lezen, om het vervolgens helemaal stuk te analyseren: “Het líjkt op het eerste gezicht een prima boek,” schrijven ze dan, “maar bij hérlezing blijkt het toch niet goed in elkaar te zitten…” Tegen dat soort types zeg ik dus wél dat ze, als ze het dan zo goed weten, eerst zélf maar eens een boek moeten schrijven.

In principe ben ik heel verlegen, maar als het moet, kan ik een grote bek opzetten, dan gaat bij mij de knop om. Mij schiet dan heel makkelijk van alles te binnen om terug te zeggen. Vaak zijn dat ook wel sarcastische, gemene dingen. Op de middelbare school, als een leraar iets tegen mij zei, zei ik in een volle klas dan iets terug waardoor iedereen ging lachen en hij totaal voor lul stond. Dat een verlegen jongetje als ik dát kon bereiken vond ik toen een enorme kick. Ik hoorde in die tijd ook heel erg bij de pesters. Nee, daar heb ik absoluut geen spijt van, want de jongens die ik destijds heb gepest, zijn toch niet goed terechtgekomen.

Weet je, in het leven moet je sommige mensen gewoon echt van je afslaan. Die kosten tijd, slurpen energie, op een negatieve manier, en soms zit er zelfs een klootzak tussen die erom heeft gevráágd naar het hiernamaals te worden geholpen. Ik gedraag me niet agressief, maar in mijn fantasie ben ik het wel. Mijn vrouw zei een keer over mij: “Herman is geen goed mens, anders zou ik hem niet zo leuk vinden.” Dat komt… ik zeg tegen haar weleens van die dingen over bepaalde mensen…

Neem laatst, toen zag ik iemand aan wie ik een hekel heb. Hij kwam net op krukken uit de eerste hulp zetten, misschien was hij aangereden. Op zo’n moment denk ik: als hij echt was doodgereden, had ik de champagne opengetrokken. “Wat jammer dat hij niet wat harder geraakt is,” zei ik tegen mijn vrouw, “zelf had ik niet geremd als ik hem voor mijn wielen had gekregen.” Maar ik ben bang dat ik in het echt wel geremd zou hebben, hoor. Het blijft toch bij fantaseren.

Dat is voor mij trouwens ook een reden om te schrijven, ik wil sommige mensen die heel irritant zijn, zó op papier krijgen dat iederéén het ziet. Het streven is het op een manier op te schrijven waardoor er geen speld tussen te krijgen is. Irritatie is voor mij de beste inspiratie.’

Flexibiliteit

‘Bij mij komt weleens spontaan de gedachte op dat mensen die mij heel na staan, plotseling kunnen overlijden. Maar daar moet je niet te lang over nadenken. Het heeft geen zin je zorgen te maken over rampen die nog niet gebeurd zijn. Trouwens, in het leven gebeuren sowieso wel allerlei rampen, grote en kleine, dus als het zover is, zie je wel weer verder.

Je moet je rampgedachten dus flexibel tegemoet treden, en dat bereik ik door iets heel anders te gaan doen, afleiding te zoeken. Of ik zoek bewust mensen op; rampgedachten grijpen namelijk hun kans als je alleen bent, of als je niets te doen hebt. Dat laatste is overigens een belangrijke factor bij optimisme: zorg dat je altijd iets te doen hebt, daar blijf je optimistisch van.’

Vriendschap en liefde

‘Mijn vrouw is wat verstrooid, dus als we ergens naartoe gaan, of we komen ergens aan, heeft ze soms geen idéé waar we zijn: in oost, in zuid, of juist helemaal aan de andere kant van de stad? Ik kan me prima oriënteren, en als zij weer eens niet weet waar we zijn, ben ik geneigd me daar mateloos aan te ergeren. Maar daar heb ik natuurlijk niks aan. Ik kan beter denken: “Zij zou niet degene zijn die ze is als ze niet verstrooid was. En ik vond die verstrooidheid toch juist zo leuk toen ik haar leerde kennen?” Dat ik me er níét aan ga storen, dat vind ik nou liefde.

En ook dat zij het omgekeerde bij mij heeft. Ik ben heel traag, ik stel altijd alles uit, maar als ik dan in een restaurant ben, en we bestellen wat, en de ober loopt naar de keuken, dan roep ik al meteen: “Jezus christus, is het eten er nóg niet? Verdomme, wat een onattente lui hier!” Mijn vrouw moet daar dan enorm om lachen, om die onredelijkheid van mij.

Weet je, als je niks aan elkaar wilt veranderen, is er ook niks om langdurig over gefrustreerd te raken. Je besluit gewoon: “Dit is de persoon die ik leuk vind, met al haar plussen en minnen.” De gebreken van de ander, daar moet je niet aan willen komen, ze zijn deel van die persoon. Er zijn altijd wel twee of drie onhebbelijkheden aan iemand. Dat-ie bijvoorbeeld altijd met zijn vinger in zijn neus zit. Of dat-ie zo vaak scheten laat.

Voor vrienden geldt precies hetzelfde, daarom heb ik vriendschap en liefde tegelijk genoemd. Vrienden zijn voor mij de mensen op wie ik geen echte kritiek meer heb. Het stadium dat ik me aan hun fouten erger, ben ik voorbij. Tegen vrienden heb ik misschien één keertje gezegd: “Weet je wat jij heel erg hebt…”, maar daarna leg ik me erbij neer. Ik denk gewoon: “Die ís zo, die accepteer ik helemaal zoals-ie is.” En daarna drinken we gezellig samen nog een biertje.’

Herman Koch (55) is schrijver van de bestseller Het diner, een thriller over de ouders van twee tieners die een zwerfster hebben vermoord. Koch groeide op in Amsterdam, waar hij ooit van het Montessori Lyceum werd gestuurd wegens onaangepast gedrag. Hij was een van de makers van het satirische radioprogramma Borát en het tv-programma Jiskefet. In 1985 publiceerde hij zijn eerste boek, een bundel korte verhalen. Inmiddels heeft hij zes romans op zijn naam staan, waaronder Red ons, Maria Montanelli en Odessa Star. Hij en zijn Spaanse vrouw Amalia hebben een zoon van vijftien, Pablo. Meestentijds wonen ze in Spanje.

Wat zijn uw waarden? Herman Koch koos zijn persoonlijke levensprincipes uit de volgende opsomming:

discipline . waardering . flexibiliteit . humor . loyaliteit . openheid . optimisme . eerlijkheid . plezier . toewijding . rechtvaardigheid . vertrouwen . verantwoordelijkheid . schoonheid . zingeving . onafhankelijkheid . zorgzaamheid . tolerantie . creativiteit . bescheidenheid . geborgenheid . uitdaging . authenticiteit . succes . persoonlijke ontwikkeling . zekerheid . zelfvertrouwen . bezit . gelijkwaardigheid . empathie . liefde . gehoorzaamheid . avontuur . eenvoud . verbondenheid . ontspanning . gezondheid . wijsheid . macht . afwisseling . samenwerken . kennis . integriteit . innerlijke rust . intimiteit . spiritualiteit . vriendschap . zelfkennis

flexibiliteit, optimisme, bescheidenheid, liefde en vriendschap

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Ik ga eten als ik me eenzaam en verdrietig voel

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver ...
Lees verder
Interview

Herman Koch: ‘Ik hoorde bij de pesters. En daar heb ik...

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver ...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Recensie

Motivatie van Dan Ariely – 3 redenen om dit boek te le...

3 redenen om dit boek te lezen.
Lees verder
Recensie

Motivatie van Dan Ariely – 3 redenen om dit boek te le...

3 redenen om dit boek te lezen.
Lees verder
Interview

Arthur Japin: ‘Vergeving is een van de belangrijkste dinge...

Hij had bepaald geen goede start in het leven. Maar Arthur Japin (51) is niet meer rouwig om zijn ee...
Lees verder
Kort

Geen speen

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver ...
Lees verder
Interview

Eddy Zoey ‘Ik zat hardop te janken voor mijn Maleisische h...

Tv- en radiomaker en muzikant Eddy Zoey kiest de boeken uit zijn kast die hem het meest hebben geraa...
Lees verder
Column

Testje doen?

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver ...
Lees verder
Advies

Als ik emotioneel ben, kan ik me niet uiten

Hij is bescheiden en timide. Maar vergis je niet: als iets of iemand hem irriteert, trekt schrijver ...
Lees verder
Interview

Maarten Meester: ‘Ons verstand is ons hoogste goed’

Maarten Meester is filosoof en een verstandsmens. Over zijn kijk op de wereld ligt hij vaak in de cl...
Lees verder