Benoît Virole werkt als psycholoog met kinderen met gedrags- en leerproblemen. Toen hij vier jaar terug tot zijn verbazing ontdekte dat zelfs kinderen met ernstige leesproblemen Harry Potter begonnen te lezen, besloot hij op zoek te gaan naar het geheim van deze avonturenserie. Over zijn bevindingen schreef hij het boek dat onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen De betovering van Harry Potter. De psychologie van het nieuwe kind. Virole: ‘Ik wilde weten waarom kinderen zo’n enorm plezier beleven aan Harry Potter. Natuurlijk heeft de schrijfster vooral de gave om een fantastisch verhaal te schrijven met een zeer interessante schrijfstijl: direct, economisch en actie-georiënteerd. Maar dat is niet het enige: de stilistische technieken die zij hanteert om de aandacht vast te houden, volgen dezelfde weg als computerspelletjes. Hoofdstukken zijn opgebouwd rond beelden, actie wordt constant en vol energie benadrukt, terwijl de omgeving vrij statisch is. Het draait om de handelingen en wendingen. Rowling biedt de lezers een virtuele hyperactiviteit.’

Uiteraard slaat het boek ook aan omdat het de macht van de magie toont en het kinderen optimale identificatie biedt. Ze zien opeens dat je de wereld kunt veranderen. ‘Alle adolescenten willen iets veranderen, ze weten alleen niet hoe. Harry Potter biedt ze een prachtige beschrijving van een nieuwe wereld’, aldus Virole. De boeken sluiten bovendien goed aan bij de behoefte aan mythen in de moderne maatschappij.

Maar het blijft vooral de ‘virtuele hyperactiviteit’ die het extra herkenbaar maakt. Deze snelle beeldenstijl sluit volgens Virole helemaal aan bij de voorkeursstijl van denken die veel kinderen tegenwoordig hebben. Ieder mens heeft namelijk twee belangrijke cognitieve stijlen waar hij afwisselend gebruik van maakt. De eerste is opeenvolgend, waarbij informatie stap voor stap wordt opgenomen en het totale begrip er pas is nadat alle informatie is opgeslagen. De tweede stijl – simultaan – gaat veel meer uit van beelden en onderlinge relaties. Aan handelingen wordt onmiddellijk betekenis gehecht. Computerspelletjes doen een optimaal beroep op deze laatste stijl: met veel beelden, situaties die veranderen, raadsels die moeten worden opgelost. Bij het lezen van Potter-avonturen zoeken kinderen op dezelfde manier naar symbolen en gebruiken ze voornamelijk de simultane denkstijl. Deze verandering in denken zal uiteindelijk ook tot pedagogische veranderingen moeten leiden, tot andere manieren van kennis overdragen en leren, aldus Benoît Virole.

Multidimensionale held

Annematt Collot d’Escury, klinisch ontwikkelingspsychologe aan de Universiteit van Amsterdam, vraagt zich af of het allemaal wel zo’n vaart loopt. Zij ziet die ommezwaai naar het simultane denken niet zo sterk als Virole. ‘Natuurlijk leven we in een beeldencultuur. Maar om te spreken van een complete omslag, voert wat ver. Bovendien vind ik het onzin dat Harry Potter vooral een beroep op het simultane denken zou doen. Ik heb zelf de boeken met mijn kinderen meegelezen. Er zitten net zo goed elementen in die juist opeenvolgend zijn: heel veel ontwikkelingen in de boeken krijgen betekenis door wat er eerder is gebeurd. Je voelt als lezer soms al aankomen: oooh, dat gaat mis, op basis van wat je al weet. Dat heeft te maken met sequentie. Bovendien zitten er verhalen in het verhaal, het is een duidelijk voorbeeld van een raamvertelling en daarbij staat vanaf het begin vast dat het een serie is van zeven boeken na elkaar. Dat alles maakt de serie juist super-opeenvolgend. Ik vind ook dat er zeker sfeer en achtergrond in zit. Daardoor krijgt de actie juist betekenis.’

Ook Patti Valkenburg, hoogleraar Kind en Media aan de Universiteit van Amsterdam, ziet het snelle en hyperactieve niet als de voornaamste elementen in de Harry Potter-avonturen. ‘Natuurlijk kunnen kinderen tegenwoordig veel meer dingen tegelijk. Dat is een gegeven. Maar ik denk dat de boeken vooral populair zijn omdat je tegenwoordig niet veel van dit soort helden ziet. In de meeste tv-series zijn de karakters eendimensionaal, maar in de Harry Potter-verhalen zijn ze multidimensionaal. Harry heeft alle elementen die kinderen aanspreken: invloed van peers, avontuur, verliefdheid. Met zo’n veelzijdige held is ultieme identificatie mogelijk. En er gebeuren zowel realistische als niet-realistische dingen. Daardoor spreekt het meisjes net zoveel aan als jongens.’

Een ouderwets avonturenverhaal

Voor Collot d’Escury schuilt de kracht van de boeken vooral in de combinatie van magie en werkelijkheid. ‘Harry is een haalbare held. Eigenlijk is het maar een zielig mannetje met een bril en die kan opeens van alles! Die fantasie wordt door Rowling dichtbij de werkelijkheid gebracht, waardoor het voor de lezers grijpbaar blijft. Dezelfde combinatie zie je in goede films. Kijk naar de spanning in zo’n filmklassieker van Hitchcock, dan zie je hetzelfde: fantasie en werkelijkheid gaan samen. Je herkent dingen, maar tegelijkertijd is het allemaal net anders en daardoor spannend.’

d’Escury meent dat de boeken zowel een beroep doen op het visuele als het sequentiële denken, net als bij computerspelletjes. ‘Niet al die spelletjes werken louter simultaan. De echte prijswinnaars gaan juist ook uit van sequentie: je ontdekt iets en je moet meteen bedenken wat dat betekent voor de volgende stap: ga ik dan a of b doen? Je denkt in volgorde.’

Thérèse Heine is leerkracht aan de bovenbouw van de 12de Montessorischool in Amsterdam. Bijna alle kinderen in deze groep van negen tot twaalf jaar zijn volgens haar gek van Harry. Het visuele aspect dat Virole zo benadrukt, ziet zij zelf als ondergeschikt aan het succes van Harry. ‘Het is gewoon aantrekkelijk geschreven, zelf ben ik er ook tot diep in de nacht voor opgebleven.’ Ook in de klas ziet ze het simultane niet als nieuwe, dominante stijl. ‘Natuurlijk zijn kinderen snel met computers en vinden ze al gauw iets saai. Daar moet je in het onderwijs zeker ook alert op zijn. Maar als je steeds zorgt dat je dingen biedt die bij de belevingswereld van het kind passen, dan kunnen ze ook met open mond zitten luisteren als je uren uit een dik boek voorleest.’

Heine denkt dat de boeken vooral aanslaan omdat ze kinderen een herkenbaar sprookje bieden. ‘In het begin was ik eigenlijk verbaasd dat ze het zo leuk vonden. Het is toch een heel ouderwets avonturenverhaal. Maar dat vinden ze er juist zo geweldig aan. Elk kind maakt wel vervelende dingen mee en droomt ervan dat het anders gaat. Daarom is de wereld in het boek zo aantrekkelijk voor ze. Het geeft ze iets van ‘Zo wil ik ook zijn!’ Dan ben je zo zielig als Harry en dan overkomt je zoiets heerlijks als kunnen toveren. Mooier kan het toch niet?’ n

En wat vinden kinderen zelf?

Als kinderen vertellen wat ze zo leuk vinden aan Harry, geven ze in eerste instantie vooral het spannende aan. Maar er spelen duidelijk ook andere elementen mee. ‘Het begint spannend en wordt alleen maar spannender. Maar ik houd ook van de magie. Ik kan alle dialogen en toverspreuken nazeggen’, vertelt Annika (15). ‘Ik vind het zo’n mooi boek. Het is wel verzonnen, maar het lijkt of het echt kan gebeuren’, zegt Maaike van elf. ‘Andere boeken zijn een beetje van hetzelfde, maar dit is anders. Ik vind het ook leuk dat Harry gewoon vrienden heeft en dingen meemaakt die je zelf ook hebt.’

Sonja (13) vindt dat er heel veel in Harry zit. ‘Er gebeurt niet alleen veel, alledrie de hoofdpersonen zijn ook verschillend, ze hebben allemaal iets wat je wel kent. En dan gebeuren er ook allemaal gekke dingen in. Het is een heel nieuwe wereld.’ Casper (8) vindt dat Harry Potter ‘best griezelig is, maar ook leuk. Ik wil Harry wel zijn, maar alleen als hij heel handig is. Niet als hij tegen een hele goede tovenaar moet duelleren.’

De betovering van Harry Potter. De psychologie van het nieuwe kind, Benoît Virole, Kampen: Uitgeverij Kok, isbn 90 435 0787 3[/wpgpremiumcontent]