Nog niet zo lang geleden verscheen het boek van een Amerikaanse therapeut Ja, je tiener is crazy! (zie ook de recensie in Psychologie Magazine van februari), nu komt de Amerikaanse wetenschapsjournaliste Barbara Strauch met hetzelfde thema in Waarom doet mijn puber zo vreemd? Beide boeken zijn gebaseerd op recente ontdekkingen in de neurologie, waarbij steeds duidelijker wordt dat hersenen na de kindertijd niet zijn uitgegroeid, maar dat het adolescente brein nog volop in ontwikkeling is. Zo blijven de frontale kwabben – het gebied net achter ons voorhoofd – in de puberteit groeien en komen ze pas tot volle wasdom na het twintigste levensjaar. De frontale kwabben helpen ons impulsen te weerstaan en plannen te maken: inderdaad, net die zaken waar pubers niet in uitblinken. En de kleine hersenen – een klomp materie bovenin de nek – groeien ook nog flink door tijdens en na de puberteit. De kleine hersenen zijn mede verantwoordelijk voor het herkennen van verfijnde sociale signalen, alweer niet de sterkste kant van pubers.

Strauch leidt ons op een prettig leesbare manier langs het recente onderzoek. Zo beschrijft ze een experiment waarbij aan pubers en volwassenen het gezicht van een bange man werd getoond, terwijl hun brein werd bestudeerd met een

hersenscanner. Volwassenen die de gezichtsuitdrukking van de man proberen te interpreteren, gebruiken hiervoor hun frontale hersenschors, die hen helpt zaken logisch te beredeneren. De pubers daarentegen gebruiken hun amygdala – een deel in het midden van de hersenen dat verantwoordelijk is voor instinctieve reacties en emoties – omdat de verbindingen met de frontale hersenschors nog niet ‘klaar’ zijn. Dit verklaart, zo zegt Strauch, dat pubers zo vaak extreem sterk reageren en zonder aanwijsbare reden emotioneel uitbarsten: ‘Mam, ik haat je!’

Op dezelfde manier verklaart ze waarom pubers ’s avonds niet in bed zijn te krijgen en er ’s ochtends niet uit zijn te branden: de ‘slaapstof’ melatonine wordt ’s avonds pas twee uur later afgescheiden dan in hun kindertijd het geval was. Zeer interessant, hoewel het niet eerlijk is om alle problemen in het gezin toe te schrijven aan de hersenen van de puber, zoals Strauch doet. Want zíjn ouders, wier hersenen wel geacht worden volgroeid te zijn, nu altijd zo goed in impulscontrole, plannen en het overzien van consequenties? Wie denkt aan de moeders en vaders die onredelijk uitvallen als ze af en toe een borreltje te veel hebben gedronken, weet dat pubers soms wijzer zijn dan hun ouders. En dat mag ook weleens gezegd worden. n

Waarom doet mijn puber zo vreemd? Het brein van de tiener

Barbara Strauch

Amsterdam: de Boekerij

ISBN 90 225 3581 9

€ 15,95[/wpgpremiumcontent]