Geef me je hand

Op een conferentie van familietherapeuten hoorde ik over een onderzoek van Jim Coan, een Amerikaanse neurowetenschapper. Hij plaatst proefpersonen in een hersenscanner en meet hoe ze reageren wanneer ze een pijnprikkel verwachten. Ze krijgen een signaal waardoor ze weten dat er een lichte elektrische schok aankomt; geen prettig vooruitzicht, bewijzen de hersenscans.

Maar nu wordt het interessant. Tijdens het vervolg van de proef mogen vrouwelijke deelnemers iemands hand vasthouden, ofwel die van hun echtgenoot, ofwel die van een vreemde. Wat gebeurt er dan? Bij vrouwen die de hand van hun partner vasthouden, is op hersenscans te zien dat de angst voor de komende schok verdwijnt. Hoe beter de relatie, hoe effectiever de vrees wordt onderdrukt. Vraag me niet of het andersom ook werkt – man mag hand van vrouw vasthouden – maar ik denk van wel, want het gaat hier om hechting. Personen aan wie je gehecht bent, hebben een kalmerend effect.

Coan vertelde me dat de meeste psychologen ervan uitgaan dat de angstige reactie zónder iemands hand vast te houden de basisvorm is: dat is hoe we ‘normaal’ zouden reageren. Pas jaren later na zijn onderzoek zag hij in dat dit een verkeerde manier van denken is. We staan zelden ergens alleen voor, dus de reactie in de aanwezigheid van een ander is in feite de norm.
Deze opvatting past erg in de denkwijze van biologen. Mensen zijn namelijk niet geëvolueerd om alleen te zijn. We zijn een sociale apensoort. Sociale dieren zijn pas zichzelf binnen hun groep. Daarbuiten zijn ze niet op hun gemak.

Als primatoloog ben ik aan deze gedachte gewend, en ik pas haar elke dag toe. Wanneer mijn onderzoeksgroep bijvoorbeeld kapucijnaapjes wil testen, moeten we hen daarvoor tijdelijk uit hun groep halen. We weten echter dat ze daar erg onrustig van worden, en dat hun tests daardoor een vertekend beeld opleveren. De oplossing? We zetten onze proefjes zo op dat de apen wel apart zitten, maar hun groepsgenoten nog steeds kunnen horen. Kapucijnaapjes produceren de hele dag geluiden, die we contactroepen noemen. Het is een logisch gedrag voor een soort die in de dichte jungle leeft, waar je meestal niet verder dan een paar meter kunt zien. Door elkaar voortdurend te roepen blijven de groepsleden samen en weten ze allemaal van elkaar waar iedereen is. Doordat ze tijdens onze proeven deze mogelijkheid ook hebben, zijn ze een stuk rustiger en kunnen ze zich beter op hun taak concentreren.

Het hele idee dat de mens in zijn of haar eentje de grondvorm is, is volgens Coan een afwijking van de westerse cultuur. We leggen te veel nadruk op autonomie, en vergeten dat we intens sociale wezens zijn.

auteur

Frans de Waal

Frans de Waal is bioloog en een van 's werelds bekendste deskundigen op het gebied van apengedrag.

» profiel van Frans de Waal

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Hoe raak ik die bindingsangst kwijt?

Lees verder
Branded content

Niet meer moe, 7 tips voor meer vitaliteit

Na een lange werkdag ben je al snel geneigd op de bank te ploffen met de afstandsbediening en een gl...

Lees verder
Interview

Daarom werd ik coach: ‘Het onzekere bestaan als actrice past niet bij me’

Op haar 18de vertrok Dominique Seedorf van het Brabantse Nuenen naar Amsterdam om naar de Toneelscho...

Lees verder
Artikel

Liefde is pokon voor het brein

Lees verder
Artikel

Het geheim van een levenslange goede relatie met je kind

Lees verder
Advies

Mijn man is erg afstandelijk

Lees verder
Advies

Waarom houd ik mijn vriend op afstand?

Lees verder
Artikel

Samen is het fijner

Lees verder
Verhaal

Meer basisvertrouwen voor je kind

Lees verder