Fantasie-vriendjes

Samen slapen en spelen. Maar ook: samen het overlijden van opa verwerken. Want wie begrijpt je beter dan een fantasievriendje? Deze kinderen hebben er een of meer. ‘Als we tikkertje doen, win ik meestal.’

‘Tom komt minder vaak spelen dan Jerry’

Amban, Jerry en Pico de Toekan komen vaak spelen bij Jamie (5) uit Vlaardingen. Jamie heeft een zusje.
De meeste fantasievriendjes van Jamie zijn schepsels uit tekenfilms of spelletjes op de iPad. Het zijn altijd dieren of wezentjes, nooit mensen. Jamies eerste vriendje was Pico de Toekan. Hij zat in de vakantie ineens op haar hoofd. Later kwam Amban erbij, en Jerry, van Tom & Jerry. ‘En Tom had ik eigenlijk ook nog, maar die komt minder vaak spelen dan Jerry, en Amban. Ik speel wel honderdduizendmiljoen keer met ze. Amban is een jongetje, en hij is helemaal groen. En hij heeft een klein kuifje dat altijd zo beweegt: toing-toing. Hij was helemaal alleen, net als alle diertjes die ik vind. We vertellen elkaar geheimen en lezen ook heel veel boekjes. Hij woont in een huisje, en Jerry woont naast hem.’

Amban en Jerry gaan soms mee op visite of naar de speeltuin. Moeder Jessica vindt dat vaak handiger dan al haar pluchen knuffelbeesten meenemen. Jerry gaat ook mee naar zwemles. ‘Hij zit op muizenzwemles.’ Hij is zelfs weleens mee naar school gegaan; toen hebben ze de juf van tevoren maar even verteld dat hij

met Jamie meekwam.

Mensen in hun omgeving vinden dat Jamies ouders in de gaten moeten houden of het vanzelf overgaat. Maar zij vinden het vooral grappig, die rijke fantasie en die beestenbende. Jamies vriendjes zijn er soms gewoon, en soms ook weer even niet. Maar het is wel opletten geblazen: zo kan het gebeuren dat Amban of Jerry nog geen autogordel om heeft. En toen ze een keer op visite gingen met de pandabeertjes waar Jamie voor moest zorgen, waren ze de bamboe vergeten en moesten ze die thuis gaan ophalen.

‘We kletsen veel, omdat we kletsmeisjes zijn’

Ling-Sàm (5) uit Amsterdam is enig kind. Ze leest haar fantasievriendin Binden voor uit onzichtbare boeken.
Eigenlijk heeft Ling-Sàm meerdere onzichtbare vriendjes. Kloks is Ling-Sàms onzichtbare broertje, die een rood T-shirt draagt met Darth Vader erop. Haar onzichtbare zusje heet Ling-Zoem. Toen haar vader Remi om die naam moest lachen en vroeg of ze een bij was, werd Ling-Zoem boos. ‘Ze vindt het niet leuk als je haar uitlacht. Haar onzichtbare stem deed zo: grrhmmm.’
Dan zijn er nog Fasa, de zus van Fosa, en Toetje, die graag een dutje doet. ‘Zij doet altijd een beetje lui, omdat ze vaak moe is.’ De broer van Binden heet Bonden. Hij verhuisde naar Duitsland en kwam een dag later weer terug. Maar Binden is Ling-Sàms beste vriendin. ‘Ik ken haar al hónderd jaar lang. Binden is ook 5. Ze lijkt heel erg op mij.’

Ze spelen samen monopoly en vertellen elkaar moppen. ‘Binden vindt het leuk als ik voorlees, uit een onzichtbaar boekje. En we kletsen veel, omdat Binden en ik kletsmeisjes zijn.’ Vroeger hield dat zelfs met naar bed gaan niet op. ‘Papa zei: als we blijven doorkletsen, brengt hij mijn onzichtbare vriendinnetjes naar zolder. Toen deden we meteen stil.’
Juf Joan kent Binden en vraagt soms naar haar. Gelukkig past ze in een onzichtbare stoel naast Ling-Sàm in de klas, want ze gaat overal mee naartoe, dus ook mee naar school. Toen Ling-Sàm met twee schoolvriendinnen vadertje en moedertje speelde, opperde een van hen dat Binden wel het kind kon zijn. ‘Want zij kent Binden ook.’
Heel soms maken ze ruzie. ‘Binden sloeg mij een keer en toen zei ik: “Nee Binden, niet slaan.” Toen duwde ze me, bóém. Ik zei: “Nee Binden, niet duwen, ik vind het niet meer leuk. Anders ga ik het zeggen tegen mijn papa.” En toen hield ze op. Maar voor de rest zijn we gewoon lekker lief.’

‘Ze vertelt mijn geheimen nooit door’

Nona (8) woont in Utrecht en is enig kind. Ze ‘kocht’ Marleentje twee jaar geleden bij V&D.
Nona betaalde één cent, die ze haar moeder trouwens nog niet heeft terugbetaald. ‘Marleentje vond het cool dat ik haar meenam. Zij had nog nooit een vriendin gehad. Ze is een vampier van 106 jaar, maar wel heel lief. Ze heeft roze haren, sproetjes in verschillende kleuren en haar T-shirt ziet er altijd heel kleurig uit. En ze heeft een strikje in haar haar.’

Dat Nona en haar beste vriendin altijd samen zijn, daar moest haar moeder in het begin wel aan wennen. Ze vroeg zich even af of Nona misschien een broer of zus miste. Of dat het kwam doordat Nona van school was gewisseld. Maar nu weten ze niet beter dan dat Marleentje er gewoon is. De fantasievriendin moet wel zelf goed oppassen dat moeder Elsken niet boven op haar gaat zitten, en bij het avondeten wordt er niet voor haar gedekt. Marleentje zit gewoon rustig op haar vaste plek aan tafel, op de gele stoel tegenover Nona. Het vampiervrouwtje zit ook naast Nona in de klas. ‘En als ik op het schoolplein niemand heb om mee te spelen, doen Marleentje en ik verstoppertje en samoeraitikkertje. Meestal win ik.’

Verder kletsen ze veel. ‘Je kunt haar al je geheimen vertellen zonder dat ze die aan iemand doorvertelt.’ Als ze ergens naartoe gaan, laat Nona vaak even weten dat Marleentje ook meegaat. ‘Ik was een keer met een andere vriendin in het spookhuis van de Efteling. Er kwam een skelet van het kerkhof lopen en toen moest Marleentje keihard gillen. Ze vond het heel eng.’

‘We spelen vaak “ik zie, ik zie wat jij niet ziet’’’

Femke (5) woont in Hengelo en heeft een broer. Elke avond ligt haar bed vol met Tjam-tjams.
Ze zijn rood, een centimeter of tien groot en hebben kale koppies, maar wel een snor en een baard. En ze zijn heel zacht en lief. Femke is blij met haar familie van Tjam-tjams. ‘Ze slapen altijd bij mij in bed. Dan ligt mijn hele bed vol. Die onder de dekens kriebelen aan mijn voeten. Ze kietelen me.’ Femke speelt bijna elke dag met de Tjam-tjams, dan doen ze bijvoorbeeld ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’. ‘Ze gaan soms mee naar school, met hun eigen auto. Op school zitten ze in de zakken van mijn kleren en een paar in mijn schooltas. Nu zijn ze boodschappen gaan doen, want ze vonden dit interview een beetje te spannend.’ De Tjam-tjams doen wel vaker boodschappen. Dan halen ze brood, zoete melk en sinaasappels. Femke’s vader en moeder zetten ook weleens een extra bord op tafel. ‘Ze vinden alles lekker wat ik ook lekker vind.’

Het is wel handig dat de Tjam-tjams hun eigen auto hebben, want daardoor kunnen ze mee op vakantie. Ze gaan ook graag naar de speeltuin. Op de terugweg naar huis riep Femke een keer: ‘O jee, we zijn de Tjam-tjams vergeten!’ Maar toen ze omkeek, reden ze gelukkig in hun autootje achter hen aan. Femke’s ouders vragen geregeld naar de belevenissen van haar vriendjes, want de Tjam-tjams maken veel mee wat Femke ook meemaakt. Zo dragen alle Tjam-tjams een bril, behalve eentje. ‘Die lijkt een beetje op mij.’ Femke is in haar gezin namelijk de enige die geen bril heeft. Er ging voor het eerst een Tjam-tjam dood in de tijd dat opa en de hond ook overleden. ‘Maar er komt er dan steeds weer eentje bij. Het zijn er nu gewoon weer honderd.’

Oefenen met vriendschap Dwergen, konijnen, elfjes – denkbeeldige vriendjes van kinderen kunnen alle gedaanten aannemen. Maar het vriendje kan ook op het kind zelf lijken. Een denkbeeldig vriendje duikt meestal op als een kind tussen de 3 en 5 jaar is, vlak voor of rond het moment dat het naar school gaat. Uit Amerikaans onderzoek aan de universiteit van Oregon is gebleken dat meer dan de helft van de kinderen tussen pakweg 5 en 8 jaar een of meer van zulke vriendjes heeft. Jongens en meisjes hebben ze.

Zijn kinderen met een fantasievriendjes eenzaam? Nee, want kinderen met broers of zussen blijken ze even vaak te hebben als enig kinderen. Ouders die zich afvragen of hun kind een vriendje verzint uit gebrek aan een broer of zus, hoeven zich dus geen zorgen te maken. Het gaat om een volstrekt normaal fenomeen, zegt biopsycholoog Martine Delfos, tevens werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker en therapeut. Fantasievriendjes kunnen volgens haar zelfs een belangrijke functie vervullen in de ontwikkeling van een kind. ‘In deze leeftijdsperiode zijn kinderen bezig met het begrijpen van grote concepten: wat is het gezin? Wat is een vriend? Wat is dood? Ze denken erover na en oefenen ermee. Een imaginair vriendje is altijd beschikbaar, dus dat biedt de mogelijkheid om alles wat ze doen, denken en zijn, te toetsen aan dat vriendje. En vervolgens kunnen ze het uitproberen in het echte leven. Vriendschap is een basaal element in sociale interactie; je moet vriendschappelijk zijn tegen de groenteboer, je broertje of zusje, kinderen in de klas. Dus een kind dat dit oefent, heeft iets belangrijks te pakken.’

Spelen met een denkbeeldig vriendje gaat volgens Delfos verder dan het doen-alsof-spel van haar 3-jarige buurjongetje, dat thee met appeltaart serveert uit zijn speelgoedkeukentje. Ook al gaat hij daar minstens zo sterk in op. Bij een doen-alsof-spel is er namelijk een onuitgesproken ‘afspraak’ dat de spelers tijdelijk meedoen aan een fantasiespel, in de wetenschap dat het op een zeker moment ook weer ophoudt. Bovendien heeft het spel betrekking op een bepaald onderwerp. Dat is anders bij een fantasievriendje, dat door het kind betrokken wordt bij alles wat hij of zij meemaakt en in sommige gevallen elk moment van de dag aanwezig is.

Ook de taalvaardigheid, het geheugen en het kunnen inspelen op situaties wordt bevorderd. Kinderen met een fantasievriendje vertellen over (of aan) hun denkbeeldige vriendje en leren zo verhalen onthouden en volledig navertellen. Dat is goed voor zowel de taalvaardigheid als voor het geheugen. Zo’n vriendje kan bovendien tot steun zijn of helpen bij de verwerking van gebeurtenissen, bij onzekerheid of bij angst, bijvoorbeeld als het kind een sterfgeval in de omgeving meemaakt of naar een nieuwe klas moet. Wat een kind vertelt over het fantasievriendje kan ouders informatie geven over waar hun kind in gedachten mee bezig is.

Voor een kind is een fantasievriendje tegelijkertijd denkbeeldig en reëel. Vergelijk het met het kijken naar een spannende film: hoewel je wéét dat het een film is, kun je toch helemaal meeleven, schrikken of bang worden. Delfos: ‘Ons brein is zo gemaakt dat we fantasie helemaal kunnen beleven. Via het denken dingen toetsen en uitproberen is een belangrijke capaciteit van de hersenen. Bij het fantaseren en inleven raakt de kennis die we hebben – “het is niet echt” – tijdelijk op de achtergrond. Die kunnen we dan even niet gebruiken.’

Het komt zelden voor dat een kind blijft hangen in zo’n fantasiewereld. Ouders hoeven zich ook daarover niet ongerust te maken, meent Martine Delfos. Meestal verdwijnen de fantasievriendjes op het moment dat ze hun functie als het ware hebben vervuld. Als een kind de aansluiting met de werkelijkheid verliest, komt dat volgens Delfos dan ook niet door het denkbeeldige vriendje, maar doordat er een ander probleem speelt in het werkelijke leven van dat kind.
Fantasievriendjes zijn bovendien zelden een substituut voor echte vriendschappen. Delfos: ‘Integendeel: omdat ze die al in fantasie hebben, zijn deze kinderen vaak beter in vriendschappen sluiten en gaat het ze steeds makkelijker af. En als een vriendje uit de werkelijkheid wil spelen, wint dat altijd.’

auteur

Vivian de Gier

» profiel van Vivian de Gier

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

De invloed van je jeugd

De dingen die we al heel jong meemaken kunnen later nog steeds invloed hebben. Op ons gevoelsleven, ...
Lees verder
Artikel

De invloed van je jeugd

De dingen die we al heel jong meemaken kunnen later nog steeds invloed hebben. Op ons gevoelsleven, ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Kort

Parental burn-out: opgebrande ouders door opvoedstress

Ontploffen of in huilen uitbarsten als je kind zeurt, constant moe zijn en je mislukt voelen in je r...
Lees verder
Kort

Parental burn-out: opgebrande ouders door opvoedstress

Ontploffen of in huilen uitbarsten als je kind zeurt, constant moe zijn en je mislukt voelen in je r...
Lees verder
Verhaal

Ouders, stop met al dat ploeteren

In ons streven naar een goede opvoeding zijn we totaal doorgeschoten, zegt hoogleraar psychologie en...
Lees verder
Advies

Teleurgesteld 
in vriendschap

Samen slapen en spelen. Maar ook: samen het overlijden van opa verwerken. Want wie begrijpt je beter...
Lees verder
Artikel

Deze woorden veranderen je leven

Elkaars positieve eigenschappen heel precies onder woorden brengen: een ‘deugdencursus’ is even ...
Lees verder
Artikel

Hoe je familie je vormt, zelfs als je allang uit huis bent

Op allerlei manieren heeft onze familie invloed op ons leven - zelfs nadat we het ouderlijk huis all...
Lees verder
Artikel

‘Hij knipt spınnenpootjes af en zet slakken in de fik’

Kinderen met ODD doen anderen zomaar pijn, verzetten zich tegen regels en voelen meestal geen spij...
Lees verder
Advies

Hoe kom ik van die ‘vriend’ af?

Samen slapen en spelen. Maar ook: samen het overlijden van opa verwerken. Want wie begrijpt je beter...
Lees verder