Liefde

Feit 1: Ouderlijke goedkeuring is belangrijk voor het slagen van een relatie

Uw familie heeft een grote invloed bij de keuze van uw partner. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek onder Libelle-lezeressen door familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt en Dick Schluter, die meer dan 5000 vragenlijsten analyseerden. Zo is bijvoorbeeld de ouderlijke goedkeuring van de relatie nogal belangrijk. Uit het familieonderzoek blijkt dat 87 procent van de kinderen waar de ouders achter de partnerkeuze staan een goede relatie heeft, tegenover 73 procent waarbij de ouders niet achter de keuze stonden. Het geeft volgens de onderzoekers aan dat instemming van ouders met de partnerkeuze meer vertrouwen geeft en zo de partnerrelatie ruimte biedt zich te ontplooien.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

‘Het gevoel dat je ouders niet achter je relatie staan kan je stimuleren er iets van te maken – misschien zelfs tegen beter weten in – om te laten zien dat zij het verkeerd zagen,’ zegt Van den Eerenbeemt. ‘Anderzijds kan hun reserve je belemmeren in het volledig tot zijn recht laten komen van de relatie. Als het wel goed gaat, zou je je ouders immers gezichtsverlies bezorgen. Dat soort onzichtbare trouw aan ouders is vaak groot. Je ziet dat mensen soms de problemen binnen hun relatie niet willen tonen aan hun ouders. Maar als je voortdurend moet bewijzen dat je een goede partnerkeuze hebt gedaan, maakt dat de relatie met je ouders onecht en oppervlakkig.’

Uit het familieonderzoek van Van den Eerenbeemt en Schluter blijkt dat kinderen uit een goed huwelijk zelf ook vaak een stabiele, duurzame partnerrelatie hebben. En uit ander onderzoek blijkt dat kinderen van gescheiden ouders zelf vaker scheiden (twee keer zo vaak als kinderen uit ongebroken huwelijken). Verder hebben ze meer problemen met conflicten, communicatie en vertrouwen. Ze hebben meer korte relaties, minder vaak trouwplannen en schatten hun echtscheidingskansen hoger in.

Geluk

Feit 2: Jonge ouders zijn significant minder gelukkig

Familiebanden geven intieme relaties en geborgenheid. En intimiteit en geborgenheid leveren een belangrijke bijdrage aan het geluksgevoel. Volgens geluksdeskundige Ruut Veenhoven van de Erasmus Universiteit Rotterdam zijn mensen met een relatie doorgaans dan ook gelukkiger dan mensen zonder relatie. Dat kan deels verklaard worden uit het feit dat minder gelukkige mensen ook minder snel aan een partner komen, maar de belangrijkste reden is dat geborgenheid en intimiteit steeds moeilijker buiten de partnerrelatie te vinden zijn.

De vraag ‘Bent u in het algemeen gesproken een gelukkig mens?’ wordt door kinderlozen iets positiever beantwoord dan door stellen met kinderen. Het verschil is echter zo klein dat het bijna verwaarloosbaar is. Bij een uitsplitsing naar leeftijd blijkt wel dat jonge ouders beduidend minder plezier hebben in het leven als geheel.

In tegenstelling tot wat wel wordt gedacht, verpietert het huwelijk niet als de kinderen het huis uit gaan: het bloeit meestal juist op. Boven de 65 jaar blijken kinderlozen een tikje minder gelukkig. Een verklaring is dat kinderen kunnen voorzien in een behoefte aan geborgenheid en intimiteit. Die behoefte kan ook goed vervuld worden door vrienden, familie en partner, maar naarmate men ouder wordt, vallen er steeds meer leeftijdgenoten weg.

In hoeverre levensgeluk erfelijk is, is niet duidelijk. De Noorse psycholoog Lykken vond bewijs voor de erfelijkheid van bepaalde persoonlijkheidstrekken die volgens hem bijdragen tot geluk. Hij onderzocht bijvoorbeeld in hoeverre mensen energiek waren, goed met anderen overweg konden of de drang hadden tot zelfstandigheid. Deze trekken lijken inderdaad in de genen besloten te liggen, maar de vraag is of deze persoonlijkheidskenmerken je altijd gelukkiger maken. Veenhoven noemt als voorbeeld de drang tot zelfstandigheid: dat kan bijdragen aan een gevoel van geluk, maar het kan je ook eenzaam maken.

Dood

Feit 3: De dood van een familielid verandert je geschiedenis

De dood van een familielid leidt vaak tot heftige emoties en veel verborgen rouw. Wie een broer, zus of ouder verliest, wordt verondersteld daar sneller overheen te zijn dan over het verlies van een partner. Niet zelden voelen mensen zich daarom geïsoleerd als ze lang verdriet hebben.

De rouw om naaste familie heeft speciale kenmerken. Niet alleen rouwen de nabestaanden om het verlies van een dierbare, het is ook een ingreep in de geschiedenis. ‘Een overleden vriend mis je waarschijnlijk dagelijks en een zus die inmiddels naar Australië was verhuisd misschien niet, maar je geschiedenis is wel veranderd,’ aldus familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt. ‘Een getuige van je leven valt weg. Je hebt met een broer of zus dezelfde ouders gehad, en je identiteit is gedeeltelijk gebaseerd op zijn of haar aanwezigheid.

Rouwen om naaste familieleden wordt bemoeilijkt omdat gevoelens van verbondenheid, liefde en vertrouwdheid met hen uniek zijn. Je kunt juist met die heel vertrouwde persoon niet meer delen dat je promotie hebt gemaakt, een nieuw huis hebt of zwanger bent. Je kunt niets meer doen om je liefde en verbondenheid te laten zien. Verder worden familieleden na hun dood niet snel vergeten, omdat ook andere leden van je familie een band hadden met de overledene. Er zijn allerlei gedeelde herinneringen.’

Uit onderzoek naar rouwverwerking in families door de Amerikaanse psycholoog Colin Murray Parkes blijkt dat een gezonde verwerking van een overlijden binnen de familie afhankelijk is van duidelijke communicatie over het verlies onderling. Dat kan het verwerkingsproces vergemakkelijken, terwijl slechte communicatie een negatief effect heeft op de verwerking. Volgens psychiater Froma Walsh en familietherapeut Monica McGoldrick is het niet alleen belangrijk het gevoel van verlies met de familie te delen, maar ook om een nieuwe rolverdeling te vinden binnen de familie en opnieuw in de relaties te investeren.

Jeugd

Feit 4: Niets is zo onbetrouwbaar als een jeugdherinnering

Jeugdherinneringen zijn soms mooi, maar lang niet altijd betrouwbaar. Vaak zijn ze meer gebaseerd op de verhalen die door anderen verteld worden, dan op het geheugen. Dat blijkt uit onderzoek gebaseerd op de methode van de geheugendeskundige Elizabeth Loftus. De onderzoekers verzamelden eerst de nodige jeugdervaringen via een vragenlijst die ze naar de ouders van de deelnemende studenten stuurden. Tijdens een persoonlijk interview moesten de studenten proberen zich deze gebeurtenissen te herinneren. Ze wisten niet dat een van de voorvallen door de onderzoekers was verzonnen: een incident waarbij ze als vijfjarige op een bruiloft tegen een tafel waren gerend. Op de tafel stond een schaal met punch, waarvan de inhoud deels op de vader van de bruid zou zijn terechtgekomen. De studenten moesten alles beschrijven wat ze zich hiervan konden herinneren.

Aanvankelijk waren er maar twee personen die zich iets van het punch-incident konden herinneren. Toen ze er echter thuis nog eens goed over na moesten denken (zonder er met familieleden over te praten), rapporteerde ruim een kwart van hen herinneringen aan het huwelijksfeest. Tien deelnemers gaven zelfs allerlei details, zoals de schaduw van de boom waaronder de tafel met punch stond, of de bierbuik van de man die de punch over zich heen kreeg.

Soortgelijke experimenten creëerden bij minstens twintig procent van de proefpersonen pseudo-herinneringen. Ze gingen zich onder meer herinneren dat ze hun ouders waren kwijtgeraakt in een winkelcentrum, hun vinger in een muizenval hadden gekregen of wegens een oorontsteking in het ziekenhuis werden opgenomen. In alle gevallen hadden ze gehoord dat deze gebeurtenissen door hun naaste familieleden waren gerapporteerd. Dat gaf hun waarschijnlijk een goede reden om erin te geloven, en het schiep de verwachting dat de ervaringen nog ergens in hun geheugen te vinden moesten zijn.

Werk

Feit 5: De beroepskeuze van kinderen wordt sterk bepaald door het voorbeeld van hun ouders

Ouders, met name hun beroep en de status daarvan, zijn van grote invloed op de beroepskeuze van de kinderen. Broers en zussen hebben weinig invloed, net als grootouders en andere familieleden.

Vaders spelen aan het begin van de carrière een belangrijke rol voor de beroepskeuze van zowel zonen als dochters. Dat constateert onderzoekster Sylvia Korupp uit een analyse van enquêtes die in de jaren negentig in Nederland en Duitsland zijn gehouden. Kinderen richten zich bij hun eigen keuzes op het ouderlijk beroep met de hoogste status – vaak dat van de vader. Als het beroep er zich voor leent, komen kinderen aan het begin van hun carrière al op een beroep met hetzelfde statusniveau terecht. Als dat niet kan, werken zonen zich vaak naar dezelfde status toe als de vader. De beroepscarrière van dochters is op de lange duur sterk gerelateerd aan de status van het werk van hun moeder. Dat zou een van de verklaringen kunnen zijn voor het feit dat vrouwen vaak op een bepaald niveau blijven hangen en zelden doorstromen naar topposities.

Niet alleen de status, ook het soort werk dat kinderen kiezen is vaak gerelateerd aan dat van hun ouders, weet Sylvia Korupp. Zonen zijn daarbij meer gericht op het beroep van hun vader en dochters op het beroep van hun moeder. Waarom kinderen hetzelfde kiezen als hun ouders is nog niet onderzocht, maar zeer waarschijnlijk is dat beroepskeuze deels bepaald wordt door wat je van dichtbij hebt meegemaakt.

Persoonlijkheid

Feit 6: Opvoeding en milieu hebben geen invloed op iemands karakter

Uw persoonlijkheid is voor een belangrijk deel erfelijk bepaald. Uit recent tweelingenonderzoek aan de vu blijkt dat eeneiige tweelingen qua persoonlijkheid duidelijk meer op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen. Er werd vooral onderzoek gedaan naar persoonlijkheidsproblemen, zoals extreme verlegenheid, angst en agressie. Eeneiige tweelingen blijken veelal dezelfde problemen te krijgen, terwijl twee-eiige tweelingen erg kunnen verschillen. Klassieke onderzoeken hebben bovendien aangetoond dat eeneiige tweelingen, zelfs als ze niet samen opgroeiden, op latere leeftijd opvallende overeenkomsten hadden in temperament, smaak en persoonlijke voorkeuren.

Omgevingsinvloeden als opvoeding en sociaal-economisch milieu blijken sowieso weinig bij te dragen aan de vorming van iemands persoonlijkheid. Verschillende Amerikaanse onderzoeken hebben aangetoond dat de huiselijke omgeving geen blijvend effect heeft op persoonlijkheidskenmerken. Zogenaamde persoonsgebonden omgevingsinvloeden, zoals hobby’s, vriendjes en bijzondere ervaringen, blijken wél relevant. De invloed van van leeftijdgenoten (peers) op persoonlijkheid en gedrag is groot.

Een interessant voorbeeld hiervan vond psycholoog Leann Birch, een toonaangevend onderzoekster op het gebied van opvoeding en eetgedrag. Kinderen blijken niet gevoelig voor argumenten van hun ouders om iets te eten wat ze vies vinden. Wat wel werkt om de spruiten naar binnen te krijgen? Zet uw kind aan tafel bij een groepje kinderen dat graag spruitjes eet. De kans dat kinderen ze dan opeens wél willen eten, wordt daarmee een stuk groter.

Geld

Feit 7: Een kwart tot eenderde van de relatieproblemen gaat over geld

Hoe u over geld denkt, hangt sterk samen met de betekenis die geld heeft voor uw ouders. Opvattingen over geld worden namelijk vaak van generatie op generatie doorgegeven, via gedrag, non-verbale boodschappen en via expliciete beweringen als: ‘geld moet rollen’, ‘een stuivertje gespaard is een stuivertje gewonnen’, of ‘het geld is de wortel van alle kwaad’. De manier waarop deze boodschappen vervolgens eigen gemaakt worden door een kind, leidt tot een verscheidenheid aan betekenissen en waarden die mensen aan geld toeschrijven.

Omdat opvattingen over geld zo uiteenlopen, blijkt het binnen een relatie belangrijk deze met de partner te bespreken. Moesten bij u thuis altijd de eindjes aan elkaar geknoopt worden en heeft u een partner waar het vroeger over de balk gesmeten werd? Dan kent u waarschijnlijk heel verschillende waarden toe aan geld, en dit leidt nogal eens tot problemen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat een kwart tot eenderde van de relatieproblemen over geld gaat. Communiceer over uw ideeën met betrekking tot geld, is dus de boodschap. Dat blijkt overigens ook uit een groot onderzoek dat een grote Amerikaanse verzekeringsbank liet uitvoeren, de Money maladies survey. Geld, en de vaardigheid ermee om te gaan, blijkt nauwelijks te worden besproken in Amerikaanse gezinnen – vaak omdat ouders zichzelf niet als goed voorbeeld zien. Maar liefst 81% van de Amerikanen gelooft niet te weten hoe met geld om te gaan, schrijft familietherapeut Cloe Madane in haar boek The secret meaning of money. Echter, kinderen die tijdens de opvoeding wel met hun ouders over geld gepraat hadden, bleken minimaal 20% van hun bruto loon opzij te hebben gezet.

Opvoeding

Feit 8: Het is heel moeilijk om het anders te doen dan je ouders

‘Wie streng is opgevoed, wordt waarschijnlijk later zelf ook een strenge ouder,’ aldus psycholoog en systeemtherapeut Jos Truyens. ‘Mensen zijn geneigd het voorbeeld van hun ouders te volgen in hun opvoedingsstijl. Dat heeft te maken met veiligheid en herkenbaarheid. Als de opvoedingsstijl niet bevallen is, en mensen het anders willen doen, lukt dat in de praktijk vaak niet.’

Er zijn verschillende opvoedingsstijlen, waarvan de autoritatieve het best is voor de ontwikkeling van een kind. Daarbij krijgen kinderen veel liefde en genegenheid, maar ook duidelijke regels, grenzen en uitleg over het waarom daarvan. Dat leidt ertoe dat het kind de regels en grenzen ook begrijpt en er zelfstandig mee kan omgaan.

Een belangrijke factor is de overdracht van hechtingspatronen, ofwel de manier waarop ouder en kind een duurzame, liefdevolle relatie zijn aangegaan en dat zelf doorgeven. De laatste jaren wordt daar, met name aan de Rijksuniversiteit Leiden, veel onderzoek naar gedaan. Veel gedragspatronen blijken voort te komen uit hechtingspatronen. Een veilig gehecht persoon is beter in staat om duidelijke keuzes te maken, heeft meer zelfregulatie en beter probleemoplossend gedrag. Naarmate een volwassene een gezondere gehechtheid heeft met de eigen ouders, wordt ook zijn manier van opvoeden evenwichtiger.

De opvoedingsstijl is echter niet alleen afhankelijk van het voorbeeld van de ouders: ook de maatschappelijke invloed is goed zichtbaar. De laatste decennia is er bijvoorbeeld een verschuiving geweest van een zogenaamde ‘bevelshuishouding’ naar een ‘overleghuishouding’. De invloed van de maatschappelijke verandering op opvoedingspraktijken wordt volgens verschillende onderzoekers steeds sterker.[/wpgpremiumcontent]