Jaren geleden zat ik in een sollicitatiecommissie. Er was een gedoodverfde winnaar onder de kandidaten. Hoewel hij over alle benodigde kennis en ervaring beschikte, had ik geen goed gevoel over hem. Een ander commissielid was juist fel voorstander. Hij had een lijst gemaakt met pakweg twintig argumenten vóór deze kandidaat. Terwijl hij zijn lijst voorlas, zag je zijn zelfvertrouwen groeien: hier zouden de tegenstanders echt niet omheen kunnen. Na het voorlezen viel er een stilte. Toen zei iemand: ‘En toch vertrouw ik hem niet.’ De anderen vielen haar bij en daarmee was de kous af.

Vertrouwen is zo belangrijk dat er ook in puur zakelijke situaties allerlei woorden voor zijn: gunfactor, sociaal kapitaal, emotionele bankrekening. Mensen denken vaak dat ze anderen moeten overtuigen met hun kennis en kunde, maar veel belangrijker is het motto van oud-president Roosevelt: People don’t care how much you know, until they know how much you care.

Managementgoeroe Stephen Covey adviseerde dan ook: maak een lijstje met de mensen die belangrijk zijn in je werkveld, en ga voor elk van hen in gedachten na of je in de plus staat op de emotionele bankrekening. Zo niet: werk aan de winkel. We weten heel goed waar we plussen en minnen mee scoren. Je afspraken nakomen, naar mensen luisteren, loyaal zijn, waardering en respect tonen, zijn voorbeelden van gedrag waarmee je krediet opbouwt. In de min raak je door bijvoorbeeld: je niet aan je woord houden, mensen niet terugbellen of mails niet beantwoorden, mensen niet serieus nemen (in een vergadering snuiven of op je smartphone kijken als iemand aan het woord is), gelijk willen hebben en het beter weten.

Covey noemde ook roddelen als een kredietvreter: als de ander ter ore komt wat je hebt gezegd, geeft dat natuurlijk een regelrechte crash op je sociale kapitaal in die relatie. Maar volgens mij is dit te simpel, want roddelen is juist wél goed voor je relatie met degene met wie je roddelt. Als je allebei negatief denkt over iemand, schept dat een band, veel meer nog dan als je allebei iemand leuk vindt[1]. Het effect van roddelen op het smeden van een band is zo sterk, dat het wel is vergeleken met het vlooien bij apen. Bovendien is het strelend voor het ego van de meeroddelaar, want die ziet zichzelf als superieur aan de beroddelde persoon[2]. Dat maakt roddelen ook zo leuk: je bent samen lekker beter dan die flapdrol over wie je het hebt.

In de emo-boekhouding is het glas dus halfvol en halfleeg voor roddel. Natuurlijk zijn er omstandigheden waarin roddelgedrag een giga-min zou moeten opleveren, bijvoorbeeld als je roddelt uit afgunst of om iemands reputatie om zeep te helpen. Maar het motief van roddelaars is niet altijd zo duidelijk, en wat in elk geval vaststaat is dat roddelen pluspunten kan opleveren die je niet zo snel en effectief op een andere manier binnenhaalt.

Als je goed oplet met wie je roddelt over wie, kun je van roddelen veel plezier hebben én je emo-saldo leuk oppeppen. Alice Roosevelt Longworth (ja, de dochter van) had in elk geval veel vrienden, en van haar is de uitspraak: ‘Als je over niemand iets aardigs te zeggen hebt, kom dan naast mij zitten.’

J. Weaver, J. Bosson, I feel like I know you: Sharing negative attitudes of others promotes feelings of familiarity, Personality and Social Psychology Bulletin, 2011 / E. Martinescu, O. Jansen, B. Nijstad, Tell me the gossip: The self-evaluative function of receiving gossip about others, Personality and Social Psychology Bulletin, 2014