Dertien jaar geleden liet haar man haar in de steek, na een huwelijk van twintig jaar. ‘Hij had een ander. Met een kindje en zo,’ vertelt Ineke (53). Ze was er kapót van. ‘Huilen en hyperventileren. Dat was het enige dat ik kon.’ Na haar scheiding raakte Ineke in een diepe depressie. Ze moest zelfs in een psychiatrische kliniek worden opgenomen. Het duurde acht jaar voordat ze weer min of meer op eigen benen kon staan.

‘Leeg. Alles was leeg. Mijn dag. Mijn hoofd. Alles. Allemaal leeg,’ zegt Ineke. Leegte doodt ieder initiatief. Toen ze net zelfstandig woonde, heeft ze wel geprobeerd voor zichzelf te koken. Maar het kwam er niet van. De aardappels lagen in het keukenkastje en liepen uit. Ze kon ze weggooien. Nog steeds kookt ze niet zelf.

Naast Ineke zit Willy van Beek (50). Willy is vrijwilligster van de Vriendendienst Haagrand. Ze werd tien maanden geleden aan Ineke ‘gekoppeld’, toen Ineke’s bejaarde moeder niet langer voor haar dochter kon zorgen. Voor het huishoudelijke werk heeft Ineke nu thuiszorg; voor het sociale contact komt Willy elke veertien dagen een avond op bezoek. Willy was verbaasd dat Ineke het goed vond dat er deze avond een journaliste met haar meekwam. ‘Een jaar geleden zou ze dat nooit hebben gedurfd. Toen was ze een schrikachtig vogeltje.’

Sociaal isolement

Vriendendienst Haagrand is een van de 53 lokale en regionale Vriendendiensten die de afgelopen twaalf jaar in Nederland zijn opgericht. Het initiatief ontstond met de trend om mensen met psychiatrische klachten niet onnodig op te sluiten in inrichtingen. Naar schatting 70.000 mensen met ernstige psychische problemen wonen nu zelfstandig. Maar omdat ze vaak niet kunnen voldoen aan de eisen die de moderne samenleving aan ze stelt, missen ze aansluiting met anderen. Maatjescontact via een vriendendienst is een van de manieren waarop hun sociaal isolement kan worden doorbroken.

‘Ik ben geen hulpverleenster,’ zegt Willy. ‘Ik ben er voor het leuk. Onze avond is Ineke’s avond. Zij mag kiezen wat we doen.’ Tot nog toe hebben de maatjes hun avonden doorgebracht in Ineke’s flat. Ze praten. Of ze kijken samen televisie. Een enkele keer doen ze een spelletje. Willy wil Ineke meenemen naar het line dancen in het buurthuis, maar dat is nog niet gebeurd. Ook heeft ze Ineke bij haar thuis uitgenodigd. Maar als puntje bij paaltje komt, vindt Ineke het prettiger dat Willy bij haar in de flat komt.

Tijdens het gesprek staat de televisie aan. Een parkietje in een kooi bemoeit zich af en toe met het gesprek. Ineke draagt een soort joggingpak. ‘Meestal loopt ze in een duster. Uit verveling gaat ze vaak vroeg naar bed, en komt ze er weer uit als ik voor de deur sta,’ zegt Willy later. ‘Ze heeft haar best gedaan een beetje representatief voor de dag te komen. Ze heeft beloofd dat ze zich voor de foto extra zal opdoffen.’

Vrijwilligerstekort

Hoe groot de behoefte aan maatjescontact precies is, is niet duidelijk. Van slechts 37 van de 53 vriendendiensten zijn cijfers bekend. Bij die 37 stonden eind 2003 in totaal 3244 deelnemers (mensen als Ineke) ingeschreven. Maar er konden slechts 2135 koppelingen worden gemaakt, want er is een groot gebrek aan vrijwilligers.

Annette Pronk is coördinator bij Vriendendienst Haagrand. Zij legt uit dat het maatjescontact op gespannen voet staat met de springerige tijdgeest. ‘Het is tegenwoordig sexy om kortdurende projecten te doen met snelle resultaten. Maatjescontact is een langdurige zaak: het is de bedoeling dat een vrijwilliger zeker een jaar met een deelnemer optrekt. Bovendien houden mensen ervan om oplossingen voor problemen aan te dragen. En psychisch lijden gaat vaak niet over. Je kunt dat lijden wel verzachten. Maar je moet als vrijwilliger oog hebben voor detail, wil je kunnen zien dat jouw aanwezigheid ertoe doet. Verlichting bieden is veel minder zichtbaar dan voor oplossingen zorgen.’

Willy had een duidelijke motivatie om te kiezen voor deze vorm van vrijwilligerswerk. Negentien jaar geleden had zij een postnatale depressie, die overging in een psychose. ‘Dat is het meest gruwelijke wat ik ooit heb meegemaakt. Ik verdraag het nog steeds niet als mensen met psychiatrische problemen niet serieus worden genomen. Ik weet hoe erg het kan zijn. Bovendien heb ik ervaren dat het iedereen kan overkomen. Als ik een steentje kan bijdragen om dat leed te verlichten, doe ik dat graag. Dat is mijn motivatie. Niet omdat mijn ervaringen het contact makkelijker maken, maar uit mededogen. Want ik weet hoe verschrikkelijk een depressie is.’

Dwarsdoorsnede van de samenleving

Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar een aantal vriendendiensten blijkt dat de deelnemers het maatjescontact overwegend positief waarderen. Ze vallen minder snel terug, en daarmee leveren de vriendendiensten ook een bijdrage aan het beteugelen van de kosten van de gezondheidszorg.

‘Dat is niet de opzet,’ zegt Bert Kort, coördinator bij de landelijke Stichting Vriendendiensten Nederland (svn). ‘Maar het is wel mooi meegenomen. Als je het beschouwt als een vrijwilligersdienst, is het knap duur. Het koppelen van de maatjes en het begeleiden van de vrijwilligers is arbeidsintensief werk, dat door professionele krachten wordt gedaan. Daar gaat een boel geld in zitten. Maar beschouw je de vriendendiensten als welzijnszorg, dan is het juist een goedkope voorziening.’

Vriendendiensten van elkaar laten leren, is een andere doelstelling van de svn. Daarom heeft het Trimbos Instituut onderzoek gedaan naar succesfactoren bij het selecteren van vrijwilligers. De resultaten worden binnenkort gepresenteerd. Een van de bevindingen is dat het voor de kwaliteit van het maatjescontact niet per se noodzakelijk is dat vrijwilligers een stabiele persoonlijkheid hebben.

Ans Hooiveld, vijf jaar coördinator van de Vriendendienst Zoetermeer, kan zich wel iets bij deze conclusie voorstellen. ‘Een vrijwilliger mag best “een beetje apart— zijn. Maar je moet wel op hem of haar kunnen rekenen, want de vrijwilliger is verantwoordelijk voor de regelmaat van het contact. Tegelijk is het voor deelnemers wel prettig dat de vrijwilliger ook wel eens iets mankeert. Anders worden ze extra geconfronteerd met hun eigen tekortkomingen. Daarom hebben we geen supermensen nodig, maar een dwarsdoorsnede van de samenleving. Met al hun lek en gebrek.’

Wat is de maatschappelijke achtergrond van de vrijwilligers? ‘Daar is geen peil op te trekken,’ zegt Annette Pronk van Vriendendienst Haagrand. ‘En dat is maar goed ook, want de aanvragen komen ook uit alle lagen van de bevolking. Adel, academici, analfabeten, alles zit ertussen. Op basis van hun belangstelling, hobby’s en leeftijd koppel ik ze aan een vrijwilliger.’

Vooral in het begin houdt Annette Pronk veel contact. Ze wordt veel gebeld door vrijwilligers. Soms willen die alleen maar hun verhaal kwijt, dan weer zitten ze met een specifiek probleem. Als er plotseling een ernstige verslechtering optreedt, gaan de vrijwilligers niet zelf dokteren: dan wordt er naar hulpverleners doorverwezen.

Niet altijd beschikbaar

Zeven tot acht keer per jaar organiseert Annette Pronk een avond waarop vrijwilligers onderling hun ervaringen kunnen uitwisselen en elkaar adviseren. Want het is niet makkelijk om tegelijkertijd persoonlijk contact met iemand te hebben en toch voldoende afstand te houden. Iets wat zeker in het begin aan te bevelen is. ‘Je kunt dan niet doen alsof het een diepe vriendschap is. Daarom laat ik aanvankelijk het contact via mij verlopen,’ zegt Pronk. Na twee maanden evalueert ze met de maatjes of het zinvol is om door te gaan.

Bezoek dat helemaal speciaal voor jóu komt, is voor veel deelnemers een ongekende ervaring. Maar daaruit mogen ze niet afleiden dat hun maatje altijd voor hen beschikbaar is. Sommige deelnemers hebben daar moeite mee. Vrijwilligster Willy zag haar eerste maatjescontact om die reden mislukken. Zij was toen gekoppeld aan een jonge vrouw, die zowel een psychiatrische als een verstandelijke handicap had. ‘Ik weet niet wat ze allemaal had. Maar ze klampte zich helemaal aan mij vast. Als kind had ze in allerlei inrichtingen gezeten, maar ze was nergens te handhaven. Toen hebben haar ouders haar in huis genomen. Arme mensen. Ze zijn al in de tachtig, maar nooit zullen ze hun hoofd rustig kunnen neerleggen. Altijd hebben ze zorgen om hun heftige, ongeremde dochter.’

Deelnemers die de neiging hebben zich zo sterk te fixeren op een ander, krijgen het telefoonnummer van hun maatje niet. ‘Maar zij had me toch weten op te sporen. Annette Pronk was toen heel duidelijk: als zij mij opzocht, zouden we stoppen. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. Ze is inmiddels “niet meer plaatsbaar— verklaard.’

Bij de Vriendendienst Haagrand is de richtlijn dat een maatjescontact in principe een jaar duurt. Zeker gezien haar eerdere ervaring vindt Willy dat verstandig. ‘Anders wordt de band te hecht. Bovendien is er de hoop dat deelnemers beter leren contacten te leggen. Dan is het goed dat er een wisseling van de maatjes plaatsvindt.’

Dus over twee maanden is het afgelopen met haar bezoekjes aan Ineke? Willy mompelt dat ze het nog niet precies weet. Maar op het gezicht van Ineke verschijnt een teleurgestelde uitdrukking. Ze wíl helemaal niet dat het contact straks voorbij is.

Positief effect

Voor Willy is de ervaring met Ineke bemoedigend. Het gaat steeds beter met Ineke. Sinds een paar maanden past ze regelmatig op de kinderen van haar dochter Denise. Dat geeft haar het gevoel nuttig te zijn. De leegte van haar bestaan wordt gevuld. Als ze over haar depressie praat, spreekt ze nog staccato, in korte zinnen en met een uitdrukkingsloos gezicht. Maar wanneer ze over haar dochters en haar kleinkinderen praat, dan speelt een glimlach om haar mond en glanzen haar ogen. ‘Gisteren mocht ik zelfs mee-eten van Denise.’

Het sociale contact heeft positieve effecten op Ineke’s functioneren tijdens de dagbehandeling. Volgende week krijgt ze er een rondleiding op de afdeling ‘industrie’. Misschien mag ze daar inpakwerk doen. Daar verheugt ze zich op. ‘Als je het een hele ochtend volhoudt, krijg je betaald,’ vertelt ze. Niemand weet hoe groot de rol is geweest van het maatjescontact bij het schoorvoetende herstel van Ineke. In elk geval doet het haar goed dat er iemand is die speciaal voor háár komt.

Ineke en Denise heten in werkelijkheid anders.[/wpgpremiumcontent]