De schoonheid van het alleenzijn

René Diekstra ontmoet in een kuuroord een weduwnaar die zowel dé cruciale levensvraag stelt als daarop het antwoord geeft.

Ongeveer een jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst in het kuuroord waar we beiden verbleven. Een lange, rijzige man die zich met een zekere elegantie op twee krukken voortbewoog. De manier waarop hij groette en zijn bijna verlegen oogopslag namen mij onmiddellijk voor hem in. Toen ik later die dag op het terras aan een tafeltje ging zitten en een kop koffie bestelde, zag ik hem wat verderop zitten. Ik knikte, hij knikte terug. Terwijl ik mijn koffie dronk en wat dromerig voor me uit staarde, hoorde ik hem opeens zeggen ‘Bellissimo, no?’ Daarbij maakte hij een handgebaar in de richting van het meer dat, omringd door bergen, zo’n achthonderd meter beneden ons glinsterde in de zon. Het was inderdaad een panorama van een adembenemende schoonheid.

De volgende dagen zou ik steeds weer naar het terras terugkeren om die schoonheid in te drinken. Als ik hem daar aantrof, wat meestal het geval was, nam ik steevast de uitnodiging aan om aan zijn tafeltje te komen zitten. Want we bleken vrijwel hetzelfde ritme van spreken en in stilte kijken te hebben. Wonderlijk hoe het delen van ervaringen zonder woorden mensen kan verbinden. Toen we dit jaar op dezelfde

tijd op dezelfde plaats terugkwamen, hebben we ons patroon eenvoudigweg weer opgenomen. Maar deze keer voegde hij er het verhaal van zijn leven, of althans een belangrijk deel ervan, aan toe.

Tien jaar geleden was hij een zeer actieve, sportieve man. Hij deed aan atletiek, liep onder andere de 400 meter op tournooien en lette zeer op zijn gezondheid en conditie. Tot hij op een dag, terugkomend van een training, zomaar het gevoel uit zijn benen voelde wegvloeien. Diezelfde dag nog lag hij in een ziekenhuis met een verschrikkelijke diagnose: ruggenmerginfarct. Een minuscuul stolsel in een van de bloedvaatjes in zijn ruggemerg had van het ene op het andere moment een einde gemaakt aan zijn sportieve en maatschappelijke carrière, of althans een belangrijk deel daarvan. Ruim negen maanden bracht hij in een revalidatiecentrum door, vechtend tot hij zover was dat hij niet in een rolstoel door het leven hoefde.

Hoe zwaar die titanenstrijd was geweest en nog was, werd duidelijk toen hij vertelde dat hij altijd pijn had: talloze kleine mesjes die bij golven steeds opnieuw in zijn armen en benen doken. Maar hij weigerde pijnstillers in te nemen. ‘Ik heb in de loop der jaren een fatsoenlijke verhouding met mijn pijn opgebouwd. Natuurlijk scheld ik haar weleens verrot, maar het is leefbaar zo. Er staat voldoende tegenover, zoals…’ Terwijl hij sprak, maakte hij een gebaar in de richting van het meer. Schoonheid als verzachtster van pijn. Het was de inleiding tot een gesprek dat ik niet snel zal vergeten. ‘Als je maanden op bed ligt’, zo zei hij, ‘en je kijkt alsmaar tegen een wit plafond aan, dan heb je alle gelegenheid om daarop de meest uiteenlopende fantasieën en gedachten te projecteren.’ Een van de vragen die hij daar steeds weer op geprojecteerd had gezien, was: wat is werkelijk belangrijk in het leven? Is dat werk? Is dat een relatie? Is dat rijkdom? Is dat gezondheid? Is dat uiterlijke aantrekkelijkheid? Natuurlijk zijn al die ‘dingen’ op hun manier belangrijk. Maar vormen zij datgene waar het werkelijk om gaat? Stel je voor dat je geen werk meer hebt, dat je niet rijk bent, niet zo gezond, geen relatie hebt en alleen bent, uiterlijk niet aantrekkelijk bent, heeft je leven dan geen zin, geen betekenis? Wil je dan niet meer leven? Het stoeien met die vraag was voor hem geen theoretische kwestie, want alle vijf kenmerken waren min of meer op hem van toepassing. En hij vertelde over de gesprekken die hij voor haar overlijden met zijn vrouw had gehad over als haar iets zou overkomen en hij, gehandicapt als hij toch was, alleen achter zou blijven. De pijn die met deze herinnering was verbonden, was zo van zijn gezicht te lezen. Wonderlijk hoe indrukwekkend mensen kunnen zijn als hun gevoelens, droeve of blije, oprecht zijn. Ik vroeg hem wat hij liever had gewild, dat hij eerder dan zijn vrouw was gestorven of omgekeerd. De vraag dompelde hem in een lange stilte, waarbij zijn blik voortdurend over de bergen en het meer zweefde. ‘Weet je’, zei hij, ‘mijn vrouw en ik zijn ons leven zonder elkaar begonnen. Dus eigenlijk is het niet zo onnatuurlijk dat we ook zonder elkaar eindigen. Hoe pijnlijk het misschien ook is voor degene die het langst leeft.’

Op dit punt in het gesprek viel er weer een langdurige stilte. Totdat hij die zelf doorbrak: ‘Juist over die vraag zou je als partners over en weer met elkaar moeten praten: hoe kun jij het leven waardevol vinden als ik er niet meer ben en wat kan ik nu doen om ervoor te zorgen dat je dat ooit kunt?’ We constateerden vrijwel tegelijk dat dat een pijnlijke vraag is. Want er is iets in ons wat niet wil dat de wereld gewoon doorgaat als wij niet meer kunnen meedoen. Een soort van bestaansjaloezie. Maar er is ook iets in ons wat gewoon niet wil dat we alleen verder moeten leven. Een soort van doodsjaloezie. Zo van ‘Jij bent mooi van alles af, maar ik moet me hier nog een tijd zien te redden.’

Bij die constatering keken we elkaar aan alsof er nog maar één enkele vraag op een antwoord wachtte: wat is het waarvoor jij zou willen doorleven als je de laatste bent? En zoals gedurende ons hele gesprek was hij opnieuw degene die het indrukwekkende antwoord gaf: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen’, zei hij terwijl zijn blik weer uitwaaierde over het dal en het flonkerende water van het meer, ‘dat zolang ik schoonheid kan ervaren, ik wil leven. Ook alleen.’ En ik? Ik ben tot de slotsom gekomen dat ik die conclusie deel. n

auteur

René Diekstra

» profiel van René Diekstra

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Lief zijn voor je zusje!

Niet stelen, niet liegen en respect hebben voor anderen: we hopen allemaal dat onze kinderen zullen ...
Lees verder
Artikel

Lief zijn voor je zusje!

Niet stelen, niet liegen en respect hebben voor anderen: we hopen allemaal dat onze kinderen zullen ...
Lees verder
Artikel

De 4 basispatronen prikkeltypes

De een werkt pas echt lekker met een muziekje op de achtergrond, de ander kan zich dan juist niet co...
Lees verder
Artikel

De 4 basispatronen prikkeltypes

De een werkt pas echt lekker met een muziekje op de achtergrond, de ander kan zich dan juist niet co...
Lees verder
Interview

Schrijfster Esther Gerritsen

Haar grootste angst is dat ze haar leven verpest met al haar angsten. Toch komt ze van ver: de vrouw...
Lees verder
Advies

Kom ik ooit van die pijn af?

René Diekstra ontmoet in een kuuroord een weduwnaar die zowel dé cruciale levensvraag stelt als da...
Lees verder
Kort

Pijn bij baby’s

René Diekstra ontmoet in een kuuroord een weduwnaar die zowel dé cruciale levensvraag stelt als da...
Lees verder
Advies

Hoofdpijn na lange wandeling

René Diekstra ontmoet in een kuuroord een weduwnaar die zowel dé cruciale levensvraag stelt als da...
Lees verder
Artikel

Armen vol littekens

Wat bezielt iemand om zichzelf opzettelijk te verwonden? Ex-patiënte Victoria Leatham gunt ons een ...
Lees verder
Verhaal

‘Zolang dat lampje brandde, had ik hoop’

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder