Rond ons derde leren we zien of iemand wel écht lacht. Dat concluderen Duits-Britse wetenschappers uit een reeks onderzoeken waarin ze 2- tot 5-jarigen telkens twee foto’s toonden van een persoon. Op de ene foto liet die een neplach zien, op de andere een echte lach, dus met rimpeltjes bij de ogen. Aan de kinderen de opdracht de echte lach aan te wijzen of te benoemen. 3- tot 5-jarigen konden dat, 2-jarigen leken het onderscheid nog niet te zien.

Volgens de onderzoekers kunnen kleuters ook de waarde van een echte lach inschatten. Dat concluderen ze uit het feit dat de meeste kinderen de lacher aanwezen als bij de foto’s werd verteld dat het een tweeling betrof van wie de een aardiger was dan de ander. Van wie verwachtten ze vaker stickers te krijgen? 5-jarigen wezen hierbij vaker de lacher aan dan de jongere kinderen, en meisjes deden het ook beter dan jongens.

Onderscheid kunnen maken tussen echt en onecht lachen is een belangrijke vaardigheid. Dit onderzoek betekent dat kinderen dus al jong in staat zijn om de juiste persoon te kunnen kiezen om iets aan te vragen of simpelweg bij in de buurt te zijn.

Young children discriminate genuine from fake smiles […], Evolution and Human Behavior, 2016