Bas van Kerkhof stond op een ladder om de dakpannen van zijn schuurtje vast te metselen toen het gebeurde. Zoals de voormalige journalist het zelf verwoordt: ‘Ik had hoofdpijn, extra hoofdpijn. Alles was bijna zwart. En toen… paniek. Snel teruggekomen naar de ladder. Laten vallen. Iets in mijn hersenen… iets geks… iets vreemds… toen bewusteloos.’ Zijn rechterkant was van top tot teen verlamd. Op zijn linkerkant schoof hij de tuin door, naar zijn toenmalige vrouw. Geschrokken vroeg die wat er was. Tot zijn grote ontsteltenis kon Van Kerkhof geen woord uitbrengen. ‘Mijn twee lippen wilden praten, maar helemaal níéts! Dat is heel raar.’

Na een paar weken verdwenen de verlammingsverschijnselen, maar kon hij op wat Scandinavisch aandoend gebrabbel na geen woord uitbrengen. ‘Alle woorden weg in één seconde. Verschrikkelijk. Je weet hoe je moet praten, maar het niet meer lukken. Je begrijpt alles, maar niets uit je mond komen. Opeens een man zonder woorden. Dat is moeilijk! Zo bizar! Gehuild heb ik, gehuild, drie maanden lang.’

Bloedpropje

Bas van Kerkhof heeft afasie. Afasie ontstaat doordat de bloedvoorziening naar de hersenen op de een of andere manier wordt onderbroken. Je spreekt dan van een beroerte of cerebro-vasculair accident. In het geval van Van Kerkhof werd de beroerte veroorzaakt door een dichtgeslibde ader in het taalcentrum van het brein. Bij de meeste mensen bevindt dat taalcentrum zich op de grens van de linker frontaalkwab (het voorste gedeelte van het brein) en de temporaalkwab (het deel van de cortex achter onze slapen). Afasie uit zich, afhankelijk van de plaats en ernst van het letsel, bij iedereen anders.

De plek van de beroerte bepaalt welk taalprobleem ontstaat. De meest bekende vormen van afasie zijn die van Broca’s en die van Wernicke (zie kader). Bas van Kerkhof heeft last van Broca’s afasie en dat betekent dat hij moeite heeft met het produceren van taal. Hij begrijpt wat een ander zegt, maar is niet in staat te antwoorden. Hetzelfde geldt voor geschreven taal: lezen gaat nog wel, schrijven is heel moeizaam.

Sommige mensen hebben een kleine beroerte (tia; transient ischemische aanval), waardoor het taalvermogen zich snel en vanzelf herstelt. Van Kerkhof had pech. Zijn beroerte was zwaar en de verwoesting permanent. Hij moest opnieuw leren praten en hij kon hierbij alleen gebruikmaken van de rechterhersenhelft. Een lastige opgave, omdat de rechterhemisfeer niet speciaal taalvaardig is. De rechterhersenhelft is belangrijk voor de emotionele ondersteuning van boodschappen. Hij zorgt voor de juiste intonatie en mimiek, maar is niet betrokken bij grammatica en woordenschat. Bij Van Kerkhof moest de rechterhersenhelft naast emotionele taakjes nu opeens ook ingewikkelde taaltechnische taken uitvoeren. En dat ging stapje voor stapje. Woord voor woord.

De eerste drie maanden na het ongeval kon Van Kerkhof nog geen woord zeggen. ‘Geen woord eruit krijgen. Vier of vijf letters, maar er komt niets. Maar ik knokken en dan is daar een woord: “Tafel”. Een stuk vierkant hout van grenen! Dat woord moest ik vasthouden. Ik had honderdduizend beelden, honderdduizend herinneringen, maar slechts één woord: “tafel”. Dat was het begin.’

Hij krijgt drie dagen per week logopedie in het afasiecentrum van het Lucas Andreas ziekenhuis in Amsterdam. Het zijn slopende tijden, maar uiteindelijk bouwt Van Kerkhof weer een klein vocabulaire op. ‘Alles honderd keer oefenen. Een “kerk” is geen “kruk” en geen “krek”. Opschrijven. Onthouden. Een paar woorden was een dag werken voor mij. Step, slak, tram, fornuis, met de beelden erbij en niet vergeten.’

Die beelden zijn voor hem heel belangrijk. Ze helpen hem om woorden te verankeren in zijn brein. In het ziekenhuis valt weinig te zien. Ja, televisie. Maar dat gaat ook vervelen. Toen Van Kerkhof werd ontslagen uit het ziekenhuis, stapte hij op de fiets. Kilometers reed hij. Zo probeerde hij beeld en woord samen te voegen. ‘Onderweg krijg ik nieuwe beelden en bij dat beeld misschien een nieuw woord. En dan probeer ik dat vast te houden. Dat is mijn gevecht. Gelukkig is er veel tijd. Toch niks te doen.’

Het opnieuw aanleren van de Nederlandse taal gaat moeizaam, maar gek genoeg ontdekt Bas van Kerkhof dat zijn Engels het nog prima doet. ‘I can speak English fluently. Maar ik wil Nederlands maken. Geen Engels. Niet “understanden” maar “begrijpen”. Misschien tussendoor toch een Engels woord. Is handig.’

Het lijkt curieus dat Van Kerkhof zijn moedertaal kwijt is en een buitenlandse taal heeft behouden. Toch komt dat bij afatici wel vaker voor. Hoe dat kan, weten deskundigen nog niet precies, maar waarschijnlijk worden bij sommige mensen verschillende talen op verschillende plekken in hun brein verwerkt.

Isolement

Zijn taalprobleem heeft Bas van Kerkhof behoorlijk eenzaam gemaakt. Hij zit gevangen in zijn gedachten. Wil eruit, maar kan dat niet. ‘De mensen in de andere bedden van het ziekenhuis vragen tegen mij. En de verpleegster zegt: “Die man is een beroerte en die man heeft geen antwoord.” Dat ben ik, isolement, enorme frustratie. Geen antwoord, ik probeer… maar geen lucht en geen letter. Ik ben naakt.’

Dat Van Kerkhof geen contact kon maken met onbekenden is frustrerend, maar het ver­velendst is dat ook bekenden hem in de steek laten. ‘Collega’s komen en praten tegen mij: geen antwoorden. Twee kopjes koffie en dan weer weg. Dat snap ik ook. Niets te melden dus niet interessant.’

Een ander bijkomstig probleem is van praktische aard. Probeer maar eens aan iemand uit te leggen dat je niet dom bent, maar gewoon niet goed kunt praten. Dat is, zélfs als je het gesprek voorbereidt, moeilijk. ‘Een telefoongesprek, een vrouw praat tegen mij. De zinnen die ik oefen zijn verkeerd. De vrouw zegt “Goodbye”.’ En in de auto rijdt hij altijd heel voorzichtig – de politie mocht hem eens aanhouden wegens te hard rijden, en dan denken op een dronken chauffeur gestuit te zijn.

Toch gaat het soms ook onverwacht goed. Dan komt Van Kerkhof iemand tegen die hem begrijpt. Een welkome afwisseling. ‘Als pech met de auto wil niemand helpen. Maar toch een man van de anwb heeft geholpen toen ik mijn band kapot had gemaakt. Hij had afasie op ­tv gezien. Hij praat tegen me. Ik geef moeilijk antwoord, maar dat is goed. Wij begrijpen het samen.’

Schrijversbloed

Het niet kunnen praten was frustrerend. Van Kerkhof was kwaad op zichzelf en jaloers op anderen. Mensen die achteloos een babbeltje maakten. Mensen uit de gesproken wereld. ‘In de kroeg mensen praten. Keuvel de keuvel. Veel lawaai, groot praten. Ik had heftige emoties. Een uitbarsting van boosheid en zulk intens verdriet. Een gat in mijn hart.’

Toch leerde hij zijn gebrek langzaam maar zeker accepteren. Hij wist dat hij nooit meer zou kunnen praten en schrijven als vroeger, maar probeerde zo ver mogelijk te komen. Van simpele woorden kwamen simpele zinnen. Na twee jaar ploeteren kende hij 1700 woorden. Ter vergelijking: een gemiddelde vwo-schoolverlater kent er 60.000. En met zijn achtergrond als journalist moet Van Kerkhof er naar schatting 100.000 hebben gekend.

De logopediste was pessimistisch. Ze dacht dat zijn mogelijkheden na twee jaar waren uitgeput. Maar Van Kerkhof wilde meer. Niet alleen símpele zinnen, maar ook móóie zinnen. Dus las en herlas hij de krant en keek hij tv met een blocnootje erbij om nieuwe woordjes op te schrijven. Hoewel hij zijn creativiteit kon uiten in schilderen, bleef zijn schrijversbloed borrelen. Drie jaar na zijn beroerte en met kennis van tweeduizend woorden begon hij zijn persoonlijke verhaal op papier te zetten. Voor één pagina had hij drie weken nodig. Maar het lukte. Na drie jaar lag er zijn boekje Een hekel aan geraniums, dat in 2003 door de Afasie Vereniging Nederland werd uitgegeven.

Dat Van Kerkhof niet zo veel op heeft met kniezen achter de geraniums, blijkt ook uit zijn andere activiteiten. Zes jaar lang werkte hij als vrijwilliger bij scheepsbouwmeester Willem Vos op de Bataviawerf in Lelystad. ‘Schilderen, timmeren, krabben, blokken, stenen maken, vegen, houthakken: ik deed het allemaal.’ Een leerzame tijd waarin hij aan zijn vocabulaire werkte en niet te veel tijd had voor zelfmedelijden.

Inmiddels kan Bas van Kerkhof 7000 woorden gebruiken en probeert hij zijn oude beroep weer op te pakken. Dit jaar schreef hij een verhaal over het leven van zijn vader (Het spoor van de paardenkar). ‘Elke dag met twee handen op mijn laptop. Eindelijk weer. Het was zweten, zenuwen, angst en spanning. En elke keer her­lezen, en nog eens herlezen. Veel pagina’s in de vuilnisbak. Het was een levensstrijd. Vechten tot in de hemel. Maar nu het is af. Mijn zus vond het prachtig. Het voelde als gerechtigheid. Ik heb zo mijn best gedaan en ben bijna gelukkig.’[/wpgpremiumcontent]