Kort geleden ontdekten Amerikaanse wetenschappers dat er anderhalf keer zoveel Jacks in Jacksonville wonen als op basis van toeval verwacht kan worden. Tandartsen (‘dentists’) heten twee keer zo vaak Dennis als Jerry of Walter. Dit effect staat bekend als het ‘naam-letter-effect’: we vinden de letters van onze eigen naam mooier dan andere letters. De bekende klank roept een fijn gevoel op, waardoor we ons ertoe voelen aangetrokken. Daarom trouwen mensen bovengemiddeld vaak met iemand met wie ze een of meerdere initialen delen. Toch zou u het waarschijnlijk van de zotte vinden als iemand zou suggereren dat u uw partner om zijn voorletter heeft uitgekozen. U weet immers wat de échte redenen zijn voor uw keuzes. U weet wie u bent, wat u voelt en waarom u iets doet. Toch?

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Volgens de gerenommeerde Amerikaanse sociaal-psycholoog Timothy Wilson valt dat vies tegen. Volgens hem heeft ieder mens blinde vlekken. Sterker nog: het grootste deel van onze drijfveren blijft ons onbekend. Die zijn namelijk onbewust, aldus Wilson. In zijn boek Strangers to ourselves, waarvan de Nederlandse vertaling deze maand verschijnt, zet hij na tientallen jaren onderzoek zijn theorie over het onbewuste uiteen. De mens weet niet wat hem beweegt en kán het

ook niet weten, stelt Wilson. Sociaal-psycholoog Ap Dijksterhuis, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, is het daarmee eens: ‘Langzamerhand dringt in de wetenschap het besef door dat het onbewuste belangrijker is dan gedacht. Ik zou zeggen dat 99 procent van ons gedrag voortkomt uit het onbewuste.’

Twee ‘zelven’

Volgens Wilson heeft de mens twee ‘zelven’: het onbewuste zelf en het bewuste zelf. De onbewuste persoonlijkheid reageert automatisch, snel en gevoelsmatig. De bewuste persoonlijkheid reageert na nadenken. Het bewuste zelf is de persoonlijkheid die we denken te hebben. Het zijn de levensverhalen die we over onszelf vertellen, de drijfveren die we concreet verwoorden en ons geloof in de oorzaken van onze gevoelens en ons gedrag.

Het onbewuste zelf bestaat uit de diepgewortelde drijfveren die ons gedrag richting geven, en de karakteristieke manier waarop wij onze omgeving interpreteren. Dat laatste noemt Wilson ook wel ‘als-dan-patronen’. Levenservaringen zijn heel belangrijk in het vormen van deze patronen. Ter illustratie: als uw baas zich de laatste weken weinig met u bemoeit, kunt u dit verschillend interpreteren: als blijk van vertrouwen, als teken van desinteresse of symptoom van een drukke agenda, bijvoorbeeld. Iemand die vroeger veel is gepest, zal geneigd zijn de omgeving met wantrouwen te bekijken en ook neutraal gedrag interpreteren als ‘tegen hem’. De afwezigheid van een baas zal door zo iemand snel negatief uitgelegd worden. Deze waarnemingspatronen zijn zo ingesleten dat ze in nieuwe situaties automatisch optreden, dus buiten het bewustzijn om.

De manier waarop u relaties met anderen in het verleden hebt ervaren, kleurt uw onbewuste perceptie van gedrag in huidige relaties. Uit een onderzoek van sociaal-psycholoog Susan Andersen blijkt dat wanneer gevoelens over een belangrijk persoon in uw leven ‘actief’ zijn, u een onbekend persoon in het licht ziet van uw verhouding met die belangrijke persoon, en overeenkomstige eigenschappen ook het beste onthoudt. Als u bijvoorbeeld net positief over uw moeder heeft gedacht, zult u anderen die overeenkomsten vertonen met uw moeder aardig vinden. Terwijl u de nieuwe persoon onaardig zult vinden als u net negatieve gevoelens over uw moeder heeft ervaren. Dit gaat volledig buiten het bewustzijn om. Het onbewuste selecteert, interpreteert en evalueert nieuwe informatie heel snel en op basis van makkelijk toegankelijke categorieën, zoals de ervaring die we hebben met belangrijke mensen in ons leven.

Gedrag en persoonlijkheid

U heeft zelf nauwelijks inzicht in uw onbewuste denkpatronen en drijfveren. De correlatie tussen wat het bewuste zegt en wat het onbewuste doet is laag, zo blijkt. Onbewuste behoeften aan macht, prestatie, intimiteit en verbondenheid hangen bijvoorbeeld nauwelijks samen met de behoeften die mensen verwoorden. Onbewuste motieven zijn alleen meetbaar met zogenoemde ‘indirecte methoden’. Projectieve tests bijvoorbeeld, zoals de Rorschach inktvlekkentest of de tat, waarbij plaatjes op verschillende manieren te interpreteren zijn. Wat iemand ziet in een plaatje (een bloem of een boos gezicht?) zegt iets over zijn onbewuste, karakteristieke manier om de wereld waar te nemen. Deze onbewuste patronen bepalen voor een groot deel uw gedrag, en daarmee wie u bent. En dat is vaak anders dan wat u denkt dat u bent.

Projectieve tests zeggen vaak meer over hoe iemand zich werkelijk gedraagt dan wat mensen zelf zeggen. Zo bleek bijvoorbeeld uit een onderzoek naar behoefte aan verbondenheid, dat een projectieve test beter voorspelde of mensen daadwerkelijk veel contact zochten met andere mensen, dan antwoorden op een vragenlijst naar die behoefte.

Je kunt dan ook beter het gedrag observeren om een goed beeld van iemand te krijgen dan mensen te vragen zichzelf te omschrijven. Al in 1968 liet onderzoeker Walter Mischel zien dat de score op een persoonlijkheidstest niet veel zegt over hoe mensen zich werkelijk gedragen. Van iemand die volgens de persoonlijkheidstest consciëntieus is, verwacht je dat hij meestal stipt op tijd zal zijn. Maar in de praktijk kan iemand die laag scoort op dat onderdeel veel zorgvuldiger zijn. En iemand die als introvert uit de test komt, kan prachtige toespraken houden en het hoogste woord voeren op feesten en partijen. Wat is hier aan de hand? Vult iemand de test niet eerlijk in? Nee, de vragenlijst meet de persoonlijkheid die je denkt te hebben, en dat klopt maar heel matig met hoe je werkelijk bent.

Veel mensen vinden zwarten niet minderwaardig aan blanken. Maar uit diverse onderzoeken blijkt dat onbewuste vooroordelen bij de meeste mensen nog steeds bestaan. In een van die experimenten reageerden proefpersonen na het zien van een donker gezicht sneller op negatieve woorden, zoals ‘vijandig’ of ‘onvriendelijk’, en langzamer op positieve woorden dan na het zien van een blank gezicht. Deze onbewuste negatieve associaties bleken bovendien ook tot uiting te komen in het gedrag van de proefpersonen. De ‘onbewuste racisten’ vermeden oogcontact en lichamelijke aanraking met een gekleurd persoon in een latere fase van het experiment.

Verhalen verzinnen

Hoe kan ons bewustzijn er zo naast zitten? Ap Dijksterhuis: ‘Het belangrijkste probleem van het bewustzijn is dat het een heel beperkte capaciteit heeft. Het kan nooit alles in één keer overzien. Het bewuste pikt er een paar aspecten uit en laat de rest liggen. Dat kunnen dan net de verkeerde aspecten zijn. Het onbewuste is eigenlijk een stuk slimmer, en kan wel grote hoeveelheden informatie in één keer overzien.’

Bij gebrek aan werkelijk ‘weten’ over onszelf, fantaseert de mens er lustig op los, stelt Timothy Wilson. Wij hebben het nodig om een coherent, eenduidig beeld van onszelf en onze omgeving te handhaven. Waar de werkelijkheid veel te complex voor ons is om te begrijpen, vereenvoudigt de mens en dicht de gaten in zijn kennis met verzinsels. Als we geen idee hebben waarom we iets doen of iets voelen, dan verzinnen we een verhaal waar we zelf vast in geloven.

Een grappig onderzoek van Wilson illustreert dit. Op een drukke zaterdagochtend zette hij in een winkelcentrum een tafel neer, met daarop vier panty’s van links naar rechts uitgestald. Onder het voorwendsel van een consumentenonderzoek vroeg hij voorbijgangers: ‘Welke heeft de beste kwaliteit?’ Uit eerder onderzoek was gebleken dat mensen een voorkeur hebben voor dingen die aan de rechterkant zijn uitgestald. Ook nu bleek dat weer het geval: de meeste voorbijgangers kozen voor het meest rechtse paar. En hoewel de onderzoekers vier identieke panty’s hadden neergelegd, hadden de deelnemers een waterdichte argumentatie (‘superieure elasticiteit’, ‘degelijk weefsel’) om hun keuze te rechtvaardigen. Toen de onderzoekers vroegen of de volgorde van de panty’s er misschien ook iets mee te maken had, werden zij verbaasd aangekeken.

Volgens Wilson zijn bewuste gedachten vaak post-hoc verklaringen voor gedrag dat het onbewuste heeft veroorzaakt. En die verklaringen hebben vaak niets met de werkelijke reden te maken.

Mensen denken dat ze de oorzaak voor hun gevoelens of gedrag goed kunnen achterhalen, maar in werkelijkheid zijn ze daar heel slecht in. Als je probeert een verklaring te vinden voor een gevoel, zoek je naar samenhang. Maar mensen zien vaak samenhangen waar die niet zijn. Het complexe geheel van factoren dat voorafgaat aan een gevoel of handeling kunnen we niet precies overzien. Daarom proberen we de boel te vereenvoudigen, maar daarmee slaan we de plank vaak mis.

In de jaren tachtig deden Wilson en zijn collega’s onderzoek naar stemmingen. Gedurende vijf weken moesten mensen dagelijks hun stemmingen bijhouden en de mogelijke oorzaken voor die stemmingen, zoals het weer, het aantal uur slaap, de kwaliteit van de relatie met vrienden et cetera. Aan het eind van die periode werd bekeken of de verschillende oorzaken ook werkelijk samenhingen met de stemming. Men bleek hier zelf maar matig inzicht in te hebben. Slaaptekort correleerde bijvoorbeeld helemaal niet met stemming, terwijl veel mensen daar wel van overtuigd waren. Bovendien bleek dat mensen de oorzaken voor hun stemmingen net zo goed (of net zo slecht) konden benoemen als wildvreemden, die zich baseerden op ‘common sense’. Alle ‘inside information’ die mensen over zichzelf hadden, maakte niet dat ze ook maar íéts beter waren in het verklaren van hun eigen stemmingen dan een volstrekt onbekende.

Zelfoverschatting

Een gevolg van het feit dat zoveel van onze gevoelens en drijfveren onbewust blijven, is dat de mens zichzelf bar slecht kent. In het beoordelen van onze persoonlijkheid zijn onbekenden zelfs beter dan wijzelf. Hoe aardig u zelf denkt te zijn, correleert bijvoorbeeld maar heel matig met hoe vriendelijk anderen denken dat u bent. Anderen zijn het, als het over u gaat, bovendien meer met elkaar eens dan met u!

De vraag is wie het beste weet hoe we ons werkelijk gedragen. Uit onderzoek blijkt dat anderen daar vaak beter in zijn dan wijzelf. Zo bleek bijvoorbeeld dat wildvreemden beter waren in het voorspellen hoe nerveus en spraakzaam proefpersonen zouden zijn bij het kletsen met een nieuwe kennis dan de deelnemers zelf. U weet zelf (gelukkig) wél beter wat u gaat beslissen nadat u ergens bewust over nagedacht heeft.

Anderen kennen ons beter omdat ze objectiever naar ons gedrag kunnen kijken. Bij het beoordelen ervan worden ze niet gehinderd door persoonlijke theorietjes van uw bewuste. Als zij bijvoorbeeld zien dat iemand zijn partner bedriegt met een ander, zit de overtuiging ‘ik ben een betrouwbaar persoon’ hen niet in de weg bij hun oordeel.

Anderen kunnen ons beter beoordelen omdat zij ons niet zo overschatten als wij zelf doen. Herinnert u zich de audities van Idols? Een mooie illustratie van het wijdverbreide gebrek aan zelfkennis! Puisterige nerds met de baard in de keel, die zich de nieuwe Robbie Williams wanen: iedereen zag de absurditeit, behalve zijzelf. Duizenden jongeren deden auditie en maar een kleine handvol had enig talent.

De theorieën die we over onszelf hebben, zijn meestal een stuk positiever dan de werkelijkheid. De meeste mensen vinden zichzelf getalenteerder, intelligenter en grappiger dan gemiddeld, en dat is per definitie onmogelijk. Het dient wel een functie, al siert het de mens niet: degenen die zichzelf realistisch inschatten, hebben een grote kans op depressiviteit en geven moeilijke taken sneller op.

Toch is een zekere mate van zelfkennis wel belangrijk voor uw functioneren. Bij de keuze voor een carrière is het nuttig te weten in hoeverre uw bewuste ambities stroken met uw onbewuste wensen en uw werkelijke talenten. Hoewel uit onderzoek is gebleken dat onbewuste en bewuste wensen vaak weinig samenhangen, bleek dat de mensen bij wie ze wél hetzelfde waren, het gelukkigst waren. Studenten die doelen formuleerden die klopten met hun onbewuste doelen, werden tevredener naarmate het semester vorderde. Terwijl studenten bij wie bewust en onbewust verschilden, steeds ontevredener werden.

Wilt u een completer zelfbeeld krijgen? Kijk dan niet naar binnen, maar naar buiten! Vraag uw vrienden eerlijk te zeggen wat ze van u denken. Anderen kennen uw onbewuste nu eenmaal beter dan u. Als u dat niet aandurft, kunt u ook proberen als een ander naar uzelf te kijken: observeer uw eigen gedrag zo objectief mogelijk. Klopt het met wat u over uzelf denkt?

Introspectie maakt ongelukkig

We hebben dus tot een groot deel van onszelf simpelweg geen toegang, zelfs niet met de meest diepgaande analyse van onze drijfveren. We zullen nooit precies weten wat er achter onze keuzes zit. Dus kunnen we maar beter stoppen met die zoektocht. Introspectie doet volgens Wilson namelijk zelfs meer kwaad dan goed. Hij deed een experiment waarbij hij mensen vroeg hoe tevreden ze waren met hun relatie. Daarna liet hij de helft van hen opschrijven waaróm ze zich zo voelden. Het analyseren bracht mensen in verwarring over hun eigen gevoelens: sommigen werden gelukkiger met hun relatie, anderen juist ongelukkiger. De gevoelens van de mensen die niet geanalyseerd hadden, klopten beter met de werkelijkheid. Die voorspelden beter hoelang de relatie uiteindelijk standhield dan de geanalyseerde gevoelens. Hoe kan dat? Volgens Wilson weten mensen niet precies waarom ze een relatie met iemand hebben. Het is onmogelijk om een exact kloppende analyse te geven (bijvoorbeeld: het is voor 43 procent hormonaal, voor 10 procent vanwege zijn geld, voor 6 procent omdat hij zo zacht aanvoelt, voor 12 procent om zijn politieke idealen, voor 2 procent vanwege de aandoenlijke blik die hij me af en toe toewerpt en voor de rest omdat hij zo integer is). In plaats van te zeggen: ‘Ik weet het niet precies, maar ik voel me goed bij hem of haar’, gaan mensen echter enthousiast aan de slag en komen met een uitgebreide analyse op de proppen. In die bewuste analyse komen voornamelijk dingen naar boven die makkelijk te verwoorden zijn, en cultureel bepaalde ideeën over hoe een goede relatie zou moeten zijn. Maar omdat mensen geloven dat hun geformuleerde redenen de werkelijke redenen zijn, passen ze hun gevoelens aan op hun analyse, aldus Wilson. Bijvoorbeeld: iemand is tevreden met zijn relatie, maar als hem gevraagd wordt te analyseren wat hij van zijn partner vindt, valt het hem op dat hij meer negatieve eigenschappen weet te noemen dan positieve. Het gevolg is dat hij minder tevreden is met de relatie dan eerst.

De beste beslissing

In een ander onderzoek liet Wilson een groep mensen zonder nadenken een schilderij kiezen om mee naar huis te nemen. Een andere groep moest eerst analyseren waarom ze de schilderijen mooi vonden of juist niet. De mensen die zich de waarom-vraag gesteld hadden, waren een paar weken later minder tevreden met hun keuze dan de mensen die intuïtief hadden gekozen. Bewust geformuleerde redenen kloppen niet met de onbewuste voorkeur, en dat verwart, aldus Wilson.

Zeer recent deed ook sociaal-psycholoog Ap Dijksterhuis onderzoek naar het effect van analyseren op beslissingen. ‘We geven mensen een hele hoop informatie over appartementen. Daarna moeten ze beoordelen welk appartement het meest aantrekkelijk is. Tegen de ene groep zeggen we: denk er maar even over na. De andere groep leiden we af, zodat ze er niet bewust over na gaan denken. De mensen die nagedacht hebben, maken een slechtere keuze dan mensen die waren afgeleid.’

Moeten we dan voortaan stoppen met nadenken en blind op ons gevoel afgaan? Dijksterhuis: ‘Het gekke is dat je juist bij kleine beslissingen (“Zal ik dit setje ovenwanten aanschaffen?—) wél mag analyseren. Dat kan het bewustzijn nog overzien. Bij grote beslissingen, zoals de aanschaf van een huis of de keuze voor een partner, spelen zo veel factoren een rol, dat is gewoon te veel voor het bewuste. Toch moet je bij dat soort beslissingen niet meteen zeggen: we doen het! Het is het beste om je goed te laten informeren, het een paar dagen te laten rusten en dan de knoop door te hakken. Ik pas dat sinds kort ook toe bij het beoordelen van scripties. Ik lees zo’n werkstuk een keer door, leg het weg, pak het na een paar dagen weer op, kijk een minuut naar het titelblad en geef een cijfer. Ik voel me daar niet schuldig over, het is namelijk beter voor de beoordeling! Beslissingen worden beter als er meer tijd overheen gaat, zonder nadenken. Laat het onbewuste het denkwerk maar doen.’

Vreemden voor onszelf. Waarom we niet weten wie we zijn van Timothy Wilson verschijnt 10 februari bij uitgeverij Contact, ISBN 90 254 413 43

Op de site

Is zelfanalyse zinvol? Of kunnen we het beter opgeven, omdat onze motieven toch raadselachtig blijven? Deze maand op de site een discussie over de kracht van het onbewuste. www.psychologiemagazine.nl