Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot extreme ervaringen. Ik heb zelfs de dood wel eens in de ogen gekeken. Als kind woonde ik een aantal jaar in Kenia, daar deed ik als dertienjarig jongetje mee aan een survivaltocht voor pubers van veertien tot zeventien. Twee weken door de woestijn in Noord-Kenia. De tocht werd geleid door twee oude hippies. Avonturiers, maar aan planning en verantwoordelijkheidsgevoel ontbrak het ze nogal.

Het is daar 45 graden overdag, dus we liepen ’s nachts. We waren zo vermoeid dat we haast lopend sliepen. Op een nacht raakten de dragers met voedsel en tenten achterop. Ik liep alleen met nog een jongen en twee meisjes. Toen het licht werd, bleek dat we iedereen kwijt waren. We hadden geen water bij ons en raakten langzaam uitgeput. De twee meisjes konden op een gegeven moment niet eens meer praten door hun uitgedroogde, opgezwollen tong. Met het kleine beetje energie dat ik nog had, ging ik in mijn eentje op zoek naar water. De tocht liep parallel aan het Turkanameer, dat wist ik. Ik kreeg een idee-fixe dat dat meer achter een heuvel zou zijn. Een soort fata morgana of hallucinatie van een groot ijsblok uit een Sprite-reclame hield me op de been. “Aan de andere kant van de heuvel,— dacht ik steeds, maar dan was ik aan de andere kant en dan bleek er wéér geen meer te zijn. Ik had niet eens meer energie om in paniek te raken. Onder het enige boompje in dat stoffige, bizarre maanlandschap ging ik zitten. Uitgeput. Ik heb toen afscheid genomen van alles wat me dierbaar was. Ik zag mijn ouders, mijn broertje en zusje voor me, en zei, eigenlijk heel rustig: “Ik ga nu weg en kom niet meer terug.— Toen verloor ik het bewustzijn.

Ik werd wakker door een plens water in mijn gezicht. Iemand van de voedselkaravaan die speciaal op mij moest letten omdat ik de jongste was, is me gaan zoeken. Anders was ik er zeker niet meer geweest. Toen mijn vader me kwam halen, zei hij niets. Hij bleef maar naar me kijken. Ik ben na die ervaring nooit meer dezelfde geweest. Dat zegt mijn vader nu nog steeds. Ik was in één klap geen kind meer. Ik had ook opeens de baard in de keel.’

Het is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in mijn leven geweest. Je wordt op jezelf teruggeworpen. Het laat je relativeren. En het is een enorme bron van zelfvertrouwen. Ik weet nu dat ik me overal ter wereld kan handhaven. Ik heb daarna nog veel gereisd en ben bewust op zoek gegaan naar het gevoel dat je weet dat je van jezelf op aankunt. Dat heeft haast iets verslavends.

Doordat ik zelf weet dat je zo veel meer kunt hebben dan je denkt, heb ik er geen moeite mee om de kandidaten van Expeditie Robinson hard aan te pakken. Ik weet wat ik kan doen met een sadistisch lachje. Als de kandidaten mij zien staan bij een proef, dan weten ze dat er stront aan de knikker is. Ik heb wat dat betreft wel een slechtere reputatie dan mijn collega Roos. Ik maak het ze niet gemakkelijk. Voor een deel is dat een rol die ik speel, maar ik kan er ook echt van genieten. Soms heb ik wel te doen met een kandidaat die het heel zwaar heeft, maar ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk voor iedereen verrijkend is. Zeker als de kandidaten langer op het eiland zitten. Hun eigen leegheid dwingt hen dan tot reflectie. Zelfs de grootste control freak moet op een gegeven moment loslaten. Dan pas wordt het echt interessant.’

Als ik niets van het programma had geweten, dan zou ik er zelf ook wel aan mee hebben willen doen. Ik heb een hunkering naar die basis. Het gevoel dat je beseft waar het om draait in het leven. Ik hou niet van gesprekken over koetjes en kalfjes. Ik ben altijd op zoek naar de essentie. Dat is mijn levensfilosofie. Ik heb het nu financieel best aardig voor elkaar, maar mochten de omstandigheden heel slecht worden, dan weet ik wat ik kan en wie ik ben.’ n[/wpgpremiumcontent]