Woede
‘Verbaal ga ik met gestrekt been discussies in, maar vijf minuten later zeg ik: biertje? Onderhuids vrouwengedoe vind ik afschuwelijk, en ik kan ook niet goed tegen sudderende boosheid tussen andere mensen Als de sfeer in een groep grillig wordt, ga ik leukig doen. Of ik zeg lachend: “Oké, voor de draad ermee, what’s up?” Mijn schoonfamilie vindt me dan brutaal. Maar Amsterdammers houden niet van omweggetjes.’

Verdriet
‘Als ik verdriet voelde aankomen riep ik vroeger direct: we gaan iets leuks doen! Tegenwoordig kan ik het al beter aanvaarden. Mijn zoontjes help ik om wél te durven huilen. Als ze vallen, neem ik ze bij me: “Huil maar even heel hard.” Het grootste verdriet in mijn leven is nu mijn moeder. Ze is manisch-depressief, het leven valt haar steeds zwaarder. Ik probeer voor haar overeind te blijven, maar laatst kwamen er dan toch dikke tranen.’

Blijdschap
‘Ik lig opgekruld op de bank en kraam dingen uit als: “Mooi hè, al die series die we nog voor de boeg hebben!” Ik ben een blij ei zonder ochtendhumeur. Bij ons thuis wordt veel gelachen. Mensen die de controle verliezen vind ik geestig, juist omdat we met z’n allen de schijn zo ophouden. Laatst stond ik zelf te krijsen tegen mijn zoontje in de speeltuin: “Kom NU van die schommel af!!!” Heerlijk gênant, zulk menselijk onvermogen.’

Angst
‘Ik ben van het overmoedige slag dat achteraf voorzichtig is. Eerst springen, dan in paniek raken. In de coulissen bij een praatprogramma, vlak voordat ik word aangekondigd, denk ik: wat doe ik hier?! Mensen schatten me in als onverschrokken, maar ze weten niet dat ik mijn glas in zo’n uitzending laat staan op de momenten dat mijn handen trillen.’

Roos Schlikker (41) schrijft scenario’s voor toneel, tv en theater, en columns in Het Parool, Kek Mama en Intermediair. Ze doet dit seizoen mee aan Wie is de mol? Haar nieuwe columnbundel gaat over het ouderschap: We rommelen allemaal maar wat aan (Kosmos, € 12,50).