‘Weet je het zeker?’ vroeg mijn man me, terwijl hij me bezorgd aankeek. We waren samen op een roadtrip in de Verenigde Staten, nu twee jaar geleden. Door de geopende ramen van onze camper blies hete, droge lucht en de radiozender ving alleen ruis. Ineens stonden ze voor ons: torenhoge, massieve, roodgloeiende rotsen. ‘Daar wil ik heen!’ had ik geroepen – me de lyrische beschrijving over een beroemd wandelpad uit het reisgidsje herinnerend. Mijn man twijfelde toch even voor hij de afslag nam.

5 vragen over angst

Wat is een angststoornis? Wat zijn de kenmerken ervan? Wat is de oorzaak van angststoornissen?

Bekijk video

Zijn twijfel was begrijpelijk. Hij had het reisgidsje namelijk óók gelezen en daarin stond dat het wandelpad smal was en dat de rotsen naar beide zijden steil en glad afliepen. De wandeling werd dan ook sterk afgeraden voor mensen met hoogtevrees en daar had ik extreem veel last van. Mijn man kende bijvoorbeeld het verhaal van de keer dat een ex-vriendje mij meenam naar een klimhal, voor een romantische date. Viel die even tegen. Op tien meter hoogte, veilig aan een touw hangend, begon ik te hyperventileren, hevig te trillen en werd ik misselijk. Ik was net op tijd beneden om naar het toilet te kunnen rennen en over te geven.

Zwart voor mijn ogen

Mijn man wist ook dat ik sindsdien al jaren probeerde mijn hoogtevrees te overwinnen en dat er weinig schot in de zaak zat – dat vertelde ik hem namelijk elke week zelf, na de zoveelste klimsessie. Want de liefde voor het toenmalige vriendje was niet lang na die rampdate uitgedoofd, maar gek genoeg was de liefde voor het klimmen tijdens die eerste, misselijkmakende kennismaking juist voorgoed opgewekt. Ja, ik vond het doodeng, maar iets aan de sport oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit. De combinatie van kracht en balans die je nodig hebt om omhoog te komen, de gezellige sfeer in de klimhal en vooruit, die ene knappe klimmer die ik daar had leren kennen en die later mijn man zou worden.

Het waren genoeg redenen om mezelf op te geven voor een beginnerscursus klimmen. Daarnaast deed ik braaf oefeningen waarvan ik had gelezen of gehoord dat ze me konden ondersteunen bij het wennen aan hoogte. Ademhalingsoefeningen, visualisaties, oefenen met op hoogte zijn en dat vol blijven houden, maar niet ineens te veel van mezelf eisen. Ik wist precies wat er volgens de wetenschap zou kúnnen helpen, alleen was ik er niet van overtuigd dat het bij mij ook werkte. Misschien ben ik gewoon een te ernstig geval, dacht ik meer dan eens.

Ik was in de klimhal niet de enige met hoogtevrees, maar niemand daar had het zo erg als ik. Regelmatig moest ik halverwege een route opgeven, omdat het me zwart voor de ogen werd. Op die momenten knikten mijn knieën oncontroleerbaar, werd mijn mond kurkdroog en mijn handpalmen juist vochtig. Niet handig als je je uit alle macht aan rotsgreepjes probeert vast te houden.
In die tijd dacht ik regelmatig gefrustreerd terug aan een advertentie voor bungeejumpen, die ik ooit in een tijdschrift had zien staan. ‘Het beste gevoel van de wereld? Je angst overwinnen!’ schreeuwde de kop. Op de foto erbij stonden breed-lachende mensen, schijnbaar euforisch nadat ze net die enge sprong in het diepe hebben gewaagd. Maar ik vond mijn angst overwinnen helemaal niet om te lachen. Na een halfjaar regelmatig klimmen werd ik niet langer misselijk, maar wel vocht ik soms nog tegen mijn tranen en lang niet altijd met succes.

Training

Mindfulness

  • Bewezen effectief!
  • Leer omgaan met stress
  • Krijg meer aandacht voor het nu
bekijk de training
Nu maar
€ 63,75

Niet bang en niet blij

‘We hóéven niet omhoog,’ zei mijn man. Ik herinnerde me de paniekaanval die ik twee jaar eerder had gehad, tijdens een bergwandeling. Mijn wanhoop, toen ik een jaar daarna tijdens een rotsklimroute ineens niet meer durfde te vertrouwen op de veiligheid van de materialen of op zijn capaciteiten als zekeraar. ‘Het gaat niet lief, ik moet naar beneden!’ had ik die keer geroepen, beschaamd, bang en duizelig. Ook dit keer voelde ik me licht in mijn hoofd als ik naar de top van de rotsen keek. Maar ik voelde ook mijn hart, dat rustig en regelmatig klopte, en een bepaalde nieuwsgierigheid naar de weg omhoog. ‘Nee, maar ik wil graag,’ zei ik naar waarheid.

Twee uur later genoot ik op de top van het mooie uitzicht, poseerde vrolijk voor een foto, at een mueslireep en was tot mijn eigen verbazing helemaal niet bang. Ook niet heel blij, trouwens.

Blijkbaar was het ‘gewoon’ zo ver. Ik had nog steeds hoogtevrees, maar niet langer extreem. Die verschuiving had de afgelopen jaren zo gradueel plaatsgevonden, dat ik me er niet eens bewust van was geweest. Dat is normaal, zou ik later begrijpen: zo overwinnen de meeste mensen hun angsten.

Inmiddels heb ik daar ruime ervaring mee, want ik heb een hoop angsten moeten overwinnen: voor autorijden, vliegen, spreken voor een groep, om mensen teleur te stellen, en ga zo maar door. Toen ik voor mijn werk onderzoek begon te doen naar stressmanagement, leerde ik uit de theorie hoe ik dat zou kunnen doen. Ik sprak met experts, las hun boeken over stressreductie en leerde dat er bewezen-effectieve strategieën bestaan, die je kunnen helpen kalm te blijven onder stress. Ontspanningsoefeningen bijvoorbeeld, maar ook het nemen van kleine, oncomfortabele stapjes om zo je moed te vergroten. Of het vooraf maken van een angst-analyse om inzicht te krijgen in de rationaliteit van je angst.

Geleidelijke verandering

Al die lessen paste ik toe op mijn eigen angsten en zo leerde ik na een bijna-ongeluk op de weg weer met meer vertrouwen autorijden. Ik werd mijn zenuwen de baas tijdens het geven van presentaties. Ik nam een hond en vloog zonder angstzweet de wereld over voor mijn schrijf- en onderzoekswerk. Waarschijnlijk zag het er vanaf de buitenkant uit alsof ik telkens spectaculaire veranderingen doormaakte, maar zo voelde het vanbinnen nooit. Net zoals het geval was bij het overwinnen van de hoogtevrees, verliepen ook deze transities zo gradueel dat ik lang niet altijd merkte dat ze plaatsvonden. Tot ik op een dag ineens achter het stuur zat en merkte dat ik niet meer opzag tegen de rit. En tot ik ineens een grote hond op straat zag en hem zonder aarzelen aaide. Huh? Sinds wanneer was ik niet meer bang? Sinds ik aan mijn angst was gaan wrikken. Dag voor dag, oefening voor oefening. Want zo overwin je angsten.

De meeste mensen moeten ervoor werken, net als ik. Soms weken, soms maanden en soms jaren. En als beloning krijg je geen kortdurende euforie, maar langdurige vrijheid. Het tegenovergestelde van de angst je doen en laten bepalen, is een leven dat geregeerd wordt door verlangen. Hoe een angstenvrij leven eruitziet, verschilt voor iedereen. Maar het bestaat altijd uit dingen die jou nieuwsgierig maken, die aan je trekken – zelfs als je ze spannend vindt. Dat kan van alles zijn: je baan opzeggen en voor jezelf beginnen, de liefde verklaren aan die ene héél leuke persoon, of je moeder zeggen dat je het vanaf nu echt wel zelf kunt.

Roanne van Voorst is antropoloog en schrijver en deed 12 jaar onderzoek naar angst en moed.