Zwitserse biologen hebben ontdekt hoe dieren angst ruiken. Angstdetectie blijkt zich te voltrekken in de Grueneberg ganglion, een orgaantje in het puntje van de neus dat bestaat uit een kluitje zenuwcellen. Het orgaan was al begin jaren zeventig ontdekt maar niemand wist waarvoor het diende. Totdat de Zwitserse onderzoekers de cellen onder de microscoop legden. Ze ontdekten dat die de eiwitten bevatten die in andere cellen verantwoordelijk zijn voor het opmerken van feromonen, niet bewust waarneembare geurstoffen. Zou de Grueneberg ganglion iets met feromonen te maken hebben?

De wetenschappers gingen aan de slag met muizen waarvan bij de helft de ganglion was verwijderd. Ze stelden de dieren bloot aan allerhande geurstofjes maar er gebeurde niets. Totdat ze de muizen confronteerden met alarmferomonen; stofjes die dieren (en planten) als een soort waarschuwing uitscheiden als ze in een stressvolle situatie zitten. De muisjes met een werkend Grueneberg ganglion gingen bij het ruiken ervan angstig in een hoekje zitten bibberen. Hun soortgenoten zonder dat orgaantje reageerden niet op het angstsignaal: ze bleven scharrelen in hun kooi alsof er niets aan de hand was.

Kunnen ook mensen onbewust angst ruiken? Op die vraag durven de wetenschappers nog geen antwoord te geven. Maar mensen en

andere zoogdieren bezitten in ieder geval wel zo’n zelfde Grueneberg ganglion, dus de kans is aanwezig.

Kijk op psychologiemagazine.nl voor een filmpje