Onze voormalige Consult-psycholoog Jolet Plomp (70): ‘Leeftijdgenoten reageerden haast teleurgesteld toen ik vijf jaar geleden stopte met mijn bloeiende praktijk. Ze hadden verwacht dat ik zou doorwerken. Ik was arbeidspsycholoog en schreef over werk en stress. Mensen vroegen steeds: “Wat ga je nu doen?” Het leek me heerlijk om de vrijheid te hebben niet te hoeven werken. Dat er toch geld binnenkomt, al is het niet veel.

Ik werk al sinds mijn 17de en was wel nieuwsgierig naar hoe het zou zijn om nutteloos te zijn. Maar wat is nutteloos? Is ’s ochtends boodschappen doen en een kletspraatje maken met een glazenwasser nutteloos?

 

Ik dacht wel dat ik nog zou blijven schrijven, maar ik lees nu eigenlijk liever al die mooie boeken die andere mensen hebben geschreven. Als het koud is, denk ik: kom, ik ga even een muts breien. Je gaat van “eigenlijk moet ik…” naar “wat zal ik nu eens?” Er is nu ruimte voor een ad hoc plan, zoals wandelen of iemand opzoeken.
Er is nu tijd voor mezelf. Ik heb ook meer rust om stil te staan bij lastige emoties, bijvoorbeeld als ik zie dat ik fouten heb gemaakt in de omgang met anderen. Dat is wat nu mijn leven zin geeft: warme relaties.

 

‘Ik leef veel flierefluiteriger’

Als ik mezelf vergelijk met mijn leeftijdgenoten leef ik veel flierefluiteriger. Zij hebben veel vollere agenda’s: passen op vaste dagen op kleinkinderen, willen tentoonstellingen zien, naar het theater. Ik voel die drang niet om niks te missen. Ik vraag mezelf wel elke dag: hoe ga ik deze dag de moeite waard maken? Dat kan ertoe leiden dat ik alles uit mijn handen laat vallen en in bad ga liggen of een boek ga lezen.
Op de vraag “moet je per se nuttig zijn?” weet ik nog steeds het antwoord niet, en de definitie van “nuttig” verschuift. Ik vind nu het consumeren van de schoonheid van boeken, natuur en kunst ook al nuttig. Er moeten immers ook mensen zijn die genieten van wat er allemaal wordt gemaakt.’

Voormalig persvoorlichter Nicole de Haan (47): ‘Vorig jaar ben ik bij een ideële organisatie aangenomen. Ik zou in een team van drie persvoorlichters gaan werken, maar door een reorganisatie bleek ik ineens de enige. Ik voelde de verantwoordelijkheid om 24/7 beschikbaar te zijn. Aan drukte op het werk ben ik gewend, maar nu was er geen ruimte meer voor herstel. Ik probeerde in mijn eentje het werk van drie mensen te doen.
Wel erg vaak hoorde ik mezelf tegen mijn kinderen zeggen: “Ik kom er zo aan, ik moet nog heel even iets voor mijn werk doen.”
Dat mijn hoofd te vol zat, merkte ik vooral aan het verlies van creativiteit. Ideeën bedenken, brainstormen, het is voor het werk dat ik doe belangrijk. Maar ik had er gewoon geen ruimte meer voor. Yoga en hardlopen, mijn manieren om mijn hoofd leeg te maken, offerde ik steeds weer op voor het behalen van deadlines. Op een gegeven moment dacht ik: dit is niet hoe ik het wil. Ik besloot mezelf een paar maanden vrij te geven en heb mijn baan opgezegd – dat kon financieel ook even.
In het begin kon ik niet van het niksen genieten. Ik dacht steeds: is dit wel nuttig? Totdat mijn dochter van 14 zei: “Mam, ga lekker de Gilmore girls kijken op Netflix, dat is niet nuttig maar wel heel leuk!”

Meer leven, minder doen

Als het aan Tony Crabbe ligt, schrappen we het woord ‘druk’ uit ons woordenboek. Juist in mínde...

Lees verder

‘Ik wil niet meer alles in de steek laten voor het werk’

Langzaam valt de sluier van het moeten eraf. Ik wandel veel en merk dat ik steeds meer dingen ga zien. Een prachtig huisje op de dijk bijvoorbeeld, waar ik al honderd keer ben langsgelopen. Ik voel vrijheid en rust in mijn hoofd. Maar ook een beetje verdriet: dat ik kennelijk door alle drukte was opgehouden te ervaren wat er om me heen gebeurde.
Alles in de steek laten ten behoeve van een mooi resultaat op het werk, is geen gezonde gewoonte. Die gaat de prullenbak in.’

Ex-internetondernemer Ruben Brave (43): ‘Toen ik in 2014 mijn twee bedrijven had verkocht, ben ik heel anders gaan leven. Het is niet zo dat ik nu rijk ben, maar ik kan het wel even uitzingen. Ik verdiende onwijs goed, maar kreeg gaandeweg het vermoeden dat er dingen zijn die veel meer waarde hebben dan werk. Dat werk had eigenlijk weinig betekenis voor mij. Je bent altijd bezig met businessplannen, financiën, aandeelhouderswaarde. Je vergeet gewoon hoe het is om simpelweg “te zijn”. De beschikbaarheid voor mijn twee dochters, huiswerk met ze maken, dat heeft wel betekenis. Mijn vrijwilligerswerk ook.

‘Er moest iets van meer waarde zijn’

Door dat onproductieve leven ben ik anders over het begrip kapitaal gaan nadenken. Je hebt natuurlijk financieel kapitaal, maar er is ook zoiets als sociaal en cultureel kapitaal. Sociaal kapitaal is tijd met mijn kinderen en mijn vrienden doorbrengen. En mijn vrouw, die een drukke baan heeft, ondersteunen. Cultureel kapitaal is met mijn dochters naar musea gaan, ’s avonds cursussen volgen in de bibliotheek. Er is zelfs zoiets als spiritueel kapitaal: hoe je betekenis geeft aan je bestaan. Reflecteren op het leven, op patronen die ons vasthouden.
Ik heb mijn online beschikbaarheid radicaal verminderd, ik mis iedere call die binnenkomt. Je bent toch niet echt aanwezig als je steeds een apparaat in je hand hebt.
In het begin van mijn sabbatical, zo noem ik het maar even, ergerde ik me aan al die mensen die maar doorrennen. Ik dacht: tjee, wat doet iedereen alles op de automatische piloot, ze weten niet eens meer waarom ze het doen, alles moet meer, alles moet sneller. Nu ben ik daar milder in. Ik heb door yoga wat meer compassie gekregen.
Over een paar maanden wil ik weer meer gaan werken, maar ik ga de balans tussen die verschillende vormen van kapitaal niet meer uit het oog verliezen. Er gewoon zijn, de waarde daarvan is niet in geld uit te drukken.’