‘Moest ik als homo wel kinderen willen?’

Joost (34) had al uitgedacht hoe hij een kind zou kunnen krijgen, toen zijn vriend afhaakte.

Bij de relatiepsycholoog: Kinderen

Menno beschouwde kinderen als een gepasseerd station in zijn leven. Toen zijn jongere vriendin Ruby ...

Lees verder

Al jong wilde ik een gezin met vier kinderen. Toen ik ontdekte dat ik homoseksueel was, leek dit onmogelijk; voor homo’s is kinderen krijgen immers niet vanzelfsprekend. Maar toen Paul de Leeuw twee kinderen adopteerde, vlamde mijn kinderwens weer op. Ik wilde graag iets van mezelf neerzetten in de wereld, iets wat voortleeft.

Op mijn 29ste kreeg ik een vriend die openstond voor kinderen. We dachten aan adoptie of pleegouderschap. Later liet een lesbische vriendin in een gesprek vallen dat als zij ooit kinderen wilde, ik de gedroomde vader was. Een kind vanuit onze vriendschap, dat leek mij wel wat.

Toen ik die mogelijkheid aan mijn vriend voorlegde, reageerde hij aanvankelijk positief. Maar later sloeg dat om. De kinderwens was voor zijn gevoel iets van mij en de toekomstige moeder. Hij zou zich een buitenstaander voelen en zag ervan af. Ik schrok ervan dat hij dit besluit genomen had zonder er eerst met mij over te praten. Voelde me voor een voldongen feit geplaatst.

Wilde ik deze relatie nog wel nu een voor mij zo diepe wens zomaar opzij was geschoven, vroeg ik me af. In de weken erna bekoelde de relatie. Ik had geen gesprekspartner meer en voelde me eenzaam. Ik vroeg mij opnieuw af of ik dit als homoman wel per se moest willen. Maar er bleken zelfs informatieavonden te zijn voor homomannen met een kinderwens en nadat ik daar geweest was, bracht ik het onderwerp ‘kinderen’ sneller ter sprake als ik een leuke man ontmoette.

Voor mijn huidige vriend is kinderen krijgen gelukkig geen taboe. Ik zie het ouderschap met hem wel voor me. De lesbische vriendin richt zich nu op haar carrière en heeft even geen kinderplannen. Toch heb ik er vertrouwen in dat dat gezin er linksom of rechtsom wel gaat komen.’

‘Een vrouw van eind 30 kun je niet meer overhalen’

Tom (42) dacht de moeder van zijn kinderen gevonden te hebben. Maar zij wilde niet.

Vaak wordt er gedacht dat vrouwen graag kinderen willen en mannen niet. Maar bij mij is het andersom. Ik heb een leuke baan, woon in een fijn huis en ik heb veel gereisd. Een gezin stichten is voor mij de volgende stap. Op mijn werk heb ik veel jongere collega’s die al vader zijn. Als ze over hun gezin praten, voel ik een gemis. Het is alsof zij verdergaan en ik stilsta. Toch begin ik gaandeweg te accepteren dat het misschien nooit gaat gebeuren.

Ik werk in de techniek, daar zijn niet veel leuke vrouwen te vinden. Maar vier jaar geleden ontmoette ik haar dan toch. Zij was voor mij de ideale vrouw en toekomstige moeder van mijn kinderen. We konden goed praten en hadden dezelfde passie voor fotograferen. Toen we die zomer samen op vakantie gingen en veel spelende kinderen zagen, besloot ik haar voorzichtig over mijn kinderwens te vertellen.

Tot mijn verbazing wilde zij geen kinderen. Die avond praatten we erover door, maar al snel kwamen we in een ‘wat stom dat jij ze wel/niet wilt’-gesprek terecht. Ik heb nog even geprobeerd om haar over te halen, maar besefte dat een vrouw van eind 30 al veel over dit onderwerp heeft nagedacht.

Voor mij was mijn kinderwens cruciaal en na de vakantie besloten we uit elkaar te gaan. Ik kreeg haast want ik wilde geen oude vader worden en ben opnieuw gaan daten. Dat leverde weinig op. Mijn vrienden zeggen dat ik te kritisch ben. Vorig jaar was ik het zat om er zo geobsedeerd mee bezig te zijn. Ik werd er ook echt geen leuker mens van. Ik liet het verlangen los en begin nu ook te waarderen dat leven zonder kinderen ook veel vrijheid oplevert.’

‘Hij had al een kind en vond het genoeg’

Ingrid (46) gaf haar relatie op maar kreeg uiteindelijk nooit kinderen.

TEST
Doe de test »

Test je relatie: hoe hoog is je relatie-EQ?

Ik wilde altijd al graag een gezin, maar ik kreeg pas op mijn 38ste een serieuze relatie. Toen mijn zus vertelde dat ze zwanger probeerde te raken, wilde ik niet langer wachten. Ik voelde zo’n diep verlangen. Met mijn vriend besprak ik mijn kinderwens. Hij had al een kind en vond het genoeg. Ik was erg teleurgesteld dat hij mij dit geluk niet gunde en probeerde hem nog op andere gedachten te brengen – tevergeefs.

De tijd begon te dringen, ik was inmiddels 41. Als het samen niet lukte, dan maar alleen, dacht ik en beëindigde de relatie. Via mijn zus had ik al ingangen bij de vruchtbaarheidskliniek. De eerste ivf-poging was meteen raak, maar het bleek een kindje met het syndroom van Down te zijn.

Op de echo zagen we afwijkingen aan het hart en de hersenen. Ik werd voor een groot dilemma geplaatst. Ik wilde het kindje houden maar zou het daarmee bewust een moeilijker en afhankelijker leven geven door de handicap. Dat vond ik een te zware last voor mijn kind. De zwangerschap werd afgebroken. Ik herinner me nog die verschrikkelijke leegte die ik bij het afscheid voelde. Ik heb haar nog vastgehouden en een naam gegeven.

Zes dagen voor ik 44 jaar werd, was de elfde en laatste ivf-poging. Op het moment dat ook die mislukte, lag mijn zus in het ziekenhuis met een bloedvergiftiging. Ze vocht voor haar leven. Mijn nare ervaring werd even verdrongen. Gelukkig heeft mijn zus het gered en kreeg ze een kind. Aan de bloedvergiftiging heeft ze een lichte hersenbeschadiging overgehouden, daarom zorg ik vaak en met veel plezier voor mijn neefje. Maar het blijft pijnlijk dat ik geen eigen kind heb gekregen.’

‘Welke keuze we ook maakten, een van ons zou er niet gelukkig van worden’

Anne-Marie (50) kreeg het benauwd toen een kind krijgen de onvermijdelijke volgende stap leek in haar relatie.

Ik had geen vastomlijnde ideeën over de toekomst. Verder dan wat abstracte wensen – reizen, vrijheid, schrijven en liefde – kwam ik niet. Wat ik wel zeker wist: het standaardpakket “trouwen en kinderen krijgen” was niets voor mij. Ik had geen enkel verlangen naar kinderen of moederschap.

Toen ik Tom ontmoette, was hij net terug van een jeeptocht met vrienden. Het woestijnzand zat nog in zijn haar, woest aantrekkelijk vond ik hem. Hij was intelligent, had humor en woonde met vrienden in een gekraakte boerderij. Hij leidde een soort ruig-romantisch leven waarnaar ik verlangde.

Maar dat leven ontwikkelde zich anders dan ik me had voorgesteld. We gingen te vroeg naar mijn zin samenwonen in een rijtjeshuis. Ik werd drie keer uitgeloot voor een opleiding journalistiek en kreeg een vaste baan bij een uitgeverij. Ook Tom vond een vaste baan. Opeens stond ik zijn overhemden te strijken.

We kregen steeds vaker stomme ruzietjes over de taakverdeling in huis en bleken totaal verschillende ideeën te hebben over de toekomst. Mij stond een vrij leven voor ogen met boeiend werk waarbij je veel van de wereld kunt zien. Hij was tevreden met ons bestaan en kinderen krijgen leek de logische volgende stap. Welke keuze we ook zouden maken, een van ons tweeën zou er niet gelukkig van worden. Ik zag maar één uitweg: de relatie verbreken.

Die opleiding journalistiek ben ik alsnog gaan doen. Toen ik mijn huidige vriend ontmoette was ik 34. We hebben het nog wel over kinderen gehad. Het is zo’n levensbepalende keuze en omdat ik dacht dat hij zo’n leuke vader zou zijn, wilde ik de mogelijkheid in deze fase nog eens overwegen. Maar hij wilde niet.

Allebei werken we veel, met passie en toewijding, we zijn vaak op reis en hebben lol met z’n tweeën. Dat willen we zo houden.’

Training

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar je relatiepatronen
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
Bekijk de training
Nu maar
€ 45,-

‘Het voelde alsof we iets kapotmaakten wat gezond was’

Leonie (42) verliet haar vriend omdat zij kinderen wilde en hij niet. Nu heeft ze twee zonen (1 en 3 jaar).

Mijn vriend was heel stellig toen ik hem leerde kennen: geen kinderen. Gelukkig wilde ik ze ook niet. Maar tijdens een kerstvakantie op het strand in India besefte ik dat ik toch een kind wilde. Dat gevoel sluimerde al een tijdje maar toen drong het echt tot me door. De wens was zo sterk dat ik hem met mijn vriend besprak. Voor hem was er niets veranderd, hij wilde nog steeds niet.

Ik besloot er nog eens goed over na te denken. Wilde ik kinderloos blijven, met als risico dat ik hem dat later zou gaan verwijten? Of zou ik de zorg alleen op me nemen? Ik schreef dagboeken vol. Mijn vriend moest er ook over nadenken en besloot met zijn broer een roadtrip te maken. Toen hij terugkwam, was zijn antwoord nog steeds: ‘Nee’. Hij was bang dat hij geen goede vader zou worden.

Ik wilde hem niet pushen, maar ik kon mijn kinderwens echt niet meer negeren. Er zat maar één ding op: ik moest de relatie verbreken. Dat was heel pijnlijk. Het voelde alsof we iets kapotmaakten wat gezond was. We hebben samen veel gehuild.

Niet lang daarna bracht een vriendin me in contact met een homoseksuele vriend met een kinderwens. Hij en ik gingen uit eten en het klikte direct. We hielden maar niet op met praten. Ik voelde: dit wordt de vader van mijn kinderen. We begonnen al snel daarna met inseminatie. Ik werd ik niet meteen zwanger, toch had ik er vertrouwen in.

Vijf jaar na dat strand in India, ook rond de kerst, werd mijn eerste zoon geboren. Zijn vader schreef op het geboortekaartje: ‘Zo kan het ook.’ Ik ben blij met het co-ouderschap. Omdat we geen liefdespartners zijn is er nooit ruis. Je weet altijd waar je aan toe bent. En met mijn ex ben ik goed bevriend. Hij paste op de oudste tijdens de bevalling van mijn tweede kind – overigens van dezelfde vader.’

Meer weten over een (onvervulde) kinderwens?

www.alleenmetkinderwens.nl
www.meerdangewenst.nl
www.saracoster.nl
www.alleenenongewenstkinderloos.nl

 

Een kinderwens is sterker dan een partnerwens

Een kinderwens is een biologisch gegeven, een natuurlijke drang die de meeste mensen vroeg of laat krijgen, aldus relatietherapeute Karin Wagenaar. Emeritus hoogleraar adoptie René Hoksbergen is het daarmee eens. ‘Het is gewoon een instinct om je te willen voortplanten. Wij mensen zijn dat “wens” gaan noemen, maar feitelijk werkt het hetzelfde als bij dieren. En net zoals ook niet alle poezen zich voortplanten zijn er ook mensen die hierop een uitzondering zijn.’

Mensen die geen kinderen willen, hebben daar vaak een emotionele reden voor. Wagenaar: ‘In mijn praktijk merk ik dat zij negen van de tien keer uit een gezin komen waarin grote problemen speelden. Of ze willen niet het risico lopen dat hun kinderen verdrietige dingen meemaken, zoals ziekte of een sterfgeval, omdat ze daar zelf zo onder geleden hebben. Ook hebben bewust kinderlozen vaak al een soort ouderrol voor kleinere broertjes of zusjes vervuld. Zij denken: ik ben eigenlijk al vader of moeder geweest, daar heb ik helemaal geen behoefte meer aan.’

Maar soms is er helemaal geen aanwijsbare reden. Wagenaar: ‘Ik spreek regelmatig cliënten die zeggen: “Ik ben blij met mijn leven en heb alles lekker op orde, ik geniet van wat ik heb en voel geen behoefte aan een kind.”’ In de meeste gevallen is zo’n overtuiging blijvend. Wagenaar is wel van mening dat mensen soms kinderloos blijven omdat hun partner hen niet geschikt lijkt als ouder. Dan kan het zomaar gebeuren dat ze in een volgende relatie wel kinderen willen.

Over een kinderwens kun je het beste aan het begin van een nieuwe relatie al duidelijk zijn, zegt Hoksbergen. ‘Er komen weleens jonge studentes naar me toe die zeggen: “Mijn vriend wil absoluut geen kind. Wat moet ik doen?” Mijn antwoord is dan altijd heel kort: zoek een andere vriend. Jouw kinderwens zal steeds sterker worden en dat zal uiteindelijk tot spanningen in de relatie leiden. Een kinderwens is sterker dan een partnerwens. Dat is gewoon de natuur. Om te overleven heb je een kind nodig, om voor je te zorgen als je oud bent.’

Als je je kinderwens opgeeft voor je relatie gaat dat zich vroeg of laat wreken, zegt Wagenaar. ‘Als je die behoefte negeert, krijg je daar een soort terugslag van. Je wordt depressief of je gaat te hard werken en krijgt een burn-out. Vaak gaat zo’n relatie uiteindelijk alsnog stuk.’

Wagenaar merkt in haar praktijk dat hoe ouder iemand is, hoe eerder hij of zij de kinderwens met de partner bespreekt: ‘Dertigplussers zeggen vaak bij de eerste date al: “Ik wil kinderen, jij?” Als die ander dan niet wil, gaan ze niet verder.’

Wanneer een van beiden geen kinderen wil, maar ze er toch komen, is dat geen goede basis, benadrukt Wagenaar. ‘Het gaat geheid een keer scheeflopen. Stel dat je afspreekt dat jij alle opvoedtaken op je neemt. Maar als je een keer ziek bent, moeten de kinderen toch naar school gebracht worden. Dan zal de partner die geen kind wilde laten voelen dat dat niet de afspraak was. Het komt weleens voor dat een man of vrouw bijdraait als het kind er eenmaal is, maar je neemt wel een risico.’

Hoksbergen ziet als adoptie-expert vaak dat een verschil in kinderwens bij de ouders grote gevolgen heeft voor het kind. ‘Iemand die meegaat in de wens van zijn partner om op die manier zijn relatie te redden, denkt daarbij niet na over de gevolgen voor het kind. Als er later problemen met een kind ontstaan, zal zo’n vader of moeder het kind toch een keer laten voelen dat het niet gewenst was. Met mogelijk identiteitsproblemen tot gevolg.’