Tot voor kort twijfelde niemand aan het doorslaggevende belang van de opvoeding voor de ontwikkeling van een kind. Onze norm voor een geslaagde opvoeding is dat het kind uitgroeit tot een gezonde, evenwichtige volwassene, die in staat is zich in de maatschappij staande te houden en die zichzelf en anderen gelukkig kan maken. Wanneer dit om een of andere reden niet lukt, dan worden de ouders daar verantwoordelijk voor gesteld.

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 67,50

In deze opvatting kwam enige verandering toen Judith Rich Harris in 1995 in het tijdschrift Psychological Review een spraakmakend artikel publiceerde over de invloed van de sociale omgeving op kinderen. Haar conclusie was dat opvoeding nauwelijks invloed heeft op de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen, maar dat vooral de sociale omgeving van het kind en in het bijzonder de omgang met andere kinderen, hierbij een grote rol speelt. De vijf bekende persoonlijkheidskenmerken extraversie, neuroticisme, vriendelijkheid, stiptheid en openheid, worden nauwelijks gevormd of gewijzigd door de opvoeding, stelde Harris.

De resultaten van gedragsgenetisch onderzoek lijken deze veronderstelling te ondersteunen. Ouders dragen in hun rol van opvoeders niet sterk bij aan de vorming van de persoonlijkheid van hun kinderen. In de gedragsgenetica bestaan daarvoor twee aanwijzingen: ten eerste worden in gedragsgenetisch onderzoek nauwelijks aanwijzingen gevonden

Log in om verder te lezen.