Indische Nederlanders vormden de eerste groep allochtonen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. In verhouding tot latere ‘immigranten’ assimileerden ze geruisloos, mét behoud van eigen cultuur, opvoedingsgewoonten, normen en waarden. Ook hun nazaten bleven geworteld in een Indische cultuur.

De journaliste Anneloes Timmerije, kind van een Indische moeder en een Nederlandse vader, beschrijft met veel oog voor detail wat voor haar het Indische was in haar opvoeding en wat ze als typisch Indisch herkent bij haar moeder, haar grootmoeder en de vele zussen van haar grootmoeder, die als ‘de Tantes’ het leven van de familieclan in Nederland op poten hadden gezet.

Haar boek gaat vooral over de manier waarop in Indische families over belangrijke dingen gepraat – of liever gezwegen – wordt, die in schril contrast staat tot de manier waarop nuchtere Nederlanders hun problemen bespreken. Conflicten worden liever tactvol vermeden dan assertief uitgepraat, want een verschil van mening los je op zonder gezichtsverlies, ook voor de tegenpartij. Iemand rechtstreeks om een gunst vragen doe je niet, want als de ander dat niet wil, kan hij het niet weigeren, en dat is pijnlijk. Dat wil zeggen: Indische mensen zullen het nooit weigeren. Wie bij Indische families op bezoek komt, wordt getroffen door de hartelijkheid, de gastvrijheid, het feit dat er altijd iets te eten is en dat zo’n twintig mensen over de vloer nooit een probleem schijnt te zijn. Bij al die gezelligheid hoort echter ook dat over gevoelens of privé-problemen niet wordt gepraat. Het is een vorm van problemen bezweren.

Dat Indische mensen de Hollandse manier van praten vaak bot vinden – maar dat nooit zullen laten blijken – is een bekend gegeven binnen de Indische gemeenschap en het is ook niet de eerste keer dat er over geschreven wordt. Maar Anneloes Timmerije weet de conflicten en misverstanden die uit het Indisch zwijgen voortkomen, tactvol en met begrip voor alle betrokkenen te beschrijven. Daarbij is het een voordeel dat Timmerije goed kan observeren. ‘Als ik haar vertel over mijn bezoek aan tante Noes, reageert mijn moeder op een manier die ik goed van haar ken. Ze zegt ‘mmm’ en slaat haar ogen neer. Daarna snuift ze en tegelijkertijd kantelt ze haar hoofd iets naar achter. Ook dit gebaar heeft meerdere betekenissen. In dit geval lijkt het erop dat ik haar iets heb verteld wat zij allang vermoedde. Maar zeker weten doe ik het niet. Want ze heeft er niets over gezegd.’

De confrontatie met haar afkomst krijgt een extra dimensie door de ervaringen van Timmerije in het huidige Indonesië, waar ze als productieassistent werkte bij de verfilming van Gordel van Smaragd. Haar treft de ‘Indische’ manier van problemen oplossen. ‘Tijdens mijn verblijf op Java herken ik in mijn Indonesische collega’s de manier van denken van mijn grootmoeder en mijn moeder. Dingen worden niet rechtstreeks gezegd, maar via een omweg. Vragen worden niet beantwoord, of weggelachen.’

De auteur geeft een liefdevolle maar ook afstandelijke beschrijving van het Indische. Ze is verslaggever en voelt zich Nederlands. Denken in bochten ligt haar niet. Maar het Indische verloochent zich ook niet. Een geheim dat ze graag zou willen opschrijven omdat het hoort bij het verhaal van de familie, maakt ze toch maar niet openbaar. Een Indisch kind blijft een Indisch kind, zwijgen is soms beter dan praten.

Indisch Zwijgen, Anneloes Timmerije, Amsterdam: Prometheus, ISBN 9053339760 n e 15,95[/wpgpremiumcontent]