Hoor je jezelf weleens hetzelfde flauwe grapje maken als je vader altijd deed als je niet naar bed wilde? Gebruik je dezelfde sussende woordjes als je kind troost nodig heeft? Veel ouders nemen in de opvoeding van hun kinderen dingen over van hun eigen ouders.

TEST
Doe de test »

Hoe positief betrokken ben je bij je kind?

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat bijna 60 procent zijn kinderen (grotendeels) hetzelfde opvoedt als ze zelf zijn opgevoed.

Dat is vaak prima of zelfs leuk en grappig; we nemen over wat voor ons heeft gewerkt. Maar helaas nemen we soms ook minder mooie trekken van onze ouders over.

‘Je ouders zijn je grootste rolmodellen, in positieve maar ook in negatieve zin,’ vertelt de Noorse psycholoog en familietherapeut Hedvig Montgomery, die onlangs de boekenserie De zeven stappen naar succesvol ouderschap publiceerde. ‘Het overnemen van een grapje of troostritueel kan natuurlijk geen kwaad.

Maar misschien doe je ook weleens dingen waarvan je hoopte dat het niet in jou zat. Of zeg je dingen waarvan je je nog zo had voorgenomen het niet te doen. Je kind wil niet naar bed en jij schreeuwt: “Als je niet wilt luisteren, ga je maar ergens anders wonen.” En opeens hoor je je vader terug. Of je betrapt jezelf erop dat je met een afkeurende blik tegen je puberdochter zegt: “Zou je dat rokje nou wel aantrekken?” Precies zoals je moeder altijd deed.’

Of erger: je ontploft, wordt té boos, en reageert te heftig of emotioneel. ‘Aansteller!’, ‘Wat ben je toch een huilebalk’, ‘Doe me dit niet aan’. Je hoort jezelf iets roepen – een echo uit je eigen verleden.

Als het gaat om onze opvoedstijl, dus de manier waarop we contact maken met onze kinderen, grenzen stellen en liefde geven, dan nemen we die vooral over van onze moeders, blijkt uit onderzoek aan het Imperial College London. Zij waren toch nog vaak onze belangrijkste verzorgers.

De onderzoekers filmden vaders en moeders terwijl ze thuis met hun kind speelden en voor hun kind zorgden. Daarnaast moesten ze vragenlijsten invullen over hun eigen opvoeding. Ouders met een liefdevolle moeder hadden zelf ook vaak een warme opvoedstijl: ze raakten hun kinderen vaker aan, waren emotioneel beschikbaar, hadden aandacht voor en interesse in hun kind en lieten meer positieve gezichtsuitdrukkingen zien.

Ouders die hun moeder als streng, onvoorspelbaar en controlerend hadden ervaren, waren zelf ook minder steunend en liefdevol als ouder; ze zochten bijvoorbeeld minder contact en raakten hun kind minder vaak aan. Waarom zijn die patronen zo hardnekkig?

Sporen in het brein

Dat heeft volgens Daniel Siegel, hoogleraar klinische psychiatrie aan de Universiteit van Californië, te maken met hoe ons brein zich heeft gevormd toen we klein waren. Siegel onderzocht hoe opvoeding van invloed is op de ontwikkeling van het kinderbrein.

‘Vroege ervaringen laten sporen na. Als je moeder je elke avond knuffelde als ze thuiskwam van haar werk, ontwikkelt zich in de hersenen een neurale structuur die thuiskomen van je moeder koppelt aan affectie en verbinding.’

Krijg je als volwassene zelf kinderen, dan worden die oude patronen in vergelijkbare situaties weer geactiveerd, en zul je ook sneller je kind knuffelen als je uit je werk komt. Misschien wel op precies dezelfde manier als je moeder altijd deed. Want zo heb je het geleerd.

En als je vader altijd geïrriteerd de kamer uitliep als jij aan het zeuren was, dan nestelt ook dit reactiepatroon zich in je brein, en kan het opnieuw geactiveerd worden als je eigen kinderen beginnen te zeuren.

Zo kunnen we dus zelfs het gedrag van onze ouders dat we verafschuwden toch kopiëren. Dat gedrag kan uiteenlopen van een irritante maar onschuldige gewoonte, tot het gebruik van agressie en geweld. Uit een rapport van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat ongeveer een derde van de mensen die opgroeiden in een gezin waar agressie en geweld plaatsvond later geweld gebruikt tegen zijn of haar kinderen.

Emotie-taboes

Zeker als we moe en gestrest zijn, vallen we terug op onze automatische patronen. Montgomery: ‘Als je slecht hebt geslapen of als de emoties door je heen razen, is het moeilijk om de ouder te zijn die je graag wilt zijn. Je hersenen bewandelen de weg van de minste weerstand, de bekende weg, waar jij als kind vertrouwd mee bent geraakt. De een heeft dit wat sterker dan de ander, maar niemand ontkomt eraan.’

Ook hebben we allemaal van huis uit moeite met bepaalde emoties. Volgens Montgomery is er binnen elk gezin minstens één emotie die niet geaccepteerd wordt. De ene ouder kan niet tegen verdriet en huilen, de ander niet tegen boosheid, en weer een ander niet tegen uitbundigheid, want ‘zo leuk is het leven niet’.

Montgomery: ‘Ik kom zelf uit een gezin waarin ziek zijn als zwakte werd gezien. Bij mijn eigen kinderen vond ik het moeilijk om ze te helpen als ze ziek waren. Ik ben er niet trots op, maar ik heb hier hard aan moet werken. Ik heb continu op mezelf moeten inpraten: “Hedvig, ze hebben je nodig. Je moet nu extra lief voor ze zijn.”’

Geen kloon

Natuurlijk zijn lang niet alle gewenste en ongewenste trekjes die boven komen drijven in het ouderschap afkomstig van je ouders, nuanceert Montgomery. ‘Ook je persoonlijkheid en temperament – die je weliswaar deels van je ouders erft – en ervaringen die je hebt opgedaan, spelen een rol.’ Ook voorbeelden van andere ouders, en wat je hoort en leest over opvoeding beïnvloeden je.

Er is nog een belangrijke factor die meespeelt: opleidingsniveau. Hoe groter het verschil is tussen ouders en kinderen, des te vaker gooien de kinderen het over een andere opvoedboeg, blijkt uit het rapport van het SCP. Al met al zouden die factoren kunnen verklaren waarom 40 procent van de mensen er een andere opvoedstijl op nahouden dan hun ouders.

En uit het rapport van het Verwey-Jonker Instituut over de geweldsspiraal blijkt dat maar liefst twee derde van de kinderen die met agressie of geweld opgroeiden het patroon wél weet te doorbreken. Kortom: je bent geen kloon van je ouders. Het kán ook anders.

Overcompenseren

Een deel van de opvoeders die het anders wil doen, doet precies het tegenovergestelde van wat zijn ouders deden. Volgens Montgomery kan ook dat een valkuil zijn: sommige ouders proberen krampachtig te compenseren voor wat er in hun eigen opvoeding is misgegaan.

Je ouders zeiden nooit dat ze van je hielden, maar jij zegt het wel vier keer per dag tegen je kind. Je moeder was depressief, maar jij wuift alle negatieve emoties weg. Of: je ouders waren heel streng, maar jij laat de teugels vieren en trekt helemaal geen grenzen. Hoe begrijpelijk die reactie ook is, het tegenovergestelde gedrag kan ook onwenselijk zijn.

Montgomery adviseert: ‘Ben je niet blij met bepaald gedrag van jezelf, zoek dan niet naar een totaal andere manier, maar naar een iets betere manier. Uit onderzoek weten we dat veranderen in kleine stappen effectiever is dan in grote sprongen. Vaak ben je er al met kleine correcties die het allemaal iets zachter maken.’

En weet je dat je snel ontploft, bedenk dan een paar slimme ‘als dan’-plannetjes: als ik woede voel opkomen, ga ik een blokje om. Als ik snel geïrriteerd raak, dan moet ik gaan sporten.

Reflectie

‘Als je denkt: help, ik lijk op mijn moeder/vader, dan ben je je al bewust van je gedrag,’ zegt Montgomery. Dat is een eerste stap. Vervolgens kun je je afvragen: is dit de persoon die ik wil zijn? Moet mijn kind dit gedrag van mij ook meekrijgen? En wat is wijsheid op dit moment? Het is simpelweg de reflectie die het verschil maakt.’

Lukt het je maar niet om je gedrag aan te passen, dan kan het volgens Montgomery belangrijk zijn om wat dieper te graven, al dan niet met hulp van een therapeut. Wie zijn eigen geschiedenis begrijpt en weet wat hem in positieve en negatieve zin heeft gevormd, kan zich makkelijker bevrijden van die ongewenste oude patronen. De kans dat je de volgende keer weer zo boos reageert als je kind huilt omdat hij niet blij is met de kleren die je hebt uitgekozen of omdat jullie alwéér boontjes eten, is dan kleiner.

Praten met je kinderen over hoe jij bent opgegroeid is volgens Montgomery ook waardevol en belangrijk voor een gevoel van gedeelde geschiedenis en begrip voor elkaar. Vertel je kind dat jij soms vergeet te knuffelen omdat dat thuis nooit gebeurde, of dat je soms gevoelens wegwuift omdat je als kind altijd flink moest zijn.

Montgomery: ‘Het doel van ouders zou niet perfectie moeten zijn, maar: minder negatieve dingen uit het verleden doorgeven aan de volgende generatie. En hoe je dat verder inkleurt, is aan jou. Er zijn duizenden manieren van opvoeden die werken, en duizenden manieren waarop je samen kunt zijn als familie.’

En daar heb je gelukkig alle tijd voor, zegt Montgomery. De eerste twintig jaar met je kind zijn belangrijk. Maar je hebt altijd een kans om je te verbeteren en oude patronen te doorbreken. Een hele verademing.

Bronnen o.a.: H. Montgomery, De zeven stappen naar succesvol ouderschap. Ontdek de Scandinavische kunst van het opvoeden, Lev, 2019 / D. Siegel, Mindsight. Transform your brain with the new science of kindness, Oneworld Publications, 2010 / Piepen de jongen zoals de ouders zongen?, Rapport Sociaal en Cultureel Planbureau, 2010 / V. Madden e.a., Intergenerational transmission of parenting. Findings from a UK longitudinal study, European Journal of Public Health, 2015

Doorbreek oude opvoedpatronen

Deze tips geeft psycholoog en familietherapeut Hedvig Montgomery:

  • Geef het verleden niet de schuld
    Het is misschien verleidelijk om te zeggen: ‘Zo ben ik nu eenmaal.’ Of: ‘Tja, zo was mijn moeder/vader ook.’ Maar als ouder kun je je dat niet veroorloven, vindt Montgomery. ‘Jij krijgt de kans om het beter te doen.’
  • Heel oude wonden
    Volgens Montgomery is het verwerken van pijnlijke ervaringen uit je verleden belangrijk voor je eigen ouderschap. Je kunt daarmee voorkomen dat je de ouder wordt die je eigenlijk niet wilt zijn.
  • Reflecteer
    Zeg of doe je dingen die je liever niet doet in het bijzijn van je kind? Schrijf dan naderhand op wat er precies gebeurde. Waarom was je zo boos/verdrietig/gestrest? Is je kind echt zo vervelend of gedraagt het zich gewoon als een normale puber of peuter van 2? Als je de vraag opschrijft, krijg je meteen antwoorden.
  • Durf ‘sorry’ te zeggen
    Er zullen gegarandeerd momenten zijn waarop je weer in dezelfde valkuil stapt. Wees hier open over en bied je kind je excuses aan. Bijvoorbeeld: ‘Sorry, ik was gestrest omdat alles misging. Ik had niet zo kortaf moeten zijn.’ Zo leer je je kind dat hij een excuus waard is, wat goed is voor zijn gevoel van eigenwaarde. En dat het niet erg is om in de fout te gaan, maar je wel je excuus kunt maken.
  • Zorg goed voor jezelf
    Als je fit en uitgeslapen bent, zul je minder snel in oude, negatieve patronen vervallen.