‘Als kleuter hield ik erg van tekenen, maar als ik met een kunstwerkje thuiskwam, keek mijn moeder niet op van haar boek,’ vertelt Rianne (56). ‘Toen mijn tante ging trouwen was mijn jongste broer bruidsjonker. Hij kreeg een mooi pak aan. Mijn oudste broer ging ook mee. Maar “Rianneke was te veel” en werd bij de buren gestald.’

Het geheim van een levenslange goede relatie met je kind

'Zorg maar dat je je eigen rommel hebt opgeruimd voordat je kinderen puber worden' - er zit zeker wa...

Lees verder

Van jongs af aan had Rianne het gevoel er niet bij te horen en in de ogen van haar moeder niets goed te kunnen doen. ‘Ik voelde me niet gezien, niet geliefd en niet thuis in ons gezin,’ vertelt ze.

Ze is niet de enige. Je als kind de zondebok voelen, voortdurend achtergesteld ten opzichte van je broers en zussen: een op de acht volwassenen heeft er last van, bleek uit de Kinship Panel Study (NKPS), een langlopend onderzoek naar familiebanden in Nederland.

Een kwalitatief vervolgonderzoek dat hier dieper op inging, toonde aan dat veel van deze mensen zich achtergesteld voelen. Ze hadden het gevoel ‘niets goed te kunnen doen’, ‘overal de schuld van te krijgen’, of zelfs ‘het zwarte schaap van de familie te zijn’. En, vooral genoemd door vrouwelijke respondenten: ‘niets waard te zijn’ in de ogen van hun ouders.

Uit een onderzoek van de Vlaamse evolutionair psychologe Katherine Conger, verbonden aan het UC Davis College in Californië, bleek dat kinderen zich regelmatig achtergesteld voelen of het gevoel hebben dat hun broer of zus wordt voorgetrokken. En dat gevoel was terecht, concludeerde zij.

Behalve de kinderen observeerde zij ook de ouders in interactie met hun kinderen. Ze zag dat ongeveer 70 procent van de vaders en 74 procent van de moeders het ene kind voortrekken ten opzichte van het andere.

Ze waren bijvoorbeeld geduldiger en luisterden beter naar het betreffende kind. Conger constateerde ook dat, ondanks het verschil in benadering en aandacht, kinderen meestal toch een vergelijkbare eigenwaarde ontwikkelden.

Specifieke behoeften

Maar wat is precies voortrekken? Niemand behandelt zijn kinderen gelijk, was de strekking van het doctoraal-onderzoek van klinisch psychologe Rozemarijn Jeannin.

‘Vanwege de specifieke aard en behoeften van je kinderen ga je verschillend met ze om,’ stelde zij. Dat is volgens haar volstrekt legitiem. ‘Het heet differentieel opvoeden en iets anders dan favoritisme, dus voortrekken.’

Toch kan een kind dit soort opvoedingsverschillen interpreteren als voortrekken of benadelen en zich daardoor achtergesteld voelen, weet Jeannin. ‘Ouders moeten daar alert op zijn, omdat zo’n kind een laag zelfbeeld kan ontwikkelen of jaloers kan worden op het bevoorrechte broertje of zusje.

Differentieel opvoeden is noodzakelijk, beaamt psychiater Martine Kamphuis. ‘Het ene kind heeft soms nu eenmaal wat meer hulp nodig dan het andere, of het vraagt vaker om aandacht. In een goed functionerend gezin zijn ouders zich bewust van die processen en kunnen ze die ook weer corrigeren.

Eén kind eens iets extra’s gunnen omdat het bijvoorbeeld heel behulpzaam is geweest, is geen voortrekken. Dat is aan het andere kind uit te leggen en wordt dan ook meestal wel begrepen. Als het bevoorrechten niet uit te leggen valt, is er wel sprake van echt voortrekken. En dat is altijd schadelijk.’

‘Ik ben rottigheid’

Voor het stelselmatig voortrekken dan wel achterstellen van een kind wordt de kiem soms al in de babytijd gelegd. In haar boek Waarom liefde zo belangrijk is beschrijft de Britse psychotherapeut Sue Gerhardt hoe baby’s die veel huilen of slecht slapen, vaker een afkeurend gezicht van de ouders boven hun wiegje zien.

Dat stimuleert meer stresshormoon in het babybrein, wat leidt tot meer negatief gedrag, zoals nog meer huilen of slechter slapen. Met nog meer afkeurende blikken van de ouders tot gevolg.

TEST
Doe de test »

Hoe positief betrokken ben je bij je kind?

Een broertje of zusje dat daarentegen veel lacht, roept meer liefdevolle reacties op. Zo worden er niet alleen meer negatieve dan wel positieve hersenverbindingen in het babybrein gelegd, maar ontstaan ongemerkt ook patronen in hoe ouders met hun kinderen omgaan.

Uiteindelijk ervaren ze met het ene kind een betere klik dan met het andere. Zeker als het ‘ondergeschoven’ kind ook nog heel andere interesses heeft dan de rest van het gezin, of niet kan of wil voldoen aan de verwachtingen van de ouders. Daardoor gaat het kind zich steeds verder achtergesteld voelen. En zo kan de positie van zondebok of zwart schaap geleidelijk ontstaan.

Het proces van de selffulfilling prophecy ligt daarin ook besloten, zegt Kamphuis. In haar praktijk ziet ze jongeren met bijvoorbeeld een heftig temperament of ADHD.

‘Ouders vinden hen vaak lastig en reageren ook zo. Daardoor voelen deze kinderen zich achtergesteld en groeit een gevoel van “ik ben rottigheid”. Vervolgens gaan ze zich daar ook steeds meer naar gedragen.’

Schreeuw om aandacht

Kinderen die zich – terugkijkend op hun jeugd – echte zwarte schapen voelden, groeiden vaak op in minder hechte gezinnen, met ruzie of geweld, blijkt uit onderzoek. Maar vooral met een gebrek aan warmte en betrokkenheid. Vaders waren dominant en moeders onderdanig.

Zeer herkenbaar voor Marc (35). ‘Voor emoties was geen plaats in ons gezin, verdriet mocht er niet zijn. En in het weekend deden we alleen wat mijn vader leuk vond,’ vertelt hij.

Marc was een nakomertje en had van jongs af aan het gevoel niet echt gewenst te zijn. ‘Mijn moeder vertelde te pas en te onpas dat ik ongepland, maar zeker niet ongewild was. Maar van dat laatste moest ze vooral zichzelf overtuigen.’

Voor zijn gevoel kon Marc nooit iets goed doen. ‘Als ik met een 9 thuiskwam, volgde direct de vraag waarom het geen 10 was.’

Toen hij een jaar of 10 was, begon Marc te rebelleren. ‘Ik gooide met een vriendje een jongen in de sloot en vulde de kleedkamer op de volleybalclub met natte wc-rollen. Het was een schreeuw om aandacht, weet ik nu. Maar ik duwde mijn ouders zo alleen maar verder van me af. “Als je zo doorgaat, moet je naar kostschool!”, riepen ze.’

Ook Rianne begon zich in haar puberteit af te zetten. ‘Tot dan was ik een gezeglijk kind geweest, ik wilde niet tot last zijn. Maar dat leverde niets op. Als ik per ongeluk iets verkeerd deed, zei mijn moeder: “Jij krijgt een zwart plekje op je ziel.”

Elke avond somde ze tegen mijn vader op wat ik die dag weer fout had gedaan. Tot ik dacht: zoek het maar uit. Mijn ziel is toch al jaren helemaal zwart.’ Rianne bleef zitten op school, ging laat uit en trouwde op haar 18de met haar eerste vriendje – vooral om aan haar ouders te ontsnappen.

De impact van je achtergesteld voelen als kind

Het familieonderzoek NKPS meldt dat kinderen die zich achtergesteld voelen vaker kampen met problemen als straatvrees, depressie, een laag zelfbeeld en sociale fobieën. ‘Ik vond bij alles wat ik deed dat het beter kon,’ vertelt Marc.

‘Ik had een goede baan als filiaalmanager, maar ben toch hbo gaan doen en het bedrijfsleven ingegaan. Inmiddels heb ik een mooie carrière en kan ik wel stellen dat ik een doorzetter ben. Maar tevreden ben ik niet. Ik heb een onstilbare honger naar externe erkenning.’

Dat Rianne jarenlang dacht dat ze het niet waard was om van te houden, had veel impact op haar relaties. Het eerste huwelijk sneuvelde, daarna kwam ze in een destructieve relatie terecht waarin ze werd mishandeld. ‘Ik voelde me waardeloos, zwak en afhankelijk. Pas nadat ik was gevlucht, leerde ik voor mezelf opkomen.’

Je achtergesteld voelen als kind kan dus grote gevolgen hebben voor het volwassen leven. Maar niet alleen voor het kind zelf, benadrukt Kamphuis. ‘De andere kinderen in het gezin kunnen zich schuldig gaan voelen ten opzichte van hun achtergestelde broertje of zusje.

En doordat zij die neergesabeld zien worden, raken zij eveneens angstig gehecht. Omdat de waardering van hun ouders duidelijk voorwaardelijk blijkt, worden ze onzeker over de liefde van anderen. Vaak krijgen ook zij te kampen met een gebrek aan eigenwaarde.’

De angst om in het ‘verkeerde kamp’ terecht te komen, kan er bij deze oogappels onbewust toe leiden dat ze zich aan de kant van de ouder scharen en het zwarte schaap verder buitensluiten. Maar ook dat ze zich in hun puberteit niet echt kunnen losmaken, aldus Kamphuis.

‘Want verzet tegen de ouder brengt hun favoriete positie misschien wel in gevaar. De dynamiek van zondebok versus lievelingskinderen vormt dus een bedreiging voor de psychologische gezondheid van álle kinderen in het gezin.’

Giftig

Gelukkig lukt het veel mensen om zich te ontdoen van het gevoel een zondebok te zijn. Respondenten in het familie-onderzoek NKPS noemden ‘een goede opvang door schoonfamilie of vrienden’, ‘een goede relatie met de partner en eigen kinderen’, ‘het geloof’, ‘eigen kracht’ of ‘karakter’ als manieren om de eigenwaarde te vergroten.

De confrontatie met deze problematiek bewust aangaan kan ook veel opleveren. ‘Praten met anderen over je achtergesteld voelen als kind, bijvoorbeeld lotgenoten of een goede therapeut, helpt mensen in te zien dat in de kindertijd ontstane patronen weinig met henzelf te maken hebben, maar meer met de ouders en de gezinssituatie,’ zegt Kamphuis.

‘Ook kan het goed zijn om er met je broers en zussen over te spreken. Ik ken genoeg voorbeelden van mensen die daardoor ineens begrepen waarom een bepaalde dynamiek was ontstaan. Vervolgens konden ze die achter zich laten. Helaas ken ik ken weinig voorbeelden van een gesprek met ouders dat goed uitpakte. Blijft die relatie schadelijk, dan is het soms beter de ouders niet meer te zien.’

Dat was bij Marc het geval. ‘Ik heb geprobeerd te praten, zowel met mijn ouders als met mijn broer en zus. Zij draaien het om, stellen dat ik hén nooit goed genoeg vind. Mijn vader lijkt mij nog wel te begrijpen, maar het contact met mijn moeder voelt giftig. Daarom heb ik het een tijdje geleden verbroken. Ik heb een geweldig eigen gezin en een goede band met mijn schoonfamilie, maar op een bepaalde manier mis ik mijn familie toch. Dat blijft knagen.’

‘Met mindfulness-therapie heb ik geleerd om met meer compassie naar mezelf te kijken. En ook naar mijn familie,’ zegt Rianne. ‘De resultaten waren spectaculair. Voor het eerst ging ik in mezelf geloven. Ik heb bewust drie maanden geen contact gehad met mijn familie, en uitgelegd waarom ik die afstand nodig had. Daarna ben ik gesprekken aangegaan met mijn ouders afzonderlijk en ook met mijn broer.

Mijn moeder reageerde goed. Ze liet merken dat ze me begreep en dat het haar speet. Ze zei dat ze helaas nooit geleerd had om over emoties te praten. Dat ontroerde me. Mijn vader ging niet in op wat ik zei. Ik kreeg geen erkenning van hem, maar heb wel kunnen vertellen hoe het voor mij is geweest. Sindsdien voel ik me vrijer, meer in mijn kracht staan. En de relatie met mijn ouders en broer is verbeterd.’

Bronnen o.a.: K.J. Conger, Reciprocal links among differential parenting […], Journal of Family Psychology, 2005 / R. Jeannin, Unravelling Children’s Perceptions of Parental Differential Treatment, Psychological Research vol. 2, 2012 / O.B. Waxman, How Parents Who Play Favorites Hurt the Entire Family, Time, 2013