Ieder jaar gebeurt het weer; tegen oud & nieuw loopt de loterijkoorts op. Dan vallen namelijk de grote klappers, de bedragen met zes nullen. En dus volgt de onvermijdelijke vraag bij de koffieautomaat: wat zou jij doen met die miljoenen? Voor u het weet zit u te dagdromen. Over een spetterend feest voor familie en vrienden, een vakantiehuis in Italië en dat eigen bedrijf waar u al een poosje stiekem plannen voor maakt. Een deel van het geld belegt u natuurlijk verstandig, en u reserveert ook wat voor het goede doel. Zo, de prijs is al goed besteed.

Volgens de Consumentengids geven we jaarlijks zo’n honderd euro per persoon uit aan kansspelen als de Staatsloterij, de Postcodeloterij, de Bankgiroloterij en de Lotto. Het vooruitzicht om in één keer multimiljonair te worden zonder daar al te veel moeite voor te doen, blijft lonken. We denken eerder aan de hoogte van de prijs dan aan de piepkleine kans om hem ook daadwerkelijk in de wacht te slepen. Trouwens: íémand moet die prijs toch winnen! Waarom zou u dat dan niet zijn?

Vijf denkfouten die maken dat we bij iedere trekking weer hoopvol klaarzitten met

onze loten:

1 We zijn te optimistisch

In Engels onderzoek verwachtte 22 procent (!) van de ondervraagden dat ze ooit de jackpot van de nationale loterij zouden winnen. De échte winkans? Eén op veertien miljoen.

‘Als je mensen vertelt dat ze een kans van één op veertien miljoen hebben om op een bepaalde zaterdagavond te worden vermoord, zullen ze daar nauwelijks aandacht aan besteden omdat die kans onmeetbaar klein is. Terwijl als je ze vertelt dat dat de kans is om de loterij te winnen, ze plotseling overoptimistisch worden,’ schrijven psychologen van de Nottingham Trent University dan ook in een onderzoeksartikel over loterijen. We hebben dus de neiging om positieve uitkomsten te overschatten, terwijl we negatieve bagatelliseren.

2 We letten te veel op winnaars

Wist u dat u alleen al door te fantaseren over wat u gaat doen met het geld, de kans dat u eigenlijk wint hoger inschat? We overschatten namelijk de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen die we makkelijk voor ons geestesoog kunnen toveren. Psychologen noemen dit wel de availability bias.

Ook loterijen dragen bij aan deze vertekening, door aan de paar winnaars een stuk meer aandacht te besteden dan aan de miljoenen verliezers. Dat stelt psycholoog Paul Rogers, nu verbonden aan de University of Central Lancashire, in een onderzoeksartikel. Er worden zelfs hele tv-avonden georganiseerd waarin we zien hoe overdonderde winnaars met een glaasje champagne en een reuzencheque op een podium worden onthaald. En zelfs als de geluksvogels anoniem zijn, zijn er wel berichten over in welke plaats die miljoenenjackpot dit keer is gevallen. Terwijl er nooit een uitzending of krantenartikel wordt gewijd aan mensen die al twintig jaar meespelen en in al die jaren maar drie keer vijf euro hebben gewonnen.

Ook de uitkering van kleine prijzen – lager dan de aanschafprijs van het lot, waardoor het eerder verliesbeperking dan winst is – maakt dat winnen eerder in ons opkomt dan verliezen, zegt Rogers.

3 We denken dat we controle hebben

Zelf kunnen kiezen geeft de illusie dat we controle hebben over onze winkansen. Daar spelen sommige loterijen handig op in door spelers zelf hun getallen of eindcijfers te laten uitzoeken. Uit experimenten blijkt dat wanneer proefpersonen hun eigen loterijgetallen selecteren, ze meer vertrouwen op succes hebben dan wanneer ze dat niet mogen doen. Bijna zeven van de tien Engelse lottospelers kiezen steeds dezelfde getallen, blijkt uit onderzoek. In ongeveer de helft van de gevallen zijn dat willekeurige nummers, in de andere helft ‘geluksnummers’ zoals verjaardagen of huisnummers.

Niet alle getallen zijn overigens even populair. Even de proef op de som: u mag kiezen tussen twee loten. Het ene heeft als nummer 1 2 3 4 5 6, het andere 1 13 21 28 39 43. Welk lot zou u het liefste hebben? De meeste mensen zullen voor het tweede lotnummer gaan. Omdat het trekken van lottogetallen willekeurig is, geloven we dat het winnende nummer ook willekeurig moet ogen. Uit onderzoek blijkt dan ook dat mensen getallen en getallenreeksen die niet willekeurig lijken (zoals 11, 22, 33, 44, …) liever links laten liggen, terwijl de winkansen bij die nummers natuurlijk even groot zijn.

4 We hebben last van de gokkersillusie

U speelt al zo lang mee, nu móét u toch weleens aan de beurt zijn? Helaas, u bent slachtoffer van de zogenaamde gamblers fallacy of gokkersillusie. Dit is de illusie dat kans een eerlijk en zelfcorrigerend proces is, en dat lottonummers moreel besef en een geheugen hebben. Als bepaalde getallen zijn ‘gevallen’, verwachten we dat ze dat de volgende keer niet snel wéér doen. En als sommige getallen een poos niet zijn getrokken, móéten ze nu weleens langskomen. We denken dus dat twee gebeurtenissen (loterijtrekkingen) invloed op elkaar hebben, hoewel dat in werkelijkheid niet zo is.

Ook near misses – ‘als dat éne nummertje nou anders was geweest’ – leiden ertoe dat we tegen beter weten in doorspelen. Sommige fruitmachines of krasloten zijn expres zo gemaakt dat je af en toe nét niet wint, waardoor je nog maar een gokje waagt. Je zat er immers zo dicht bij in de buurt.

5 We hebben al te veel geïnvesteerd

Denkt u nu: ja maar, ik speel al zo lang mee, het zou zonde zijn om nu te stoppen? Dan valt u ten prooi aan het entrapment effect. Dit heeft tot gevolg dat je blijft investeren in iets omdat je er al zo veel tijd, moeite of geld in hebt gestoken. Ook als de situatie hopeloos is. Vergelijk het met een oude auto waarvan je eigenlijk wel weet dat geen opknapbeurt hem meer kan redden, maar die je toch weer naar de garage brengt als hij het begeeft. Je hebt er immers al zoveel in geïnvesteerd, het zou zonde zijn om nú een nieuwe te kopen. Dit effect speelt volgens onderzoekers ook een rol bij loterijdeelname.

Bij de Postcodeloterij doen mensen bovendien mee omdat ze bang zijn spijt te krijgen van niet-deelnemen, ontdekten onderzoekers aan de Universiteit van Tilburg. Terwijl je bij een andere loterij nooit zult weten dat je had gewonnen als je een lot had gekocht, is dat bij deze loterij wel het geval; de prijzen zijn immers gekoppeld aan je postcode. Bovendien is het niet fijn om ‘arm’ achter te blijven als je buren minder kunnen gaan werken en cabrio’s kopen…

Winkansen

De kans op het winnen van een prijs zegt eigenlijk niet zo veel, omdat er relatief veel kleine prijzen worden uitgedeeld. Prijzen dus die kleiner zijn dan de aankoopprijs van een lot of die nét gelijk zijn aan dat bedrag, waardoor je eigenlijk geen winst boekt, maar alleen je verlies beperkt.

Maar hoe groot is de kans op die felbegeerde jackpot eigenlijk? Loterijen lopen er niet graag mee te koop, maar de Volkskrant zocht het uit (2007). De Consumentengids (2008) becijferde hoe groot het deel is van de omzet dat naar het goede doel gaat.

– Staatsloterij: 14 procent van de omzet gaat naar de staat. Kans op de jackpot: 1 op 18 miljoen.

– Lotto: 20 procent van de omzet gaat naar goede doelen. Kans op de jackpot: 1 op 48,8 miljoen.

– Nationale Postcode Loterij: 50 procent van de omzet gaat naar goede doelen. Kans op jackpot: 1 op 100 miljoen.

Ter vergelijking:

– Kans dat uw huwelijk eindigt in echtscheiding: 1 op 3.

– Kans dat u komend jaar door bliksem wordt gedood: 1 op 3,3 miljoen.

– Kans dat u komend jaar een dodelijk verkeersongeluk krijgt: ongeveer 1 op 23.500.[/wpgpremiumcontent]