Wat maakt ons menselijk?

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diersoorten. Toch blijft de kloof tussen dier en mens gapend groot. Wat maakt het mensenbrein zo uniek?

Waar de mens druk doende is met het organiseren van de eerste toeristische maanreizen leven de dieren die het nauwst aan ons verwant zijn een eenvoudig leventje in de bossen. Beetje knokken, beetje seksen, beetje blaadjes kauwen. Hoewel er de laatste jaren steeds meer bekend wordt over de mentale vaardigheden van dieren – olifanten hebben een vorm van zelfbewustzijn, chimpansees een geweldig kortetermijngeheugen, kraaien kunnen causaal redeneren op het niveau van een 8-jarig kind – lijkt de kloof tussen mens en dier nog steeds gigantisch. Wij zijn voor zover bekend de enige diersoort die verzekeringen verkoopt, naar school gaat, fonduet, boeken schrijft, computers en ruimteschepen bouwt. Wat maakt dat wij dit soort dingen kunnen en dieren niet? En hoe kan het dat wij ons dit soort dingen afvragen? Met andere woorden: wat maakt ons mens?

Het grote breinboek

Bestel nu het grote breinboek in onze webshop!

Onze inventiviteit is grenzeloos

Dieren zijn ook slim, dat wordt de laatste jaren steeds duidelijker. Maar, zeggen apenonderzoekers Dorothy Cheney en Robert Seyfarth: ‘Dieren hebben laserstraal-intelligentie.’ Dat wil zeggen dat hun slimheid heel specifiek is voor de problemen die ze in hun leven tegenkomen. Prieelvogels zijn pientere architecten, maar elk mannetje bouwt ongeveer hetzelfde bouwwerk. De intelligentie van de mens is flexibel; wij zijn eindeloos nieuwsgierig en

leergierig, ook buiten onze directe levensbehoeftes om.

In een klassieke studie onder meer dan honderd diersoorten uit dierentuinen in de jaren zestig werd die nieuwsgierigheid als maat genomen voor intelligentie. De onderzoekers legden houten blokken, kettingen, rubberen buizen en andere objecten in kooien en observeerden het gedrag van de dieren: hoelang bleven ze de objecten inspecteren? De apensoorten en vleeseters bleken twee keer zo nieuwsgierig als andere zoogdieren. De mensapen bleven weer twee keer zo lang geïnteresseerd als de andere primaten, en ze waren het meest innovatief en volhardend bij het oplossen van problemen. Zo deden chimpansees wel 38 verschillende pogingen een doosje te openen, terwijl bavianen het al veel eerder opgaven. De mensapen reageren het minst voorspelbaar wanneer ze met een nieuw probleem worden geconfronteerd.

De inventiviteit van mensen lijkt geen grenzen te kennen. Wij zijn voor zover bekend het enige dier dat wetenschap bedrijft en continu nieuwe uitvindingen doet.

We kunnen ons dingen voorstellen zonder ze te zien

Een van de manieren waarop je kunt zien of iemand (mens of dier) verbeelding kent, is wanneer hij doet alsof. Kinderen beginnen daarmee wanneer ze een jaar of 2 zijn. Een banaan is dan bijvoorbeeld een telefoon waarmee je mama kunt bellen, en van zand kun je taartjes bakken. Zodra een kind zulke dingen kan, laat het zien dat er in zijn hoofd twee parallelle werelden kunnen bestaan: een echte – waarin hij heel goed weet dat je zand niet kunt eten – en een verbeelde wereld, waarin zandtaartjes heerlijk zijn.

Er zijn anekdotes van mensapen die ‘doen alsof’-spelletjes spelen. Zo was er de jonge chimpansee Kakama, die urenlang een blok hout met zich meedroeg, een nest maakte en het blok erin legde. Verbeeldde Kakama zich dat hij een baby had? Dat is moeilijk vast te stellen.

Een van de bekendste tests om vast te stellen of jonge kinderen in staat zijn om over dingen na te denken die niet zichtbaar zijn, is die van de beroemde ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget. Hij toonde aan dat kinderen van een jaar oud begrijpen dat een rozijntje in je hand verstopt zit als ze hebben gezien dat jij het daar in stopte. Dat noemde Piaget fase 5 van ‘objectpermanentie’. Maar als je vervolgens het rozijntje met die gesloten hand verplaatst naar je broekzak en hem er leeg uithaalt, zijn ze het spoor bijster. Een peuter van anderhalf tot 2 jaar oud snapt meestal wél dat hij vervolgens in je broekzak moet zoeken. Dat noemde Piaget fase 6: die toont aan dat een kind zich kan voorstellen dat het rozijntje van plek wisselt, ook al kon hij dat niet direct zien. Dat is niet alleen een teken van gevorderde objectpermanentie, maar ook een eerste vorm van verbeelding.

Deze zelfde test is ook met dieren te doen. En veel dieren komen net als 1-jarigen tot fase 5: honden, katten, dolfijnen, eksters, gorilla’s, papegaaien en allerlei apensoorten snappen waar het lekkers is als ze hebben gezien waar je het verstopt. Maar fase 6, waarvoor verbeelding noodzakelijk is, is tot nu toe alleen weggelegd voor een select gezelschap. Tot nu toe slagen gorilla’s, chimpansees, orang-oetans en zwarte kraaien net als 2-jarige peuters voor de test.

Waar deze dieren blijven steken op dit niveau, neemt onze verbeeldingskracht vanaf onze peutertijd een vlucht. We kunnen ons zelfs met gemak dingen verbeelden die we nog nooit echt hebben gezien.

Mensentaal kent eindeloos veel variatie

Andere dieren communiceren natuurlijk ook. Soms met geluiden net als wij, maar ook met lichaamseigen signalen zoals veranderende kleur bij octopussen, of chemische stofjes bij mieren. Wat is het verschil tussen onze communicatie en die van dieren?

Het verschil tussen communicatie en taal, zegt de Australische psycholoog Thomas Suddendorf, is dat taal betekenis overbrengt die verdergaat dan het hier en nu. Hij publiceerde vorig jaar het boek The Gap: the science of what separates us from other animals. De meeste dieren communiceren met elkaar over dingen die op het moment zelf plaatsvinden, schrijft hij. En de onderwerpen waarover ze het hebben zijn beperkt.
Bultruggen zijn van alle walvissoorten de creatiefste zangers. Het gezang van de mannetjes bestaat uit verschillende geluiden, piepjes en gegrom in de meest uiteenlopende frequenties. Ze hebben bovendien enorme hersenen. Genoeg redenen om een ingewikkelde taal te vermoeden. Toen onderzoekers echter het gezang van de bultrugmannetjes eens goed onder de loep namen, concludeerden ze dat de inhoud niet veel meer kon betekenen dan: ‘Hee schatje, kijk eens naar mij.’
Ook mensapen die getraind zijn om via een symbolentoetsenbord met mensen te communiceren, gebruiken meestal maar één woord of een paar woorden waarmee ze hun huidige situatie kunnen verbeteren. Zelfs bonobo Kanzi, wiens indrukwekkende vocabulaire vergelijkbaar is met die van een 2,5-jarig kind, doet meestal alleen verzoeken, zoals: ‘Geef appel.’
Efficiënt? Ja. Verder dan het hier en nu? Nee.
‘Het lijkt wel alsof chimpansees helemaal niet gemotiveerd zijn om een manier te vinden hun gedachten over te brengen,’ schrijft Suddendorf. ‘We wachten nog steeds op een dier dat ons vertelt hoe het is om hem te zijn, dat ons zijn visie op het leven geeft, of zelfs maar een simpel verhaal vertelt.’
Wat mensentaal zo uniek maakt, denken de meeste wetenschappers, is dat het oneindig is. Wij kunnen voortdurend nieuwe combinaties van zinnen bedenken en zo een eindeloze variatie aan boodschappen overbrengen.

We zoeken geestelijke verbinding met soortgenoten

Pasgeboren baby’s beginnen zodra ze ertoe in staat zijn al oogcontact te zoeken; het begin van een leven lang intensief menselijk contact. Binnen ons eerste levensjaar beginnen we ook al met wijzen: we maken anderen attent op dingen die wij interessant vinden. Het is een diepe menselijke behoefte om anderen deelgenoot te maken van onze innerlijke wereld en om ons te verdiepen in de belevingswereld van anderen. Volgens de Australische psycholoog Suddendorf is die motivatie om onze geesten te verbinden met die van onze soortgenoten, dat wat ons onderscheidt van andere dieren.

Er zijn wel tekenen dat beesten, en met name weer de mensapen, enig begrip hebben van wat een ander weet, bedoelt of verlangt. Maar wederom lijkt de behoefte om zich geestelijk te verbinden niet zo groot als bij ons.

Wanneer een kind van 1 met een volwassene speelt, en de volwassene stopt met spelen, probeert de dreumes hem er weer bij te betrekken. Babychimpansees gaan in zo’n geval vrolijk in hun eentje verder met spelen. Chimpansees gebaren naar soortgenoten om iets gedaan te krijgen. Mensen gebaren meestal naar elkaar om elkaar te informeren en elkaar te betrekken bij hun waarnemingen. Wij creëren een gezamenlijke mentale wereld van doelen, ideeën en overtuigingen. Chimpansees lijken daaraan geen enkele behoefte te hebben.

Een groot verschil tussen chimpansees en mensenkinderen is ook dat kinderen geneigd zijn tot ‘overimiteren’. Dat wil zeggen dat kleine kinderen een volwassene blijven nadoen, ook als niet duidelijk is of de handeling wel nut heeft. Als een volwassene dat voordoet blijven kinderen bijvoorbeeld een lichtknopje aandoen en daarna drie keer in hun handen klappen. Chimpansees gaan, zodra ze doorhebben hoe ze hun doel het snelst kunnen bereiken, over op het meest efficiënte gedrag. Overimiteren lijkt in eerste instantie zinloos, maar deskundigen menen dat het er juist toe leidt dat unieke kennis betrouwbaar wordt doorgegeven. De sterke menselijke drang zich te identificeren met anderen en te verbinden, maakt dat we al vanaf jonge leeftijd onze kennis en ideeën toetsen, samenwerken op hoog niveau, advies vragen en geven, en zo gezamenlijk uitdagingen van het leven het hoofd bieden.

De mens bouwt voort op de cultuur van zijn voorouders

Verschillende diersoorten geven gedragspatronen aan elkaar door. Orang-oetans leren elkaar hengelen naar termieten, zangvogels leren elkaar het plaatselijke dialect. Zo ontstaan plaatselijke tradities, en dat is de basis van wat we cultuur noemen. Soms veranderen die tradities als er nieuwelingen in de groep komen. Zoals onderzoekers ooit vaststelden bij een groep bultruggen die al jaren hetzelfde lied zongen; een jaar nadat er twee vreemde mannetjes bij de groep waren gekomen die een ander lied zongen, had 40 procent van de mannetjes het nieuwe lied overgenomen. Weer iets later zong de hele groep de nieuwe hit.

Wat is het verschil met menselijke culturele gewoontes? Behalve dat wij oneindig veel verschillende tradities kennen, is typisch menselijk dat we ze steeds verder verbeteren en verfijnen. We bouwen voort op de culturele erfenis van de vele generaties voor ons. Wij kunnen nu ruimtereizen maken omdat er generaties terug mensen waren die hun kennis over – toen nog veel eenvoudigere – techniek hebben doorgegeven en verfijnd. Dat heet cumulatieve cultuur, en tot nu toe lijkt het erop dat geen enkel ander dier ertoe in staat is.

Verklaart dat het succes van de mensheid? Misschien wel. Culturele informatie heeft namelijk ook biologische waarde. Door gebruik te maken van de kennis en gewoonten van onze voorouders kunnen we ons veel sneller aanpassen aan veranderende omstandigheden dan andere dieren. Stel je voor: bij een intredende ijstijd was een diersoort die had geleerd hoe hij een jas kon maken van berenvellen enorm in het voordeel boven een diersoort die generaties lang moest wachten op het aangroeien van een dikkere vacht. Zo leunen woestijnvolken op de kennis en kunde van hun voorgangers als het gaat om water zoeken, en zo bouwen eskimo’s voort op eeuwenoude vistechnieken. Door onze opeengestapelde en verfijnde kennis zijn wij nu deels in staat de natuur de baas te zijn; denk alleen al aan de steeds beter wordende medische wetenschap.

Mensen kunnen mentaal tijdreizen: vooruitzien en plannen

Wij kunnen nadenken over ons verleden en over onze toekomst, we kunnen plannen maken, terugblikken op de moeilijke en de mooie momenten in ons leven. Dat ‘mentaal tijdreizen’ begint met een goed geheugen, stelt Thomas Suddendorf. Een levend wezen dat kan onthouden wat, waar en met wie er in het verleden dingen goed en fout gingen, op welke plekken voedsel te vinden is of welke geluiden onheil voorspellen, heeft een streepje voor bij toekomstige uitdagingen. Ook bij dieren zijn daarom in de loop van de evolutie vormen van geheugen ontstaan.

Om je echt een toekomstscenario voor te stellen zoals wij dat kunnen, is een goed geheugen voor gebeurtenissen nodig. Er is geen duidelijk bewijs dat dieren dat hebben, en de meeste dieren kijken ook niet ver vooruit. Maar er zijn wel beesten, zoals struikgaaien en eekhoorntjes, die voedsel opslaan voor later en onthouden waar ze het hebben neergelegd. Van raven en sommige kraaien is ook aangetoond dat ze onthouden welke soortgenoten erbij waren toen ze hun eten verstopten.

Chimpansees in Ivoorkust nemen stenen mee naar een plek waar ze noten kraken. Dat lijkt verdacht veel op een plan. Er zijn dus wel dieren die de beginselen van mentaal tijdreizen in zich hebben, maar wederom zijn die vrij beperkt.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit een ander teken van vooruitkijken, het uitstellen van directe behoeftebevrediging om later een grote beloning te verkrijgen. Geef gewone apen de keuze tussen iets lekkers nu meteen of straks veel meer lekkers: het lukt ze niet om langer dan een paar seconden te wachten. Chimpansees presteren het om acht minuten te wachten op een veertig keer grotere beloning. Langer wachten krijgen ze niet voor elkaar. Mensen kunnen hun directe behoeftes soms jaren uitstellen met het beeld in hun hoofd van een grote beloning in de verre toekomst. Sparen voor een huis, niet snoepen vanwege het strakke lijntje dat je komend voorjaar hoopt te hebben, overwerken om straks een mooie promotie te krijgen. Het is uniek menselijk.

Onze vaardigheid geestelijk in de tijd te reizen heeft veel van ons succes bepaald. Maar met onze mogelijkheid om te anticiperen op de toekomst kwam er meer: de zorgen over dingen waaraan we op dit moment helemaal niets kunnen doen, enorme stress die soms nergens voor nodig is, en het bewustzijn van ellende die ons te wachten staat. We stellen onszelf grote vragen. Waarom het in het verleden ging zoals het ging, wat de zin van alles is en wat ons mens maakt. Wij moeten op een cursus mindfulness om te bereiken wat andere dieren vanzelf kunnen: leven in het hier en nu.

Meer lezen over mens-dierverschillen?
Thomas Suddendorf, The Gap; the science of what separates us from other animals, Basic Books, $ 20,93

auteur

Dagmar van der Neut

Nieuwsgierigheid is een van mijn belangrijkste drijfveren. Ik wil snappen hoe dingen werken. Hoe kan het dat…? Hoe zit het in elkaar? Waarom?

» profiel van Dagmar van der Neut

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Hoe kan ik mijn energie vergroten?

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diers...
Lees verder
Artikel

Wat maakt ons menselijk?

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diers...
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Artikel

Waarom iedereen een offline hobby nodig heeft

Het is verleidelijk om winterse vrije uren door te brengen met getuur op een of ander scherm. Maar e...
Lees verder
Artikel

Waarom iedereen een offline hobby nodig heeft

Het is verleidelijk om winterse vrije uren door te brengen met getuur op een of ander scherm. Maar e...
Lees verder
Column

Rampen en honden

Natuurrampen overvallen mensen maar ook dieren. Tijdens Katrina, de orkaan die in 2005 New Orleans o...
Lees verder
Artikel

Hoe ouder het brein, hoe beter

Wijsheid komt met de jaren, luidt het gezegde. En inderdaad: naarmate we ouder worden, wordt ons bre...
Lees verder
Advies

Waarom stuurt de linkerkant van je brein de rechterkant aan ...

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diers...
Lees verder
Column

Tweedehands emoties

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diers...
Lees verder
Artikel

Breinmuziek tegen slapeloosheid

Onderzoekers leveren steeds meer indrukwekkend bewijs voor de mentale vaardigheid van allerlei diers...
Lees verder
Artikel

Feit of fabel?

U loopt er al uw hele leven mee rond en u heeft er een hoop plezier van. Maar hoeveel weet u eigenli...
Lees verder