Eenzaamheid gaat niet over alleen-zijn

Dé Nederlandse expert op het gebied van eenzaamheid, socioloog-demograaf Jenny Gierveld, definieerde eenzaamheid in 1984 als ‘het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties’. Die definitie wordt nog steeds gebruikt, en maakt duidelijk dat mensen alleen voor zichzelf kunnen bepalen of ze eenzaam zijn. Anderen mogen vinden dat een normaal mens elke week met vrienden afspreekt, dat Facebook, Instagram, Pinterest of Weetikwat erbij hoort, dat partners elkaar elke avond onverdeelde aandacht moeten geven – Maar Daar Gaan Zij Niet Over! Er zijn mensen die zich in hun eentje uitstekend amuseren; ze verkeren weliswaar in afzondering van anderen, maar voelen zich niet eenzaam. Sterker nog, sommige mensen voelen zich juist in gezelschap eenzaam, doordat het hun niet lukt lekker mee te doen aan het koetjes-en-kalfjesgeklets van de anderen.

Natuurlijk zijn er nog altijd veel mensen die wél zelf het gevoel hebben eenzaam te zijn. Gelukkig is voor hen professionele hulp mogelijk. Die hulp kan gericht zijn op het verbeteren van sociale en communicatieve vaardigheden; het bijstellen van onrealistische verwachtingen over relaties met anderen; of het leren omgaan met eenzaamheid. Bijvoorbeeld door een hobby te zoeken of een hond te nemen.

Eenzaamheid is niet uitzonderlijk

Misschien een schrale troost voor wie zich eenzaam voelt, maar toch: we hebben allemaal weleens dat gevoel. En het zit niet vastgeklonken aan een bepaalde leeftijdsfase. Op elk willekeurig moment voelt een op de drie mensen van welke leeftijd dan ook zich eenzaam: van kinderen tot senioren en iedereen daartussen. Zelfs kleuters kunnen hun gevoel van eenzaamheid duidelijk maken: ‘Ik voel me droevig omdat ik geen vriendjes heb.’

Wel is het zo dat het in sommige levensfasen heftiger kan aankomen, én minder makkelijk uit zichzelf over gaat. Vooral tachtig-plussers en jongeren ervaren hun eenzaamheid als groter. Tachtigplussers vooral doordat ze minder mobiel worden, en door het overlijden van familie en vrienden langzaam maar zeker hun vaste contacten verliezen. Bij jongeren speelt eerder het probleem dat ze in hun gedrag, hun interesses of als persoon afwijken van de groepsnorm en daarom zelf contact uit de weg gaan, of omdat ze (vanwege hun ‘anders’-zijn) worden gepest of buitengesloten. Soms missen eenzame jongeren de sociale vaardigheden om vriendschappen aan te knopen, soms beoordelen ze de vriendschappen die ze wel hebben (te) negatief. Drie procent van de jongeren is chronisch eenzaam, wat betekent dat ze zich de hele middelbareschooltijd lang eenzaam voelen.

Bij mensen tussen de 30 en 55 jaar ervaren twee groepen gemiddeld vaker een gevoel van eenzaamheid. Alleenstaande moeders vooral doordat ze nooit eens spontaan met iemand over een opvoedingskwestie kunnen overleggen en dagelijkse sores in eerste instantie alleen moeten oplossen; alleenstaande mannen missen vooral een vertrouwensfiguur bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Ze ouwehoeren heus hun partijtje mee bij de koffieautomaat of in het café, maar voor een gesprek dat wat dieper gaat, hebben ze lang niet altijd iemand.

Eenzaamheid kan een functie hebben

Vrijwel iedereen voelt zich een poos eenzaam na grote levensgebeurtenissen. Dat geldt zeker wanneer die gebeurtenissen negatief zijn: je ouder, partner of een goede vriend(in) overlijdt; je maakt een scheiding door; je wordt flink ziek. Niet iedereen verwacht dat ook positieve dingen als een nieuwe werkkring of studie, of een huis in een fijnere buurt, dat gevoel kunnen geven. Je bent kwijt wat je had en moet iets nieuws opbouwen.

Maar zoals honger mensen van oudsher aanzet om eten te verzamelen en dorst om water te gaan zoeken, zo is ook eenzaamheid van deze soort vooral een signaal dat ons erop attendeert dat er dingen ontbreken die onze overlevingskansen op lange termijn in gevaar kunnen brengen. Tijd voor het leggen van nieuwe contacten! Die heeft iedereen nodig om zich prettig te voelen, en om een eenzame toekomst zo lang mogelijk voor zich uit te kunnen schuiven.
Wat dat betreft is het ook verstandig om een vriendenkring te verzamelen die qua leeftijd wat diverser is. De meeste mensen hebben vrienden die hooguit vijf jaar jonger zijn dan zijzelf. Vriendschap sluiten met jonkies is niet alleen leuk voor nu, maar verkleint later de kans op isolement.

Eenzaamheid is elders op de wereld veel erger

Vergeleken met West-Europa is de eenzaamheid in Oost-Europese landen veel groter. Dat oude mensen daar vaak bij hun kinderen wonen, gebeurt in meer dan de helft van de gevallen uit armoede: de kinderen hebben geen geld voor een eigen woning, de ouderen hebben geen AOW of pensioen. Daar komt bij dat in Oost-Europese landen de gezondheidszorg vaak slecht is en de kwaliteit van de woningen belabberd. Oud worden is daar afzien, en het gedwongen samenwonen maakt de gevoelens van eenzaamheid niet minder.

Eenzaamheid komt niet door de sociale media

Sinds een paar jaar zien vooral jongeren op de sociale media de hele dag gefotoshopte goednieuwsshows voorbijkomen die hun inpeperen dat zíj dús níét op de juiste plaats en het juiste moment bij de juiste mensen zijn. Desondanks hebben onderzoekers de afgelopen vijftien jaar nauwelijks een toename gezien van eenzaamheid onder jongeren. Ook cyberpesten lijkt niet te leiden tot meer eenzame jongeren; wat natuurlijk niet wil zeggen dat het geen probleem is.

Sociale media kunnen zelfs een positieve invloed hebben, en het leven van vooral oudere mensen minder eenzaam maken. Denk aan de grootouders die appen en/of facetimen met hun (klein)kinderen ver weg. De tablet of computer met al zijn digitale kranten, lotgenotengroepen, websites en YouTube-kanalen binnen handbereik brengt ook informatie, sociale gesprekken, colleges en muziek de huiskamer in.

Coachfinder

Lekkerder in je vel dankzij een coach

Soms wil je iets veranderen in je leven en lukt dat niet alleen. Coaching is een efficiënte stap om samen wél die verandering te maken. Een goede coach is hierbij belangrijk. Via Coachfinder vind je een coach die bij je past.

Ontdek welke coach bij je past
Dit artikel kwam mede tot stand o.b.v. gesprekken met emeritus hoogleraar sociologie en sociale gerontologie Jenny Gierveld, hoogleraar schoolpsychologie en ontwikkeling in context Luc Goossens en postdoctoraal onderzoeker sociale relaties Gerine Lodder.