Verborgen eenzaamheid

Dat je in sommige fases van het leven eenzaam bent, maakt je alleen maar sterker. Maar het moet niet te lang duren. Of, zoals de Amerikaanse schrijver Josh Billings het treffend zei: 'Eenzaamheid is een goede plaats om te bezoeken, maar een slechte plaats om te verblijven.'

De schaamte en het taboe

Mathieu (26) voelt zich eenzaam. ‘Ik vind het moeilijk om mijn diepste gedachten met mensen te delen. Ik vraag me ook af of ze er voor openstaan. In een liefdesrelatie zou ik dat misschien wel kunnen, maar die heb ik niet. Ik heb wel wat vrienden, maar ondanks hun gezelschap voel ik me vaak eenzaam. Eenzaam in mijn hoofd.’

Mathieu is niet de enige. Uit het onderzoek Sociaal isolement. Een studie over sociale contacten en sociaal isolement in Nederland, dat in 2003 is gepresenteerd bij de Universiteit Utrecht, blijkt dat een schrikbarend aantal mensen zich eenzaam voelt: bijna eenderde van de Nederlanders. Eenderde! Dat is een van de drie mensen die nu om u heen zitten. Jong, oud, alleen of samen, sociaal en druk of teruggetrokken en rustig. Ze voelen zich eenzaam omdat ze niemand in hun nabijheid hebben of ondanks dat ze allerlei mensen om zich heen hebben. Omdat ze weinig mensen spreken, of zich door anderen niet gekend voelen. Of omdat ze het idee hebben dat niemand ze echt begrijpt. Misschien bent u hem of haar wel. Die ene van die drie.

Eenzaamheid is taboe. Het heeft ons de grootste moeite gekost om mensen

te vinden die openlijk over hun gevoelens van eenzaamheid wilden spreken. Zoals de student die eerst mailde dat hij wel wilde meewerken, om vervolgens toch af te haken. ‘Zeker onder studenten is het niet bepaald normaal om geen netwerk te hebben, om wat voor reden dan ook. Sociaal isolement is geen pretje als iedereen om je heen plezier aan het maken is.’

Sociaal-psycholoog Ludwien Meeuwesen schreef samen met de onderzoekers Roelof Hortulanus en Anja Machielse het boek Sociaal isolement. Volgens Meeuwesen is eenzaamheid wellicht nog het grootste taboe in Nederland. ‘Eenzaam zijn is natuurlijk ook bepaald niet sexy’, stelt zij. ‘Onze maatschappij is gericht op presteren, vooruitkomen, positief denken. De zware, zwarte kant, daar spreken we liever niet over. Dan loop je zo uit de pas.’

Ook therapeute Jolanda de Leeuwerk, die eenzaamheid bijna als een basisklacht ziet, merkt dat mensen er niet voor uit durven of willen komen dat ze eenzaam zijn. ‘Om te zeggen dat je eenzaam bent, moet je je ontzettend kwetsbaar opstellen. We hebben geleerd om dat niet te doen, om jezelf te beschermen. Want voordat je het weet, wordt je kop er afgehakt. Vertel je als puber bijvoorbeeld aan die leuke jongen dat je verliefd op hem bent, word je keihard uitgelachen. Als die dingen vaker gebeuren dan kijk je daarna wel drie keer uit voordat je jezelf blootgeeft.’

We kunnen het allemaal wel alleen af, voelen ons goed en redden het prima. Dat is de mentaliteit. En we móeten het ook alleen kunnen. Eenzaamheid is niet voor niets een typisch westers verschijnsel. In de collectivistische maatschappij van veel Aziatische landen is het veel vanzelfsprekender dat je mensen om je heen hebt op wie je kunt terugvallen. Dat biedt bescherming. ‘Hier word je – veel meer dan vroeger trouwens – op jezelf teruggeworpen’, vertelt Meeuwesen. ‘Daardoor zijn bepaalde persoonlijke en sociale vaardigheden veel belangrijker geworden. Over je sociale leven spreek je tegenwoordig in termen als ‘daar moet je hard aan werken’ en ‘in vriendschappen moet je investeren’. Daar heb je zelfvertrouwen voor nodig, en assertiviteit, en een bepaald probleemoplossend vermogen. Niet iedereen is daar even goed in. Bovendien hebben we het natuurlijk druk, druk, druk en zijn wonen, werken en het sociale leven veel meer versnipperd. De buren zijn nog net zo belangrijk, dat wel, maar om samen te zijn, moet nu iets georganiseerd worden, een buurtbarbecue bijvoorbeeld. Het gaat niet meer vanzelf.’

Iedereen is eenzaam

Het gebrek of tekort aan persoonlijke vaardigheden in een maatschappij die daar juist zo om vraagt, is maar een van de vele redenen waarom iemand kan vereenzamen. Uit het onderzoek van Meeuwesen en haar collega’s blijkt dat ook ingrijpende levensgebeurtenissen een grote rol spelen, zoals het overlijden van de partner, echtscheiding, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of een verhuizing. Dat is niet zo verwonderlijk. In alle gevallen gaan relaties verloren. Meestal bouwen mensen na verloop van tijd wel nieuwe netwerken op waaruit ze steun kunnen putten. Maar soms lukt dat niet. Vooral gebeurtenissen die niet ‘gewoon’ bij een bepaalde levensfase horen, zoals een echtscheiding, zorgen voor lastige veranderingen in het sociale netwerk.

Ook gezondheidsproblemen kunnen eenzaam maken. Dat geldt vooral voor mensen met een ‘sociaal’ ernstige ziekte die angst oproept bij anderen, omdat hij duidelijk zichtbaar is en het hele functioneren in de war schopt. Iemand die door een spierziekte in een rolstoel belandt bijvoorbeeld, is ineens een stuk afhankelijker en kan niet meer overal zomaar aan meedoen. Bij gebrek aan contact gaat het dan al snel bergafwaarts. Want met het verlies van vrienden, verlies je ook de positieve invloed op je lichamelijke en geestelijke gezondheid die de mensen om je heen juist hebben.

Wat ook niet echt bijdraagt, is een geringe maatschappelijke participatie, onderdeel zijn van een sekte of bende – en zo geen aansluiting meer vinden buiten die selecte groep – een sociaal arme woonomgeving waarin je je niet veilig of thuis voelt en bepaalde persoonlijkheidskenmerken, zoals verlegenheid, introversie of een gebrek aan sociale vaardigheden.

Dat zijn een hoop mogelijke oorzaken bij elkaar. Loopt niet iedereen op zeker moment tegen een van deze dingen aan? ‘Ja. Eenzaamheid is dan ook iets wat nu eenmaal bij het leven hoort’, zegt Meeuwesen. ‘We zijn allemaal weleens eenzaam, of eenzaam geweest. Denk maar aan de overstap naar een nieuwe school, een nieuwe stad, het verlies van vrienden of gewoon een periode waarin je met jezelf overhoop lag.’

Je kunt erdoor groeien

‘Het hoort erbij’, zegt ook therapeute De Leeuwerk. Sterker nog: die periodes van eenzaamheid zijn juist goed voor je. ‘Je hebt eenzaamheid nodig om je te ‘differentiëren’: in eenzaamheid kun je je afzetten tegen de meute of tegen dingen die je achter je wilt laten, om zo je eigen weg te vinden. Je wordt gedwongen naar jezelf te kijken, je te ontwikkelen. Je groeit ervan.’

Het probleem is volgens de therapeute alleen dat we er bang voor zijn. Eenzaamheid doet pijn en dat vermijden we liever. ‘En dus passen we ons maar weer aan, om ons niet eenzaam te hoeven voelen. Zo kan het gebeuren dat een slechte relatie maar voortduurt, terwijl beide partners juist ín die relatie kunnen verdrinken in eenzaamheid.’ Zoals de vrouw uit de praktijk van De Leeuwerk, die maar op haar man blééf wachten. Ze verlangde er al jaren naar om intiemer te zijn, om meer te delen, samen dingen te doen. Haar man werkte te hard en ze wist ergens wel dat ze nooit zou krijgen wat ze wilde. Toch bleef ze veel te lang bij hem, uit angst.

Daarom is het volgens De Leeuwerk maar beter om de eenzaamheid te omarmen. ‘Denk niet de hele tijd dat je ervanaf moet. Durf het risico te nemen om de leegte in te duiken. Het is alleen maar het onbekende, het niet-vertrouwde waar we bang voor zijn. Als je het toelaat, dan neem je daarmee de eerste stap om er weer overheen te komen.’

Dat merkte de vrouw uit De Leeuwerks praktijk ook. Ze heeft eindelijk een punt achter haar relatie gezet en woont nu alleen. Ze voelt zich ook alleen, maar minder eenzaam. En weet dat ze het nu kan doen zoals zíj het wil.

Voor de mensen voor wie eenzaamheid een blijvend probleem vormt, is er meer werk aan de winkel. Die kunnen heel praktisch iets doen door een cursus te volgen. Jeannette Rijks, oprichtster van www.eenzaamheid.info geeft zo’n eenzaamheidscursus. ‘Eenzaamheid is heel simpel gezegd gewoon het gevolg van een aantal dingen die je niet goed hebt geleerd. Het is een gebrek aan de juiste patronen. In een cursus kun je die dingen, zoals sociale vaardigheden en zelfvertrouwen, alsnog aanleren. Bijvoorbeeld door je in rollenspellen leren open te stellen voor de andere cursisten, en te ervaren dat dat niet bedreigend hoeft te zijn.’

Rijks vindt het niet zo gek dat een hoop mensen niet goed leren met anderen om te gaan. ‘We worden door onze ouders klaargestoomd voor een maatschappij die zíj kennen, maar tegen de tijd dat je het zelf moet rooien is er alweer van alles veranderd.’ De Leeuwerk ziet dat ook en pleit daarom al jaren voor een vak ‘Sociale en emotionele vaardigheden’ op school. Daarin zouden kinderen niet alleen al op jonge leeftijd moeten leren aandacht voor elkaar te hebben en gevoelens te delen, maar ook dat het helemaal niet gek is dat je je af en toe eenzaam voelt. Want het taboe is er al op jonge leeftijd. ‘Kinderen praten er ook liever niet over als er thuis gedonder is, en zij zich daar rot onder voelen. De mentaliteitsverandering moet daar dus al beginnen.’ n

Vertel uw verhaal

Zo meten onderzoekers eenzaamheid

In het onderzoek van Meeuwesen en haar collega’s werden 2500 Nederlanders uit alle lagen van de bevolking – daklozen, zwervers en psychiatrisch gestoorden niet meegerekend – persoonlijk geïnterviewd. Hoe eenzaam zij waren, werd bepaald aan de hand van de grootte van hun netwerk en de ervaren gevoelens van eenzaamheid.

Netwerk

‘Als u met iemand over persoonlijke problemen zou willen praten, zijn er dan mensen die u daarvoor kunt vragen?’ Zeven van dit soort vragen werden voorgelegd aan de deelnemers, die bij elke vraag namen van vrienden, kennissen, buren of familie moesten noemen – maximaal drie per vraag. Werden er in totaal nul tot vier mensen genoemd, dan was er sprake van een klein netwerk. In het onderzoek van Meeuwesen en collega’s gold dat voor 14 procent van de mensen.

Beleving

De subjectief ervaren eenzaamheid werd gemeten met een vragenlijst met stellingen als ‘Ik ervaar een leegte om me heen’ of ‘Ik heb weinig mensen op wie ik volledig kan vertrouwen.’ In totaal waren er elf stellingen waarop van nul (helemaal niet eenzaam) tot elf (zeer eenzaam) kon worden gescoord. Iemand die drie of hoger scoorde, werd eenzaam genoemd. Ruim een kwart van de deelnemers aan het onderzoek (28 procent) bleek matig tot zeer eenzaam te zijn.

Vier types sociale contactzoekers

Door de grootte van het netwerk te combineren met de score op de eenzaamheidsvragenlijst, kwamen de onderzoekers uit bij vier verschillende types sociale contactzoekers.

1. De sociaal weerbaren: 64 procent

Hebben veel contacten, zijn tevreden over hun sociale netwerk en voelen zich niet eenzaam.

2. De eenzamen: 22 procent

Hebben weliswaar veel contacten, maar voelen zich daarbij tegelijkertijd eenzaam. De eerstejaars student bijvoorbeeld, die zich bij allerlei verenigingen heeft aangesloten, maar zich (nog) bij niemand thuis voelt.

3. De contactarmen: 8 procent

Hebben weinig contacten, maar zijn daar tevreden mee. Zoals die hoge baas met zijn drukbezette baan, die buiten zijn familie en een goede vriend niemand nodig heeft.

4. De sociaal geïsoleerden: 6 procent

Hebben weinig contacten en voelen zich daar eenzaam onder. Het sociale isolement van deze mensen blijft vaak onopgemerkt: ze vallen niemand lastig, maar zijn totaal van de maatschappij vervreemd.

Het leven van Evert Veendijk (63) staat in het teken van opstand. Hij keerde zich tegen school, de verwachtingen van zijn ouders, zijn religie, zijn carrière, zijn huwelijk en uiteindelijk tegen zijn opgelegde seksualiteit. Met eenzaamheid als gevolg. Maar Evert is een strijdbaar mens.

‘Vanaf mijn kindertijd heb ik altijd mijn eigen weg bewandeld. Daarmee veroordeel je jezelf onbewust tot eenzaamheid. De zoektocht naar mijzelf heeft altijd centraal gestaan, boven mijn sociale leven, mijn werk, mijn huwelijk en mijn kinderen. Nu woon ik heel afgelegen, op een klein bungalowpark in the middle of nowhere. Met mijn buren heb ik nauwelijks contact. Die vinden mij maar een lastig figuur. Soms gaan er weken voorbij zonder dat de telefoon gaat. Ook post krijg ik nauwelijks. Dat is confronterend, maar ik heb het aan mezelf te danken.

Mijn leven is één grote knokpartij. Ik weet altijd precies wat ik wil, maar nauwelijks wie ik ben. Als oudste zoon uit een gezin van keurige, religieuze mensen werd er nogal wat van me verwacht. Ik zou het gymnasium afmaken en dominee worden. Maar dat wilde ik niet. Ik stopte met school en ging werken als aardappelrooier. Ik probeerde mijn ouders buiten mijn leven te houden. Ze mochten mijn kamer binnenkomen om eten of drinken te brengen, meer niet.

Niet dat ik niet sociaal was. Tijdens mijn diensttijd was ik de gangmaker. Ik had geen remmen, durfde veel en had lak aan mijn meerderen. Ik had veel vrienden en vriendinnen, maar had toch altijd het idee dat die mij leuker vonden dan ik hen. Me echt hechten aan mensen, dat durfde ik toen al niet. Achteraf gezien was ik ook toen waarschijnlijk al aan het worstelen met mijn identiteit.

Na mijn diensttijd ging ik aan het werk in de administratie. In Amsterdam werkte ik mij op tot fiscalist bij een groot bedrijf. Daar ontmoette ik mijn vrouw. Een prachtig mens. En een prachtige tijd. Ik begon een eigen bedrijf, we gingen vaak uit, kregen kinderen en waren heel gelukkig. Maar na verloop van tijd stortte mijn leven als een kaartenhuis in elkaar. Mijn homoseksuele gevoelens lieten zich niet meer onderdrukken. Ik werd steeds onzekerder over mijn identiteit, werd depressief en durfde soms niet eens de deur uit.

Dat kon niet lang goed gaan. Op mijn veertigste zijn we uit elkaar gegaan. Toen ik ook nog problemen kreeg met mijn werk, stortte ik volledig in. Zonder vrouw, eigenwaarde en werk raakte ik heel geïsoleerd. Kennissen hadden een hotel bij mij in de buurt. Daar ging ik dan heen, dronk te veel en zat uren te janken. Ze lieten me maar begaan, er was geen land met me te bezeilen.

Uiteindelijk ging de knop om. Ik ben hard aan mezelf gaan werken, in therapie gegaan en actief geworden bij diverse verenigingen voor homoseksuelen. Dat bleek het startschot voor een nieuw leven. Ik kreeg een nieuwe relatie en voelde me gelukkig in de helpende hand die ik mensen kon bieden.

Maar de eenzaamheid bleef. Het is een patroon. Mijn karakter lijkt mensen af te schrikken. De paar goede vrienden die ik heb gehad, heb ik niet weten vast te houden. Mensen vinden me koppig en vasthoudend. Blijkbaar kwets ik mensen, zonder dat ik het door heb. Dat maakte het ook voor mijn kinderen lastig.

Toch lijkt er wat te veranderen. Afgelopen week kwam mijn dochter logeren, met mijn kleinkinderen. Ik kon wel huilen van geluk. En sinds kort heb ik ook een vriendin met wie ik regelmatig afspreek. Gaan we zwemmen, of naar het museum. Maar de moeite die het me gekost heeft om die afspraken daadwerkelijk te maken… Ik blijf bang dat ik mensen toch weer kwijtraak.’ Jaap van der Sar

Mimi Kuijper (63) houdt afstand. Onthecht noemt ze zichzelf, zowel van materiële zaken als van mensen. Omdat ze dingen en mensen nooit nodig had – of dácht dat ze ze niet nodig had. Tot ze er niet meer omheen kon.

‘Als kind zocht ik de eenzaamheid al op. Ik woonde in het huis van mijn tante, bij wie ik was ondergebracht omdat mijn vader in een werkkamp zat en mijn moeder moest werken voor de kost. Uren bracht ik door in een schuurtje, spelend met rijst.

Ik was zeven toen ik weer bij mijn ouders ging wonen. Dat was een rare gewaarwording, want ik kende mijn ouders eigenlijk niet. Ik was inmiddels gewoon om alles van een afstandje te bekijken en me vooral niet te hechten. Het zou tenslotte maar kunnen dat morgen alles weer over is.

Het leven met mijn ouders was niet makkelijk. We waren arm en woonden in een te klein huis. Ik kon daar niet aarden. Ik heb me nooit verzet, maar tot ik op mijn achttiende het huis verliet, heb ik nooit actief deelgenomen aan het gezin.

Op mijn 21ste trouwde ik met de buurjongen, die in een weeshuis had gezeten. Wij zochten bij elkaar vooral geborgenheid en van echte liefde was eigenlijk geen sprake. We waren vooral op zoek naar veiligheid.

Twintig jaar lang sudderde ons huwelijk voort. Er waren geen moeilijkheden, er was rust, geborgenheid, maar er was niet veel liefde. Hij was binnenhuisarchitect en had een geweldige baan. Het leven was comfortabel. Veel luxe, mooie huizen en lange vakanties, zo gaan de jaren snel voorbij. In 1980 barstte voor mij de bom. Ik voelde me opgesloten in een gouden kooi. Er was geen ruzie, er was geen ander, er was geen haat. Er was niets. En dat was het probleem.

Ik betrok een flat van het bedrijf waar ik op dat moment werkte, en moest het weer in mijn eentje zien te rooien. Met één koffer. Ik herinner me nog een euforisch gevoel. Heerlijk! In mijn eentje! Later is ons hele huis verkocht, met spullen en al en toen kwam mijn ‘ontheemdheid’ goed van pas. Als je je niet goed kunt hechten, doet afscheid nemen van je spullen ook geen pijn.

Op mijn veertigste ben ik cursussen gaan volgen en de ICT ingegaan. Vanaf dat moment is het snel gegaan met mijn carrière. Uiteindelijk werkte ik bij een groot verzekeringsbedrijf op de PR- en communicatieafdeling. Een heerlijke tijd. Ik fungeerde voor iedereen als aanspreekpunt, van de hoogste directeur tot de portier. Iedereen kwam bij mij binnen om zijn verhaal te vertellen. Gek eigenlijk. Ik kon prima zonder mensen, maar als ik erop terugkijk ben ik voor andere mensen altijd wél een aanspreekpunt geweest. Ook wildvreemde mensen in de tram vertellen me zo hun hele levensverhaal.

Twee jaar geleden ging ik met pensioen. Dat was een drama. Ik heb tien maanden thuis gezeten, volkomen ontheemd. Ik nam dagen de telefoon niet op, kroop helemaal weg in mezelf. Toen ben ik heel hard bij mezelf te rade gegaan. Ik had nooit heel veel om mensen gegeven. Misschien wel uit zelfbescherming. Maar nu kon ik er niet meer omheen. Om gelukkig te zijn, bleek ik ineens wel écht mensen nodig te hebben.

Vroeger pleegde ik ‘onderhoud’ aan mijn vrienden, meer uit plichtsbesef dan dat ik het echt voor mezelf deed. Dat is nu anders. Eenzaamheid kan je er gemakkelijk onder krijgen als je zelf niet ingrijpt. Ik ben nog steeds geen mensen-mens. Maar zonder mijn vriendinnen kan ik niet meer.’

Jaap van der Sar

‘Maarten de Witte (30) is niet vaak eenzaam. Maar áls hij het is, dan is het allesoverheersend. Dan voelt hij zich machteloos. Maarten heeft een Marokkaanse vriendin, maar haar familie verbiedt die relatie.

‘Ik zou ook weleens gewoon lekker met mijn vriendin op vakantie willen gaan. Of op een zomeravond een fles wijn leegmaken op het strand, of samen wakker worden. Iedereen die om ons heen een relatie heeft, doet zulke dingen. Ik wacht het moment af dat mijn vriendin er weer een keer tussenuit kan glippen. Of ik sta weer alleen in de kroeg tussen de stelletjes. Soms zien we elkaar weken niet, tot ze weer een smoes kan verzinnen om een paar uurtjes met mij door te brengen.

Er is niks zo erg als die muur van onbegrip en onwil waar ik steeds weer tegenop loop. Ik ben Nederlands, zij is Marokkaans, en dat kan niet. Punt. Ik kan praten wat ik wil, maar het mag niet. Dat zal ik nooit begrijpen.

Ik ken mijn vriendin nu vijf jaar. Al meteen toen we verliefd werden, begreep ik dat onze verschillende culturele achtergronden het niet makkelijk zouden maken. Dat was zwak uitgedrukt. Zij vertelde me dat ‘niemand het mocht weten’. Hoewel ik het begrijp, geeft dat toch het gevoel dat je er niet echt mag zijn. Onze relatie mag niet openlijk bestaan. Daar kies ik zelf voor, maar dat doet wel pijn.

Als je zo’n relatie hebt, kun je niemand vertrouwen. Daar ben ik op een harde manier achter gekomen. Ik had een goede band met de zus van mijn vriendin, en het leek mij logisch dat zij het wél zou mogen weten. Ze hield er wel moderne ideeën op na, dacht ik. Helaas bleek dat niet het geval. Ze vertelde alles aan een broer. Op dat moment realiseerde ik me dat ik er echt alleen voor stond.

Haar broer maakte me duidelijk dat er geen sprake kon zijn van een relatie tussen mij en zijn zus. De koran verbiedt het, de tradities wijzen het af, enzovoort. Argumenten die voor mij niet te accepteren zijn, maar die in de wereld van mijn vriendin absolute geldigheid hebben. Dat onbegrip is zó frustrerend. Maar we zijn blijkbaar zo dol op elkaar dat we ondanks de waarschuwingen toch bij elkaar zijn gebleven. Voor zover we ‘bij elkaar’ zijn.

Het moeilijke is dat ik het niet écht kan delen. Ook tussen mijn vrienden kan ik me ontzettend alleen voelen. Zij weten niet wat het is om niet geaccepteerd te worden, er niet te mogen zijn, je mond niet open te mogen trekken. Ik heb het idee dat ik een dubbelleven leid.

De grootste klap kwam toen haar broer er voor de tweede keer achter kwam. Hij heeft haar toen voor het blok gezet: of jij vertelt het nu aan je vader, of ik doe het. Toen heeft ze de knoop doorgehakt. ’s Nachts ben ik naar haar huis gereden en is ze als een dief in de nacht met een paar koffers met mij weggevlucht. Daarmee koos ze eindelijk echt voor mij. Maar meteen begon de emotionele chantage: haar voicemail werd overladen met hysterische berichten. Haar moeder lag in het ziekenhuis, onder de kalmerende middelen, haar vader was ziek van verdriet en gestopt met werken, en iedereen huilde de hele dag. Zware aanstellerij, in mijn ogen, maar zij kon daar niet meer tegen. Na een paar dagen zwichtte ze en ging weer naar haar ouders. Stond ik weer alleen. Toen ging ik echt kapot. Dat heeft me nog wel het meest eenzaam gemaakt: dat je gedwongen wordt om zó te kiezen en je geluk vervolgens toch kapot laat maken door je familie.’ Jaap van der Sar

• Sociaal isolement. Een studie over sociale contacten en sociaal isolement in Nederland, R. Hortulanus, A. Machielse en

L. Meeuwesen, Den Haag: Elsevier Overheid/Reed Business Information, isbn 90 5901 846 x, € 32,-, 2003

Weg met het taboe op eenzaamheid! Iedereen is weleens eenzaam en erover praten helpt. Gooi het eruit (en maak wellicht nog wat vrienden) op het discussieforum op www.psychologiemagazine.nl

auteur

Peggy van der Lee

Groeien dankzij geworstel. Een prima samenvatting van waar ik het liefst over schrijf. Niet dat ik speciaal van geworstel houd, maar ontkom jij eraan? De baan die niet meer bij je past, de relatie die deuken oploopt, de gezondheid die hapert.

» profiel van Peggy van der Lee

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Buitenbeentjes: met deze 7 tips val je niet meer buiten de g...

Op het werk, feestjes en de sportclub: overal waar mensen groepjes vormen, loop je de kans om erbuit...
Lees verder
Artikel

Buitenbeentjes: met deze 7 tips val je niet meer buiten de g...

Op het werk, feestjes en de sportclub: overal waar mensen groepjes vormen, loop je de kans om erbuit...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Recensie

Boekreview: Oud hoofd, jong brein

Wijsheid komt met de jaren, maar onze hersenen worden er niet jonger op. Gelukkig kunnen we veel doe...
Lees verder
Recensie

Boekreview: Oud hoofd, jong brein

Wijsheid komt met de jaren, maar onze hersenen worden er niet jonger op. Gelukkig kunnen we veel doe...
Lees verder
Advies

Ik voel me zo eenzaam

Dat je in sommige fases van het leven eenzaam bent, maakt je alleen maar sterker. Maar het moet niet...
Lees verder
Interview

Zo verloren

Van sommige mensen verwacht je niet dat ze eenzaam zijn. Maar ze zijn het wél.
Lees verder
Artikel

Waarom we allemaal weleens eenzaam zijn

Om de haverklap horen we dat eenzaamheid een groot en groeiend maatschappelijk probleem is. Maar bij...
Lees verder
Advies

Hoe krijg ik meer ­contact buitenshuis?

Dat je in sommige fases van het leven eenzaam bent, maakt je alleen maar sterker. Maar het moet niet...
Lees verder
Advies

Ik voel me verplicht mijn moeder te vermaken

Dat je in sommige fases van het leven eenzaam bent, maakt je alleen maar sterker. Maar het moet niet...
Lees verder
Verhaal

Eindeloos alleen

Wat zou je kunnen vinden op een plek waar niets is? Dat weet je pas als je haast moederziel alleen d...
Lees verder