1. Wat past bij mijn persoonlijkheid?

Socioloog en ‘geluksonderzoeker’ Ruut Veenhoven van de Erasmus Universiteit Rotterdam ontdekte dat Nederlandse inwoners van middelgrote provinciesteden gemiddeld genomen gelukkiger zijn dan mensen die in een grote stad wonen. Dat komt volgens hem niet doordat het daar minder goed toeven is, maar mede door het hogere percentage alleenstaanden, die doorgaans lager scoren op levensgeluk, en mensen met een psychische stoornis. Intacte gezinnen trekken weg uit de stad, wat het geluksniveau

zou kunnen doen dalen.

Wie zijn dan wél beter af in de stad? ‘Mensen die niet in het standaardplaatje passen,’ zegt de geluksprofessor. ‘Bijvoorbeeld als je een flamboyante kunstenaar bent of bij een minderheidsgroep als homoseksuelen hoort. In een provinciestad of op het platteland zul je je eerder een buitenbeentje voelen dan in een stad als Amsterdam of Rotterdam.’
Volgens de Amerikaanse socioloog Richard Florida hangt het van je persoonlijkheid af in welke omgeving je floreert. Hij liet een paar honderdduizend mensen online persoonlijkheidsvragenlijsten invullen en vroeg hun waar ze woonden. Zo ontdekte hij dat mensen die hoog scoren op de karaktertrek ‘openstaan voor nieuwe ervaringen’ vaker in de stad wonen. Zij verhuizen daar ook sneller naartoe. Mensen die juist hoger scoren op ‘zorgvuldigheid en vriendelijkheid’ zijn doorgaans minder avontuurlijk en gehecht aan familiebanden. Als hun familie op het platteland woont, blijven ze daar zelf ook liever wonen.
Overigens moet je niet denken dat een ruimer huis buiten de stad je voor altijd gelukkig zal maken, blijkt uit een grootschalig Engels onderzoek onder mensen die groter gingen wonen. Hun welzijn steeg weliswaar, maar dat effect bleek tijdelijk: na een jaar was hun geluksniveau weer als vanouds. Dat komt door het effect van hedonistische adaptatie: we wennen snel aan verbeteringen in ons leven.

2. Hoeveel groen heb ik nodig?

Groen doet iedereen goed, zegt Agnes van den Berg, omgevingspsycholoog en hoogleraar natuurbeleving in Groningen. Zij pleit ervoor niet alleen te kijken naar de ruimte die je binnenshuis hebt, maar juist naar de omgeving. ‘We kiezen nog te vaak voor die mooie keuken of die ruime badkamer. Terwijl het groen om je heen op de lange termijn toch echt meer voor je welzijn doet.’

Dat blijkt ook uit een grootschalige studie van Wageningen Environmental Research en het Trimbos-instituut. Mensen die veel groen in hun leefomgeving hebben, herstelden sneller van stress en hebben minder last van psychische problemen. Moet je de stad dus achter je laten als je ontspannen door het leven wil gaan? Dat hóéft niet, zegt Agnes van den Berg. ‘We weten dat micromomentjes in de natuur al heel heilzaam zijn. Onderzoek waarbij op verschillende momenten is gemeten hoeveel beter iemand zich voelt als hij naar de natuur kijkt of buiten in het groen is, laat zien dat het grootste effect al na vijf minuten optreedt. Daarbij kun je denken aan een korte wandeling door het park – bijvoorbeeld als je je kinderen ophaalt van school.’ Maar ook een Vinexwijk met veel groen en bomen, een stoeptuintje waar je in de aarde kunt wroeten of een fijn park in de buurt voorzien je van voldoende ‘vitamine G’, aldus Van den Berg.
Terwijl mensen met een psychische aandoening vaker in de stad wonen (zie vraag 1), zijn zij echt beter af op het platteland. ‘Zij hebben de ontspannende effecten van groen harder nodig en profiteren er meer van.’

3. Wat is het beste voor mijn kind?

Veel mensen wonen jarenlang naar volle tevredenheid in de stad, maar zodra het eerste kind zich aandient, lijken de drukte, het lawaai en het gebrek aan natuur ineens niet meer te passen en gaan ze nadenken over een verhuizing naar rustiger oorden. Geldt dit ook voor jou? Twee onderzoeken zouden je zomaar een laatste duwtje richting de polder kunnen geven. Het eerste werd in 2011 gedaan aan de universiteit van Heidelberg. De onderzoekers maakten hersenscans van proefpersonen uit grote steden en uit dorpen, terwijl ze hen moeilijke sommen lieten uitrekenen. Bij de stadsmensen bleek de amygdala, het angstcentrum van ons brein, actiever. En de proefpersonen die in de stad waren opgegroeid, hadden ook nog eens meer activiteit in het deel van de hersenen dat alarm slaat als we een fout maken (de gyrus cingularis).
De Duitse onderzoekers verklaarden dit uit het feit dat een kind dat in de stad opgroeit minder ruimte krijgt om fouten te maken. Als het wegrent, is er al snel een geschrokken ouder die ‘stop!’ schreeuwt, om te voorkomen dat het kind onder een auto komt. Het brein van in de stad opgegroeide mensen kan dan ook gevoeliger reageren op stress.
Het tweede onderzoek laat weer zien dat regelmatig in de natuur zijn cruciaal is voor het welzijn van een kind. Zo is er een verband tussen opgroeien in een buurt met weinig natuur en het ontstaan van psychische problemen.
Toch is het niet per se zo dat kinderen buiten de stad moeten wonen om goed te kunnen gedijen. Want de stad biedt ook veel, zoals culturele activiteiten en vaker een passende school in de buurt. Bovendien kunnen ook stadskinderen – mits hun ouders daar bewust voor kiezen – volop profiteren van de natuur, aldus Van den Berg. ‘Elke stad heeft mooie parken, bos of andere natuur in de buurt of speeltuinen waar kinderen met modder kunnen spelen, met takken slepen en fikkie stoken. Het is wel belangrijk dat ouders er dan niet te veel bovenop zitten: kinderen moeten vanaf een bepaalde leeftijd lekker zelf gaan ontdekken. Maar dat kunnen ze ook op een ruige strook groen achter hun flat.’

4. Wil ik dagelijks (lang) reizen?

Op het platteland wonen en elke dag veel reistijd kwijt zijn, doet het effect van wonen in het groen weer teniet. Forensen is namelijk funest voor het geluksgevoel. Ruut Veenhoven publiceerde daar eind vorig jaar een interessant onderzoek over. Vijfduizend Nederlandse deelnemers aan de GeluksWijzer vulden in hoe zij van en naar hun werk reizen en hoe ze zich voelen tijdens dat forensen. Wat blijkt: vooral als de reis langer dan een uur duurt, tast dit het humeur flink aan. ‘Zeker als je met het openbaar vervoer reist, is zo’n lange reistijd slecht voor het welbevinden. Een lange autoreis maakt ook ongelukkig, maar dan vooral als je daarbij in de file staat. Van een fietstocht naar het werk van minimaal een half uur blijken mensen juist blijer te worden. Ik vermoed omdat ze het dan zelfs als hun dagelijkse portie sport zien; dat geeft een goed gevoel.’

5. Ben ik bereid om nieuwe vrienden te maken?

Mensen die hun familie regelmatig zien, zijn gemiddeld gelukkiger, blijkt uit cijfers van het CBS uit 2011. Van de Nederlanders die elke maand tot elke week contact met hun familie hebben, is 87 procent gelukkig – tegenover maar 60 procent van de mensen die zelden of nooit familiecontact heeft. Ook je vrienden regelmatig zien, blijkt gelukkiger en tevredener te maken. De verklaring: het zien van familie en vrienden geeft ons het gevoel ergens bij te horen.
Het is dus wel iets om rekening mee te houden als je wilt verhuizen naar de stad of het platteland. Maar of het je ervan moet weerhouden? Ruut Veenhoven heeft wel een advies voor wie ver van familie en vrienden gaat wonen: ‘Voor je geluksgevoel moet je investeren in het aangaan van nieuwe vriendschappen.’

Tekst: Mensje Melchior – Beeld: cedric klei/eberhard grossgasteiger@unsplash

[/wpgpremiumcontent]