1 Richt je aandacht op jezelf; erger je niet aan anderen

We zijn geneigd veel van andere mensen te verwachten. Dat ze ons gelukkig maken bijvoorbeeld, of wijzer. We schuiven anderen ook makkelijk de oorzaak van ongeluk in de schoenen. Het is hún schuld dat we lijden. Maar alle grote religies en alle mystici vertellen ons: de enige ware bron van geluk, waarheid en wijsheid ligt in onszelf, niet in relaties met anderen.

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

In het christendom is dat de werkelijke betekenis van het begrip ‘bekering’: je keert je van de buitenwereld af, naar binnen. Als Jezus zegt: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ is het waarschijnlijk de bedoeling dat je hem dat nazegt: ‘Aha, IK ben die weg.’ Door je op je ‘ik’ te richten vind je uiteindelijk de waarheid, namelijk het bewustzijn dat innig verbonden is met het universele bewustzijn, het al. In het boeddhisme heet dat: iedereen heeft de boeddha­natuur in zich.

Maar die boeddhanatuur ligt doorgaans wel diep verborgen. Het woord persoonlijkheid komt van het Latijnse persona, masker: het is het masker dat zich voor het bewustzijn bevindt. Keer je je naar binnen, dan vind je daar allereerst je persoonlijkheid. Die bestaat voornamelijk

uit emoties, overlevingsstrategieën en oude pijn, het ‘pijnlichaam’ zoals schrijver Eckhart Tolle dat noemt. Door in ­meditatie je aandacht gestaag op die pijn te richten, zonder erover na te denken of te fantaseren, kun je hem als het ware wegbranden. Uiteindelijk kom je terecht in je boeddhanatuur – een innerlijke ruimte waarin je vrij bent.

Dat is een proces van vele jaren, maar al terwijl je ermee bezig bent, verandert je houding tegenover andere mensen. Je begint beter te begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt, en daardoor relativeer je kwetsuren en beledigingen die je overkomen. Santideva, een Indiase wijze uit de achtste eeuw, stelde de retorische vraag: ‘Ik ben niet boos op mijn eigen slechte humeur, die vruchtbare bron van pijn en lijden. Waarom dan mijn medeschepselen iets kwalijk nemen, die daar ook slachtoffer van zijn?’

De Chinese taoïstische filosoof Zhuangzi schreef: ‘Als een man een rivier oversteekt in een roeiboot en een lege boot ramt hem midscheeps, wordt hij niet boos. Maar als hij een man in die boot ziet zitten, zal hij naar hem schreeuwen dat hij moet oppassen. Alleen maar omdat er iemand in de boot zit. En toch zou hij niet boos worden als er niemand in de boot zat. Als je je eigen boot leeg kunt maken terwijl je de rivieren van de wereld oversteekt, zal niemand je tegenwerken, niemand proberen je te schaden.’

Bekommer je niet om de schuld of onschuld van anderen die tegen je opbotsen of die je op wat voor manier dan ook kwaad doen; daar heb je niets aan. Zie andere mensen als lege boten. Er botst iemand tegen je aan: dat is het feit. Of hij dom is of slecht of onhandig, dat zijn allemaal meningen waarover je opgewonden kunt worden, maar waaraan je niets hebt. Houd je bij het feit en los dat op.

2 Zie je omgeving als spiegel van jezelf

‘Al wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten,’ schreef de apostel Paulus aan de Galaten en daarmee is in een notendop het boeddhistische begrip ‘karma’ samengevat. Alles wat je doet, komt vroeg of laat als een boemerang bij je terug. ‘Wie goed doet, goed ontmoet; wie kwaad doet, kwaad ontmoet’ – zo zeggen dwergen in sprookjes van Grimm het. Daaruit volgt dat je omstandigheden de toestand van je innerlijk spiegelen: heb je veel goed gedaan, dan is er veel goeds om je heen. Kom je een probleem tegen in je omgeving, kijk dan eerst of het een oorzaak heeft in jezelf. Ook in de alchemie is dit een kernprincipe: zo binnen, zo buiten, en andersom.

In de new age is dit thema opgepakt en zó extreem uitgewerkt dat het absurd wordt, zoals in het boek The Secret. Doe een bestelling aan het universum en het universum zal het onverwijld bezorgen, daar komt de boodschap op neer. Je creëert immers je hele leven zelf, door je gedachten en overtuigingen. Ook Jezus lijkt in zijn beroemde Bergrede zoiets te zeggen: ‘Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.’ Maar let op. Karma gaat uit van reïncarnatie: het kan honderden levens duren voordat een of andere daad die je hebt gepleegd, naar je terugkaatst. En Jezus had het hoogstwaarschijnlijk niet over geld of prettige dingen, maar over bewustzijn. Vraag om meer bewustzijn, en het zal je zeker worden gegeven. ‘Zoek en je zult gevonden worden,’ zeggen de soefi’s.

Als je de onzin die tegenwoordig aan het spiegelprincipe kleeft ervan afschraapt, blijft een waarheid over die kan leiden tot zelfkennis en verdieping. De Zwitserse psychiater Jung zei: ‘Alles wat ons ergert aan anderen kan leiden tot begrip van onszelf.’ De Amerikaanse spirituele coach Byron Katie maakte dat tot een van de uitgangspunten van ‘The Work’, de leer die zij onderwijst: draai het om. Als je bijvoorbeeld vindt dat je vriend niet genoeg van je houdt, draai het dan om. Houd je wel genoeg van hem? ‘Mijn baas geeft mij te weinig waardering’ wordt ‘Ik geef mijn baas te weinig waardering’ – enzovoort. Het is een vruchtbaar experiment, zo blijkt in de praktijk.

Daarbij geldt wel: houd je alléén bezig met jezelf, niet met anderen (zie ook principe 1). ‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie wordt geoordeeld,’ zei Jezus in de Bergrede. Hoe het werkelijk zit met andere mensen, dat weet je gewoon niet.

3 Streef niet naar materiële rijkdom

In een cartoon in de Volkskrant zit een zakenman – dikke nek, stropdas – bij psychiater Sigmund. ‘Hoeveel kost het eigenlijk om gelukkig te worden?’ vraagt hij. ‘Eh…’ zegt Sigmund, ‘dat kost eigenlijk niets.’ ‘Dan kan het ook niet veel voorstellen,’ zegt de cliënt. Dat is het materialisme van onze tijd ten voeten uit: alleen wat geld kost, is belangrijk. Maar de meeste dingen die ons gelukkig maken, hebben niets met geld van doen, zoals liefde, vertrouwen, dankbaarheid, wijsheid. Of de natuur. Of poëzie.

Een basisinzicht in religie en spiritualiteit luidt: geld maakt niet gelukkig. Het is dus tijdverspilling om te streven naar materiële rijkdom als doel. ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen,’ staat er in de Bergrede. ‘Verzamel schatten in de hemel – waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’ En: ‘Je kunt niet God dienen en de mammon.’ Vermeerder je bewustzijn, dat is de grootste schat. Er is niets mis met werken, integendeel – maar als je het alleen maar doet om er rijk van te worden, zal het je ongelukkig maken, dat staat ook al in het oeroude Indiase geschrift de Bhagavadgita. De alchemisten vatten dat samen in de spreuk Ora et labora, bid en werk: dat is de juiste volgorde.

4 Richt je op geestelijke groei

In de islam kent men drie soorten goedheid. Op het laagste niveau doe je goed omdat je dan kunt verwachten dat andere mensen ook goed doen aan jou. Het is het do ut des van de Romeinen: ik geef opdat jij geeft. Er is niets mis met deze vorm van goedheid – het is goed. Maar op een hoger niveau komt er een ander soort goedheid in je op. Je gaat goed doen omdat je erkent dat het moet, dat het hoort. Je begrijpt dat je armen een deel van je rijkdom moet schenken. Je hebt de gulden regel geïncorporeerd: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Je hebt in de Bijbel gelezen dat Jezus zegt: ‘Heb uw naaste lief gelijk uzelf.’ En je doet je best om die regels te volgen. Dat is héél goed, beter dan de eerste vorm.

Dan is er echter nog een niveau van goedheid waarop je goed doet omdat je niet anders kunt. Elk ander mens is voor je als een van je eigen kinderen – je voelt een innerlijke noodzaak om goed te zijn voor hem of haar. Je verwacht geen beloning, je trekt je niets aan van religieuze regels, dat ben je allemaal ontstegen en je handelt spontaan in mededogen en mildheid. Dat is het hoogste niveau van goedheid.

Het doet denken aan de ‘behoeftepiramide’ van de Amerikaanse psycholoog Maslow: op de laagste trap bekommer je je alleen om je fysieke overleven. Een niveau hoger zoek je geborgenheid in kleine kring, vervolgens streef je naar erkenning in de samenleving en op nog hogere niveaus overstijg je dat allemaal en begin je van binnenuit te bloeien met alles wat je in je hebt. Je wordt als een bloem die geurt omdat ze niet anders kan – of er nu iemand aan ruikt of niet. Zelfontwikkeling is het werkelijke doel van de meeste soorten religie en spiritualiteit.

5 Heb mededogen met jezelf

Boeddha zag in dat overmatig ascetisme nergens toe leidt. Jarenlang had hij zichzelf gepijnigd met vasten en andere ontberingen, en de bevrijding wilde maar niet komen. Pas toen hij weer voor zichzelf ging zorgen, zag hij het licht. Sindsdien onderwees hij de gulden middenweg: de weg tussen afzien en overmatig genieten. ‘De deugd ligt in het midden,’ is een klassieke uitspraak. De oude Grieken schreven het rond de put van Delphi als tweede grondregel van de levenskunst, na ‘Ken uzelve’: ‘Niets te veel’. Vooral niet te veel zelfkritiek.

Als je je naaste moet liefhebben gelijk jezelf, dan zul je toch moeten beginnen met jezelf lief te hebben en goed voor jezelf te zorgen. Wie zichzelf als een slavendrijver opjaagt, zal geneigd zijn dat ook met anderen te doen. ‘Zelfcompassie’ heet dat: je hoeft jezelf niet geweldig te vinden, maar je moet wel mededogen hebben met jezelf. Anders kun je het ook niet met anderen hebben. Van Ted Troost, de Nederlander die de haptonomie algemene bekendheid gaf, is de uitspraak: ‘Je hoeft je eigen lichaam niet mooi te vinden, maar je moet er wel van houden.’ Dat geldt ook voor je geest. Niemand is volmaakt, maar iedereen is het waard om liefgehad te worden.

6 Overwin het harde met het zachte

‘Overwin de kwade mens door liefde; overwin de slechte mens door goedheid; overwin de gierigaard met gulheid; overwin de leugenaar met waarheid,’ zo staat het in de Dhammapada, een verzameling uitspraken van Boeddha. Daarmee was Jezus het roerend eens, als we de Bijbel mogen geloven: zalig zijn immers de zachtmoedigen, want zij zullen het land beërven, en als we op de rechterwang geslagen worden, moeten we de linker ook aanbieden. Heb je vijand lief. En ook de Chinese filosoof Lao-tse adviseert: ‘Antwoord met vriendelijkheid wanneer je wordt geconfronteerd met vijandigheid.’

De vraag is natuurlijk: werkt dat wel? Je kunt het je bijna niet voorstellen. Toch trekt mildheid misschien wel aan het langste eind, op den duur. De taoïsten hadden er een mooie metafoor voor. Wat is sterker, je harde tanden of je zachte tandvlees? Het zachte vlees – want bij oude mensen vallen de tanden uit, en blijft het vlees over. Het gaat hier om het principe dat de weg van de minste weerstand de tao is, de weg van de hemel. Accepteer het leven zoals het komt, geef mee. Het is wat het is, inclusief pijn en ongemak, pech en ellende.

Tathata is een boeddhistische term voor ‘zo-heid’, de kwaliteit van het hier en nu die je alleen maar kúnt accepteren, want het is niet anders. Dat betekent niet dat je nooit een situatie kunt verbeteren; het betekent alleen dat je realistisch bent over het heden, en niet woedend tekeergaat en je energie verspilt aan dingen die op dit moment niet zijn te veranderen. Met volgehouden acceptatie, leert het zenboeddhisme, komt er langzaam maar zeker een innerlijke vreugde in je op die niet gebaseerd is op iets in de buitenwereld en daarom ook niet vergankelijk is.

Het wil overigens niet zeggen dat je als een dweil op de grond moet gaan liggen en iedereen over je heen laten lopen. Als anderen over je grenzen gaan, kun je vriendelijk uitleggen: ‘Sorry, er is een misverstand in het spel, ik ben geen dweil, ik ben een mens.’ Begrijpen ze de boodschap niet, dan hoef je met die mensen niet meer om te gaan.

Bovendien kennen veel religies verhalen waarin een vereerd leraar of wijze gerechtvaardigde woede tentoonspreidt, zoals Jezus die met een zweep de woekeraars uit de tempel verjoeg. Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, had het over ‘de missie van de toorn’: soms moet je stevig optreden. Maar hoe minder je wordt meegesleept door emotie, hoe helderder je doel is en hoe meer je bereikt.

7 Wees niet bang om te sterven

Volgens de evolutieleer worden we allemaal gedreven door overlevingsdrang, door angst voor de dood. Dat geldt zeker voor het fysieke lichaam, en dat is maar goed ook. Daarom eet je als je honger hebt en grijp je naar een glas water bij dorst. Maar lichamelijke onsterfelijkheid is onbereikbaar, dat weten we al sinds mensenheugenis. Hoe ga je om met het idee van de dood?

Het blote feit dat je leven eindig is, geeft het betekenis en zin. Volgens Jung is de dood niet het einde van het leven, maar het doel. Bij je dood blijkt pas wat de waarde is van het leven dat je hebt geleefd, wat je achterlaat voor de anderen. Wat je aan kwaliteiten hebt ontwikkeld, wordt als het ware teruggeploegd in het grote reservoir van het leven, net zoals alle moleculen van je lichaam op de een of andere manier worden opgenomen in de fysieke omgeving. Dat is de betekenis van ideeën als een Laatste Oordeel en Petrus die met een groot boek bij de ingang van de hemel zit. De betekenis van je leven gaat niet verloren. Het enige dat je inlevert bij je dood, is je vleeshemd (dat is namelijk de oorspronkelijke betekenis van lichaam, lijc-haam, vleeshemd): dat briljante zelf­reparerende ruimtepak waarin je je rol vervulde in dit leven op aarde.

In de grote levensstroom opgenomen ben je een onlosmakelijk deel van het geheel. Het ego is een illusie: er zit in je hersens geen klein mannetje of vrouwtje met een toeter dat ‘ik’ roept, er is alleen een vluchtige kluwen gedachten en gewaarwordingen die we uit gewoonte ‘ik’ noemen. De gehechtheid aan die gewoonte is de bron van alle angst voor de dood.

Mensen die de illusie van het afgescheiden zelf hebben doorgeprikt, beseffen hoezeer ze onderdeel zijn van het geheel. Hun boezemt de fysieke dood geen enkele angst meer in, zeggen vergevorderden op het spirituele pad. Tijdens je leven kun je al oefenen in het sterven, door telkens weer kleine brokjes zelfzuchtig geloof in je eigen afgescheiden ‘ik’ op te geven. Dat doe je door innerlijk te ontspannen. Uiteindelijk, zeggen alle spirituele tradities, ontdek je dat het hele bestaan evolueert naar steeds hogere pieken, en dat jij vanzelf mee-evolueert. Je hoeft geen aparte ambities te hebben, je komt uiteindelijk vanzelf waar je zijn wilt: bij God, in het nirvana, terug in de bron, of thuis.

Meer weten

– De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk, Ernst Bohlmeijer e.a., (Bohn Stafleu van Loghum, € 39,50).

– Binnenkort verschijnt De verhalen die we leven, een nieuw boek van Bohlmeijer over de narratieve psychologie als methode (Boom, € 32,50).[/wpgpremiumcontent]