Het is 11, het zingt in het ‘Engels’ over de liefde, het weet alles over anaconda’s en de oorlog in Afghanistan. Maar waar de gymtas ligt en hoe laat muziekles begint – geen idee.

Iedereen die kroost heeft in de hoogste klassen van de basisschool, herkent het moment. Je kind vindt zichzelf groot – en dat is het ook. Ergens. Want je houdt je hart vast bij de gedachte dat dit halffabrikaat zich binnenkort op de middelbare school zal moeten handhaven. Een agenda bijhouden, tijdig stampen voor een proefwerk? De afspraak met de orthodontist zo plannen dat ze niet botst met hockey? Je ziet het nog niet gebeuren.

Hoe krijg je een pre-puber zover dat-ie de planning van zijn dagelijks leven zelf ter hand neemt? Dat is een vraag waarmee veel ouders rondlopen.

Eerst het antwoord dat ze waarschijnlijk liever niet horen: een kind van 11 kán nog niet plannen. ‘Niet op volwassen niveau in ieder geval,’ zegt ontwikkelingspsychologe Mariëtte Huizinga.

Als onderzoekster aan de Universiteit van Amsterdam deed Huizinga afgelopen jaren onderzoek bij kinderen naar de ontwikkeling van de executieve functies: de denkprocessen die je in staat stellen doelgericht en efficiënt te werk te gaan. Daaronder vallen

vaardigheden als impulsen onderdrukken, informatie tijdelijk opslaan en de langetermijngevolgen van je daden overzien. Allemaal functies die zijn ondergebracht in de hersengebieden direct achter ons voorhoofd: de prefrontale hersenkwab.

‘En die is bij kinderen in groep zeven en acht van de basisschool nog lang niet uitontwikkeld,’ zegt de onderzoekster. Wat heel verwarrend kan zijn voor ouders, weet ze, want de breingedeeltes die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld taal en motoriek zijn rond die tijd al wél ‘klaar’. ‘Op die terreinen kan een kind dus behoorlijk volwassen overkomen. Maar de prefrontale hersenkwab ontwikkelt zich pas tijdens de adolescentie. Als het om plannen gaat, is een 11-jarige dus echt nog een kind. Het heeft hersentechnisch gesproken doodgewoon een capaciteitsprobleem.’

En dat is helaas geen kwestie van nog een p,aar maandjes wachten. De prefrontale hersenkwab is namelijk, zo weten we sinds kort, pas na het 20ste levensjaar volledig uitontwikkeld. ‘De meeste meisjes zijn wel “klaar” rond hun 22ste, de meeste jongens een jaar of twee later,’ schrijft neuropsycholoog Jelle Jolles in zijn boek Het lerende brein.

Volgens Jolles, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zou dat inzicht consequenties moeten hebben voor de opvoeding en het onderwijs. Niet alleen op de basisschool, maar tot ver op de middelbare school hebben kinderen hun ouders nog nodig ‘als plaatsvervangende prefrontale hersenkwab’. Zeker bij beslissingen die verstrekkende consequenties hebben of waarbij emoties komen kijken, want dat gaat het puberbrein echt nog boven de pet.

Wat natuurlijk niet hetzelfde is als tieners alles uit handen nemen. Zoek het vooral in de begeleidende rol, adviseert Jolles: praat met uw kind over zijn gedrag en de consequenties ervan, laat het mogelijke oplossingen aandragen. Kortom, laat de prefrontale hersenkwab van uw kind wel kraken! Want, schrijft Jolles: alleen als het voldoende zinvolle prikkels krijgt, kan een adolescentenbrein zich goed ontwikkelen.

Paklijst voor de gymspullen

Daarmee komen we op het andere, iets bemoedigender antwoord op de oudervraag aan het begin van dit stuk. Al zijn ze er dan nog niet uit zichzelf toe geneigd en zal het nog lang duren voor ze het op volwassen niveau kunnen, kinderen zijn best in staat planmatig gedrag aan te leren.

‘Door het dagelijks leven heel gestructureerd te maken kun je de prefrontale hersenkwab als het ware omzeilen,’ zegt ontwikkelingspsychologe Mariëtte Huizinga. ‘Vergeet uw kind bijvoorbeeld steeds de helft van de sportspullen, stel dan samen een paklijst op. Pak de tas een paar keer samen in aan de hand van die lijst en laat uw kind het daarna zelf doen. Als een kind die externe structuur maar lang genoeg aanhoudt, internaliseert het die aanpak wel.’

Hetzelfde geldt voor ‘ingewikkelde’ dagen: van die dagen waarop uw kind van school via de tandarts naar judo moet. Schrijf het tijdschema van uur tot uur uit, adviseert Huizinga, en hang het ergens op een goed zichtbare plek: aan de koelkast, naast de voordeur… ‘Ook dat is een “extern” geheugen,’ zegt Huizinga, ‘maar de ervaring leert dat het werkt.’

Zelf verantwoordelijk

Annemieke Jacobse van het Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs suggereert een andere aanpak. ‘Laat het kind zichzelf hardop vragen stellen. Wat moet het doen, wat is daarvoor nodig, hoeveel tijd zal het kosten? Zo leert het om in lastige situaties “innerlijke spraak” toe te passen. Uit mijn onderzoek is gebleken dat dat kinderen in schoolsituaties goed helpt de dingen op een rijtje te krijgen.’

Ouders kunnen hierin zelf het goede voorbeeld geven, zegt Jacobse. ‘Denk zelf eens hardop na over iets wat u moet doen. Wat is precies uw doel? Welke dingen hebt u daarvoor nodig? Op welke manieren kunt u het aanpakken en wat is daarvan de handigste?’

Maar laat kinderen dat denkwerk vooral zélf verrichten als het om hun eigen hachje gaat, adviseert Emmeliek Boost van de Opvoeddesk. ‘Kauw ze niets voor, stel alleen de “hoe”-vraag,’ zegt deze pedagoge, die al duizenden ouders op weg hielp bij alledaagse opvoedingsvragen. ‘En blijf die stellen totdat je kind met een antwoord komt dat blijkt te werken. Hoe gaan we het voor elkaar krijgen dat je de brieven van school mee naar huis neemt, en je gymspullen mee naar school? Waardoor gaat dat steeds fout, en wat kun je doen zodat het wél lukt? Zo maak je het kind zelf verantwoordelijk voor de oplossing.’

Want dat ziet Boost ook als een van de oorzaken van het probleem; dat ouders hun kinderen veel te lang dingen uit handen blijven nemen. ‘Ze weten gewoon: mam laat me echt niet in mijn ondergoed gymmen, die brengt de tas wel na. Nee! Laat uw kind maar eens op de blaren zitten. Dat is bij een kind van 10, 11 misschien nog wat hard, maar daarna zijn ze heus wel in staat daar lering uit te trekken.’

Meer weten over het kinderbrein?

– Diana Smidts en Mariëtte Huizinga, Gedrag in uitvoering. Over de rol van executieve functies bij kinderen en pubers, Nieuwezijds, € 19,95 (verschijnt in mei)

– Jelle Jolles, Het lerende brein, Neuropsych Publishers, € 22,-

– De Opvoeddesk in Laren geeft regelmatig de workshop ‘Wat kun je van 9-15-jarigen verwachten?’ De eerstvolgende is op woensdagavond 11 mei; zie www.opvoeddesk.nl

 [/wpgpremiumcontent]