Ach arm, arm vogeltje; als een gewillige slavin voert ze haar uitbuiter tot ze er zelf bij neervalt. Zetten de opengesperde bekjes van het eigen kroost haar al aan tot onvermoeibaar wurmpjes en insecten vangen en voeren, de grote gulzige bek van het koekoeksjong zet haar zorgreflex in de turbostand. Misschien weet ze wel dat dit monsterlijke ding een nepperd is, maar ze kan hem simpelweg niet weerstaan.

De bek van het koekoeksjong is een supernormale prikkel; een uitvergroting van een prikkel die normaal gesproken al niet valt te negeren. Zo’n supernormale prikkel hoeft niet eens meer realistisch te zijn. Als hij maar groot is, intens van kleur en contrastrijk. Meeuwenjongen bedelen door te pikken naar de rode vlek op de snavel van hun ouders, maar niets windt hen zo op als een rood-wit gestreepte breinaald. Ik bedoel maar.

De reclamewereld maakt handig gebruik van dit fenomeen. Lippen en borsten zijn voor veel mannen al behoorlijk stimulerend; opgeblazen siliconenvarianten garanderen een miljardenomzet. Goedkoop en slecht eten wordt zó verpakt dat het groter, kleurrijker en glanzender oogt.

En wij trappen er massaal in, net als het arme vogeltje. Hoewel? Wie beseft hoezeer we worden misleid, kan besluiten zoveel mogelijk overdreven prikkels te negeren. En bewust te kiezen voor echt.